Geen crimineel, toch verdachte: waar hangt de straf bij een ernstig verkeersongeval van af?

Handen op een stuur, gezien van achteren, met een wazige lege weg ervoor, als beeld bij de vraag wat een verkeersfout juridisch betekent.
Handen op een stuur, gezien van achteren, met een wazige lege weg ervoor, als beeld bij de vraag wat een verkeersfout juridisch betekent.
Geen crimineel, toch verdachte: waar hangt de straf bij een ernstig verkeersongeval van af? 3

Eén moment van onoplettendheid. U kijkt net even op uw telefoon, rijdt door rood en raakt een fietser. Of u heeft op een verjaardag een paar glazen gedronken en rijdt naar huis, en onderweg gaat het mis. U bent geen crimineel. U heeft nooit iemand kwaad willen doen. Toch zit u opeens als verdachte tegenover de officier van justitie, en in de zwaarste gevallen dreigt een gevangenisstraf van jaren.

Voor veel mensen is dat de grote schok: het gevoel geen dader te zijn, terwijl de wet u wel als zodanig behandelt. In deze blog leggen we uit hoe dat juridisch zit, waar de hoogte van de straf van afhangt, en waarom de vraag of u nog in aanmerking komt voor een taakstraf juridisch ingewikkelder ligt dan u zou verwachten.

Overtreding of misdrijf?

In het dagelijks spraakgebruik noemen we het allemaal verkeersovertredingen. Juridisch is er echter een belangrijk verschil. Een gewone snelheidsovertreding of een keer fout parkeren is een overtreding en wordt meestal met een boete afgedaan. Maar zodra u door uw eigen schuld een ongeval veroorzaakt waarbij iemand zwaar gewond raakt of overlijdt, valt dat onder artikel 6 van de Wegenverkeerswet. En dat is geen overtreding meer, maar een misdrijf.

Dat onderscheid heeft grote gevolgen. Een misdrijf kan leiden tot een gevangenisstraf en tot een strafblad, met alle gevolgen van dien voor bijvoorbeeld een Verklaring Omtrent het Gedrag. Het verklaart ook waarom iemand die zichzelf als een keurige, voorzichtige verkeersdeelnemer ziet, ineens in een strafzaak terechtkomt die qua zwaarte niet onderdoet voor andere ernstige delicten.

De mate van schuld is bepalend

De belangrijkste factor voor de strafmaat is de mate van schuld. De rechter beoordeelt hoe verwijtbaar uw rijgedrag was, en daarvoor bestaat een glijdende schaal.

Aan de onderkant staat de lichtere schuld: een onoplettendheid, een inschattingsfout, een moment van afleiding dat iedereen kan overkomen. Aan de bovenkant staat roekeloosheid, de zwaarste schuldvorm. Daarvan is sprake bij zeer onvoorzichtig rijgedrag waarbij bewust onaanvaardbare risico’s zijn genomen, bijvoorbeeld een straatrace of extreem hard rijden door de bebouwde kom.

Dat verschil is geen detail. Het bepaalt voor een groot deel binnen welke strafmaximums de rechter werkt. Veroorzaakt u door gewone schuld een dodelijk ongeval, dan ligt het maximum aanzienlijk lager dan wanneer de rechter roekeloosheid bewezen acht. In dat laatste geval lopen de maximumstraffen sterk op.

Opvallend is dat rechters het label roekeloosheid lange tijd terughoudend gebruikten. De Hoge Raad stelde strenge eisen, waardoor zwaar laakbaar gedrag soms toch onder de lichtere schuldvorm viel. Dat leidde tot maatschappelijke onvrede en uiteindelijk tot een aanscherping van de wet.

De gevolgen van het ongeval

Naast de schuldvraag kijkt de rechter naar de gevolgen. Er is een wezenlijk verschil tussen licht letsel, zwaar lichamelijk letsel en de dood van een slachtoffer. Hoe ernstiger het gevolg, hoe hoger de straf die in beeld komt.

Dit voelt voor veel verdachten wrang. Of een onoplettend moment eindigt met een schrik of met een dodelijk slachtoffer, kan een kwestie van centimeters of seconden zijn, en daar heeft u op dat moment geen invloed meer op. Toch weegt de rechter het gevolg nadrukkelijk mee, mede omdat het strafrecht ook recht probeert te doen aan het leed van slachtoffers en nabestaanden.

Verlaten kruising in de schemering met een rood verkeerslicht dat weerspiegelt in het natte wegdek, sobere sfeer bij een blog over straffen na een verkeersongeval.
Geen crimineel, toch verdachte: waar hangt de straf bij een ernstig verkeersongeval van af? 4

Strafverzwarende omstandigheden

De wet noemt een aantal omstandigheden die de straf fors verhogen. Bij dit soort verzwarende factoren kan het wettelijk maximum met de helft worden verhoogd. Het gaat onder meer om:

  • Rijden onder invloed van alcohol of drugs. Dit is veruit de meest voorkomende en zwaarst wegende verzwaring.
  • Aanmerkelijk te hard rijden, gevaarlijk inhalen, geen voorrang verlenen en het negeren van een rood verkeerslicht.
  • Het gebruik van de telefoon of andere afleiding achter het stuur.
  • Doorrijden na een ongeval, oftewel het verlaten van de plaats van het ongeval zonder hulp te bieden of uw gegevens achter te laten.

Juist die combinatie van factoren verklaart de straffen waarvan mensen schrikken. Een dodelijk ongeval dat de rechter als roekeloos kwalificeert, in combinatie met alcohol, kan in de zwaarste gevallen oplopen tot negen jaar gevangenisstraf. Dat zijn de uitersten, maar het laat zien hoe snel de strafmaat kan stijgen zodra meerdere verzwarende elementen samenkomen.

Sinds 2020 kan ook zeer gevaarlijk rijgedrag op zichzelf, dus zonder dat er een slachtoffer valt, als misdrijf worden vervolgd. Wie een opeenstapeling van gevaarlijke gedragingen vertoont, kan ook zonder ongeval al een gevangenisstraf riskeren.

De strafmaxima op een rij

Om te laten zien hoe de schuldvorm, het gevolg en de verhogingsgronden samen de strafmaat bepalen, zet de onderstaande tabel de belangrijkste situaties en de bijbehorende wettelijke maximumstraffen op een rij. Het gaat hierbij om wettelijke maxima. De straf die de rechter daadwerkelijk oplegt, ligt door de persoonlijke omstandigheden in de praktijk vaak lager.

SituatieWettelijke basisGevolgSchuldvorm of gedragingMax. gevangenisstrafRijontzegging
Zeer gevaarlijk rijgedrag zonder ongevalArt. 5a WVWGeen ongeval vereistOpzettelijk in ernstige mate verkeersregels schenden, met levensgevaar of gevaar voor zwaar letsel2 jaartot 5 jaar
Ernstig ongeval met letselArt. 6 jo. 175 WVWLichamelijk letselSchuld1 jaar en 6 maandentot 5 jaar
Ernstig ongeval met dodelijke afloopArt. 6 jo. 175 WVWDoodSchuld3 jaartot 5 jaar
Ernstig ongeval met letselArt. 6 jo. 175 WVWLichamelijk letselRoekeloosheid3 jaartot 5 jaar
Ernstig ongeval met dodelijke afloopArt. 6 jo. 175 WVWDoodRoekeloosheid6 jaartot 5 jaar
Dood, roekeloosheid en een verhogingsgrond (onder invloed of weigering bevel)Art. 175 WVWDoodRoekeloosheid plus verhogingsgrond9 jaartot 5 jaar, bij recidive tot 10 jaar
Letsel, roekeloosheid en een verhogingsgrond (onder invloed of weigering bevel)Art. 175 WVWLichamelijk letselRoekeloosheid plus verhogingsgrond4 jaar en 6 maandentot 5 jaar, bij recidive tot 10 jaar

De tabel maakt twee dingen goed zichtbaar. Ten eerste verdubbelt de stap van gewone schuld naar roekeloosheid bij een dodelijk ongeval het maximum, van drie naar zes jaar. Ten tweede tilt een verhogingsgrond, zoals rijden onder invloed of het weigeren van een bevel tot medewerking, de straf nog verder op, tot negen jaar bij een dodelijk ongeval. Daarbovenop komt vrijwel altijd een rijontzegging, die bij recidive kan oplopen tot tien jaar.

Maakt het uit met welk voertuig u rijdt?

Veel mensen denken dat artikel 6 alleen geldt voor automobilisten. Dat klopt niet. De wet richt zich op iedereen die aan het verkeer deelneemt, en dat is ook een fietser. Ook wie op de fiets door eigen schuld een voetganger doodrijdt, kan zich schuldig maken aan een misdrijf onder artikel 6. Het wettelijke uitgangspunt is voor elk voertuig dus in beginsel gelijk.

In de praktijk maakt het voertuig toch verschil, om drie redenen. Ten eerste de verwachte zorgvuldigheid en het risico: hoe zwaarder en sneller het voertuig, hoe groter het gevaar en hoe hoger de eisen aan uw oplettendheid. Een vrachtwagen of auto kan veel ernstiger letsel veroorzaken dan een fiets, wat doorwerkt in zowel de beoordeling van de schuld als in de gevolgen. Ten tweede de rijontzegging: die is vooral van betekenis bij motorvoertuigen waarvoor een rijbewijs nodig is, en speelt bij een fiets veel minder of niet. Ten derde rijden onder invloed: artikel 8 geldt in beginsel voor de bestuurder van elk voertuig, dus ook voor een fietser, al verloopt de handhaving in de praktijk anders.

Voor beroepschauffeurs komt daar nog iets bij. Wie een vrachtwagen bestuurt, rijdt in werkverband en heeft beroepsmatig met strengere normen en verwachtingen te maken. De wettelijke alcoholgrens is niet anders, maar de professionele context kan wel meewegen in hoe ernstig een fout wordt opgevat. De onderstaande tabel vat samen hoe het voertuig doorwerkt.

VoertuigStrafbaar onder art. 6 WVW bij eigen schuldRijontzegging als strafRijden onder invloed (art. 8)
Fiets (incl. e-bike)JaBeperkt en ongebruikelijkIn beginsel ja
Bromfiets of scooterJaJa, rijbewijs AMJa
MotorJaJa, rijbewijs AJa
PersonenautoJaJa, rijbewijs BJa
VrachtwagenJaJa, rijbewijs CJa

Maakt het uit wie of wat u raakt?

Voor de strafmaat onder artikel 6 is niet zozeer beslissend wíe u raakt, maar welk gevolg dat heeft. De wet kijkt naar de ernst van het letsel, dus naar zwaar lichamelijk letsel of de dood. Of het slachtoffer nu een voetganger, een fietser of een inzittende van een andere auto is, het draait om de uitkomst.

Toch maakt het type slachtoffer indirect wel degelijk verschil. Voetgangers en fietsers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers: zij lopen bij een aanrijding veel sneller ernstig of dodelijk letsel op. Een botsing met een voetganger leidt daardoor eerder tot de zwaardere gevolgcategorieën dan een aanrijding tussen twee auto’s, waarbij de inzittenden beter beschermd zijn door kreukelzones, gordels en airbags.

Daarbij hoort een belangrijk onderscheid. Raakt u uitsluitend een, bijvoorbeeld geparkeerde, auto en is er alleen blikschade zonder dat iemand gewond raakt, dan komt artikel 6 in beginsel helemaal niet in beeld. Het gaat dan om materiële schade, een civiele kwestie, of hooguit om gevaarzetting onder artikel 5. De stap van alleen schade naar iemand die gewond raakt, is juridisch dus veel groter dan veel mensen vermoeden.

Tot slot een nuance die losstaat van de straf, maar die in deze zaken vaak meespeelt. Civielrechtelijk worden kwetsbare verkeersdeelnemers extra beschermd. Op grond van artikel 185 van de Wegenverkeerswet rust op de bestuurder van een motorvoertuig een vergaande aansprakelijkheid tegenover niet-gemotoriseerde slachtoffers, met bijzondere regels voor onder meer kinderen. Dat gaat echter over de schadevergoeding aan het slachtoffer, en niet over de gevangenisstraf of taakstraf die de strafrechter oplegt. Het is goed om die twee sporen, het strafrecht en het civiele recht, uit elkaar te houden.

Moet ik echt de cel in, of kan het ook met een taakstraf?

Dit is misschien wel de vraag die verdachten het meest bezighoudt. Veel mensen gaan ervan uit dat een werkstraf de logische uitkomst is voor iemand zonder strafblad. Bij ernstige verkeersdelicten ligt dat juridisch echter genuanceerder, en daar zit voor de verdediging vaak de belangrijkste ruimte.

De kern is het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht. Dat verbod sluit een zogenoemde kale taakstraf uit, dat wil zeggen een taakstraf zonder dat daarnaast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt opgelegd. Het verbod geldt in twee situaties. De eerste is een veroordeling voor bepaalde ernstige feiten met een serieuze aantasting van de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De tweede is recidive: wanneer aan de verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan het nieuwe feit voor een soortgelijk misdrijf al een taakstraf is opgelegd.

Daar zit meteen een belangrijk aandachtspunt. Voor de recidiveregel is niet voldoende dat er ooit een eerdere taakstraf is opgelegd. Vereist is bovendien dat die eerdere taakstraf vóór het nieuwe feit volledig is verricht, of dat de vervangende hechtenis is bevolen. De gedachte daarachter is dat een tweede kale taakstraf alleen wordt uitgesloten als de eerste kennelijk geen corrigerend effect heeft gehad. Was de oude taakstraf op de pleegdatum nog niet helemaal afgerond, dan geldt het verbod niet. De Hoge Raad heeft op precies dit punt een veroordeling vernietigd, omdat het hof het taakstrafverbod ten onrechte had toegepast terwijl de eerdere taakstraf nog niet volledig was uitgevoerd. Daar komt bij dat die eerdere veroordeling al onherroepelijk moet zijn geworden vóórdat het nieuwe feit werd gepleegd; was dat nog niet het geval, dan telt zij voor het taakstrafverbod niet mee. Een scherpe blik op het dossier kan hier dus letterlijk het verschil maken tussen wel en geen celstraf.

Geldt het verbod wél, dan is er nog steeds geen sprake van een automatische gevangenisstraf. De wet kent in het derde lid een uitzondering: van het verbod mag worden afgeweken indien naast de taakstraf een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd. Daarvan maken rechters in de praktijk veelvuldig gebruik door een taakstraf te combineren met een zeer kort onvoorwaardelijk deel. In recente uitspraken zien we bijvoorbeeld een straf van 91 dagen gevangenisstraf waarvan 90 dagen voorwaardelijk, aangevuld met 120 uur taakstraf en een rijontzegging. Er resteert dan slechts één dag onvoorwaardelijke celstraf, precies genoeg om binnen de wettelijke uitzondering te blijven. Een vergelijkbare constructie is 14 dagen gevangenisstraf waarvan 13 voorwaardelijk, opnieuw met een rijontzegging.

Belangrijk om te begrijpen is dat een uitsluitend voorwaardelijke gevangenisstraf hiervoor niet volstaat. Een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op grond van artikel 14a is op zichzelf mogelijk, maar doorbreekt het taakstrafverbod niet. Daarvoor is juist dat onvoorwaardelijke deel naast de taakstraf nodig. Het lijkt een formaliteit, maar het is precies deze techniek waarmee de wettelijke hoofdregel in de praktijk wordt verzacht. In de juridische literatuur wordt dan ook wel opgemerkt dat het verbod regelmatig wordt ondervangen door combinaties met korte onvoorwaardelijke gevangenisstraffen.

Aan die techniek zit wel een bovengrens. De wet staat een taakstraf naast een gevangenisstraf alleen toe als het onvoorwaardelijk uit te zitten deel niet meer dan zes maanden bedraagt. Wordt het onvoorwaardelijke deel langer, dan is de combinatie met een taakstraf op zichzelf al in strijd met de wet. Het onvoorwaardelijke deel moet dus echt bestaan, maar mag ook niet te groot zijn: de ruimte voor een combinatievonnis ligt precies tussen die twee grenzen in.

Voor de verdediging liggen hier dus twee zelfstandige routes. De eerste is betogen dat het taakstrafverbod in deze concrete zaak feitelijk niet van toepassing is, bijvoorbeeld omdat aan de strikte recidivevoorwaarden niet is voldaan. De tweede is, als het verbod wél geldt, pleiten voor een combinatievonnis met een minimaal onvoorwaardelijk deel, zodat een onvoorwaardelijke celstraf van betekenis achterwege blijft.

Tot slot speelt de motivering een rol. De feitenrechter heeft een ruime vrijheid bij het bepalen van de straf, maar wanneer de verdediging een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inneemt en de rechter daarvan afwijkt, moet dat in het bijzonder worden gemotiveerd. Concreet betekent dit dat de rechter tegenover een goed gevoerd verweer ten minste moet uitleggen waarom het taakstrafverbod wel of niet geldt, en waarom de gekozen strafvorm passend is. Een sterk onderbouwd standpunt dwingt de rechter dus tot een inhoudelijke reactie, en juist daar kan de uitkomst worden beïnvloed.

Persoonlijke omstandigheden en gedrag na het ongeval

De rechter kijkt niet alleen naar het ongeval zelf, maar ook naar de persoon achter het stuur. Is er sprake van recidive, of is dit een eerste misstap? Hoe heeft u zich na het ongeval gedragen? Heeft u hulp geboden, openheid van zaken gegeven en oprechte spijt getoond?

Ook uw persoonlijke situatie telt mee. Werk, gezin, gezondheid en de vraag of een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onevenredig hard zou uitpakken, kunnen reden zijn voor een lagere of deels voorwaardelijke straf. Deze omstandigheden maken vaak het verschil tussen wat de wet maximaal toestaat en wat in uw concrete zaak een passende straf is.

De rijontzegging: een vaak onderschatte straf

Bij de discussie over hoge straffen gaat het meestal over de gevangenisstraf. Maar in de praktijk is de ontzegging van de rijbevoegdheid voor veel mensen minstens zo ingrijpend. Wie voor zijn werk of zorgtaken afhankelijk is van de auto, kan door een rijverbod van enkele jaren in grote problemen komen, ook als er geen onvoorwaardelijke celstraf wordt opgelegd. Het is daarom een onderdeel van de straf dat in elke verkeerszaak nadrukkelijk aandacht verdient.

Waarom de straffen zo hoog zijn

De relatief hoge straffen zijn geen toeval. De wetgever heeft de maximumstraffen voor ernstige verkeersdelicten de afgelopen jaren bewust verhoogd, deels onder maatschappelijke druk en mede ingegeven door zaken waarin de opgelegde straf als te licht werd ervaren. Het idee daarachter is dat het verkeer een plek is waar onvoorzichtigheid letterlijk levensgevaarlijk is, en dat daar een stevige norm tegenover hoort te staan.

Dat verklaart het spanningsveld waar dit stuk mee begon. U bent geen crimineel in de klassieke zin, maar het strafrecht maakt op dat punt geen uitzondering. De gevolgen van een fout in het verkeer kunnen zo groot zijn dat de wet er zwaar aan tilt.

Veelgestelde vragen

Ben ik een crimineel als ik door een ongeluk iemand aanrijd?

In uw beleving niet, en dat is begrijpelijk. Juridisch verandert het wel zodra er door uw schuld zwaar letsel of een dode valt: dan is het geen overtreding meer, maar een misdrijf onder artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Dat kan leiden tot een strafblad, ook bij iemand die nooit eerder met justitie in aanraking is geweest.

Moet ik altijd naar de gevangenis?

Nee. Of een gevangenisstraf wordt opgelegd, en hoe lang, hangt af van de mate van schuld, de gevolgen en de omstandigheden. In veel zaken is er ruimte voor een deels voorwaardelijke straf, en soms voor een combinatie met een taakstraf. Alleen in de zwaarste gevallen, zoals roekeloosheid in combinatie met alcohol en een dodelijk slachtoffer, komen de hoogste celstraffen in beeld.

Kan ik een taakstraf krijgen?

Soms wel, maar niet altijd. Voor ernstige verkeersdelicten geldt het taakstrafverbod van artikel 22b: een kale taakstraf is dan uitgesloten. De rechter kan een taakstraf nog wel opleggen als het verbod niet van toepassing is, of door deze te combineren met een kort onvoorwaardelijk deel gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden. Hier ligt vaak de belangrijkste ruimte voor de verdediging.

Wat is het verschil tussen schuld en roekeloosheid?

Schuld is de lichtere vorm: een onoplettendheid of inschattingsfout. Roekeloosheid is de zwaarste vorm en betekent dat bewust onaanvaardbare risico’s zijn genomen, zoals een straatrace. Dat onderscheid is bepalend, want bij een dodelijk ongeval verdubbelt het strafmaximum van drie naar zes jaar zodra roekeloosheid wordt aangenomen.

Maakt het uit of ik had gedronken?

Ja, en flink. Alcohol of drugs is een verhogingsgrond die het strafmaximum aanzienlijk optrekt. Bij een dodelijk ongeval met roekeloosheid kan de straf daardoor oplopen tot negen jaar. Ook het weigeren van een blaastest of bloedonderzoek werkt als zo’n verhogingsgrond.

Geldt dit ook als ik op de fiets reed?

Ja. Artikel 6 geldt voor iedereen die aan het verkeer deelneemt, dus ook voor fietsers. In de praktijk wegen het soort voertuig en de ernst van het letsel wel mee, maar het wettelijke uitgangspunt is hetzelfde.

Raak ik mijn rijbewijs kwijt?

Dat kan. Naast een gevangenisstraf of taakstraf legt de rechter vaak een rijontzegging op. Die kan tot vijf jaar duren, en bij recidive zelfs langer. Voor wie de auto nodig heeft voor werk of zorg, is dit soms de meest ingrijpende straf.

Moet ik bij de politie meteen een verklaring afleggen?

U bent niet verplicht om uzelf te belasten. Omdat juist de eerste verklaring een grote invloed kan hebben op het verloop van de zaak, is het verstandig om vóór het verhoor met een advocaat te overleggen.

Wat betekent dit als het u overkomt?

Komt u na een ongeval als verdachte in beeld, dan is het belangrijk om te weten dat de uitkomst zelden vaststaat. Juist omdat de strafmaat afhangt van de schuldgradatie, de gevolgen, de omstandigheden en uw persoonlijke situatie, is er vaak meer ruimte dan mensen denken. En ook waar het lijkt alsof een gevangenisstraf onvermijdelijk is, blijkt uit de werking van het taakstrafverbod dat de precieze invulling van de straf nog volop ter discussie kan staan.

De manier waarop de schuldvraag wordt onderbouwd, of roekeloosheid terecht wordt aangenomen, of het taakstrafverbod werkelijk van toepassing is en welke combinatie van straffen passend is, kan een groot verschil maken in de uiteindelijke uitkomst. Wordt u verdacht van een ernstig verkeersdelict, schakel dan in een vroeg stadium juridische bijstand in, bij voorkeur al voor het eerste verhoor. Hoe eerder uw belangen worden behartigd, hoe groter de invloed op de loop van de zaak.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Scroll naar boven