Een advocaat die een verdachte in een zedenzaak bijstaat, adviseert over de te volgen proceshouding, is aanwezig bij verhoren en bewaakt of de procedure aan de wettelijke waarborgen voldoet. Zodra iemand is uitgenodigd voor verhoor, is aangehouden, of hoort dat er aangifte tegen hem of haar is gedaan, is het raadzaam voorafgaand aan het eerste verhoor contact op te nemen met een advocaat. Law & More, kantoor Eindhoven met een bezoeklocatie in Amsterdam, begeleidt verdachten door het strafproces, vanaf het eerste politiecontact tot en met een eventuele zitting.
Wat valt onder een zedenmisdrijf sinds de Wet seksuele misdrijven
Per 1 juli 2024 is de Wet seksuele misdrijven in werking getreden. Deze wet heeft Titel XIV van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht (Sr), die de seksuele misdrijven regelt, ingrijpend herzien en van nieuwe artikelnummers voorzien. De herziening houdt onder meer in dat niet langer alleen dwang, geweld of bedreiging het uitgangspunt is, maar dat ook het ontbreken van wil bij de ander een zelfstandige grondslag voor strafbaarheid kan zijn.
- Artikel 240 Sr: schuldaanranding, seksuele handelingen terwijl de verdachte ernstige reden had om te vermoeden dat de wil ontbrak.
- Artikel 241 Sr: opzetaanranding, seksuele handelingen terwijl de verdachte wist dat de wil ontbrak, met een zwaardere variant in het tweede lid indien dwang, geweld of bedreiging daaraan voorafging, daarmee gepaard ging of daarop volgde.
- Artikel 242 Sr: schuldverkrachting, seksueel binnendringen van het lichaam terwijl de verdachte ernstige reden had om te vermoeden dat de wil ontbrak.
- Artikel 243 Sr: opzetverkrachting, seksueel binnendringen van het lichaam terwijl de verdachte wist dat de wil ontbrak, eveneens met een zwaardere variant bij dwang, geweld of bedreiging.
- Artikel 244 Sr: nadere omschrijving van wanneer de wil in ieder geval wordt geacht te ontbreken, bijvoorbeeld bij bewusteloosheid, verminderd bewustzijn, lichamelijke onmacht of een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap die het bepalen of kenbaar maken van een wil belet.
- Artikelen 245 en 246 Sr: aanranding en verkrachting van een kind van zestien tot achttien jaar, met verzwarende omstandigheden zoals een gezags- of afhankelijkheidsrelatie of misbruik van overwicht.
- Artikelen 247 en 248 Sr: aanranding en verkrachting van een kind van twaalf tot zestien jaar. Het derde lid van artikel 247 Sr bevat een uitzondering voor leeftijdsgenoten die in een gelijkwaardige situatie handelen.
- Artikelen 249 en 250 Sr: aanranding en verkrachting van een kind beneden de twaalf jaar.
- Artikel 250a Sr: het zich verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, of het verwerven van kennis of vaardigheden, gericht op het plegen van een van de misdrijven in de artikelen 247 tot en met 250 Sr.
- Artikel 251 Sr: het online seksueel benaderen van een kind beneden de zestien jaar, of van een persoon die zich als zodanig voordoet, waaronder indringende seksuele berichten, het tonen van seksueel beeldmateriaal of het voorstellen van een ontmoeting met een seksueel doel. Het tweede lid regelt een lichtere variant bij een kind van zestien tot achttien jaar.
- Artikel 254ba Sr: het zonder toestemming vervaardigen, in bezit hebben of openbaar maken van seksueel beeldmateriaal van een ander, onder meer wanneer die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn.
Voor de verdediging is van belang scherp te krijgen onder welk artikel het openbaar ministerie een feit heeft geschaard en welke bestanddelen van dat artikel bewezen moeten worden. De precieze kwalificatie bepaalt mede welke verweren mogelijk zijn.
Het verloop van een zedenonderzoek
Onderzoek naar zedenmisdrijven wordt in Nederland doorgaans uitgevoerd door speciaal opgeleide zedenrechercheurs, georganiseerd binnen een zedenrechercheteam van de politie. Een onderzoek kan starten naar aanleiding van een aangifte of melding en kan gepaard gaan met een aanhouding, een uitnodiging voor verhoor, huiszoeking of inbeslagname van gegevensdragers. Voor de verdachte begint de zaak vaak onverwacht: met een aanhouding op straat of thuis, of met een uitnodiging om op een vastgesteld tijdstip op het bureau te verschijnen. In beide situaties bestaat het recht op rechtsbijstand al voordat het eerste verhoor begint.
Het verhoor en het zwijgrecht
Artikel 28 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat de verdachte het recht heeft zich door een raadsman te laten bijstaan. Voor een aangehouden verdachte regelt artikel 28c Sv dat voorafgaand aan het eerste verhoor gedurende ten hoogste een half uur overleg met de raadsman mogelijk is, desgewenst door middel van telecommunicatie; de hulpofficier van justitie kan deze termijn op verzoek verlengen. Artikel 28d Sv geeft de raadsman het recht om, op verzoek, het verhoor bij te wonen en daaraan deel te nemen, en biedt de verdachte de mogelijkheid te verzoeken het verhoor te onderbreken voor overleg. Artikel 29 Sv bepaalt daarnaast dat de verdachte niet verplicht is te antwoorden en dat hem dat voorafgaand aan het verhoor wordt medegedeeld; deze mededeling, de cautie, wordt in het proces-verbaal vastgelegd. Een advocaat bereidt de verdachte voor op het verhoor, is er desgewenst bij aanwezig en ziet erop toe dat deze waarborgen worden nageleefd.
Digitaal bewijs in een zedenzaak
In zedenzaken speelt digitaal bewijs vaak een grote rol: berichten, foto’s, video’s, locatiegegevens en gegevens uit apps of op sociale media worden onderzocht en kunnen als bewijs worden ingebracht, zowel belastend als ontlastend. Telefoons en andere gegevensdragers kunnen in beslag worden genomen en forensisch worden onderzocht. Een advocaat beoordeelt of de inbeslagname en het dataonderzoek rechtmatig zijn verlopen, of het procesdossier volledig is, en of gegevens die voor de verdediging van belang kunnen zijn, zijn veiliggesteld en aan het dossier zijn toegevoegd. Het is aan de verdediging om via het dossier en de daarvoor bestemde procedures aanvullend onderzoek of toevoeging van stukken te verzoeken. Het is nadrukkelijk niet aan de verdachte of diens advocaat om zelf gegevens te wissen of te wijzigen, of om getuigen te benaderen over hun verklaring; dat kan het onderzoek en de eigen positie juist schaden.
De positie van de verdachte tegenover die van het slachtoffer
In het strafproces heeft de verdachte een andere positie dan het vermeende slachtoffer, dat in zedenzaken doorgaans wordt aangeduid als aangever. De aangever kan zich laten bijstaan door een advocaat en kan zich als benadeelde partij in de strafzaak voegen om schade te vorderen. De verdachte heeft een eigen procespositie met eigen rechten, waaronder het zwijgrecht, het recht op bijstand van een raadsman en het recht om het dossier te bestuderen en te betwisten. Beide partijen worden door de rechter beoordeeld aan de hand van het dossier en het onderzoek op de zitting. Dat de verdediging kritisch kijkt naar de aangifte, de verklaringen en het bewijs, zegt op zichzelf niets over de vraag of iemand schuldig is; die vraag wordt uitsluitend door de rechter beantwoord.
Wat een advocaat per fase doet
Voorafgaand aan en tijdens het verhoor
De advocaat licht de verdachte voor over de gang van zaken, de betekenis van het zwijgrecht en de mogelijke gevolgen van een verklaring, en kan op grond van artikel 28d Sv het verhoor bijwonen.
Tijdens het opsporingsonderzoek
De advocaat volgt het verloop van het onderzoek, vraagt inzage in het dossier zodra dat mogelijk is, beoordeelt de rechtmatigheid van toegepaste dwangmiddelen zoals aanhouding, voorlopige hechtenis of inbeslagname, en kan verzoeken tot aanvullend onderzoek indienen.
Bij een vervolgingsbeslissing
Beslist het openbaar ministerie tot dagvaarding, dan bereidt de advocaat de inhoudelijke verdediging voor: welke bestanddelen van het ten laste gelegde artikel worden betwist, welk bewijs ontbreekt of mogelijk onrechtmatig is verkregen, en welke getuigen of deskundigen relevant zijn voor de zaak.
Op de zitting
De advocaat voert het woord namens de verdachte, reageert op het requisitoir van de officier van justitie en op een eventuele vordering van de benadeelde partij, en licht het standpunt van de verdediging toe.
Law & More B.V. is gevestigd in Eindhoven en heeft een bezoeklocatie in Amsterdam. Voor vragen over bijstand als verdachte in een zedenzaak is het kantoor bereikbaar via 040 – 369 06 80 of info@lawandmore.nl.