Verkeersdelicten: strafzaak bij het OM en maatregelen van het CBR

Verkeersdelicten en uw rechten – Wat u moet weten

Gepubliceerd op 14 juni 2024 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Bij een verkeersdelict krijgt u meestal met twee trajecten te maken die los van elkaar lopen. Het Openbaar Ministerie (OM) beslist via het strafrecht of u een straf krijgt; het CBR beoordeelt via het bestuursrecht of u nog geschikt of vaardig genoeg bent om te rijden. Ook als de strafrechter u vrijspreekt, kan het CBR dus nog een maatregel opleggen.

Beide trajecten volgen een eigen wet, een eigen bewijsmaatstaf en een eigen termijn. Hieronder leest u hoe ze naast elkaar lopen, wat de Raad van State en de rechtbank over CBR-maatregelen hebben beslist en welke termijnen u niet mag missen.

Welke wet geldt bij een verkeersdelict?

De Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) bevat de regels voor verkeersveiligheid en rijgedrag op de openbare weg. Dezelfde wet regelt zowel de strafbepalingen (hoofdstuk XI, onder meer artikel 179) als de maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid van het CBR (vanaf artikel 130). Overtreedt u deze wet, dan kan dat leiden tot strafrechtelijke vervolging door het OM en tot een bestuursrechtelijke maatregel van het CBR.

OM en CBR naast elkaar: de verschillen

Het OM vervolgt u voor het strafbare feit zelf, bijvoorbeeld rijden onder invloed of gevaarlijk rijgedrag. Het CBR beoordeelt los daarvan of u nog veilig kunt rijden. De strafrechter kijkt terug naar wat er is gebeurd; het CBR kijkt vooruit. Een uitspraak in de strafzaak bindt het CBR niet, en omgekeerd.

Strafrechtelijk traject (OM)Bestuursrechtelijk traject (CBR)
DoelStraffen voor het feitBeschermen van de verkeersveiligheid
Wettelijke basisWVW 1994 (strafbepalingen) en Wetboek van StrafvorderingArtikel 130 en verder WVW 1994, Algemene wet bestuursrecht
Mogelijke uitkomstGeldboete, taakstraf, gevangenisstraf, ontzegging van de rijbevoegdheid (artikel 179 WVW 1994)Educatieve maatregel (EMA of EMG), onderzoek naar rijvaardigheid of geschiktheid, schorsing, ongeldigverklaring
BewijsmaatstafWettig en overtuigend bewezenVoldoende aannemelijk
RechtsmiddelVerzet tegen strafbeschikking binnen twee weken (artikel 257e Sv); hoger beroep tegen vonnisBezwaar binnen zes weken (artikel 6:7 Awb), daarna beroep bij de rechtbank

Welke straffen kan het OM eisen of opleggen?

Het OM vervolgt u voor het verkeersmisdrijf of de overtreding. Bij een dagvaarding bepaalt de rechter op de zitting de straf. Bij lichtere feiten kan het OM zelf een strafbeschikking uitvaardigen; daartegen kunt u binnen twee weken verzet doen (artikel 257e Wetboek van Strafvordering). Doet u dat niet, dan staat de straf vast.

  • Geldboete, taakstraf of gevangenisstraf: de zwaarte hangt af van de ernst van het feit en uw eventuele strafblad.
  • Ontzegging van de rijbevoegdheid (artikel 179 WVW 1994): de rechter verbiedt u voor een bepaalde periode een motorrijtuig te besturen. Dit is een strafrechtelijke bijkomende straf en staat los van wat het CBR beslist.

Bij een ernstig verkeersfeit, zoals rijden onder aanzienlijke invloed of een forse snelheidsoverschrijding, kan de politie uw rijbewijs al op straat invorderen (artikel 164 WVW 1994). Dat is een directe maatregel die los staat van de latere uitspraak van de rechter.

Welke maatregelen kan het CBR opleggen?

Het CBR treedt op na een mededeling van de politie (artikel 130 WVW 1994). Het CBR kan dan zelfstandig, zonder tussenkomst van een rechter, een maatregel opleggen.

  • Educatieve maatregel: een verplichte cursus, zoals de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) of de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG).
  • Onderzoek naar rijvaardigheid of geschiktheid: bij een vermoeden dat u niet meer veilig rijdt. Het CBR kan uw rijbewijs daarbij schorsen.
  • Ongeldigverklaring: blijkt u niet geschikt of vaardig, of werkt u niet mee aan de opgelegde maatregel, dan kan het CBR uw rijbewijs ongeldig verklaren.

Wat zegt de rechtspraak over CBR-maatregelen?

Een vage politiemelding is niet genoeg

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde op 15 december 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2851) een onderzoek naar de rijvaardigheid dat het CBR had opgelegd. De politie had gemeld dat de bestuurder herhaaldelijk over een doorgetrokken middenstreep reed en onnodig remde. De waarnemingen over het remmen waren te vaag, en het overschrijden van de streep was op zichzelf te licht. Het CBR moest de bestuurder ook € 1.046,85 schadevergoeding betalen.

Voor het CBR geldt een lagere bewijsdrempel

De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant wees op 4 februari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1223) een verzoek af om een EMA te schorsen. De bestuurder had volgens het proces-verbaal een bloedproef geweigerd. In het bestuursrecht hoeft dat niet wettig en overtuigend bewezen te zijn; het moet voldoende aannemelijk zijn. Een ambtsedig proces-verbaal geldt als uitgangspunt, tenzij u tegenbewijs levert. Staat de weigering vast, dan schrijft de regeling de EMA dwingend voor en is een belangenafweging niet mogelijk.

Die uitspraak laat zien waarom een vrijspraak in de strafzaak u niet automatisch tegen het CBR beschermt. Omgekeerd laat de uitspraak van de Raad van State zien dat het CBR niet elke melding mag volgen: de feiten moeten concreet genoeg zijn.

Wat doet u na een aanhouding in het verkeer?

Stap 1: noteer wat er gebeurde

Schrijf zo snel mogelijk op hoe de aanhouding, de blaas- of bloedtest en het verhoor verliepen. In beide trajecten is het proces-verbaal van de politie het uitgangspunt; tegenbewijs moet u zelf aandragen, zoals de uitspraak van februari 2026 laat zien.

Stap 2: let op de twee termijnen

Tegen een strafbeschikking van het OM doet u binnen twee weken verzet (artikel 257e Sv). Tegen een besluit van het CBR maakt u binnen zes weken bezwaar (artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). Wijst het CBR uw bezwaar af, dan kunt u in beroep bij de rechtbank. Bezwaar schorst het besluit niet; daarvoor vraagt u een voorlopige voorziening.

Stap 3: stem uw verklaringen af

Wat u in de strafzaak verklaart, kan het CBR lezen, en andersom. Een verklaring die in de ene procedure gunstig lijkt, kan in de andere tegen u werken. Bepaal daarom vooraf één lijn voor beide procedures.

Een voorbeeld ter illustratie: een bestuurder wordt aangehouden voor rijden onder invloed. Het OM vraagt de rechter om een geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid. Tegelijk legt het CBR een EMA op. Wordt de bestuurder in de strafzaak vrijgesproken, dan blijft de EMA staan zolang het CBR de feiten voldoende aannemelijk vindt.

Hoe wij u bijstaan bij een verkeersdelict

  • Wij beoordelen de dagvaarding of strafbeschikking en controleren of de aanhouding, de blaas- of bloedtest en het verhoor volgens de regels zijn verlopen.
  • Wij gaan na of verzet tegen een strafbeschikking zinvol is, binnen de termijn van twee weken.
  • Wij brengen op de zitting uw persoonlijke omstandigheden in bij de vraag naar een ontzegging van de rijbevoegdheid.
  • Wij toetsen of de politiemelding aan het CBR concreet genoeg was en maken zo nodig binnen zes weken bezwaar.

Lees ook: Gedetineerd in een tweepersoonscel tegen uw wil: uw rechten en stappen

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.