Erkenning en tenuitvoerlegging van een Russisch vernietigingsvonnis

In veel nationale en internationale handelscontracten wordt er vaak arbitrage overeengekomen om geschillen te beslechten. Dat betekent dat er in plaats van een overheidsrechter een arbiter zich over de zaak gaat buigen en er een arbitraal vonnis volgt. Een arbitraal vonnis kan vervolgens ten uitvoer worden gelegd nadat de rechter in het land van tenuitvoerlegging een exequatur verleent. Een exequatur houdt in dat het arbitraal vonnis wordt erkend en net als een rechterlijk vonnis kan worden tenuitvoergelegd ofwel geëxecuteerd.  De regeling voor het erkennen en tenuitvoerleggen van een buitenlands vonnis wordt geregeld in het verdrag van New York. Dit verdrag werd op 10 juni 1958 tijdens het congres van de Verenigde Naties in New York gesloten.  Dit verdrag werd voornamelijk gesloten om de procedure voor het erkennen en tenuitvoerleggen van de buitenlandse vonnissen tussen de verschillende landen gemakkelijker en eenduidig te maken. Momenteel zijn er 159 landen aangesloten bij het verdrag van New York. [1]

Voor de erkenning en tenuitvoerlegging op basis van het verdrag van New York heeft de rechter een beoordelingsruimte op het stelsel van art. V lid 1 Verdrag van New York maar kan de rechter daarvan echter in uitzonderlijke gevallen gebruik maken. In beginsel mag de rechter bij een verzoek voor erkenning en tenuitvoerlegging niet de inhoud van het vonnis beoordelen of toetsen. Een uitzondering hierop wordt echter aanvaard indien er sterke aanwijzingen bestaan dat er essentiële gebreken kleven aan het vonnis zodat er niet meer kan worden gesproken van een eerlijke behandeling van de zaak. Hierop geldt ook weer een uitzondering indien voldoende aannemelijk is gemaakt dat wanneer de zaak eerlijk behandeld zou zijn, die behandeling dan ook tot vernietiging van het vonnis zou hebben geleid. In hoeverre er in de praktijk gebruik gemaakt kan worden van deze beoordelingsruimte zien we terug in een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad.[2] In deze uitspraak wordt de vraag beantwoord of een arbitraal vonnis dat door de Russische overheidsrechter is vernietigd, in Nederland erkend en ten uitvoer gelegd kan worden.

Erkenning en tenuitvoerlegging van een Russisch vernietigingsvonnis

In deze zaak ging het om een Russische rechtspersoon OJSC Novolipetsky Metallurgichesky Kombinat (NLMK), een internationaal opererende staalproducent. De staalproducent is de grootste werkgever in de Russische regio Lipetsk. De meerderheid van de aandelen van dit bedrijf wordt gehouden door de Russische zakenman V.S. Lisin. Lisin is tevens eigenaar van overslaghavens in Sint-Petersburg en Tuapse. Lisin bekleedt ook een hoge functie bij het Russische staatsbedrijf United Shipbuilding Corporation (scheepsbouw) en heeft een belang in het Russische staatsbedrijf Freight One (vervoer over het spoor). Op basis van een koopovereenkomst zijn partijen overeengekomen tot de koop en verkoop van de aandelen in NLMK van Lisin aan NLMK. Na onenigheid en achterstallige betaling van de koopprijs heeft Lisin op voet van het in de koopovereenkomst opgenomen arbitraal beding op 22 december 2009 een arbitraal geding tegen NLMK aanhangig gemaakt bij de International Commercial Arbitration Court at the Chamber of Commerce and Industry of the Russian Federation en vordert daarmee 14,7 miljard roebel, zijnde het volgens hem resterende deel van de koopprijs. NLMK voert op haar beurt verweer dat Lisin al een voorschot heeft ontvangen en dat het om een ander totaalbedrag gaat waardoor het resterende deel van de koopprijs 5,9 miljard roebel bedraagt.

In maart 2011 is in Rusland een strafzaak tegen Lisin gestart op verdenking van fraude in het kader van de aandelentransactie met NLMK en in juni 2011 is er een strafzaak gestart tegen hem op verdenking van misleiding van het arbitraal gerecht in het arbitraal geding tegen NLMK. De klachten leiden echter niet tot strafvervolging.

Het arbitraal gerecht waar de zaak van Lisin en NLMK aanhangig is gemaakt veroordeelt NLMK tot betaling van de resterende koopprijs van 8,9 miljard roebel, met afwijzing van het over en weer meer of anders gevorderde. Partijen hebben niet tijdig de volledige berekening van de koopprijs ingediend en dragen in gelijke delen de gevolgen hiervan. De koopprijs wordt daarom berekend als de helft van de som van de berekende koopprijs volgens Lisin (22,1 miljard roebel) en de berekende koopprijs volgens NLMK (1,4 miljard roebel). Met inachtneming van het betaalde voorschot komt dit erop uit dat NLMK 8,9 miljard roebel dient te betalen. Tegen dit arbitraal vonnis staat geen hoger beroep open en NLMK vordert op grond van eerdere verdenking van fraude door Lisin, vernietiging van het arbitraal vonnis bij de Arbitrazh Court of the city of Moscow. Die vordering wordt toegewezen en het arbitraal vonnis wordt daarbij vernietigd.

Lisin is hier niet van gediend en wil conservatoire beslag laten leggen op de door NLMK gehouden aandelen in het kapitaal van NLMK International B.V. te Amsterdam. In Rusland is het niet mogelijk om beslag te laten leggen omdat het vonnis is vernietigd. Lisin dient daarom een verzoek in bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis te verlenen. Dit verzoek wordt afgewezen. Volgens het Verdrag van New York beslist de competent authority van het land waar, of naar welks recht het arbitrale vonnis is gewezen (in de onderhavige zaak de Russische gewone rechter), met toepassing van zijn nationale recht over de vorderingen tot vernietiging van arbitrale vonnissen. De exequaturrechter dient zich in beginsel niet in deze beoordeling te begeven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het vonnis niet kan worden geëxecuteerd, omdat het vonnis dus niet meer bestaat.

Lisin stelt hoger beroep in tegen deze uitspraak bij het hof van Amsterdam. Het hof oordeelt dat in beginsel geldt dat een vernietigd arbitraal vonnis niet voor erkenning en tenuitvoerlegging in aanmerking komt en dat dit alleen anders kan zijn indien een uitzondering moet worden aanvaard. Er is sprake van een uitzondering indien er voldoende sterke aanwijzingen bestaan dat aan de vernietigingsprocedure bij de Russische rechter als geheel beschouwd in het concrete geval zo’n essentiële gebreken kleven dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke behandeling van de zaak. Volgens het hof is dit niet het geval.

Tegen deze beslissing heeft Lisin cassatie ingediend. Volgens Lisin heeft het hof miskend dat artikel V lid 1 sub e beoordelingsruimte aan de rechter toekent om te beoordelen of een buitenlands vernietigingsvonnis in de weg staat aan verlof tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis in Nederland. De Hoge Raad vergelijkt eerst de authentieke verdragstekst in het Engels en in het Frans. Beide versies blijken een verschil te bevatten in de beoordelingsruimte die aan de rechter wordt gelaten. De Engelse versie van artikel V lid 1 onder e luidt als volgt:

“1. Recognition and enforcement of the award may be refused, at the request of the party against whom it is invoked, only if that party furnishes to the competent authority where the recognition and enforcement is sought, proof that:

(…)

  1. e) The award has not yet become binding on the parties, or has been set aside or suspended by a competent authority of the country in which, or under the law of which, that award was made.”

De Franse versie van artikel V lid 1 onder e luidt als volgt:

“1. La reconnaissance et l’exécution de la sentence ne seront refusées, sur requête de la partie contre laquelle elle est invoquée, que si cette partie fournit à l’autorité compétente du pays où la reconnaissance et l’exécution sont demandées la preuve:

(…)

  1. e) Que la sentence n’est pas encore devenue obligatoire pour les parties ou a été annulée ou suspendue par une autorité compétente du pays dans lequel, ou d’après la loi duquel, la sentence a été rendue.”

In de Engelse versie (‘may be refused’) lijkt die beoordelingsruimte van de rechter veel ruimer dan in de Franse versie (‘ne seront refusées que si’). Over de juiste toepassing van het verdrag vindt de Hoge Raad ook in andere bronnen steeds weer interpretatieverschillen.

Om dit interpretatieverschil op te helderen geeft de Hoge Raad een eigen invulling. Dit houdt voornamelijk in dat de rechter een eigen beoordelingsruimte heeft als er zich een weigeringsgrond volgens het verdrag voordoet. In dit geval ging het om de weigeringsgrond ‘vernietiging van het arbitraal vonnis’. Lisin zal dan aan de hand van feiten en omstandigheden moeten bewijzen dat de vernietiging ongegrond is.

De Hoge Raad sluit zich volledig aan bij het oordeel van het hof. Van een bijzonder geval kan volgens de Hoge Raad sprake zijn als de vernietiging van het arbitraal vonnis berust op gronden die niet overeenkomen met de weigeringsgronden van artikel V lid 1. Hoewel de Nederlandse rechter voor de erkenning en tenuitvoerlegging een beoordelingsruimte toekomt, is dit voor een vernietigingsvonnis in dit geval niet van toepassing. Het bezwaar van Lisin heeft geen kans van slagen.

Deze uitspraak van de Hoge Raad geeft een heldere interpretatie over op welke wijze artikel V lid 1 van het Verdrag van New York geïnterpreteerd moet worden wanneer het gaat om de beoordelingsruimte bij de erkenning en tenuitvoerlegging van een vernietigingsvonnis. Het gaat er dus om dat er alleen in bijzondere gevallen aan een vernietiging voorbij kan worden gegaan.

[1] http://www.newyorkconvention.org/countries

[2] HR 24 november 2017,ECLI:NL:HR:2017:2992.

Share