Bestuurder toezichtstichting houdt onvoldoende toezicht

Dit is een samenvatting van de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 maart 2017. 

Appellanten hebben geld geïnvesteerd in een onroerend goed project van de Nederlandse French Investment Projects B.V. (FIP) en haar dochter FIP L. Op het moment dat de investeringen niet worden terugbetaald en FIP en FIP L. failliet gaan spreken appellanten de bestuurder van de stichting die toezicht op de aanwending van de investeringen hield aan op grond van een persoonlijk ernstig verwijt.  

Samenvatting van de feiten

French Investment Projects B.V. (‘FIP’) hield zich via 18 dochterondernemingen bezig met investeringen in onroerend goed projecten in Frankrijk, waarin Nederlandse investeerders door middel van participaties konden deelnemen. De belangen van deze investeerders werden behartigd door Stichting Bewaarder French Investment Projects (‘de Stichting’), waarvan geïntimeerde op enig moment bestuurder was. Eén van projecten zou gaan lopen via dochteronderneming ‘FIP L.’. Ten behoeve van de emissie van obligatieleningen in FIP L. is een prospectus uitgegeven, waarin onder meer stond dat de investeringen door FIP L. beschikbaar zouden worden gesteld aan haar dochter (‘G.’), die hiermee de grond in Frankrijk aan zou kopen. Ter zekerheid zouden de aandelen van FIP L. verpand worden aan de Stichting. Ook werd de Stichting was namens de participanten belast met het toezicht op FIP L. en G. Deze prospectus is door geïntimeerde aan appellant 1 en 2 toegestuurd, die kort daarna ieder een projectovereenkomst voor € 50.000,00 sloten met FIP L. en de Stichting. Wanneer de leningen niet worden afgelost en FIP L. en FIP failliet gaan, stappen appellanten naar de rechter en stellen dat geïntimeerde een persoonlijk ernstig verwijt treft. De Rechtbank Amsterdam wijst de vordering af. Het Hof Amsterdam denkt hier anders over.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Hof: geïntimeerde kan een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt met het oog op hetgeen met de investeringen is gebeurd. G. is namelijk nooit opgericht en de investeringen zijn niet aangewend voor aankoop van de grond, maar zijn direct betaald aan andere FIP vennootschappen. Ondanks het feit dat het in eerste instantie de verantwoordelijkheid van FIP L. was om te zorgen dat overeenkomstig de prospectus werd gehandeld, treft ook geïntimeerde blaam uit hoofde van haar controlerende taak en het feit dat zij het bestuur van FIP L. op het matje kon roepen als pandhouder van de aandelen in FIP L., waarover zij ook het stemrecht bezat. De Stichting had voldoende toezicht moeten houden en had, mede uit hoofde van de projectovereenkomst, voldoende maatregelen moeten treffen in het belang van de participanten toen de Stichting op de hoogte raakte van de werkelijke aanwending van het geld. Als redelijk bekwaam en zorgvuldig handelend bestuurder van de Stichting had geïntimeerde moeten controleren of de investeringen volgens de prospectus waren behandeld. Als hij dit had gecontroleerd, had hij vrijwel direct kunnen en moeten ontdekken dat de prospectus niet was nageleefd, waarop hij proactief (bewarende) maatregelen had moeten treffen. Door dit niet te doen heeft geïntimeerde bewerkstelligd of toegelaten dat de Stichting niet heeft voldaan aan de verplichtingen die zij had richting appellanten. Vaststaat dat geïntimeerde op enig moment op de hoogte was van het feit dat hetgeen was beschreven in de prospectus niet was bewerkstelligd, dat G. niet was opgericht en dat de investeringen waren doorbetaald aan andere FIP vennootschappen. Bij vragen die daarop zagen, heeft geïntimeerde onjuiste mededelingen gedaan en onder meer aangegeven dat de grond was aangekocht en de gelden waren gebruikt zoals bedoeld. Geïntimeerde wist of behoorde te weten dat het voor de (zekerheidspositie van) de participanten essentieel was dat G. zou worden opgericht en het geld zou worden geïnvesteerd in de grond.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Maxim Hodak, advocaat bij Law & More via maxim.hodak@lawandmore.nl of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via tom.meevis@lawandmore.nl, of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Share