Gepubliceerd op 27 december 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
In een strafzaak mag de rechter alleen bewijs gebruiken uit de vijf wettige bewijsmiddelen van artikel 339 Wetboek van Strafvordering. Voor een veroordeling moet hij daaruit de overtuiging hebben gekregen dat u het feit heeft begaan (artikel 338 Sv). Is bewijs onrechtmatig verkregen, dan volgt niet automatisch uitsluiting: de rechter kan op grond van artikel 359a Sv ook volstaan met strafvermindering of alleen de vaststelling van het verzuim.

In dit artikel leest u welke bewijsmiddelen er zijn, welke minimumregels gelden, wanneer onrechtmatig bewijs wordt uitgesloten en hoe u zelf rechtmatig ontlastend bewijs veiligstelt. Meer over de bewijsregels in de rechtszaal leest u ook in een apart artikel.
Inhoudsopgave
Welke wettige bewijsmiddelen zijn er?
| Bewijsmiddel | Wetsartikel | Voorbeeld | Let op |
|---|---|---|---|
| Eigen waarneming van de rechter | Art. 340 Sv | Wat de rechter op de zitting of bij een schouw zelf ziet | Bijvoorbeeld het bekijken van camerabeelden op de zitting |
| Verklaring van de verdachte | Art. 341 Sv | Een bekentenis op de zitting of bij de politie | Alleen de verklaring van de verdachte is niet genoeg (art. 341 lid 4 Sv) |
| Verklaring van een getuige | Art. 342 Sv | Een ooggetuige of de aangever | Eén getuige alleen is niet genoeg (art. 342 lid 2 Sv) |
| Verklaring van een deskundige | Art. 343 Sv | Een NFI-rapport over DNA of een psychiater | De verdediging kan om tegenonderzoek vragen |
| Schriftelijke bescheiden | Art. 344 Sv | Een proces-verbaal van de politie, bankafschriften, chatberichten | Een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar kan alleen genoeg zijn (art. 344 lid 2 Sv) |
Camerabeelden, berichten en DNA-uitslagen komen dus altijd via een van deze vijf routes in de zaak: als proces-verbaal van wat de politie op de beelden zag, als deskundigenrapport, of doordat de rechter de beelden zelf bekijkt. Meer over DNA en digitale sporen leest u in een apart artikel.
Hoeveel bewijs is nodig voor een veroordeling?
Er is geen algemene regel dat er altijd twee bewijsmiddelen moeten zijn. De wet kent wel twee concrete minimumregels:
- De verklaring van de verdachte alleen is niet genoeg (artikel 341 lid 4 Sv). Er moet ander bewijs zijn dat die verklaring ondersteunt.
- De verklaring van één getuige alleen is niet genoeg (artikel 342 lid 2 Sv). Dat geldt ook voor de aangifte van het slachtoffer, bijvoorbeeld bij huiselijk geweld. Ander bewijs, zoals een letselverklaring of een proces-verbaal van de politie, moet de verklaring ondersteunen.
Daarnaast geldt het tweede vereiste: de rechter moet overtuigd zijn. Wettig bewijs dat de rechter niet overtuigt, leidt tot vrijspraak. De bewijslast ligt bij het Openbaar Ministerie. U hoeft uw onschuld niet te bewijzen; dat volgt uit het vermoeden van onschuld (artikel 6 lid 2 EVRM).
Een voorbeeld van wettig maar onvoldoende bewijs: het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden sprak op 2 oktober 2025 een verdachte vrij van diefstal met braak. Op de buitenkant van een raam zat een DNA-mengprofiel met de verdachte als mogelijke hoofddonor. Het hof vond het niet onaannemelijk dat de inbreker handschoenen droeg en het DNA via overdracht op het raam kwam. Ander bewijs dat de verdachte bij de woning was, ontbrak.

Hoe beoordeelt de rechter de betrouwbaarheid van bewijs?
De rechter waardeert het bewijs vrij. Hij bepaalt zelf welk bewijsmiddel hij gelooft en hoe zwaar het weegt. Daarbij let hij onder meer op:
- Getuigen: geheugen, tijdsverloop, suggestieve vragen tijdens het verhoor en eventuele belangen. Zie ook de rol van getuigen in strafzaken.
- Forensisch bewijs: hoe het spoor is veiliggesteld, of besmetting mogelijk was en of het iets zegt over de handeling of alleen over de herkomst.
- Digitaal bewijs: wie het apparaat gebruikte, of tijdstempels kloppen en of de gegevens volledig zijn.
- De verklaring van de verdachte: hoe die tot stand kwam. Zie ook de bewijswaarde van een bekentenis.
Voert uw advocaat een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt aan, bijvoorbeeld dat een getuige onbetrouwbaar is, en wijkt de rechter daarvan af, dan moet hij in het vonnis uitleggen waarom (artikel 359 lid 2 Sv). Ook tunnelvisie is een terugkerend aandachtspunt: als politie en justitie zich te vroeg op één verdachte richten, worden alternatieve scenario’s soms niet onderzocht. De verdediging kan dan om aanvullend onderzoek vragen.
Wanneer wordt onrechtmatig bewijs uitgesloten?
Wordt bij het verzamelen van bewijs een voorschrift geschonden en is dat niet meer te herstellen, dan is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. Artikel 359a Sv geeft de rechter dan de bevoegdheid, niet de plicht, om daar een gevolg aan te verbinden. De Hoge Raad heeft op 1 december 2020 het beoordelingskader daarvoor aangepast:
| Rechtsgevolg | Wanneer (HR 1 december 2020) |
|---|---|
| Alleen vaststellen dat er een verzuim is | De rechter mag hiermee volstaan; er bestaat geen plicht om een gevolg te verbinden |
| Strafvermindering | De verdachte heeft daadwerkelijk nadeel geleden door het verzuim, dat nadeel is te compenseren en strafvermindering is gerechtvaardigd |
| Bewijsuitsluiting | Bij een ernstige schending van een voorschrift of rechtsbeginsel, of als de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten wezenlijk heeft aangetast |
| Niet-ontvankelijkheid van het OM | Alleen in uitzonderlijke gevallen, als het recht op een eerlijk proces onherstelbaar is geschonden |
Het minst verstrekkende gevolg heeft voorrang. De rechter weegt het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel voor de verdachte (artikel 359a lid 2 Sv). Bij de ernst kan meetellen hoe verwijtbaar politie en justitie handelden en of hetzelfde verzuim vaker voorkomt. Uitsluiting leidt dus niet vanzelf tot vrijspraak; dat gebeurt alleen als er zonder het uitgesloten bewijs te weinig overblijft. Meer leest u in ons artikel over vormverzuim en artikel 359a Sv.
Verzuimen die in de praktijk vaak terugkomen:
- een doorzoeking of inbeslagname zonder de vereiste machtiging;
- het uitlezen van een telefoon dat verder gaat dan de bevoegdheid toestond (zie mag de politie uw telefoon uitlezen);
- een verhoor zonder cautie of zonder het recht op een advocaat;
- ongeoorloofde druk of misleiding tijdens het verhoor;
- observatie of infiltratie zonder de vereiste bevelen (zie de grenzen van undercoveroperaties).

Hoe kan de verdediging het bewijs toetsen?
- Dossier bestuderen: u heeft als verdachte recht op kennisneming van de processtukken (artikel 30 Sv).
- Onderzoekswensen indienen: tijdens het vooronderzoek kunt u de rechter-commissaris vragen om bijvoorbeeld getuigen te horen of een deskundige te benoemen (artikel 182 Sv).
- Getuigen laten oproepen: u kunt de officier van justitie vragen getuigen voor de zitting op te roepen (artikel 263 Sv).
- Tegenonderzoek: laat een eigen deskundige forensisch of digitaal bewijs beoordelen.
- Verweer op de zitting: wijs op vormverzuimen (artikel 359a Sv) en neem uitdrukkelijk onderbouwde standpunten in over de betrouwbaarheid (artikel 359 lid 2 Sv).
U kunt ervoor kiezen een verklaring af te leggen of te zwijgen (artikel 29 Sv). Beide keuzes zijn legitiem. Meer over het onderzoek in een strafzaak en de rol van de verdediging leest u in onderzoeksvragen in het strafrecht en uw verdedigingsrechten.
Hoe stelt u zelf rechtmatig ontlastend bewijs veilig?
Als verdachte hoeft u niets te bewijzen, maar ontlastend bewijs kan uw positie wel versterken. Het gaat er snel verloren: camerabeelden van winkels of gemeenten worden vaak na enkele weken overschreven, en getuigen vergeten details.
- Bewaar berichten, foto’s en documenten in hun oorspronkelijke vorm en wijzig geen bestanden.
- Maak schermafbeeldingen van berichten op sociale media met datum en account zichtbaar, voordat ze worden verwijderd.
- Noteer bij elk stuk wanneer, waar en hoe u het heeft verkregen.
- Noteer namen en contactgegevens van mogelijke getuigen.
- Vraag beelden die bij derden liggen via uw advocaat op, of laat de rechter-commissaris om veiligstelling vragen.
Verkrijg bewijs nooit door inbraak, hacken of het heimelijk opnemen van gesprekken waaraan u zelf niet deelneemt. Dat kan zelf strafbaar zijn, bijvoorbeeld als computervredebreuk (artikel 138ab Wetboek van Strafrecht) of het afluisteren van een gesprek (artikel 139a Sr).
Wat verandert er met het nieuwe Wetboek van Strafvordering?
Stand per oktober 2026: het nieuwe Wetboek van Strafvordering is aangenomen, maar nog niet in werking. De inwerkingtreding volgt bij koninklijk besluit; de streefdatum is 2029. Tot die tijd gelden de huidige artikelnummers uit dit artikel. De geldende tekst staat op wetten.overheid.nl.
Wat wij doen met het bewijs in uw strafzaak
- Wij toetsen elk bewijsmiddel aan de artikelen 338 tot en met 344 Sv.
- Wij gaan na of bij doorzoeking, verhoor of het uitlezen van een telefoon een vormverzuim is begaan en voeren daarover verweer.
- Wij dienen onderzoekswensen in, zoals het horen van getuigen of een tegenonderzoek.
- Wij helpen ontlastend bewijs tijdig en rechtmatig veilig te stellen.
In het kort
- Alleen de vijf bewijsmiddelen van artikel 339 Sv tellen, en de rechter moet overtuigd zijn (artikel 338 Sv).
- De verklaring van alleen de verdachte of van één getuige is niet genoeg (artikel 341 lid 4 en 342 lid 2 Sv).
- Bij een vormverzuim kiest de rechter het minst verstrekkende gevolg; bewijsuitsluiting is geen automatisme (HR 1 december 2020).
- Ontlastend bewijs gaat snel verloren; stel het rechtmatig en tijdig veilig.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.