Gepubliceerd op 10 maart 2026 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
U kunt de rechter vragen de partneralimentatie na afloop van de wettelijke termijn te verlengen als het stoppen ervan zo ingrijpend is dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van u kan worden gevergd (art. 1:157 lid 7 Burgerlijk Wetboek boek 1). Het verzoek moet binnen drie maanden na de laatste alimentatietermijn bij de rechtbank zijn ingediend, en het kan niet al bij de eerste vaststelling van de alimentatie worden gedaan.
Deze hardheidsclausule is een vangnet voor uitzonderlijke gevallen, geen standaardverlenging. Hieronder leest u welke termijnen gelden, wat u moet aantonen en hoe de Hoge Raad en het gerechtshof Amsterdam ermee omgaan.
Inhoudsopgave
Hoe lang duurt partneralimentatie zonder verlenging?
Sinds 1 januari 2020 eindigt partneralimentatie in de regel na de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar (art. 1:157 lid 1 BW). De wet kent drie uitzonderingen. De tabel zet ze op een rij.
| Situatie | Duur van de alimentatie |
|---|---|
| Hoofdregel | Helft van de huwelijksduur, maximaal vijf jaar |
| Kinderen onder de twaalf jaar | Tot het jongste kind twaalf wordt |
| Huwelijk van ten minste vijftien jaar, ontvanger bereikt binnen tien jaar de AOW-leeftijd | Tot de AOW-leeftijd van de ontvanger |
| Huwelijk van ten minste vijftien jaar, ontvanger geboren op of vóór 1 januari 1970 | Maximaal tien jaar (overgangsregel) |
| Verzoek tot echtscheiding ingediend vóór 1 januari 2020 | Oud recht: in beginsel twaalf jaar |
Ook onder het oude recht bestond een verlengingsmogelijkheid met dezelfde strenge maatstaf. De uitzondering voor ontvangers die vóór 1970 zijn geboren is een overgangsregel; ga na of die in uw situatie nog geldt.
Wanneer dient u het verzoek in?
Uiterlijk drie maanden nadat de alimentatie is geëindigd. Mist u die termijn, dan kunt u geen verlenging meer krijgen.
Vroeg aanvragen kan ook niet. De Hoge Raad besliste op 16 mei 2025 (ECLI:NL:HR:2025:751) dat een verlengingsverzoek niet al bij het inleidende verzoek tot partneralimentatie kan worden gedaan. De beslissing vraagt een beoordeling van de omstandigheden rond het einde van de termijn. Het verzoek hoort daarom in het zicht van dat einde.
In de praktijk betekent dat een venster van enkele maanden. Begin in het laatste jaar met het verzamelen van stukken, zodat u tijdig kunt indienen.
Hoe verloopt de procedure?
- Uw advocaat dient een verzoekschrift in bij de rechtbank; in deze procedure is een advocaat verplicht.
- Uw ex-partner kan binnen de gestelde termijn een verweerschrift indienen.
- De rechtbank behandelt de zaak op een mondelinge behandeling en beslist bij beschikking.
- Tegen die beschikking staat binnen drie maanden hoger beroep open bij het gerechtshof (art. 358 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
| Griffierecht verzoekschrift rechtbank (per 1 januari 2026) | Bedrag |
|---|---|
| Natuurlijk persoon | € 341 |
| Onvermogend (inkomen onder de grens) | € 93 |
Bron: griffierechttabel rechtspraak.nl. Ook de ex-partner die verweer voert, betaalt griffierecht.
Wat moet u als ontvanger aantonen?
Bijzondere omstandigheden aan uw kant die het stoppen van de alimentatie onaanvaardbaar maken. U draagt daarvan de stelplicht en de bewijslast. Dat u weinig verdient of het financieel zwaar heeft, is op zichzelf niet genoeg.
De Hoge Raad noemde op 6 november 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BJ7004), nog onder het oude recht, de factoren die meewegen: uw financiële situatie, de mate waarin uw behoefte nog met het huwelijk samenhangt en de vraag of u alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van u kon worden verwacht om financieel zelfstandig te worden. Volgens de Hoge Raad van 2025 wijkt het huidige lid 7 niet wezenlijk af van de oude regel, zodat deze maatstaf bruikbaar blijft.
Een verband met het huwelijk is geen harde voorwaarde. Arbeidsongeschiktheid die pas na de scheiding is ontstaan, mag dus niet zonder meer buiten beschouwing blijven. Hoe zwaar zij weegt, hangt af van wat u in de alimentatieperiode zelf aan inkomen had kunnen opbouwen, gelet op leeftijd, gezondheid en arbeidsverleden.
Welke omstandigheden kunnen meewegen?
- Ernstige, medisch vastgestelde beperkingen die werken onmogelijk maken.
- Langdurige zorg voor een kind met een beperking, waardoor werken niet of maar beperkt mogelijk is.
- Een slechte positie op de arbeidsmarkt door de taakverdeling tijdens een lang huwelijk, in combinatie met leeftijd.
Wanneer wijst de rechter het verzoek af?
Als uw lagere inkomen het gevolg is van eigen keuzes na de scheiding. De rechter verwacht dat u tijdens de alimentatieperiode heeft gesolliciteerd, scholing heeft gevolgd of aan re-integratie heeft gewerkt.
Het gerechtshof Amsterdam wees op 6 februari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:460) een verlengingsverzoek af na een huwelijk van minder dan drie jaar. De vrouw had vóór en tijdens het huwelijk voltijds gewerkt en was na de scheiding voltijds gaan studeren. Haar lagere verdiencapaciteit kwam dus niet voort uit keuzes tijdens het huwelijk. Dat haar inkomen mogelijk rond bijstandsniveau zou uitkomen, veranderde dat niet.
Welke stukken onderbouwen uw verzoek?
Onderbouw elke stelling met stukken (art. 150 Rv). Denk aan het volgende.
- Uw arbeidsverleden en bewijs van onderbrekingen voor zorgtaken tijdens het huwelijk.
- Medische verklaringen van behandelaars of een keuringsarts die uw beperkingen objectief vastleggen.
- Sollicitatiebrieven, afwijzingen en bewijs van scholing of re-integratie.
- Een actueel overzicht van uw inkomen, vermogen en vaste lasten.
Wat kan de rechter beslissen?
De rechter kan het verzoek afwijzen of een nieuwe termijn vaststellen, die ook tijdelijk kan zijn. Daarbij bepaalt hij opnieuw de hoogte van de alimentatie op basis van behoefte en draagkracht.
Veranderen de omstandigheden daarna, bijvoorbeeld door herstel of een nieuw inkomen, dan kan de betaler wijziging of beëindiging vragen (art. 1:401 BW). Ook bij hertrouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap van de ontvanger eindigt de alimentatie (art. 1:160 BW).
Wat controleert u als betaler bij een verlengingsverzoek?
De ontvanger draagt de bewijslast. Als betaler toetst u vooral of het verzoek op tijd is en of de omstandigheden zijn onderbouwd.
- Is het verzoek binnen drie maanden na de laatste termijn ingediend?
- Heeft de ontvanger stukken overgelegd over sollicitaties en scholing in de hele alimentatieperiode?
- Zijn gestelde beperkingen medisch of feitelijk onderbouwd?
- Welke draagkracht heeft u nu, inclusief eventuele nieuwe gezinslasten?
Hoe helpen wij bij een verlengingsverzoek?
Onze advocaten familierecht kunnen:
- beoordelen of uw omstandigheden een beroep op de hardheidsclausule kunnen dragen;
- de einddatum en de termijn van drie maanden bewaken;
- het verzoekschrift of verweerschrift opstellen met de juiste stukken;
- een nieuwe alimentatieberekening maken op basis van behoefte en draagkracht.
Veelgestelde vragen
Wat als ik de termijn van drie maanden heb gemist?
Dan is verlenging via art. 1:157 lid 7 BW niet meer mogelijk. U kunt nog met uw ex-partner bespreken of een vrijwillige regeling haalbaar is.
Kunnen wij zelf een langere duur afspreken?
Ja. Partijen kunnen in een overeenkomst, zoals het echtscheidingsconvenant, een andere duur afspreken dan de wettelijke termijn (art. 1:158 BW). Leg dat schriftelijk vast.
