Contractbreuk: welke middelen u heeft en in welke volgorde u ze inzet

Drie professionals zitten aan een vergadertafel en bespreken een contract in een kantooromgeving.

Gepubliceerd op 9 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Komt de wederpartij een afspraak niet na, dan heeft u vier middelen: nakoming vorderen, uw eigen prestatie opschorten, de overeenkomst ontbinden en schadevergoeding eisen. Voor ontbinding en schadevergoeding moet de wederpartij meestal eerst in verzuim zijn, en u moet op tijd over het gebrek hebben geklaagd (artikel 6:89 BW).

De volgorde is daarom belangrijk: eerst klagen, dan in gebreke stellen, dan kiezen. Wie die volgorde overslaat, procedeert achteraf over de voorvraag in plaats van over de zaak.

Tekortkoming en verzuim: twee verschillende drempels

Er is een tekortkoming zodra de wederpartij niet, niet tijdig of niet behoorlijk presteert. Daaruit volgt nog geen recht op schadevergoeding of ontbinding. Wat verder mogelijk is, hangt af van de vraag of nakoming nog mogelijk is en of de wederpartij in verzuim is.

Is nakoming blijvend onmogelijk geworden, dan is verzuim niet vereist en is de tekortkoming meteen definitief (artikel 6:74 BW). Is nakoming nog wel mogelijk, dan is voor schadevergoeding wegens vertraging en voor ontbinding in beginsel verzuim vereist.

Verzuim treedt in nadat de schuldenaar in gebreke is gesteld: u geeft hem schriftelijk een redelijke termijn om alsnog na te komen. Pas als die termijn is verstreken, is hij in verzuim (artikel 6:82 BW). Schadevergoeding wegens vertraging is alleen verschuldigd over de periode van het verzuim (artikel 6:81 en 6:85 BW).

Wat een redelijke termijn is, hangt af van de prestatie. Voor het herstellen van een gebrek aan een machine geldt iets anders dan voor het leveren van een voorraadartikel. Enkele dagen is bij een eenvoudige prestatie vaak genoeg, bij complexe werkzaamheden niet.

Drie gevallen van verzuim zonder ingebrekestelling

Artikel 6:83 BW noemt drie gevallen waarin het verzuim van rechtswege intreedt:

  • een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt, tenzij blijkt dat die termijn een andere strekking heeft. Zo’n fatale termijn moet als zodanig zijn bedoeld; een streefdatum in een offerte is dat niet zonder meer;
  • de verbintenis volgt uit onrechtmatige daad of strekt tot schadevergoeding wegens een tekortkoming, en wordt niet meteen nagekomen;
  • u moet uit een mededeling van de schuldenaar afleiden dat hij tekort zal schieten.

Wat de Hoge Raad zegt over fatale termijnen en verzuim

Drie arresten bepalen hoe streng de rechter met het verzuimvereiste omgaat.

ArrestWat er speeldeWat de Hoge Raad besliste
HR 24 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:315Eiser stelde dat mondeling een tijdschema was afgesproken en legde e-mails over.Het hof mocht een fatale termijn niet afwijzen alleen omdat niet was gesteld wanneer, waar en tussen wie die was afgesproken. Onvoldoende gemotiveerd; terugverwezen.
HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1581 (Fraanje/Alukon)Hoofdaannemer en onderaannemer; eerdere termijnen en sommaties zonder fatale strekking.Artikel 6:82 en 6:83 BW zijn niet uitputtend. Reageert de schuldenaar niet adequaat op een verzoek om een redelijke planning toe te zeggen, dan kan hij op grond van de redelijkheid en billijkheid zonder ingebrekestelling in verzuim komen.
HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1295IT-raamovereenkomst; geen vastomlijnd eindproduct en geen vast tijdschema; veel klachten van de opdrachtgever.Een toezegging om binnen zes maanden te herstellen was geen fatale termijn. De klachten waren geen ingebrekestelling, dus geen verzuim.

Reken dus niet op de uitzondering. Wie een ingebrekestelling stuurt, houdt alle opties open.

Ingebrekestelling en stuitingsbrief zijn niet hetzelfde

Een klacht, een aansprakelijkstelling of een e-mail waarin u een procedure aankondigt, is niet vanzelf een ingebrekestelling. Zo’n bericht kan wel de verjaring stuiten, omdat u daarin uw recht voorbehoudt (artikel 3:317 BW). Als ingebrekestelling schiet het vaak tekort, omdat een concrete hersteltermijn en een omschrijving van de verlangde prestatie ontbreken.

De twee berichten hebben dus een eigen functie en zijn vaak allebei nodig: de stuitingsbrief voorkomt verjaring, de ingebrekestelling doet verzuim intreden.

Nakoming vorderen, eventueel met een dwangsom

De hoofdregel is dat u recht heeft op wat is afgesproken. U kunt nakoming vorderen, zo nodig via de rechter en versterkt met een dwangsom (artikel 3:296 BW en artikel 611a Rv).

Nakoming is niet mogelijk als zij blijvend onmogelijk is. De rechter kan haar ook afwijzen als zij in de gegeven omstandigheden niet van de wederpartij kan worden gevergd; een geldelijke afwikkeling ligt dan meer voor de hand. Bij een spoedeisend belang is het kort geding de aangewezen route. De voorzieningenrechter heeft daar geen ruimte voor uitvoerig feitenonderzoek.

Opschorten: het snelste drukmiddel, met twee risico’s

Zolang de wederpartij niet presteert, mag u in beginsel uw eigen verplichting opschorten, als die verplichtingen tegenover elkaar staan (artikel 6:52 en 6:262 BW). Bij een wederkerige overeenkomst is dat meestal zo.

Het eerste risico is de omvang. Bij gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming is opschorting alleen toegestaan voor zover de tekortkoming dat rechtvaardigt (artikel 6:262 lid 2 BW). Een volledige betalingsstop bij een gebrek dat een klein deel van de opdracht raakt, doorstaat die toets doorgaans niet.

Het tweede risico is dat u het bij het verkeerde eind heeft. Blijkt achteraf dat de wederpartij wel goed presteerde, dan bent u zelf tekortgeschoten. Meld daarom schriftelijk dat u opschort en waarom.

U kunt ook opschorten voordat de wederpartij tekortschiet, als u goede gronden heeft te vrezen dat zij niet zal nakomen. Denk aan ernstige financiële problemen aan haar kant of een ondubbelzinnige mededeling dat zij niet zal presteren (artikel 6:263 BW).

Omzetten in vervangende schadevergoeding

Levert opschorten of aandringen niets op, dan kunt u de verbintenis omzetten in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Is nakoming nog mogelijk, dan moet de schuldenaar in verzuim zijn en moet u hem schriftelijk meedelen dat u schadevergoeding in plaats van nakoming vordert (artikel 6:87 BW).

Aan die omzettingsverklaring worden geen strenge eisen gesteld. Op 5 juli 2024 oordeelde de Hoge Raad dat iedere schriftelijke mededeling volstaat waaruit blijkt dat u schadevergoeding in plaats van nakoming wilt. De verklaring kan ook in een dagvaarding of ander processtuk liggen (ECLI:NL:HR:2024:1028). In die zaak volstond dat de schuldeiser in de procedure verwees naar de herstelkosten die hij zou maken.

Dit staat los van gevolgschade. Voor vergoeding van schade naast de hoofdprestatie is niet steeds een afzonderlijke omzettingsverklaring nodig.

Ontbinden: ruime hoofdregel, serieuze uitzondering

Iedere tekortkoming geeft recht op ontbinding, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). Zolang nakoming niet blijvend onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas als de wederpartij in verzuim is.

Op 28 september 2018 oordeelde de Hoge Raad dat de tenzij-clausule niet terughoudend hoeft te worden toegepast (ECLI:NL:HR:2018:1810). Alleen een tekortkoming van voldoende gewicht rechtvaardigt ontbinding. De rechter weegt alle omstandigheden van het geval, en geen enkele factor is vooraf doorslaggevend.

Ontbinden kan buitengerechtelijk met een schriftelijke verklaring, of door een vordering bij de rechter (artikel 6:267 BW). De ontbinding werkt niet terug in de tijd. Zij bevrijdt partijen van de nog niet nagekomen verplichtingen en verplicht hen tot ongedaanmaking van wat al is gepresteerd (artikel 6:271 BW). Kan een prestatie niet ongedaan worden gemaakt, zoals verrichte werkzaamheden, dan komt een vergoeding van de waarde in de plaats.

Ontbinding en schadevergoeding sluiten elkaar niet uit; naast de ongedaanmaking kunt u aanvullende schadevergoeding vorderen (artikel 6:277 BW). Nakoming en ontbinding zijn wel alternatieven voor dezelfde tekortkoming. In een procedure mag u ze na elkaar stellen: nakoming primair, ontbinding met schadevergoeding subsidiair.

De vier middelen naast elkaar

MiddelVerzuim nodig?Schriftelijke verklaring nodig?Wetsartikel
NakomingNeeNee (wel aanmaning verstandig)3:296 BW
OpschortingNee; wel opeisbare vorderingNiet verplicht, wel aan te raden6:52, 6:262, 6:263 BW
Vervangende schadevergoedingJa, tenzij nakoming blijvend onmogelijkJa, omzettingsverklaring6:87 BW
OntbindingJa, tenzij nakoming blijvend onmogelijkJa, of vordering bij de rechter6:265, 6:267 BW

Welke schade u vergoed kunt krijgen

Iedere tekortkoming verplicht de schuldenaar de schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 BW). Bij overmacht is dat laatste het geval (artikel 6:75 BW).

Voor vergoeding komen het geleden verlies en de gederfde winst in aanmerking, voor zover de schade redelijkerwijs aan de tekortkoming kan worden toegerekend. Ook redelijke kosten om schade te beperken, om schade en aansprakelijkheid vast te stellen en voor buitengerechtelijke incasso worden vergoed (artikel 6:96 BW).

Bij een geldvordering is wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment van verzuim. In handelsrelaties is het percentage hoger dan tussen particulieren:

Soort transactieWettelijke renteGeldt sindsWetsartikel
Niet-handelstransactie (bijv. met een consument)4%1 januari 20266:119 BW
Handelstransactie (tussen ondernemingen of met de overheid)10,4%1 juli 20266:119a BW

Bron: rijksoverheid.nl, hoogte wettelijke rente. De percentages worden per halfjaar vastgesteld; controleer dus het percentage dat gold in de periode waarover u rente vordert.

Staat er een boetebeding in het contract, dan treedt de boete in beginsel in de plaats van de schadevergoeding waarop dat beding ziet. De rechter kan de boete matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist; die drempel is hoog (artikel 6:94 BW).

Een exoneratiebeding kan de aansprakelijkheid beperken of uitsluiten. Tussen ondernemingen houdt zo’n beding vaak stand, maar niet altijd. De rechter weegt onder meer de inhoud van het beding, de aard van de schade, de verhouding tussen partijen en de ernst van het verwijt (artikel 6:248 lid 2 BW).

Klachtplicht en verjaring: twee termijnen naast elkaar

Ontdekt u een gebrek in de prestatie, dan moet u daarover binnen bekwame tijd bij de wederpartij protesteren (artikel 6:89 BW). Doet u dat te laat, dan vervalt uw recht om zich op het gebrek te beroepen, ook als de vordering nog lang niet verjaard is.

Bekwame tijd is geen vaste kalendertermijn. Wat redelijk is, hangt af van de aard van de prestatie, de deskundigheid van partijen, de manier waarop het gebrek kon worden ontdekt en het nadeel dat de wederpartij door het late protest lijdt. Bij consumentenkoop van roerende zaken is een melding binnen twee maanden na ontdekking in elk geval tijdig (artikel 7:23 BW).

VorderingVerjaringstermijnBegint te lopenWetsartikel
Nakoming5 jaarDag waarop de vordering opeisbaar werd3:307 BW
Schadevergoeding5 jaar, uiterlijk 20 jaarBekendheid met schade en aansprakelijke persoon3:310 BW
Ontbinding5 jaarBekendheid met de tekortkoming3:311 BW
Ongedaanmaking na ontbinding5 jaarDag na de ontbinding3:311 BW

Samenhangende vorderingen wegens dezelfde tekortkoming, zoals rente, verjaren behoudens stuiting niet later dan de hoofdvordering (artikel 3:312 BW).

De verjaring van een ontbindingsvordering stuit u niet met een brief

Voor een vordering tot nakoming volstaat een schriftelijke aanmaning of een mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW). Daarna begint een nieuwe termijn te lopen.

Voor een vordering tot ontbinding is dat niet genoeg. Vereist is een schriftelijke aanmaning die binnen zes maanden wordt gevolgd door een daad van rechtsvervolging, zoals een dagvaarding (artikel 3:317 lid 2 BW). De Hoge Raad bevestigde dat op 14 november 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1685). In die zaak was de ontbindingsvordering verjaard, omdat er vóór 15 maart 2018 geen geldige stuitingshandeling was.

Uitwijken naar buitengerechtelijke ontbinding helpt dan niet meer. Op het moment dat de rechtsvordering tot ontbinding verjaart, vervalt ook de bevoegdheid om buiten rechte te ontbinden (artikel 6:268 BW).

Stappenplan bij contractbreuk

  1. Leg vast wat precies is afgesproken: de overeenkomst, de offerte, de opdrachtbevestiging, de correspondentie en de toepasselijke algemene voorwaarden.
  2. Bepaal waar de prestatie tekortschiet en onderbouw dat met stukken: foto’s, metingen, een rapport of een verklaring.
  3. Klaag binnen bekwame tijd schriftelijk over het gebrek, ook als u nog niet weet wat u wilt vorderen (artikel 6:89 BW).
  4. Ga na of er een fatale termijn is afgesproken of dat een ander geval van verzuim van rechtswege zich voordoet (artikel 6:83 BW).
  5. Is dat niet zo, stuur dan een ingebrekestelling met een concrete, redelijke termijn en een duidelijke omschrijving van wat er moet gebeuren.
  6. Overweegt u op te schorten, meld dat schriftelijk, met de reden en de omvang.
  7. Verstrijkt de termijn zonder resultaat, kies dan tussen nakoming, ontbinding en omzetting. Benoem in een ontbindingsverklaring de tekortkoming; stuur bij omzetting een schriftelijke omzettingsverklaring.
  8. Breng de schade in kaart en beperk die waar dat redelijkerwijs kan; die kosten worden zelf ook vergoed.
  9. Loopt de zaak langer, stuit dan tijdig de verjaring. Voor ontbinding moet binnen zes maanden na de aanmaning een dagvaarding volgen.

Acht fouten die een sterke zaak verzwakken

  • Meteen ontbinden zonder ingebrekestelling, terwijl er geen fatale termijn was en nakoming nog mogelijk is.
  • Wachten met klagen tot duidelijk is hoe hoog de schade is, waardoor de klachtplicht in het geding komt.
  • Een ingebrekestelling sturen zonder termijn, of met een termijn die voor deze prestatie te kort is.
  • Denken dat een aansprakelijkstelling of een reeks klachten hetzelfde doet als een ingebrekestelling (zie HR 17 juli 2026).
  • De hele factuur onbetaald laten bij een gebrek dat een klein deel van het werk raakt.
  • Mondeling opschorten, zodat achteraf onduidelijk is of er is opgeschort of gewoon niet betaald.
  • De verjaring van een ontbindingsvordering stuiten met alleen een brief en pas na jaren dagvaarden.
  • De algemene voorwaarden van de wederpartij niet lezen, terwijl daarin een vervaltermijn, exoneratie of kortere klachttermijn kan staan.

Wat controleert u als u de benadeelde partij bent?

  • Heeft u binnen bekwame tijd schriftelijk geklaagd (artikel 6:89 BW)?
  • Bevat uw ingebrekestelling een concrete, redelijke termijn (artikel 6:82 BW)?
  • Is uw opschorting schriftelijk gemeld en in verhouding tot de tekortkoming?
  • Is de verjaring van een ontbindingsvordering gestuit met een dagvaarding binnen zes maanden na de aanmaning (artikel 3:317 lid 2 BW)?

Wat controleert u als u wordt aangesproken?

  • Heeft de wederpartij binnen bekwame tijd geklaagd (artikel 6:89 BW)?
  • Bent u wel in verzuim: was er een fatale termijn of een deugdelijke ingebrekestelling?
  • Beperkt een exoneratiebeding of een beroep op overmacht (artikel 6:75 BW) uw aansprakelijkheid?
  • Is een gevorderde contractuele boete te matigen (artikel 6:94 BW)?
  • Is de vordering verjaard (artikel 3:307 en 3:311 BW)?

Onze rol bij contractbreuk

Onze advocaten civiel recht in Eindhoven en Amsterdam staan zowel de benadeelde als de aangesproken partij bij.

  • Wij beoordelen aan de hand van de overeenkomst en de algemene voorwaarden of er een tekortkoming is.
  • Wij stellen de klacht, de ingebrekestelling, de omzettingsverklaring en de ontbindingsverklaring op.
  • Wij berekenen de schade, inclusief beperkingskosten, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.
  • Wij bewaken de klachtplicht en stuiten tijdig de verjaring.
  • Wij voeren verweer met een beroep op de klachtplicht, het ontbreken van verzuim, overmacht of een exoneratiebeding.

Contractbreuk in vijf punten

  • Bij contractbreuk kunt u nakoming vorderen, opschorten, ontbinden en schadevergoeding eisen.
  • Voor ontbinding en vervangende schadevergoeding moet de wederpartij meestal in verzuim zijn; klachten alleen zijn geen ingebrekestelling.
  • Klaag binnen bekwame tijd over een gebrek, anders vervalt uw recht (artikel 6:89 BW).
  • Een omzettingsverklaring kan ook in de dagvaarding staan (HR 5 juli 2024).
  • De verjaring van een ontbindingsvordering stuit u niet met alleen een brief (HR 14 november 2025).

Geraadpleegde bronnen

De tekst is inhoudelijk gecontroleerd op 29 oktober 2026. Wetgeving: Boek 3 BW (artikel 3:296, 3:307, 3:310 tot en met 3:312, 3:316 en 3:317) en Boek 6 BW (artikel 6:52, 6:74, 6:75, 6:81 tot en met 6:83, 6:85, 6:87, 6:89, 6:94, 6:96, 6:119, 6:119a, 6:262, 6:263, 6:265, 6:267, 6:268, 6:271 en 6:277); artikel 7:23 BW.

Rechtspraak:

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.