Gepubliceerd op 8 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Bij een doorstart na faillissement koopt u de levensvatbare onderdelen van een failliete onderneming uit de boedel en zet u die voort, meestal in een bestaande of nieuw opgerichte rechtspersoon. De schulden blijven in beginsel achter in de failliete vennootschap, maar het personeel kan onder omstandigheden toch van rechtswege met u meegaan.
Hieronder leest u wat u precies koopt, wie over de doorstart beslist, wat er met personeel, contracten en huur gebeurt, hoe zeker een pre-pack op dit moment is en wanneer de curator een transactie kan terugdraaien.
Een doorstart is geen zelfstandige juridische figuur: de wet kent de term niet. In de kern gaat het meestal om een activatransactie. Dat is een koopovereenkomst tussen de koper en de curator, gesloten binnen de regels die voor het curatorschap gelden. Of zo’n transactie ook fiscaal en arbeidsrechtelijk als een “kale” koop van spullen mag worden behandeld, hangt af van de feiten. De hoofdvraag is dan of er feitelijk een economische eenheid overgaat die haar identiteit behoudt.
Dat verschil verklaart waarom een doorstart aantrekkelijk is. Het verklaart ook waarom u er zorgvuldig mee moet omgaan. De praktijk is een stuk genuanceerder dan “activa erin, schulden eruit”.
Het korte antwoord: bij een doorstart koopt u activa en activiteiten uit de failliete boedel, niet de vennootschap zelf. De schulden blijven achter en de curator wikkelt die af volgens de wettelijke rangorde.
Dat betekent niet dat u alleen koopt wat u zelf uitkiest. Blijft een duurzaam georganiseerde economische eenheid met behoud van identiteit bestaan, dan kan het personeel alsnog van rechtswege meegaan, ook na een faillissement. De faillissementsuitzondering van artikel 7:666 BW komt pas in beeld nadat is vastgesteld dát er een overgang van onderneming is.
De curator beslist, onder toezicht van de rechter-commissaris. Het hoogste bod op papier hoeft niet te winnen: opbrengst, uitvoerbaarheid, betalingszekerheid en tijd wegen mee. Een onderbouwd bod zonder financieringsvoorbehoud heeft daarom vaak de voorkeur. Reken op dagen, niet op weken.
Inhoudsopgave
Wat koopt u bij een doorstart precies?
U koopt activa en activiteiten, geen rechtspersoon. De schulden van de failliete vennootschap neemt u in beginsel niet over.
Denk bij activa aan voorraad, machines, inventaris, intellectuele-eigendomsrechten zoals de handelsnaam, goodwill en het klantenbestand. Dat geldt alleen voor zover deze zaken overdraagbaar zijn en tot de boedel behoren.
De schulden blijven achter in de failliete vennootschap. De curator voldoet ze uit de opbrengst van de boedel, volgens de wettelijke rangorde. Hierin verschilt een activatransactie wezenlijk van een aandelentransactie. Koopt u aandelen, dan krijgt u ook alle historische en verborgen verplichtingen van de vennootschap mee.
Wanneer is een doorstart een overgang van onderneming?
Als bij de doorstart een economische eenheid overgaat die haar identiteit behoudt. Dan kan het personeel van rechtswege meegaan.
Een doorstart is niet altijd een activatransactie zonder verdere gevolgen. Ook een onderdeel van een onderneming kan juridisch als onderneming gelden, met alle gevolgen voor het personeel.
De wet spreekt van een overgang bij “de overgang, ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of een splitsing, van een economische eenheid die haar identiteit behoudt” (artikel 7:662 lid 1 en 2 BW). Of een concrete doorstart die kwalificatie krijgt, hangt af van de feiten. Rechters kijken onder meer naar de voortzetting van de activiteiten, de overname van klanten en activa en de vraag of het grootste deel van het personeel feitelijk doorwerkt. Dat bepaalt rechtstreeks of werknemersrechten automatisch meegaan. Daarover leest u hieronder meer.
Verkoopt de curator ook goederen van derden?
Nee, de curator verkoopt alleen wat tot de boedel behoort. Rechten van pandhouders, hypotheekhouders en leveranciers met eigendomsvoorbehoud moet u per goed uitzoeken.
Pand- en hypotheekhouders kunnen hun rechten in beginsel uitoefenen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Fw). Dat maakt een verkoop door de curator niet onmogelijk, maar de positie en rang van de zekerheidshouder bij de opbrengst moeten wel worden gerespecteerd. In de praktijk maakt de curator daarover afspraken met de bank.
Bij een eigendomsvoorbehoud geldt hetzelfde uitgangspunt. Of een goed buiten de boedel valt, hangt af van de geldigheid en de omvang van het beding. Ook de feitelijke situatie op de dag van de faillietverklaring telt mee. Dat is dus geen automatisme: het vraagt per goed uitzoekwerk, en dat werk moet vóór de koop gebeuren.
Wie beslist over de doorstart?
De curator beslist, onder toezicht van de rechter-commissaris. Voor een onderhandse verkoop is toestemming van de rechter-commissaris nodig.
De curator beheert en vereffent de boedel onder toezicht van de rechter-commissaris (artikel 68 Fw). Hij is bevoegd goederen te verkopen (artikel 101 Fw). De verkoop vindt in het openbaar plaats, of onderhands met toestemming van de rechter-commissaris (artikel 176 Fw). Voor verkopen van beperkte omvang kent de wet een uitzondering.
De wet schrijft niet voor dat de curator steeds het hoogste bod op papier moet aanvaarden. Bij zijn taak van beheer en vereffening weegt hij onder meer de opbrengst, de uitvoerbaarheid, de betalingszekerheid en de tijd. Een onderbouwd bod zonder financieringsvoorbehoud heeft daarom vaak de voorkeur boven een hoger bod met onzekere financiering. Zorg dus dat uw financiering rond is voordat u biedt.
Hoeveel tijd heeft u?
Weinig. Doorstarttransacties worden doorgaans binnen dagen afgerond.
Zodra een faillissement is uitgesproken, verliest een boedel vaak snel waarde. Personeel vertrekt, klanten lopen weg en leveranciers stoppen met leveren. Een koper die snel en zeker kan handelen, heeft daardoor een voorsprong. Bereid uw bod, uw financiering en uw due diligence daarom zo veel mogelijk voor.
Wat doet een afkoelingsperiode?
Een afkoelingsperiode bevriest tijdelijk de verhaalsrechten van derden op boedelgoederen. Dat geeft de curator ruimte om over een doorstart te onderhandelen.
De rechter-commissaris kan een afkoelingsperiode gelasten van ten hoogste twee maanden, die eenmaal met ten hoogste twee maanden kan worden verlengd. In die periode kunnen derden hun bevoegdheid tot verhaal op boedelgoederen of tot opeising van goederen niet uitoefenen zonder zijn machtiging (artikel 63a lid 1 Fw). Dit geeft de curator onderhandelingsruimte. Het is echter geen algemene blokkade van alle rechten van derden: boedelschuldeisers vallen er uitdrukkelijk buiten, en na afloop van de periode kunnen bijvoorbeeld pandhouders weer zelf tot uitwinning overgaan.
Wat gebeurt er met het personeel?
Het personeel gaat in faillissement in beginsel niet automatisch mee, maar dat is geen zekerheid. Is er feitelijk een overgang van onderneming, dan kan de uitzondering van artikel 7:666 BW onder omstandigheden niet opgaan.
Voor u als koper is dit de post met het grootste risico. Het is ook de post waarover de meeste misverstanden bestaan. De hoofdregel is dat bij een overgang van onderneming de rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst van rechtswege overgaan op de verkrijger (artikel 7:663 BW). Artikel 7:666 BW maakt daarop een uitzondering als de werkgever failliet is verklaard en de onderneming tot de boedel behoort.
Die uitzondering is geen vrijbrief, en hier kan een doorstart juridisch op stuklopen. Eerst moet worden vastgesteld dát er een overgang van onderneming is. Pas daarna komt de faillissementsuitzondering in beeld. Blijft een duurzaam georganiseerde economische eenheid met behoud van identiteit bestaan, dan kan het personeel alsnog van rechtswege meegaan, ook na een faillissement. Dat oordeel hangt af van de feiten en niet van het etiket “faillissementsdoorstart”. De rechtspraak van de laatste jaren laat op dat punt beide uitkomsten zien.
In de praktijk mag u de selectievrijheid waarop een doorstart vaak wordt gebouwd dus niet als vanzelfsprekend aannemen. Neemt u vrijwel het volledige personeelsbestand terug tegen aanzienlijk slechtere voorwaarden, terwijl de onderneming feitelijk naadloos doordraait? Dan is het risico reëel dat een rechter alsnog een overgang van onderneming aanneemt, met alle bijbehorende aanspraken. De discriminatieverboden blijven daarnaast onverkort gelden bij de keuze wie u wel en niet aanneemt.
De curator zegt de lopende arbeidsovereenkomsten op. Daarvoor heeft hij machtiging van de rechter-commissaris nodig, en een opzegtermijn van zes weken is in elk geval voldoende. Vanaf de faillietverklaring zijn het loon en de daarmee samenhangende premies boedelschuld (artikel 40 Fw).
De volledige uitwerking van de werknemerspositie staat in ons artikel Doorstart na faillissement: wat betekent dat voor uw baan?. Daarin behandelen wij de rechtspraak over overgang van onderneming, de loongarantieregeling van het UWV, de transitievergoeding en de gevolgen bij ziekte of zwangerschap.
Let ook op het verschil met de andere insolventieroute. Bij een overdracht tijdens surseance van betaling geldt de uitzondering van artikel 7:666 BW niet. Het personeel gaat dan in beginsel wél van rechtswege mee naar de koper.
Hoe zeker is een pre-pack op dit moment?
Minder zeker dan veel kopers denken. Zolang de pre-pack geen wettelijke basis heeft, is niet gegarandeerd dat u zich op de faillissementsuitzondering voor het personeel kunt beroepen.
Bij een pre-pack wordt een doorstart vóór de faillietverklaring in stilte voorbereid. Dat gebeurt onder toezicht van een beoogd curator en een beoogd rechter-commissaris, met als doel de waarde van de onderneming en de werkgelegenheid te behouden. Voor een koper is het voordeel duidelijk: de onderneming verliest minder waarde, omdat klanten en personeel niet wekenlang in onzekerheid zitten.
Daar staat een onzekerheid tegenover die u vóór de transactie moet meewegen. Het Hof van Justitie van de EU heeft in de zaken Smallsteps en Heiploeg voorwaarden geformuleerd waaronder de faillissementsuitzondering op de werknemersbescherming opgaat. Eén daarvan is dat de procedure is geregeld in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen (HvJ EU 22 juni 2017, C-126/16; HvJ EU 28 april 2022, C-237/20).
Dat vereiste is in Nederland het knelpunt. De Hoge Raad oordeelde in de Heiploeg-zaak dat de positie van de beoogd curator en de beoogd rechter-commissaris niet bij wet is geregeld. Daardoor voldeed de gevolgde pre-packprocedure niet aan de gestelde voorwaarden (HR 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1372).
Het wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen I moet de pre-pack die wettelijke basis geven. De Tweede Kamer nam het voorstel in 2016 aan, maar de Eerste Kamer houdt de behandeling sinds 2019 aan. Een novelle om het voorstel aan te passen is in 2021 in consultatie gegaan. In september 2026 is de wet nog steeds niet aangenomen en niet in werking getreden.
Zolang die wettelijke basis ontbreekt, is niet gegarandeerd dat een beroep op de faillissementsuitzondering standhoudt. Het gevolg voor u als koper is concreet. U kunt met een personeelsbestand komen te zitten dat van rechtswege is meegegaan, tegen de oude arbeidsvoorwaarden, terwijl uw bod op een andere aanname was gebaseerd. Houd daar in uw prijs en uw planning rekening mee. De uitwerking van de voorwaarden en de rechtspraak staat in ons artikel over de werknemerspositie bij een doorstart.
Mag de oude bestuurder zelf doorstarten?
Ja. Er is geen wettelijk verbod op een doorstart door een zittende bestuurder of aandeelhouder, maar de curator toetst zo’n transactie extra kritisch.
Bij een doorstart door een betrokken partij spelen twee risico’s een grotere rol: de prijsvorming en de aansprakelijkheid van de bestuurder.
Hoe toont u een reële prijs aan?
Met een onafhankelijke taxatie en een open biedingsproces. Bij een transactie met een gelieerde partij zijn die vrijwel onmisbaar.
Zo voorkomt u de indruk dat schuldeisers worden benadeeld doordat de oude eigenaar de onderneming te goedkoop terugkoopt. Een curator die geen marktconforme prijs kan onderbouwen, zal de transactie niet snel aangaan. De rechter-commissaris zal er evenmin snel toestemming voor geven.
Blijft de bestuurder aansprakelijk?
Ja, de aankoop van activa vrijwaart de bestuurder niet. De curator kan los van de doorstart onderzoeken of er sprake was van onbehoorlijk bestuur.
Bij kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement, is iedere bestuurder tegenover de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement (artikel 2:248 lid 1 BW). Daarnaast geldt de algemene norm van behoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 BW).
Voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een individuele schuldeiser geldt overigens een hoge drempel. De Hoge Raad vernietigde onlangs een arrest van een hof omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom een indirect bestuurder een schuldeiser van de ene groepsvennootschap had moeten betrekken bij de afwikkeling van schulden van een andere, afzonderlijke groepsvennootschap (HR 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:912). De afzonderlijke rechtspersoonlijkheid en de gescheiden schuldenposities van groepsvennootschappen moeten dus worden gerespecteerd. Aansprakelijkheid van een (indirect) bestuurder wordt niet snel aangenomen.
Onder omstandigheden kan de rechter bovendien een bestuursverbod opleggen. Dat kan onder meer bij bepaalde vormen van faillissementsbenadeling, bij vernietigde paulianeuze rechtshandelingen of bij ernstige schending van de informatie- en medewerkingsplichten tegenover de curator (artikel 106a Fw).
Kan de curator de transactie terugdraaien?
Ja, transacties van vóór het faillissement kan de curator onder voorwaarden vernietigen met de pauliana. Dat risico is groter als de doorstart in fases is voorbereid.
De Faillissementswet kent twee hoofdroutes:
- Artikel 42 Fw: onverplichte rechtshandelingen die vóór het faillissement zijn verricht en die schuldeisers benadelen, kunnen worden vernietigd als de schuldenaar dit wist of behoorde te weten. Bij een rechtshandeling tegen betaling, zoals een koop, moet ook de wederpartij dit hebben geweten of behoren te weten (artikel 42 Fw).
- Artikel 47 Fw: betaling van een schuld die al opeisbaar was, kan alleen worden vernietigd als de ontvanger wist dat het faillissement al was aangevraagd, of als de betaling het gevolg was van overleg met de bedoeling die schuldeiser boven anderen te bevoordelen (artikel 47 Fw).
Van “wetenschap van benadeling” in de zin van artikel 42 Fw is sprake als het faillissement en een tekort daarin ten tijde van de handeling met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien. Dat moet gelden voor zowel de schuldenaar als de wederpartij.
Bij een samenhangend geheel van rechtshandelingen, zoals een reeks transacties die samen de doorstart voorbereiden, heeft de Hoge Raad bevestigd dat deze wetenschap wordt beoordeeld op het geheel en niet per afzonderlijke handeling (HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:975). De curator kan dan het hele samenstel van transacties aantasten, niet alleen de handeling waarbij de wetenschap concreet aanwezig was. Dit vergroot het pauliana-risico bij doorstarts die in de aanloop naar het faillissement stap voor stap zijn opgezet.
Wat gebeurt er met contracten, huur en vergunningen?
Die gaan niet vanzelf over op de doorstarter. U moet per contract, huurovereenkomst en vergunning nagaan wat er nodig is.
Een faillissement beëindigt lopende overeenkomsten niet automatisch. Bij een activatransactie gaan contracten evenmin vanzelf over op de koper. Voor contractsoverneming is een akte nodig tussen de oorspronkelijke contractspartij en de nieuwe partij, en de wederpartij moet daaraan meewerken (artikel 6:159 BW). Als doorstarter moet u dus per contract nagaan of overdracht mogelijk is en of u toestemming van de wederpartij nodig heeft. Denk aan leasecontracten, licenties, leveranciers en grote klanten.
Voor de huurovereenkomst geldt een bijzondere regeling in faillissement. Zowel de curator als de verhuurder kan de huur tussentijds opzeggen, waarbij een termijn van drie maanden in elk geval voldoende is. Vanaf de faillietverklaring is de huurprijs boedelschuld (artikel 39 Fw). De doorstarter krijgt de oude huurovereenkomst niet automatisch. Meestal moet u zelf een nieuw huurcontract met de verhuurder sluiten, of een afzonderlijke contractsoverneming regelen.
Publiekrechtelijke vergunningen zijn vaak gebonden aan een persoon of rechtspersoon en moeten in de regel opnieuw worden aangevraagd. Of een vergunning kan overgaan, hangt af van de regels die op die specifieke vergunning van toepassing zijn. Neem dit mee in uw planning, want een nieuwe aanvraag kost tijd.
Wat kunnen wij voor u doen bij een doorstart na faillissement?
Wij begeleiden kopers, bestuurders en ondernemers bij een doorstart, van het bod aan de curator tot de afwikkeling.
- Wij stellen het bod aan de curator op en onderhandelen over de koopovereenkomst voor de activa.
- Wij beoordelen of de doorstart een overgang van onderneming oplevert en hoe groot de kans is dat het personeel meegaat (artikel 7:662 en 7:666 BW).
- Wij brengen pandrechten en eigendomsvoorbehouden in kaart voordat u koopt.
- Wij regelen de contractsoverneming van huur-, lease- en leverancierscontracten (artikel 6:159 BW).
- Wij toetsen een doorstart door een betrokken bestuurder op prijsvorming, pauliana-risico (artikel 42 Fw) en bestuurdersaansprakelijkheid.
Samengevat
- Bij een doorstart koopt u activa en activiteiten uit de boedel; de schulden blijven in beginsel achter in de failliete vennootschap.
- De curator beslist onder toezicht van de rechter-commissaris en kijkt naar opbrengst, zekerheid en snelheid, niet alleen naar het hoogste bod.
- Personeel gaat in faillissement in beginsel niet mee, maar bij een feitelijke overgang van onderneming en zeker bij een pre-pack is dat niet gegarandeerd.
- Een doorstart door de oude bestuurder mag, maar vraagt om een onafhankelijke taxatie en een open biedingsproces.
- Contracten, huur en vergunningen gaan niet vanzelf over; de pauliana kan transacties in de aanloop naar het faillissement aantasten.
Veelgestelde vragen
Wat houdt een doorstart in?
Een doorstart is het voortzetten van levensvatbare bedrijfsonderdelen, meestal via een koop van activa uit de failliete boedel door een bestaande of nieuw opgerichte rechtspersoon. De wet kent de doorstart niet als zelfstandige rechtsfiguur.
Blijven schulden achter bij een doorstart?
In beginsel wel. De schulden blijven in de failliete vennootschap en de curator wikkelt ze af volgens de wettelijke rangorde. Zekerheidsrechten zoals pand en eigendomsvoorbehoud rusten wel op het specifieke goed en moeten per geval worden onderzocht; die goederen vallen dus niet automatisch buiten de boedel.
Heeft personeel recht op automatische overname?
Niet automatisch, maar ook niet nooit. Artikel 7:666 BW bevat een faillissementsuitzondering op de hoofdregel van automatische overgang, maar die geldt alleen als aan specifieke voorwaarden is voldaan, met name dat de procedure echt gericht is op liquidatie en niet op voortzetting van de onderneming. Vooral bij een pre-pack zonder wettelijke basis is dat op dit moment onzeker, zoals blijkt uit de Smallsteps- en Heiploeg-rechtspraak. De doorstarter kan zich dus niet zonder meer op volledige selectievrijheid beroepen.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.