Gepubliceerd op 2 april 2026 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
Partneralimentatie stopt niet automatisch zodra u of uw ex-partner de AOW-leeftijd bereikt; de duur hangt af van de wettelijke of afgesproken termijn (artikel 1:157 BW). Alleen bij een huwelijk van meer dan 15 jaar, waarbij de ontvanger bij de scheiding hooguit tien jaar van de AOW-leeftijd af zat, eindigt de alimentatie op het moment dat de ontvanger de AOW-leeftijd bereikt.
Inhoudsopgave
Vervalt partneralimentatie bij de AOW-leeftijd?
De partneralimentatie bij de aow-leeftijd vervalt niet automatisch. Wel is het bereiken van de AOW-leeftijd vaak een wijziging van omstandigheden waardoor de rechter de alimentatie kan verlagen of beëindigen; de wettelijke termijnen staan bij de Rijksoverheid.
De hoofdregel rond partneralimentatie bij de AOW-leeftijd is duidelijk: de alimentatieplicht eindigt in beginsel niet vanzelf puur en alleen omdat iemand die leeftijd bereikt. Het recht op financiële ondersteuning na een echtscheiding is gekoppeld aan specifieke termijnen en voorwaarden uit het Burgerlijk Wetboek, onafhankelijk van het naderende pensioen.
Hieronder leest u wanneer de wettelijke termijn afloopt, wanneer de AOW-leeftijd wél een grens is en hoe een termijn kan worden verlengd of beëindigd.
Hoe lang duurt partneralimentatie?
In de regel de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar. Er gelden uitzonderingen voor ouders van jonge kinderen, voor lange huwelijken en voor ex-partners die vóór 1970 zijn geboren.
De afspraken en wettelijke kaders voor partneralimentatie zijn vastgelegd in Artikel 1:157 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens dit wetsartikel is de duur van de alimentatie afhankelijk van de lengte van het huwelijk en de leeftijd van de betrokkenen, niet direct van het bereiken van het pensioen.
Voor de meeste echtscheidingen geldt momenteel een maximale termijn van vijf jaar. Als het huwelijk korter heeft geduurd dan tien jaar, is de alimentatietermijn gelijk aan de helft van de duur van dat huwelijk (artikel 1:157 BW). Na het verstrijken van deze wettelijke of door de rechter vastgestelde termijn, vervalt de alimentatieplicht van rechtswege. Dit betekent dat de verplichting stopt zonder dat u daarvoor opnieuw naar de rechter hoeft, tenzij er tijdig om een verlenging is verzocht.
Naast de AOW-uitzondering hieronder kent de wet nog twee uitzonderingen. Zijn er kinderen onder de 12 jaar, dan loopt de alimentatie door tot het jongste kind 12 is. Duurde het huwelijk langer dan 15 jaar en is de ontvanger vóór 1 januari 1970 geboren, dan geldt een termijn van tien jaar.
Naast het verstrijken van de termijn kent de wet nog een aantal absolute beëindigingsgronden. De alimentatieplicht eindigt sowieso definitief als de alimentatiegerechtigde hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen “als waren zij gehuwd” (Artikel 1:160 BW). De Hoge Raad benadrukt wel dat beëindiging wegens samenwonen een restrictieve uitleg en zwaar bewijs vereist (ECLI:NL:HR:2013:1246 en ECLI:NL:HR:2016:724).
Wanneer stopt partneralimentatie bij de AOW-leeftijd wél?
Er is binnen de wetgeving één specifieke situatie waarin de AOW-leeftijd wél fungeert als het automatische eindpunt van de partneralimentatie. Dit is geregeld in artikel 1:157 BW en geldt uitsluitend voor langdurige huwelijken van oudere ex-partners.
De alimentatie eindigt pas bij het bereiken van de AOW-leeftijd door de alimentatiegerechtigde als aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:
- Het huwelijk heeft langer dan 15 jaar geduurd.
- De alimentatiegerechtigde was op het moment van de echtscheiding maximaal 10 jaar jonger dan de geldende AOW-leeftijd.
Voldoet de situatie aan deze criteria? Dan duurt de alimentatieplicht voort totdat de ontvanger de AOW-leeftijd bereikt. In alle andere gevallen staat de AOW-leeftijd juridisch los van de einddatum van de partneralimentatie.
Wat betekent AOW of pensioen voor de hoogte van de alimentatie?
AOW en pensioen verhogen het inkomen van de ontvanger, waardoor de behoefte aan alimentatie kan dalen. De betaler kan de rechter dan om verlaging of beëindiging vragen (artikel 1:401 BW).
Zelfs als de wettelijke of overeengekomen termijn nog niet is verstreken, kan het bereiken van de AOW-leeftijd wel degelijk grote gevolgen hebben voor de lopende alimentatie. Het ontvangen van AOW en een eventueel aanvullend pensioen zorgt voor een wijziging in de financiële omstandigheden.
Op grond van Artikel 1:401 BW kan de alimentatieplichtige de rechter verzoeken om de alimentatie te wijzigen of op nul te zetten. De rechter kijkt dan naar de ‘behoefte’. Deze behoefte wordt vastgesteld op basis van het verschil tussen het welstandsniveau tijdens het huwelijk en het actuele inkomen van de gerechtigde, inclusief de nieuwe AOW- en pensioeninkomsten (ECLI:NL:HR:2021:594). Indien dit nieuwe inkomen voldoende is om in het eigen levensonderhoud te voorzien, heft dit de behoefte aan partneralimentatie op en kan de rechter de verplichting beëindigen.
Kan de ontvanger de alimentatie laten verlengen?
Ja, maar alleen als beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd. Het verzoek moet binnen drie maanden na afloop van de termijn bij de rechter liggen.
Soms loopt de alimentatietermijn af, maar is de ontvanger financieel nog niet zelfstandig. De alimentatiegerechtigde kan dan op grond van Artikel 1:157 lid 7 BW de rechter verzoeken om een verlenging. Dit kan ook spelen rond de AOW-leeftijd. Dit verzoek moet uiterlijk binnen drie maanden na het aflopen van de oorspronkelijke termijn worden ingediend.
De rechter hanteert hierbij een zeer strenge maatstaf. Verlenging is alleen mogelijk als ongewijzigde beëindiging van de alimentatie “naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd”. De stelplicht en bewijslast liggen volledig bij de alimentatiegerechtigde. Uit rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2008:BF3928) volgt dat er expliciet wordt gewogen of de ontvanger alles heeft gedaan wat redelijkerwijs mag worden verwacht om financieel zelfstandig te worden.
Waar let u als betaler op?
- Controleer in de beschikking of het convenant welke termijn geldt en wanneer die afloopt.
- Ga na of de AOW-uitzondering geldt: een huwelijk van meer dan 15 jaar en een ontvanger die bij de scheiding hooguit tien jaar van de AOW-leeftijd af zat.
- Vraag om wijziging als AOW of pensioen de behoefte van de ontvanger heeft verlaagd (artikel 1:401 BW).
- Let op samenwonen van de ontvanger: dat beëindigt de alimentatie definitief (artikel 1:160 BW).
Waar let u als ontvanger op?
- Noteer de einddatum van de termijn; een verzoek tot verlenging moet binnen drie maanden daarna bij de rechter liggen.
- Bewaar bewijs van uw inspanningen om financieel zelfstandig te worden.
- Breng uw AOW- en pensioenrechten in kaart, inclusief het deel van het pensioen van uw ex-partner waarop u recht heeft.
- Houd er rekening mee dat het ontbreken van eigen pensioenopbouw op zichzelf meestal geen reden voor verlenging is.
Wat kunnen wij voor u doen bij partneralimentatie en de AOW-leeftijd?
Wij adviseren betalers en ontvangers van partneralimentatie binnen het familierecht.
- Wij berekenen de einddatum van uw alimentatietermijn op grond van artikel 1:157 BW en het convenant.
- Wij beoordelen of de AOW-uitzondering of een andere wettelijke uitzondering op uw situatie van toepassing is.
- Wij herberekenen behoefte en draagkracht met AOW en pensioen erbij en dienen zo nodig een wijzigingsverzoek in (artikel 1:401 BW).
- Wij dienen binnen drie maanden na afloop van de termijn een verzoek tot verlenging in, of voeren daartegen verweer.
- Wij onderzoeken of samenwonen van de ontvanger de alimentatie heeft beëindigd (artikel 1:160 BW).
Samengevat
- Partneralimentatie stopt niet automatisch bij de AOW-leeftijd.
- De hoofdregel is de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar (artikel 1:157 BW).
- Bij een huwelijk van meer dan 15 jaar en een ontvanger die bij de scheiding hooguit tien jaar van de AOW-leeftijd af zat, loopt de alimentatie tot de AOW-leeftijd van de ontvanger.
- AOW en pensioen kunnen de behoefte verlagen; de betaler kan dan om wijziging vragen (artikel 1:401 BW).
- Verlenging moet binnen drie maanden na afloop van de termijn worden gevraagd.
Veelgestelde vragen over AOW en partneralimentatie
Kan de alimentatieplichtige een verzoek tot beëindiging indienen wegens AOW-inkomsten?
Ja. De alimentatieplichtige kan aanvoeren dat het ontvangen van AOW en aanvullend pensioen de behoefte aan partneralimentatie deels of geheel opheft. Een wijziging van omstandigheden kan leiden tot vermindering of beëindiging van de alimentatieverplichting. De rechter beoordeelt het totale actuele inkomen ten opzichte van de levensstandaard tijdens het huwelijk.
Welke mogelijkheden zijn er om de termijn te verlengen na de AOW-leeftijd?
De alimentatiegerechtigde kan op grond van Artikel 1:157 lid 7 BW om verlenging verzoeken indien beëindiging onredelijk is. Dit verzoek moet binnen drie maanden na afloop van de termijn worden ingediend. De maatstaf is streng: men moet aantonen dat beëindiging uitzonderlijk ingrijpend is en dat men zich voldoende heeft ingespannen om financieel onafhankelijk te worden.
Welke bewijslast rust op de alimentatiegerechtigde bij een verzoek tot verlenging?
De volledige stelplicht en bewijslast rusten bij de alimentatiegerechtigde. Deze partij moet met concrete bewijsstukken onderbouwen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Factoren zoals gezondheid, arbeidsverleden en aantoonbare inspanningen tot financiële zelfstandigheid moeten gedetailleerd worden aangetoond.
Kan de betaler verweer voeren door te wijzen op onvoldoende inspanningen van de ex-partner?
Absoluut. Dit is in de rechtspraak een veelgebruikt en zwaarwegend verweer. Als de alimentatieplichtige aantoont (of de ontvanger onvoldoende weerlegt) dat de ex-partner niet heeft gesolliciteerd of onvoldoende heeft gedaan om het eigen inkomen te verhogen, wordt het verzoek tot verlenging doorgaans afgewezen (ECLI:NL:RBOVE:2025:5342).
Vormt het ontbreken van eigen pensioenopbouw een reden voor verlenging?
Het ontbreken van pensioenopbouw is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid die verlenging rechtvaardigt. De rechter beschouwt het gebrek aan pensioen vaak als een voorzienbaar risico, inherent aan het niet-werken tijdens of na het huwelijk. Alleen in combinatie met andere zwaarwegende factoren, zoals volledige arbeidsongeschiktheid, kan het meewegen.
Kan de rechter ambtshalve bijzondere omstandigheden aannemen bij gebrek aan bewijs?
Nee. De rechter mag niet ambtshalve (op eigen initiatief) vaststellen dat er bijzondere omstandigheden zijn als de alimentatiegerechtigde hiervoor onvoldoende bewijs levert. De rechter mag het partijdebat niet zelfstandig aanvullen. Bij gebrek aan sluitend bewijs wordt het verlengingsverzoek afgewezen.
Moet de rechter hoor en wederhoor toepassen bij het beoordelen van deze zaken?
Ja. Krachtens Artikel 19 Rv lid 1 is de rechter verplicht om beide partijen in de gelegenheid te stellen hun standpunten naar voren te brengen. De rechter mag zijn oordeel nooit baseren op gegevens of aannames waarover de tegenpartij zich niet adequaat heeft kunnen uitlaten. Dit voorkomt verrassingsbeslissingen en waarborgt een eerlijk proces (ECLI:NL:HR:2026:132).
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina familierecht advocaat.
