Vernietiging ontzettingsbesluit partijlidmaatschap

Vernietiging ontzettingsbesluit partijlidmaatschap: ontzetting slechts gerechtvaardigd bij ernstige en onredelijke benadeling vereniging

Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 25 januari 2017

Een lid van de politieke partij LR wordt door het bestuur van LR geroyeerd op grond van art. 2:35 BW en de verenigingsstatuten en vordert vernietiging van dit besluit. Niet vast is komen te staan wat het effect van de gedragingen van het lid was op (het functioneren van) LR.

Samenvatting van de feiten

Eiser is lid van politieke partij LR, actief in de gemeente Reimerswaal. Ook was eiser lid van de vereniging Partij voor Zeeland (‘PvZ’), waarvan ook de voorzitter van LR lid was (en is). Bij besluit van het bestuur van LR is eiser geroyeerd. Reden hiervoor is een reeks vrouwonvriendelijke en beledigende e-mails en opmerkingen tegenover eigen partijleden en leden van andere partijen. Daarnaast zou eiser wispelturig en oncollegiaal gedrag vertonen tegenover LR en PvZ, waarbij onder meer de voorzitter van LR in een kwaad daglicht zou zijn gesteld bij PvZ en eiser zich tegenover de voorzitter van LR per e-mail oncollegiaal heeft uitgelaten over een medelid van LR. Nadat eiser zich telefonisch ook tegenover de vrouw van de voorzitter vrouwonvriendelijk heeft uitgesproken, is door het bestuur van LR tot royement van eiser besloten.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Eiser vordert vernietiging van het besluit. De rechtbank gaat hierin mee. Volgens zowel de statuten van LR als art. 2:35 1 lid 1 aanhef en sub d jo. Art. 2:35 lid 3 BW kan een verenigingslid uit het lidmaatschap gezet worden wanneer er sprake is van handelen in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging of wanneer de vereniging door het handelen op onredelijke wijze wordt benadeeld. Op deze laatste grond is eiser uit het lidmaatschap gezet. De rechtbank oordeelt echter dat onvoldoende is vast komen te staan dat de belangen van LR dermate ernstig en onredelijk zijn benadeeld dat ontzetting gerechtvaardigd is. De logische inhoud van het besluit dient daartoe getoetst te worden, waarbij gekeken wordt of de gronden het besluit kunnen dragen. De rechtbank onderkent dat eiser smakeloos en weinig respectvol heeft gehandeld. Echter is onvoldoende gesteld wat voor effect de gedragingen van eiser op (het functioneren van) LR had. Zo staat niet vast dat de oncollegiale e-mail naar voorzitter ook andere partijleden zou hebben bereikt, zijn de vrouwonvriendelijke opmerkingen tegen LR partijleden grotendeels niet geconcretiseerd, is niet duidelijk op welke wijze de verschillende e-mails en het telefoongesprek met de vrouw van de voorzitter LR heeft geschaad en is onvoldoende onderbouwd dat de voorzitter bij PvZ negatief werd beïnvloed door eiser. Bovendien is niet gebleken waarom LR in een goed licht moest staan bij PvZ. De vordering van eiser wordt toegewezen.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Maxim Hodak, advocaat bij Law & More via maxim.hodak@lawandmore.nl of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via tom.meevis@lawandmore.nl, of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Share