Een transportbedrijf beginnen: vergunning, eisen en het mobiliteitspakket

Een transportbedrijf beginnen: vergunning, eisen en het mobiliteitspakket

Gepubliceerd op 6 april 2017 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Een transportbedrijf beginnen kan in Nederland niet zonder Eurovergunning. Artikel 2.5 van de Wet wegvervoer goederen verbiedt beroepsvervoer zonder geldige communautaire vergunning, en artikel 2.1 van diezelfde wet legt de grens bij vrachtauto’s met een laadvermogen van meer dan 500 kilogram of een toelaatbare maximummassa van meer dan 2,5 ton. De NIWO verleent de vergunning, die maximaal vijf jaar geldig is.

Wanneer hebt u een Eurovergunning nodig?

De vergunningplicht hangt aan het begrip beroepsvervoer. Artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen omschrijft dat als vervoer van goederen met een of meer vrachtauto’s dat tegen vergoeding van derden wordt verricht. Rijdt u uitsluitend goederen die bij uw eigen hoofdactiviteit horen, dan is sprake van eigen vervoer en valt u buiten de vergunningplicht. Zodra u tegen betaling voor anderen rijdt, verandert dat.

De tweede vraag is welk voertuig u inzet. Artikel 2.1 van de wet noemt twee drempels naast elkaar: een laadvermogen van meer dan 500 kilogram, of een toelaatbare maximummassa van meer dan 2,5 ton. Die tweede drempel komt uit het Europese mobiliteitspakket. Verordening (EU) 2020/1055 bracht bedrijfsvoertuigen van meer dan 2,5 ton in het internationale goederenvervoer per 21 mei 2022 onder de vergunningplicht, terwijl zij daarvoor waren uitgezonderd.

Voor wie met een enkele zware bestelbus begint, is dit meestal de eerste en onaangenaamste ontdekking. Een busje dat u eerder vergunningvrij mocht inzetten, valt nu onder hetzelfde regime als een trekker met oplegger. Reken die verplichting dus door voordat u het voertuig koopt en niet erna.

Welke vier eisen stelt de wet aan de vervoerder?

Verordening (EG) nr. 1071/2009 stelt in artikel 3 vier eisen waaraan iedere beroepsvervoerder doorlopend moet voldoen. De NIWO toetst ze bij de aanvraag en blijft ze daarna bewaken.

  • Een werkelijke en duurzame vestiging in Nederland, met een feitelijk bedrijfsadres en inschrijving in het handelsregister. Een postbus of een bureaustoel bij een administratiekantoor volstaat niet.
  • Betrouwbaarheid, uitgewerkt in artikel 2.8 van de Wet wegvervoer goederen en aangetoond met een verklaring omtrent het gedrag.
  • Voldoende financiële draagkracht, in de vorm van risicodragend vermogen.
  • Vakbekwaamheid, via een vervoersmanager met een erkend getuigschrift.

Deze eisen staan niet los van elkaar. Valt de vervoersmanager weg of zakt het eigen vermogen onder de norm, dan raakt u niet alleen dat ene onderdeel kwijt: de NIWO kan de vergunning voor het hele bedrijf intrekken en daarmee ligt uw exploitatie stil.

Hoeveel risicodragend vermogen moet u aantonen?

Artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 koppelt het vereiste vermogen aan het wagenpark. Voor motorvoertuigen boven 3,5 ton gaat het om 9.000 euro voor het eerste voertuig en 5.000 euro voor elk volgend voertuig. Wie drie zware voertuigen inzet, moet dus 19.000 euro aan kapitaal en reserves kunnen laten zien.

Voor de categorie daaronder gelden lagere bedragen die in veel oudere overzichten ontbreken. Voor voertuigen tussen 2,5 en 3,5 ton vraagt dezelfde bepaling 1.800 euro voor het eerste voertuig en 900 euro voor elk volgend voertuig. Dat verschil is groot genoeg om de opzet van uw wagenpark op aan te passen.

Let op wat er precies wordt getoetst. Het gaat om kapitaal en reserves, dus om vermogen en niet om omzet, kaspositie of kredietruimte bij de bank. U toont het aan met een jaarrekening of een openingsbalans, in de praktijk voorzien van een verklaring van een accountant of een andere door de NIWO aanvaarde deskundige. Bij een startende onderneming is dit vaak het onderdeel dat de aanvraag vertraagt.

Wat houdt de vakbekwaamheidseis in?

Uw onderneming moet een vervoersmanager aanwijzen die het getuigschrift van vakbekwaamheid Ondernemer beroepsgoederenvervoer over de weg bezit. Dat getuigschrift haalt u door een reeks examens af te leggen bij de daarvoor aangewezen exameninstelling; het is geen formaliteit die u in een middag regelt.

Niet iedere leidinggevende hoeft het diploma te hebben: één vervoersmanager volstaat. Wel moet die persoon in de Europese Unie wonen en permanent en daadwerkelijk leiding geven aan de vervoerswerkzaamheden. Dat mag de eigenaar of bestuurder zijn, maar ook een externe manager, mits er een reële band met de onderneming bestaat en die band met een verklaring inbreng vakbekwaamheid wordt vastgelegd. Een papieren constructie waarbij iemand zijn diploma uitleent zonder dagelijkse bemoeienis houdt bij toetsing geen stand.

Wanneer wordt de vergunning geweigerd of ingetrokken?

De betrouwbaarheidseis is de belangrijkste weigeringsgrond. Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 noemt ernstige inbreuken op onder meer het handelsrecht, het insolventierecht, de regels over arbeidsvoorwaarden, het wegverkeersrecht, de beroepsaansprakelijkheid, de mensen- en drugshandel en het belastingrecht. Artikel 2.8 van de Wet wegvervoer goederen werkt dit uit met de eis van een recente verklaring omtrent het gedrag voor de onderneming of voor de natuurlijke personen erachter.

Daarnaast kan de NIWO advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob. Bestaat het vermoeden dat de vergunning wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen of om crimineel verkregen vermogen te benutten, dan kan zij de vergunning weigeren of intrekken. Wie met zo’n voornemen wordt geconfronteerd, doet er verstandig aan zich te verweren in plaats van af te wachten; hoe dat werkt beschrijven wij bij een vergunning die wegens Bibob wordt geweigerd of ingetrokken.

Hoe verloopt de aanvraag bij de NIWO?

De aanvraag loopt via het digitale loket van de NIWO, de instantie die artikel 2.1 van de Wet wegvervoer goederen daarvoor aanwijst. U levert de stukken aan waarmee u de vier eisen onderbouwt: bewijs van vestiging en inschrijving, de vermogensopstelling, het getuigschrift van de vervoersmanager en de verklaring omtrent het gedrag.

Naast de vergunning zelf krijgt u per voertuig een gewaarmerkt vergunningbewijs, dat in het voertuig aanwezig moet zijn. De vergunning geldt maximaal vijf jaar en kan daarna worden verlengd, waarbij opnieuw aan alle eisen moet worden voldaan. Voor de aanvraag, voor elk vergunningbewijs en voor de jaarlijkse instandhouding brengt de NIWO tarieven in rekening; die worden periodiek bijgesteld, dus ga de actuele bedragen na bij de NIWO zelf voordat u uw begroting sluit.

De Eurovergunning dekt bovendien niet alles. Vervoert u gevaarlijke stoffen, dan gelden aanvullende eisen, en voor ritten buiten de Europese Unie hebt u afhankelijk van het land een CEMT-vergunning of een ritmachtiging nodig. Wie technische producten vervoert of opslaat, krijgt daarnaast te maken met toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport; wij beschreven die valkuilen bij vervoer en opslag apart.

Welke regels uit het mobiliteitspakket raken uw planning?

Het mobiliteitspakket heeft de exploitatie van een internationaal rijdende onderneming ingrijpend veranderd. De eerste regel is de terugkeerplicht: artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 verlangt dat elk voertuig ten minste binnen acht weken na vertrek terugkeert naar een exploitatievestiging in de lidstaat van vestiging. Dat is geen richtsnoer maar een onderdeel van de vestigingseis, en dus van uw vergunning.

De tweede regel betreft cabotage. Na het lossen van een internationale zending mag u binnen zeven dagen ten hoogste drie ritten binnen dat land verrichten. Daarna geldt op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1072/2009 een afkoelingsperiode van vier dagen waarin u met hetzelfde voertuig in datzelfde land geen cabotage meer mag doen. Wie een vaste klant over de grens bedient, moet dat ritme in de planning inbouwen.

De derde regel raakt uw loonkosten. Chauffeurs die in een andere lidstaat werken, hebben in beginsel recht op het minimumloon en de arbeidsvoorwaarden van dat land. Dat verhoogt de kostprijs van internationale ritten en vraagt om een urenadministratie die u achteraf kunt verantwoorden. Daarbovenop staan de rij- en rusttijden, waaronder de regel dat de normale wekelijkse rust niet in de cabine mag worden doorgebracht.

Wat verandert er door de slimme tachograaf sinds 1 juli 2026?

De slimme tachograaf van de tweede generatie is via Verordening (EU) nr. 165/2014, zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2020/1054, stapsgewijs verplicht geworden. De laatste stap is voor startende ondernemers de belangrijkste: sinds 1 juli 2026 geldt de verplichting ook voor bedrijfsvoertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 2,5 ton die internationaal goederenvervoer of cabotage verrichten.

Rijdt u met een bestelbus net boven de 2,5 ton de grens over, dan is de tachograaf sinds die datum dus een harde eis en geen aanbeveling. Neem de aanschaf en inbouw mee in uw startbegroting, naast de vergunning, het getuigschrift en het risicodragend vermogen. Het zijn juist deze stapelende verplichtingen die een transportonderneming duurder maken om te starten dan de prijs van het eerste voertuig doet vermoeden.

Wat regelt u contractueel voordat de eerste rit vertrekt?

Met de vergunning op zak begint het commerciële deel. Voor internationaal wegvervoer is het CMR-verdrag dwingend recht: het bepaalt wie aansprakelijk is voor verlies, beschadiging en vertraging en het begrenst uw aansprakelijkheid, mits u de documenten op orde hebt. Wij zetten de hoofdlijnen uiteen bij aansprakelijkheid onder het CMR-verdrag. Gaat er lading verloren, dan is de vraag wie de schade draagt zelden eenvoudig te beantwoorden; die verdeling beschrijven wij bij lading die kwijtraakt of gestolen wordt.

Rijdt u over de grens, houd dan ook rekening met de vraag welke rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is; wij behandelen dat bij transportgeschillen over de grens. Tot slot bepaalt uw rechtsvorm wie er persoonlijk aansprakelijk is als het misgaat. De stappen daarvoor staan in ons overzicht van idee naar bv.

Veelgestelde vragen

Heb ik een Eurovergunning nodig voor een bestelbus?

Dat hangt af van het voertuig en van het soort vervoer. Bij beroepsvervoer geldt de vergunningplicht zodra het laadvermogen meer dan 500 kilogram bedraagt of de toelaatbare maximummassa meer dan 2,5 ton, zo volgt uit artikel 2.1 van de Wet wegvervoer goederen. Veel zwaardere bestelbussen vallen daar dus onder.

Geldt de vergunningplicht ook voor eigen vervoer?

Nee. Vervoert u uitsluitend goederen die horen bij uw eigen hoofdactiviteit, bijvoorbeeld materiaal naar uw eigen bouwplaats, dan is dat eigen vervoer en geen beroepsvervoer. Zodra u tegen vergoeding voor derden gaat rijden, verandert de kwalificatie en hebt u de vergunning wel nodig.

Hoe lang is de Eurovergunning geldig?

Maximaal vijf jaar. Daarna volgt verlenging, waarbij de NIWO opnieuw beoordeelt of aan de eisen van vestiging, betrouwbaarheid, financiële draagkracht en vakbekwaamheid wordt voldaan.

Kan de NIWO een verleende vergunning weer intrekken?

Ja. Voldoet u niet langer aan een van de vier eisen, of adviseert het Landelijk Bureau Bibob negatief, dan kan de vergunning worden ingetrokken. Tegen dat besluit staan bezwaar en beroep open; de termijnen daarvoor zijn kort, dus wacht niet af.

Hulp bij de start van uw transportonderneming

De vergunning is het begin, niet het eindpunt: de vestigingseis, de terugkeerplicht, de cabotageregels en de tachograafverplichting blijven ook daarna doorlopend gelden. Law & More begeleidt ondernemers bij de aanvraag en bij de verdediging tegen een voorgenomen weigering of intrekking, en toetst de vervoersovereenkomsten en algemene voorwaarden waarmee u gaat rijden. Neem gerust contact met ons op als u wilt weten waar uw plannen juridisch staan.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.