Gepubliceerd op 2 april 2026 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Procesafspraken zijn afspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging over het verloop en de afdoening van een strafzaak. Ze zijn toegestaan, maar de rechter is er niet aan gebonden: hij toetst zelf of de verdachte vrijwillig en met rechtsbijstand instemde en of de straf past bij de ernst van de zaak (Hoge Raad 27 september 2022).
Hoe dat in de praktijk werkt, liet de zaak over de kunstroof uit het Drents Museum zien. Op 25 januari 2025 werden daar de gouden helm van Coțofenești en drie Dacische armbanden gestolen. Na procesafspraken met het OM werden de helm en twee armbanden op 1 april 2026 overgedragen. Hieronder leest u waar de grenzen van zulke afspraken liggen en hoe de rechter ze toetst.
Inhoudsopgave
Wat wordt er in een procesafspraak geregeld?
Kenmerkend is dat beide kanten iets inleveren. De verdediging ziet af van processuele rechten, zoals het horen van getuigen, het voeren van bepaalde verweren of het instellen van hoger beroep. Het OM doet daar iets tegenover, bijvoorbeeld een beperktere tenlastelegging of een lagere strafeis. Het instrument wordt vooral gebruikt in grote of oude zaken, waar de strafrechtketen kampt met capaciteitsproblemen.
Het huidige Wetboek van Strafvordering kent geen algemene regeling voor procesafspraken. Alleen de afspraak met een verdachte die getuigt in ruil voor strafvermindering, de kroongetuigeregeling, staat in de wet (artikel 226g en volgende Sv). Die afspraak toetst de rechter-commissaris vooraf. Voor alle andere afspraken geldt het kader uit de rechtspraak.
Welke eisen stelde de Hoge Raad in 2022?
Het arrest van 27 september 2022 was een cassatie in het belang van de wet tegen een vonnis van de Rechtbank Limburg. De Hoge Raad oordeelde dat het strafprocesrecht zich niet verzet tegen procesafspraken. Algemene regels over de toelaatbaarheid gaf hij bewust niet; dat laat hij aan de wetgever. Wel noemde hij de punten die de rechter moet nagaan (ECLI:NL:HR:2022:1252):
| Punt | Wat de rechter nagaat |
|---|---|
| Rechtsbijstand | De verdachte moet bij de afspraak door een advocaat zijn bijgestaan. |
| Afstand van rechten | De verdachte stemde vrijwillig in, op basis van voldoende en duidelijke informatie en bewust van de gevolgen. Dat moet uit het vonnis blijken. |
| Aanwezigheid | In beginsel is de verdachte zelf op de zitting. Is hij er niet, dan moet de rechter extra motiveren hoe hij de vrijwilligheid heeft vastgesteld. |
| Zelfstandig oordeel | De rechter beantwoordt zelf de vragen van artikel 348 en 350 Sv en mag afwijken als bewezenverklaring of straf niet in verhouding staat tot de ernst van de zaak. |
| Wezenlijk ander oordeel | Wil de rechter wezenlijk afwijken, dan krijgen partijen eerst de gelegenheid om te reageren, zo nodig na heropening. |
| Slachtoffer | Het OM houdt rekening met de belangen van slachtoffer en benadeelde partij; afspraken over hun vordering die daar onvoldoende recht aan doen, hebben geen betekenis. |
| Hoger beroep | Afstand van een rechtsmiddel kan pas na de uitspraak. Een eerdere toezegging kan wel het belang bij hoger beroep beïnvloeden. |
In de Limburgse zaak ging het mis op de tweede en derde rij. De verdachte was niet op de zitting en de rechtbank had niet laten zien dat zij de vrijwilligheid had nagegaan. De Hoge Raad vernietigde het vonnis in het belang van de wet.
Hoe toetsten rechters procesafspraken na 2022?
Feitenrechters passen het kader inmiddels geregeld toe. Drie uitspraken laten zien hoe verschillend dat kan uitpakken.
De kunstroof uit het Drents Museum
De Rechtbank Noord-Nederland deed op 5 juni 2026 uitspraak tegen een van de verdachten. De afspraak was op 27 maart 2026 getekend. Het hoofddoel was de teruggave van helm en armbanden; daarnaast wilden partijen de zaak in eerste aanleg afronden. Zij spraken af geen hoger beroep in te stellen als de straf binnen drie maanden van het voorstel bleef. De verdachte bevestigde op de zitting dat hij vrijwillig en met kennis van de gevolgen instemde, en de benadeelde partij was geraadpleegd.
De rechtbank merkte op dat de proceseconomische winst minimaal was: de afspraak kwam pas na vijf voorbereidende zittingen. Het OM eiste 44 maanden, de verdediging vroeg 41 maanden. De rechtbank legde 47 maanden op, drie maanden boven de eis en daarmee nog net binnen de afgesproken marge (ECLI:NL:RBNNE:2026:2189). Een afspraak bindt de rechter dus niet, ook niet als zij een belangrijk maatschappelijk resultaat oplevert.
Een oude zaak over een criminele organisatie
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden toetste op 13 mei 2025 een afspraak in een zaak over deelneming aan een criminele organisatie. Het hof woog de manier waarop de afspraak tot stand kwam, de ouderdom van de feiten, de overschrijding van de redelijke termijn en de capaciteitsproblemen. De verdachte bevestigde ter zitting dat hij uit eigen beweging instemde. Het hof verving de twee jaar onvoorwaardelijk van de rechtbank door 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 155 voorwaardelijk, en 240 uur taakstraf (ECLI:NL:GHARL:2025:7005).
Witwassen en hennepteelt
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgde op 7 oktober 2025 een afdoeningsvoorstel grotendeels in een zaak over gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en 914 hennepplanten. De redelijke termijn was met ruim zes jaar overschreden. De straf werd een gevangenisstraf van 382 dagen, waarvan 365 voorwaardelijk, en 180 uur taakstraf, waarvan 90 voorwaardelijk (ECLI:NL:RBZWB:2025:6733).
Gaat efficiëntie ten koste van waarheidsvinding?
Dat risico bestaat. Een verdachte kan onder druk afzien van rechten die nodig zijn voor een eerlijk proces (artikel 6 EVRM). Daarom moet de rechter de vrijwilligheid zelf vaststellen en de feiten volledig blijven toetsen. In de Drentse zaak benadrukte de rechtbank dat zij de verantwoordelijkheid voor schuld en straf volledig zelf droeg.
Daar staat tegenover dat een afspraak zaken kan afronden die anders jaren blijven liggen, en soms een resultaat oplevert dat een vonnis niet kan afdwingen, zoals de teruggave van gestolen erfgoed. De afweging tussen die belangen maakt de rechter per zaak.
Welke positie heeft het slachtoffer?
Het slachtoffer heeft geen vetorecht, maar het OM moet zijn belangen meewegen. Het slachtoffer behoudt zijn gewone rechten: kennisnemen van processtukken, spreekrecht op de zitting en voeging als benadeelde partij voor schadevergoeding (artikel 51f Sv). Besluit het OM door de afspraak bepaalde feiten niet te vervolgen, dan kan het slachtoffer daarover beklag doen bij het gerechtshof (artikel 12 Sv).
Wat bespreekt u met uw advocaat voordat u instemt?
- Van welke rechten u precies afstand doet, zoals het horen van getuigen of het voeren van verweren.
- Wat er gebeurt als de rechter hoger uitkomt dan het voorstel, en of de afspraak daarvoor een marge bevat.
- Of u na de uitspraak nog hoger beroep kunt instellen (binnen veertien dagen, artikel 408 Sv) en wat een eerdere toezegging daarvoor betekent.
- Of u zelf op de zitting aanwezig moet zijn om de vrijwilligheid te bevestigen.
Hoe wij u bijstaan bij procesafspraken
Wij staan verdachten en slachtoffers bij binnen het strafrecht.
- Wij beoordelen of een procesafspraak in uw zaak verstandig is en welke rechten u daarvoor opgeeft.
- Wij voeren het overleg met het OM over de omvang van het onderzoek en de strafeis.
- Wij leggen de afspraak schriftelijk vast en toetsen haar aan de punten uit HR 27 september 2022.
- Wij staan slachtoffers bij bij voeging als benadeelde partij en bij een beklag op grond van artikel 12 Sv.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.
