Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
De rechter verlaagt een contractuele boete alleen als de schuldenaar daarom vraagt en de billijkheid dit klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 lid 1 Burgerlijk Wetboek). Dat is een strenge maatstaf: de boete moet leiden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat, en de rechter kan nooit onder de wettelijke schadevergoeding uitkomen.
Voor consumenten geldt een belangrijke uitzondering. Is een boetebeding in algemene voorwaarden oneerlijk, dan moet de rechter het beding uit eigen beweging vernietigen in plaats van de boete te matigen. In dit artikel leest u hoe de rechter toetst, welke omstandigheden meewegen en waar u op let als schuldeiser of als schuldenaar. De basisregels over het boetebeding leest u in ons artikel over het boetebeding in contracten.
Inhoudsopgave
Wat is matiging van een boetebeding?
Matiging betekent dat de rechter het bedrag van een overeengekomen boete verlaagt. De wettelijke basis is artikel 6:94 BW; een afspraak die matiging uitsluit is nietig (artikel 6:94 lid 3 BW).
Een boetebeding is elke afspraak waarbij de schuldenaar bij een tekortkoming een geldsom of een andere prestatie moet leveren (artikel 6:91 BW). Partijen spreken zo’n boete af om nakoming af te dwingen en om discussie over de omvang van de schade te voorkomen. Juist omdat partijen dat bewust hebben afgesproken, grijpt de rechter maar zelden in.
Welke maatstaf hanteert de rechter?
De rechter matigt pas als toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden leidt tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. Een groot verschil tussen boete en werkelijke schade is op zichzelf niet genoeg.
De Hoge Raad legde die maatstaf vast in het arrest Intrahof/Bart Smit van 27 april 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ6638). Het hof had gematigd vanwege een “disproportionele discrepantie” tussen boete en schade. Volgens de Hoge Raad was dat de verkeerde maatstaf. De rechter moet niet alleen kijken naar de verhouding tussen boete en schade, maar ook naar de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.
De woorden “klaarblijkelijk eist” in artikel 6:94 BW maken duidelijk dat de rechter terughoudend moet zijn. De rechter moet ook motiveren waarom hij matigt. Dat maakt een verzoek om matiging zonder concrete feiten weinig kansrijk.
Welke omstandigheden wegen mee bij matiging?
De rechter weegt alle omstandigheden van het geval. In de rechtspraak spelen vooral de positie van partijen, de ernst van de overtreding en de hoogte van de boete ten opzichte van het belang dat het beding beschermt een rol.
- De aard van de overeenkomst: tussen professionele partijen die over het beding hebben onderhandeld, is de rechter terughoudender dan bij een eenzijdig opgelegd beding.
- De strekking van het beding: een boete die vooral moet afschrikken, zoals bij een geheimhoudings- of concurrentiebeding, mag hoger zijn dan de schade.
- De ernst en de verwijtbaarheid van de overtreding: een bewuste schending weegt zwaarder dan een kleine of onopzettelijke fout.
- De opbouw van de boete: een boete per dag die maandenlang doorloopt, kan tot een bedrag leiden dat niemand bij het sluiten van het contract voor ogen had.
- Het gedrag van de schuldeiser: wie lang stilzit terwijl de boete oploopt, maakt een beroep op matiging sterker.
Wat is de ondergrens bij matiging?
De rechter kan de boete niet verder verlagen dan het bedrag van de schadevergoeding waarop de schuldeiser volgens de wet recht zou hebben (artikel 6:94 lid 1 BW). Die ondergrens beschermt de schuldeiser die werkelijk schade heeft geleden.
Voor de schuldenaar betekent dit dat het verweer “er is geen schade” de boete niet automatisch tot nul brengt. Ook zonder aantoonbare schade kan een boete blijven staan, omdat het beding ook bedoeld kan zijn om nakoming af te dwingen (artikel 6:91 BW). Omgekeerd kan de schuldeiser op grond van artikel 6:94 lid 2 BW aanvullende schadevergoeding vragen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist, bijvoorbeeld als de werkelijke schade veel hoger is dan de boete.
Hoe gaat de rechter om met boetebedingen tegenover consumenten?
Bij consumenten moet de rechter uit eigen beweging toetsen of een boetebeding in algemene voorwaarden oneerlijk is. Is het beding oneerlijk, dan vernietigt de rechter het beding en blijft de boete helemaal buiten toepassing.
Dat volgt uit de Europese richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn 93/13/EEG). Het Hof van Justitie van de EU besliste op 30 mei 2013 in de zaak Asbeek Brusse (C-488/11) dat de rechter een oneerlijk boetebeding niet mag matigen, maar buiten toepassing moet laten. De Hoge Raad oordeelde op 13 september 2013 dat de Nederlandse rechter die toetsing ambtshalve moet verrichten en een oneerlijk beding moet vernietigen (ECLI:NL:HR:2013:691).
Voor een ondernemer die tegenover consumenten een boete afspreekt, is dat een groot risico. Een te hoog boetebeding levert dan niet een lagere boete op, maar helemaal geen boete. Meer over de verschillen leest u in ons artikel over contracteren met consumenten en bedrijven.
Wanneer is de boete eigenlijk verschuldigd?
Voordat de rechter aan matiging toekomt, moet vaststaan dat de boete verschuldigd is. Dat vraagt een toerekenbare tekortkoming en, als de wet dat vereist, verzuim (artikelen 6:92 lid 3 en 6:93 BW).
Artikel 6:93 BW bepaalt dat voor de boete een aanmaning of ingebrekestelling nodig is in dezelfde gevallen als bij schadevergoeding. In veel contracten staat dat de boete “zonder ingebrekestelling” verschuldigd is; dat mag, omdat deze regel van regelend recht is. Staat er niets, dan is een ingebrekestelling met een redelijke termijn vaak nodig (artikel 6:82 BW), tenzij een uitzondering van artikel 6:83 BW geldt. Bij een boetebeding in een arbeidsovereenkomst gelden daarnaast de eisen van artikel 7:650 BW; lees daarover ons artikel over het boetebeding in de arbeidsovereenkomst.
Waar let u op als u een boete wilt opeisen?
Zorg dat de boete verschuldigd is en dat u kunt uitleggen waarom de hoogte past bij het belang van het beding. Daarmee maakt u een beroep op matiging minder kansrijk.
- Controleer of de boete verschuldigd is zonder ingebrekestelling, of stuur een ingebrekestelling met een redelijke termijn.
- Leg de overtreding vast met bewijs, zoals e-mails, facturen of verklaringen.
- Treed snel op en laat een boete per dag niet maandenlang oplopen zonder reactie.
- Leg vast welk belang het beding beschermt en welke schade dreigt, ook als die moeilijk te becijferen is.
- Toets een beding in algemene voorwaarden tegenover consumenten vooraf op oneerlijkheid.
Waar let u op als u een boete moet betalen?
Bekijk eerst of de boete verschuldigd is, en vraag pas daarna om matiging. Een beroep op matiging moet u met concrete omstandigheden onderbouwen.
- Controleer of er een ingebrekestelling nodig was en of die is verstuurd (artikelen 6:82 en 6:93 BW).
- Ga na of de tekortkoming u kan worden toegerekend of dat er overmacht was (artikel 6:75 BW).
- Bent u consument en staat het beding in algemene voorwaarden, laat het beding dan toetsen op oneerlijkheid.
- Verzamel feiten over de aard van het contract, uw verwijtbaarheid en de opbouw van de boete.
- Laat zien hoe groot de werkelijke schade van de wederpartij is; dat bepaalt de ondergrens van matiging.
Wat kunnen wij voor u doen bij matiging van een boetebeding?
Onze advocaten civiel recht staan zowel schuldeisers als schuldenaren bij in geschillen over contractuele boetes.
- Wij beoordelen of de boete verschuldigd is: het beding, het verzuim en de toerekenbaarheid.
- Wij onderbouwen een beroep op matiging met de omstandigheden die de rechter volgens artikel 6:94 BW en het arrest Intrahof/Bart Smit meeweegt, of voeren daartegen verweer.
- Wij toetsen boetebedingen in algemene voorwaarden aan de regels voor oneerlijke bedingen (artikelen 6:233 en 6:236-6:237 BW).
- Wij stellen een boetebeding op dat past bij het belang dat u wilt beschermen en dat de kans op matiging beperkt.
- Wij stellen de ingebrekestelling of sommatie op en berekenen de opgelopen boete.
Samengevat
- De rechter matigt een boete alleen op verzoek van de schuldenaar en als de billijkheid dit klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 lid 1 BW).
- Maatstaf is of de boete leidt tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat; een groot verschil met de schade is niet genoeg (Intrahof/Bart Smit, 2007).
- De rechter kan niet onder de wettelijke schadevergoeding uitkomen, en een beding dat matiging uitsluit is nietig.
- Tegenover consumenten vernietigt de rechter een oneerlijk boetebeding ambtshalve; matigen is dan niet mogelijk.
Veelgestelde vragen
Matigt de rechter een boete uit zichzelf?
Nee. Tussen ondernemers matigt de rechter alleen als de schuldenaar daarom vraagt (artikel 6:94 lid 1 BW). Bij consumenten toetst de rechter wel uit eigen beweging of het boetebeding oneerlijk is.
Is een boete die veel hoger is dan de schade altijd te hoog?
Nee. Een boete mag ook bedoeld zijn om nakoming af te dwingen. De rechter kijkt naar alle omstandigheden, zoals de aard van het contract en de ernst van de overtreding, en matigt alleen bij een buitensporig resultaat.
Kan ik in het contract afspreken dat de boete niet wordt gematigd?
Dat kan wel worden opgeschreven, maar het werkt niet. Een beding dat afwijkt van de matigingsbevoegdheid van de rechter is nietig (artikel 6:94 lid 3 BW). Het boetebeding zelf blijft geldig.
Hoe ver kan de rechter een boete verlagen?
Niet verder dan de schadevergoeding waarop de schuldeiser volgens de wet recht heeft (artikel 6:94 lid 1 BW). Heeft de schuldeiser geen schade, dan kan de rechter de boete in beginsel sterk verlagen.