Gepubliceerd op 7 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Partneralimentatie duurt sinds 1 januari 2020 in beginsel de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar. De belangrijkste uitzondering: hebt u samen kinderen jonger dan twaalf jaar, dan loopt de plicht door tot het jongste kind twaalf wordt.
De hoogte hangt af van twee dingen: de behoefte van de ontvanger en de draagkracht van de betaler. De regels staan in artikel 1:157 van het Burgerlijk Wetboek, boek 1. Hieronder leest u hoe de termijn loopt, hoe het bedrag wordt berekend, wat de Hoge Raad over verlenging en samenwonen heeft beslist en hoe u het bedrag later laat aanpassen.
Inhoudsopgave
Op welke wetsbepaling berust partneralimentatie?
Op de onderhoudsplicht tussen ex-echtgenoten uit artikel 1:157 BW. Die geldt ook voor ex-geregistreerde partners, maar niet voor ongehuwd samenwonenden.
Tijdens het huwelijk moeten echtgenoten elkaar het nodige verschaffen. Die verbondenheid stopt niet abrupt bij de scheiding. Artikel 1:157 BW geeft de rechter de bevoegdheid om de ene ex-echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud te laten betalen aan de ander. Wie tijdens het huwelijk minder is gaan werken, bijvoorbeeld om voor de kinderen te zorgen, verliest verdiencapaciteit die na de scheiding niet direct terugkomt. Partneralimentatie overbrugt die periode.
Voor ongehuwd samenwonenden bestaat geen wettelijke onderhoudsplicht na de breuk, hoe lang de relatie ook duurde. Alleen als u in een samenlevingscontract zelf een onderhoudsverplichting hebt afgesproken, is er een aanspraak. Die berust dan op de overeenkomst. De verschillen leest u in ons artikel over partneralimentatie na samenwonen tegenover die na een huwelijk.
Partneralimentatie staat los van kinderalimentatie. Kinderalimentatie is bedoeld voor de kosten van de kinderen en loopt door tot het kind 21 jaar wordt (artikel 1:395a BW). Kinderalimentatie gaat voor: pas als die is betaald, komt de resterende draagkracht beschikbaar voor de ex-partner. Een overzicht van beide vormen vindt u op onze pagina over alimentatie.
Wanneer kent de rechter partneralimentatie toe?
Als de ene ex-partner behoefte heeft en de andere draagkracht. Ontbreekt een van beide, dan stelt de rechter geen alimentatie vast.
Behoefte betekent dat u onvoldoende inkomen hebt om in uw eigen levensonderhoud te voorzien en dat ook redelijkerwijs niet kunt verwerven. De rechter kijkt naar de welstand tijdens het huwelijk, uw leeftijd, gezondheid en arbeidsverleden. Wie zonder goede reden niet solliciteert of minder gaat werken, kan te maken krijgen met een fictief inkomen: de rechter rekent dan met wat u had kunnen verdienen.
Draagkracht betekent dat de betaler financiële ruimte heeft zonder zelf onder een aanvaardbaar bestaansminimum te zakken. Ook dat beoordeelt de rechter aan de hand van de alimentatienormen van de Rechtspraak.
Is de scheiding nog niet afgerond, dan kan de rechtbank op verzoek voorlopige voorzieningen treffen, onder meer over een bijdrage in het levensonderhoud (artikel 822 Rv). Die gelden voor de duur van de procedure. Meer daarover leest u in ons artikel over voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.
Hoe lang loopt de alimentatietermijn?
De helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar. De termijn begint op de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
De huwelijksduur telt vanaf de trouwdatum tot de dag waarop het verzoek tot echtscheiding is ingediend. Jaren van samenwonen vóór het huwelijk tellen niet mee. De tabel laat zien hoe de hoofdregel uitpakt.
| Duur van het huwelijk | Alimentatietermijn (hoofdregel) |
|---|---|
| 4 jaar | 2 jaar |
| 6 jaar | 3 jaar |
| 8 jaar | 4 jaar |
| 10 jaar of langer | 5 jaar (maximum) |
Op die hoofdregel bestaan drie uitzonderingen:
- hebt u samen kinderen jonger dan twaalf jaar, dan loopt de verplichting door tot het jongste kind twaalf wordt;
- duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en bereikt de ontvanger binnen tien jaar de AOW-leeftijd, dan loopt de alimentatie door tot die AOW-leeftijd;
- duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en is de ontvanger geboren op of vóór 1 januari 1970, dan geldt een termijn van tien jaar.
Vallen meerdere uitzonderingen samen, dan geldt de langste termijn. Wat er gebeurt als de AOW-leeftijd in zicht komt, leest u in ons artikel vervalt partneralimentatie automatisch bij de AOW-leeftijd?
Actueel: de termijn van maximaal vijf jaar geldt sinds de Wet herziening partneralimentatie op 1 januari 2020 in werking trad. Is het scheidingsverzoek vóór die datum ingediend, dan geldt het oude recht, met een maximumtermijn van twaalf jaar. Laat bij een oudere verplichting daarom eerst nagaan welk regime van toepassing is.
Let ook op de inschrijving. Volgens artikel 1:163 BW moet de echtscheidingsbeschikking binnen zes maanden worden ingeschreven. Gebeurt dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht en bent u nog getrouwd.
Wanneer kunt u verlenging van de termijn vragen?
Pas als het einde van de termijn in zicht is. Is beëindiging dan zo ingrijpend dat die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de ontvanger kan worden gevergd, dan kan de rechter de termijn verlengen (artikel 1:157 BW).
De Hoge Raad heeft dat moment op 16 mei 2025 vastgelegd. Een vrouw vroeg al bij het eerste alimentatieverzoek om een langere termijn. Volgens de Hoge Raad kan dat niet: een verzoek tot verlenging kan pas worden gedaan in het zicht van het einde van de alimentatietermijn (ECLI:NL:HR:2025:751). Pas dan kan de rechter de omstandigheden goed beoordelen.
De lat ligt hoog. Het Gerechtshof Amsterdam wees op 6 februari 2024 een verzoek af van een vrouw die verlenging vroeg voor de duur van een voltijdse studie. Het hof oordeelde dat die studie voor haar eigen rekening kwam en niet voortvloeide uit het huwelijk. Ook was niet aangetoond dat zij niet kon terugkeren naar de arbeidsmarkt (ECLI:NL:GHAMS:2024:460). Wanneer een verzoek wel kans maakt, leest u in onze uitleg over de hardheidsclausule bij partneralimentatie.
Hoe wordt het maandbedrag berekend?
In twee stappen: eerst de behoefte van de ontvanger, daarna de draagkracht van de betaler. De rekenregels staan in het Rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatienormen, vroeger bekend als de Tremanormen.
De behoefte is het bedrag dat nodig is om een levensstandaard te behouden die aansluit bij die tijdens het huwelijk. Rechters gebruiken daarvoor een vuistregel die is afgeleid van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk, verminderd met de kosten van de kinderen. Daarna wordt gekeken wat de ontvanger zelf kan verdienen. Het verschil heet de aanvullende behoefte.
Vervolgens wordt de draagkracht van de betaler berekend. Van zijn netto besteedbaar inkomen gaan onder meer de woonlasten en een vast bedrag voor levensonderhoud af, en eerst de kinderalimentatie. Wat overblijft, is beschikbaar voor partneralimentatie. Tot slot volgt vaak een vergelijking van het besteedbaar inkomen van beide partijen, zodat de betaler er niet structureel slechter van afkomt dan de ontvanger.
De alimentatienormen worden bijgewerkt en gepubliceerd door de Rechtspraak. Ze zijn geen wet en binden de rechter niet. In de praktijk vormen ze wel het vertrekpunt van bijna elke onderhandeling en beschikking. De discussie gaat daarom meestal niet over de methode, maar over de cijfers: welk inkomen telt mee, welke lasten zijn noodzakelijk en welke verdiencapaciteit is realistisch.
Bij ondernemers is dat het scherpst. De fiscale winst zegt weinig over wat er werkelijk beschikbaar is. Rechters kijken daarom naar het gemiddelde resultaat over meerdere jaren, naar noodzakelijke investeringen en naar de continuïteit van de onderneming. Over de fiscale gevolgen van alimentatie kunt u het best een fiscalist raadplegen.
Wanneer eindigt de verplichting vanzelf?
Na afloop van de termijn, bij overlijden van een van beiden en als de ontvanger hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven als waren zij gehuwd (artikel 1:160 BW).
Het einde door hertrouwen of samenleven is definitief. Loopt die nieuwe relatie later stuk, dan herleeft de alimentatie niet. Juist omdat de gevolgen zo ingrijpend zijn, legt de rechter het begrip samenleven als waren zij gehuwd streng uit. Vereist is een affectieve relatie van duurzame aard, met wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. De betaler moet het samenwonen bewijzen.
Hoe strikt die uitleg is, blijkt uit een beschikking van de Hoge Raad van 20 december 2013. De ontvanger woonde samen met een man die nog met een ander getrouwd was. Volgens de Hoge Raad valt samenleven met een gehuwde partner niet onder artikel 1:160 BW zolang diens huwelijk voortduurt. Dat bleef zo, ook al hield de nieuwe partner zijn huwelijk volgens het hof juist in stand om de alimentatie te laten doorlopen (ECLI:NL:HR:2013:2058).
Overlijdt de ontvanger of de betaler, dan eindigt de alimentatieplicht. De erfgenamen van de betaler zetten de betalingen niet voort.
Hoe laat u een vastgesteld bedrag aanpassen?
Via een verzoek aan de rechter als de omstandigheden zijn gewijzigd (artikel 1:401 BW). Hebt u een niet-wijzigingsbeding afgesproken, dan ligt de drempel veel hoger.
Artikel 1:401 BW maakt wijziging of intrekking mogelijk als de uitspraak of overeenkomst door gewijzigde omstandigheden niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Denk aan baanverlies, arbeidsongeschiktheid, de geboorte van een kind in een nieuw gezin of een flinke verandering in woonlasten. Ook een uitspraak of afspraak die van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte, kan zo worden gecorrigeerd.
Hebt u in het convenant een niet-wijzigingsbeding opgenomen (artikel 1:159 BW), dan kan de rechter dat alleen doorbreken bij een zo ingrijpende wijziging dat vasthouden aan de afspraak naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Denk aan een blijvend en fors inkomensverlies dat niet aan de betaler zelf te wijten is. Wat verder in zo’n overeenkomst hoort, leest u in ons artikel over het echtscheidingsconvenant.
De procedure verloopt via een verzoekschrift bij de rechtbank, met financiële stukken van beide kanten. Bijstand van een advocaat is verplicht. De rechter is terughoudend met terugwerkende kracht en kiest als ingangsdatum vaak de datum van het verzoekschrift. Wachten met een verzoek kan u dus geld kosten.
Met hoeveel stijgt de alimentatie per 1 januari?
Per 1 januari 2026 met 4,6 procent. Het bedrag wordt elk jaar op 1 januari van rechtswege verhoogd met een percentage dat de minister vaststelt (artikel 1:402a BW). De betaler moet die verhoging zelf doorvoeren.
| Ingangsdatum | Indexering | Bron |
|---|---|---|
| 1 januari 2025 | 6,5% | Rijksoverheid, 25 oktober 2024 |
| 1 januari 2026 | 4,6% | Staatscourant 2025, 39488 |
Er is geen nieuwe beschikking voor nodig. Wie de indexering jaar na jaar vergeet, bouwt ongemerkt een achterstand op die de ontvanger kan opeisen. Partijen kunnen de indexering in het convenant uitsluiten, maar dat moet uitdrukkelijk zijn afgesproken. Meer daarover leest u in ons artikel over de indexering van alimentatie.
Wat doet u als de alimentatie niet wordt betaald?
Met een beschikking of een convenant dat in de beschikking is opgenomen, kunt u een deurwaarder beslag laten leggen. U kunt de inning ook overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO).
De beschikking is een executoriale titel (artikel 430 Rv). Daarmee kan een deurwaarder beslag leggen op loon of bankrekening. Bij loonbeslag geldt een beslagvrije voet, zodat de betaler een minimum overhoudt.
Het LBIO kan zowel kinder- als partneralimentatie voor u innen. Een van de voorwaarden is dat uw ex-partner u nog minimaal € 10 aan alimentatie verschuldigd is (stand 29 oktober 2026). De overige voorwaarden staan bij de Rijksoverheid en het LBIO. Welke route het snelst werkt, hangt af van de vraag of er verhaal is. Wij zetten de opties op een rij in ons artikel over het niet betalen van alimentatie.
Wat legt u in het convenant vast over partneralimentatie?
Alle afspraken die later tot discussie kunnen leiden. Neem het convenant op in de echtscheidingsbeschikking; dan kunt u bij wanbetaling direct een deurwaarder inschakelen.
Een afspraak die alleen in een brief of appbericht staat, heeft die kracht niet. Leg in het convenant in elk geval ondubbelzinnig vast:
- het maandbedrag en de betaaldatum;
- de einddatum of de gebeurtenis waarop de verplichting eindigt;
- of de wettelijke indexering van artikel 1:402a BW van toepassing is;
- of de afspraak kan worden gewijzigd, en zo ja onder welke voorwaarden (artikel 1:159 BW).
Regel ook wat er gebeurt met bijzondere inkomsten, zoals een bonus, en wie welke financiële gegevens jaarlijks aanlevert. Onduidelijkheid over zulke punten is een veelvoorkomende bron van procedures op grond van artikel 1:401 BW.
Een alternatief is afkoop: de betaler betaalt ineens een bedrag en daarmee eindigt de verplichting. Dat geeft rust, maar is onomkeerbaar. Laat de fiscale gevolgen van een afkoopsom altijd door een fiscalist beoordelen.
Komt u er samen niet uit, dan hoeft de rechter niet de eerste stap te zijn. Mediation of onderhandeling via advocaten leidt vaak sneller tot een werkbare afspraak, zeker als er kinderen jonger dan twaalf zijn en de termijn daardoor langer loopt. Lukt dat niet, dan stelt de rechtbank de alimentatie vast. Zie ook ons artikel over een vechtscheiding of vriendschappelijk uit elkaar.
Hoe wij u bijstaan bij partneralimentatie
Onze familierechtadvocaten staan zowel de partner bij die alimentatie vraagt als de partner die moet betalen.
- Wij berekenen behoefte en draagkracht volgens het Rapport alimentatienormen.
- Wij toetsen welke termijn geldt en of een uitzondering van artikel 1:157 BW van toepassing is.
- Wij stellen het convenant op en bespreken of een niet-wijzigingsbeding verstandig is.
- Wij dienen een verzoek tot wijziging of verlenging in bij de rechtbank.
Partneralimentatie in vijf punten
- Voor verzoeken vanaf 1 januari 2020 geldt een termijn van de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar.
- Verlenging vraagt u pas als het einde van de termijn in zicht is (Hoge Raad, 16 mei 2025).
- Samenleven met een partner die nog getrouwd is, beëindigt de alimentatie niet (Hoge Raad, 20 december 2013).
- Per 1 januari 2026 zijn alle alimentatiebedragen met 4,6 procent verhoogd.
- Een niet-wijzigingsbeding wordt alleen bij een zeer ingrijpende wijziging doorbroken.
Veelgestelde vragen
Tellen de jaren van samenwonen vóór het huwelijk mee voor de termijn?
Nee. Voor de termijn van artikel 1:157 BW telt de huwelijksduur vanaf de trouwdatum tot de dag waarop het verzoek tot echtscheiding is ingediend. Samenwonen vóór het huwelijk blijft buiten beschouwing.
Kunt u afspreken dat er geen partneralimentatie wordt betaald?
Ja. Ex-echtgenoten mogen in het convenant afspreken dat geen partneralimentatie verschuldigd is (artikel 1:158 BW). Voor kinderalimentatie kan dat niet: afstand daarvan is nietig. Zonder niet-wijzigingsbeding kan de rechter de afspraak later op grond van artikel 1:401 BW wijzigen.