Gepubliceerd op 19 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Bij een boetebeding mag u in beginsel zelf de hoogte van de boete afspreken. De belangrijkste uitzondering: de rechter kan de boete op verzoek matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 BW). Voor werknemers en consumenten gelden bovendien eigen beschermingsregels, in artikel 7:650 BW en artikel 6:233 BW.
Een boetebeding treedt volgens artikel 6:92 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in de plaats van de wettelijke schadevergoeding, tenzij partijen anders afspreken. De regels staan in de artikelen 6:91 tot en met 6:94 BW, te vinden in Boek 6 BW; voor werknemers geldt daarnaast artikel 7:650 in Boek 7 BW.
Inhoudsopgave
Wat doet een boetebeding in uw contract?
Een boetebeding regelt dat een partij een geldsom of andere prestatie verschuldigd is zodra zij een verplichting niet nakomt (artikel 6:91 BW). Het heeft twee functies:
- een financiële prikkel om de afspraak na te komen (aansporing);
- een vooraf vastgestelde vergoeding, zodat de schuldeiser niet hoeft te bewijzen dat en hoeveel schade hij heeft geleden.
Partijen kunnen de boete vastzetten op een bedrag per overtreding, op een bedrag per dag of week dat de overtreding voortduurt, of beperken tot specifiek benoemde verplichtingen. U komt het boetebeding tegen in een aannemingsovereenkomst bij te late oplevering, in een huurovereenkomst bij onderhuur zonder toestemming, in een geheimhoudingsovereenkomst bij het delen van vertrouwelijke informatie en in een arbeidsovereenkomst bij overtreding van een concurrentie- of relatiebeding.
Een boetebeding is iets anders dan contractuele rente. Contractuele rente vergoedt te late betaling van een geldsom en loopt door zolang de betaling uitblijft. Een boetebeding kan voor iedere tekortkoming gelden en is meestal een vast bedrag of een bedrag per tijdseenheid.
De wettelijke regels in een tabel
De tabel vat samen wat de artikelen 6:91 tot en met 6:94 BW regelen. Gecontroleerd op 30 oktober 2026.
| Artikel | Regel | Kunt u afwijken? |
|---|---|---|
| 6:91 BW | Definitie: elk beding met een prestatie bij niet-nakoming, als schadevergoeding of als aansporing | Niet van toepassing |
| 6:92 lid 1 BW | Niet tegelijk nakoming van de hoofdverplichting en de boete vorderen | Ja |
| 6:92 lid 2 BW | De boete komt in de plaats van de wettelijke schadevergoeding | Ja, u kunt afspreken dat schade daarnaast vorderbaar is |
| 6:92 lid 3 BW | Geen boete als de tekortkoming niet toerekenbaar is (overmacht) | Ja |
| 6:93 BW | Ingebrekestelling nodig als die ook voor schadevergoeding nodig zou zijn | Ja |
| 6:94 lid 1 BW | Matiging op verzoek als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist, niet onder de wettelijke schadevergoeding | Nee |
| 6:94 lid 3 BW | Een beding dat matiging uitsluit, is nietig | Nee |
Wat zegt artikel 6:92 BW over nakoming en schadevergoeding?
De schuldeiser kan niet tegelijk nakoming van de verplichting en de boete vorderen (artikel 6:92 lid 1 BW). Hij kiest dus voor de boete of voor nakoming.
De boete vervangt de wettelijke schadevergoeding (artikel 6:92 lid 2 BW). Wilt u dat naast de boete ook de werkelijke schade kan worden gevorderd, dan moet u dat uitdrukkelijk in het contract opnemen. Is de tekortkoming niet toerekenbaar, bijvoorbeeld bij overmacht, dan is de boete niet verschuldigd (artikel 6:92 lid 3 BW). En is voor schadevergoeding een ingebrekestelling nodig, dan geldt die eis ook voor de boete (artikel 6:93 BW).
De meeste van deze regels zijn regelend recht. U kunt bijvoorbeeld afspreken dat de boete zonder ingebrekestelling verschuldigd is. Het matigingsrecht van artikel 6:94 BW is wel dwingend: een beding dat matiging uitsluit, is nietig (lid 3).
Wanneer matigt de rechter een boete?
De rechter matigt alleen op verzoek van de partij die de boete moet betalen, en alleen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 lid 1 BW). Hij kent nooit minder toe dan de wettelijke schadevergoeding.
De maatstaf staat in het arrest van de Hoge Raad van 27 april 2007 in de zaak Intrahof tegen Bart Smit (ECLI:NL:HR:2007:AZ6638). Het ging om een boetebeding in een huurovereenkomst. Matiging is alleen mogelijk als toepassing van het beding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. De rechter kijkt daarbij niet alleen naar de verhouding tussen de boete en de werkelijke schade, maar ook naar de aard van de overeenkomst, de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. Het hof had alleen de verhouding tussen boete en schade gewogen en daarmee de maatstaf miskend.
In de praktijk weegt de rechter dus:
- de verhouding tussen de boete en de schade die is ontstaan of redelijkerwijs kon ontstaan;
- de aard van de overeenkomst en de functie van het beding: aansporing of forfaitaire schadevergoeding;
- de ernst en de duur van de overtreding, de verhouding tussen partijen en of over het beding is onderhandeld;
- de omstandigheden waaronder de boete wordt ingeroepen.
Een verzoek tot matiging is geen aparte procedure. U voert het aan als verweer wanneer de wederpartij de boete bij de rechter vordert. Ook een boetevordering verjaart; wacht dus niet te lang met innen of met verweer.
Welke grenzen gelden in een arbeidsovereenkomst?
In een arbeidsovereenkomst gelden aanvullende eisen (artikel 7:650 BW):
- het boetebeding moet schriftelijk zijn aangegaan;
- de voorschriften waarvan overtreding tot een boete leidt, moeten in de overeenkomst worden genoemd;
- het boetebedrag moet in de overeenkomst staan;
- de bestemming van de boete moet vooraf zijn vastgelegd en de boete mag niet ten goede komen aan de werkgever;
- boetes over een week mogen samen niet hoger zijn dan het loon over een halve dag.
Een boetebeding dat niet precies aangeeft voor welke overtreding welk bedrag geldt, voldoet daar niet aan. Beschrijf dus per verplichting wanneer de boete verschuldigd is en hoe hoog die is.
Van een deel van deze regels kan bij schriftelijke afspraak worden afgeweken voor werknemers die meer verdienen dan het wettelijk minimumloon. Daardoor zien boetes bij concurrentie- en relatiebedingen er in de praktijk vaak anders uit dan het weekmaximum. Ook dan blijft de rechter bevoegd om een buitensporige boete te matigen. Laat de precieze ruimte per geval toetsen, omdat die afhangt van de formulering en het loon.
Welke grenzen gelden tussen ondernemingen?
Tussen ondernemingen heeft u meer contractsvrijheid, maar ook dan kan de rechter op grond van artikel 6:94 BW matigen. Professionele partijen worden geacht bewust te hebben onderhandeld, dus de rechter is terughoudender dan bij consumenten.
Een vaste rekenregel voor wat nog redelijk is, bestaat niet. Dat hangt af van de aard van de overtreding, de onderhandelingspositie van partijen en de werkelijke of mogelijke schade. Een voorbeeld ter illustratie: een boete van € 10.000 per dag vertraging bij een levering van € 50.000 zal eerder worden gematigd dan dezelfde boete bij schending van een exclusiviteitsbeding in een grote distributieovereenkomst.
Welke grenzen gelden bij consumenten?
Bij consumenten is een onredelijk bezwarend boetebeding in algemene voorwaarden vernietigbaar (artikel 6:233 onder a BW). Het gaat dan niet om verlagen, maar om het hele beding buiten toepassing laten; de rest van de overeenkomst blijft gelden. Op grond van Europese regels over oneerlijke bedingen moet de rechter dit bij consumenten ambtshalve toetsen, ook als de consument er zelf niets over zegt.
Of een boetebeding onredelijk bezwarend is, hangt af van de hoogte van de boete in verhouding tot de prestatie, de vraag of over het beding is onderhandeld en de overige omstandigheden. Kon de consument de voorwaarden niet vooraf inzien, dan is het beding ook om die reden vernietigbaar (artikel 6:233 onder b BW).
B2B en consument naast elkaar
| Criterium | Contract tussen ondernemingen | Consumentencontract |
|---|---|---|
| Wie brengt het aan? | De schuldenaar vraagt om matiging | De rechter toetst ambtshalve |
| Toetsingsgrond | Billijkheid eist matiging klaarblijkelijk (art. 6:94 BW) | Onredelijk bezwarend beding (art. 6:233 BW) |
| Gevolg | Boete wordt verlaagd | Beding kan geheel vervallen |
| Terughoudendheid rechter | Groter | Kleiner |
Hoe stelt u een boetebeding op dat standhoudt?
Onderbouw de hoogte bij het sluiten van het contract met een realistische schade-inschatting en leg die vast. Overweeg een oplopende boete, zodat de hoogte meegroeit met de duur van de overtreding.
Een voorbeeld ter illustratie: in plaats van één vaste boete van € 10.000 per dag werkt u met € 500 per dag in de eerste week, € 750 per dag in de tweede week en € 1.000 per dag daarna, gekoppeld aan aantoonbare kosten zoals vervangende inkoop.
Leg uitdrukkelijk vast of de boete de schadevergoeding vervangt of dat u daarnaast aanvullende schade kunt vorderen. Zonder die afspraak geldt artikel 6:92 lid 2 BW: de boete vervangt de schadevergoeding.
Matiging uitsluiten kan niet (artikel 6:94 lid 3 BW). Werk in plaats daarvan met een plafond, bijvoorbeeld een maximum van een vast percentage van de contractwaarde, of met overleg voordat de boete wordt ingeroepen.
Controleer voor het tekenen:
- welke verplichting de boete uitlokt;
- het bedrag of de berekening;
- of de boete de schadevergoeding vervangt of daarnaast geldt;
- de verhouding tot de mogelijke schade;
- bij een arbeidsovereenkomst: de eisen van artikel 7:650 BW;
- bij een consument: of de boete niet onevenredig hoog is en of de voorwaarden vooraf ter hand zijn gesteld.
Wat controleert u als u een boete moet betalen?
- Is de tekortkoming u toe te rekenen? Bij overmacht is de boete niet verschuldigd (artikel 6:92 lid 3 BW).
- Was een ingebrekestelling nodig, en is die verstuurd (artikel 6:93 BW)?
- Vordert de wederpartij niet zowel nakoming als de boete (artikel 6:92 lid 1 BW)?
- Is de boete buitensporig? Vraag dan om matiging (artikel 6:94 BW).
- Is de boete opgelegd in een dienstverband? Toets die aan artikel 7:650 BW.
Onze hulp bij een boetebeding
Wij kunnen:
- een boetebeding opstellen met een onderbouwde hoogte en een duidelijke keuze tussen vervangende of aanvullende schadevergoeding (artikel 6:92 BW);
- een boetebeding in een arbeidsovereenkomst toetsen aan artikel 7:650 BW;
- boetebedingen in algemene voorwaarden voor consumenten beoordelen (artikel 6:233 BW);
- een verbeurde boete voor u vorderen, na een ingebrekestelling als die nodig is (artikel 6:93 BW);
- verweer voeren tegen een boetevordering en zo nodig om matiging vragen (artikel 6:94 BW).
In het kort
- Een boetebeding vervangt de wettelijke schadevergoeding, tenzij u anders afspreekt (artikel 6:92 lid 2 BW).
- De rechter matigt alleen als toepassing tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidt (HR 27 april 2007); matiging uitsluiten is nietig.
- In een arbeidsovereenkomst gelden vormeisen en een weekmaximum van een half dagloon (artikel 7:650 BW).
- Bij consumenten toetst de rechter een boetebeding ambtshalve op onredelijke bezwarendheid (artikel 6:233 BW).
Veelgestelde vragen
Moet ik schade bewijzen om de boete te innen?
Nee. Dat is juist een voordeel van een boetebeding: u hoeft de werkelijke schade niet te bewijzen.
Wat als de wederpartij failliet gaat voordat de boete is betaald?
Een vordering uit een boetebeding is in beginsel een concurrente vordering die u bij de curator indient (artikel 110 Faillissementswet). Of u wordt betaald, hangt af van wat er in de boedel overblijft.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.