Bij een doorstart worden de levensvatbare onderdelen van een failliete onderneming uit de boedel gekocht en voortgezet, doorgaans in een bestaande of nieuw opgerichte rechtspersoon. De schulden blijven in beginsel achter in de failliete vennootschap, die vervolgens wordt vereffend. Dat verschil verklaart waarom een doorstart aantrekkelijk is — en tegelijk waarom er zorgvuldig mee moet worden omgegaan, want de praktijk is een stuk genuanceerder dan “activa erin, schulden eruit.”
Een doorstart is geen zelfstandige juridische figuur; de wet kent de term niet. In de kern gaat het meestal om een activatransactie: een koopovereenkomst tussen de koper en de curator, gesloten binnen de kaders die voor het curatorschap gelden. Maar of zo’n transactie ook fiscaal en arbeidsrechtelijk als “kaal” mag worden behandeld, hangt af van de concrete feiten — met name of feitelijk sprake is van een overgang van een economische eenheid die haar identiteit behoudt.
Kort antwoord: bij een doorstart koopt u activa en activiteiten uit de failliete boedel, niet de vennootschap. De schulden blijven achter en worden door de curator volgens de wettelijke rangorde afgewikkeld.
Dat betekent niet dat u alleen koopt wat u uitkiest. Blijft een duurzaam georganiseerde economische eenheid met behoud van identiteit bestaan, dan kan het personeel alsnog van rechtswege meegaan, ook na een faillissement. De faillissementsuitzondering van artikel 7:666 BW komt pas in beeld nadat is vastgesteld dát er een overgang van onderneming is.
De curator beslist, onder toezicht van de rechter-commissaris. Het nominaal hoogste bod hoeft niet te winnen: opbrengst, uitvoerbaarheid, betalingszekerheid en tijd wegen mee. Een onderbouwd bod zonder financieringsvoorbehoud heeft daarom vaak de voorkeur. Reken op dagen, niet op weken.
Wat koopt u bij een doorstart precies?
U koopt activa en/of activiteiten, geen onderneming als geheel in de zin van een rechtspersoon. Denk aan voorraad, machines, inventaris, intellectuele-eigendomsrechten (zoals de handelsnaam), goodwill en het klantenbestand — voor zover deze overdraagbaar zijn en tot de boedel behoren.
Wat u in beginsel niet overneemt, zijn de schulden. Die blijven achter in de failliete vennootschap en worden uit de boedelopbrengst voldaan volgens de wettelijke rangorde. Daarin verschilt een activatransactie wezenlijk van een aandelentransactie, waarbij u ook alle historische en latente verplichtingen meekrijgt.
Belangrijke nuance: overgang van onderneming
Het is te kort door de bocht om te zeggen dat een doorstart altijd “gewoon” een activatransactie zonder verdere gevolgen is. De wet merkt ook een onderdeel van een onderneming aan als onderneming, en bepaalt dat een overgang optreedt bij “de overgang, ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of een splitsing, van een economische eenheid die haar identiteit behoudt” (artikel 7:662 lid 1 en 2 BW). Of een concrete doorstart die kwalificatie krijgt, hangt af van feitelijke factoren zoals voortzetting van activiteiten, overname van klanten en activa, en de vraag of (het grootste deel van) het personeel feitelijk doorwerkt. Dat heeft rechtstreeks gevolgen voor de vraag of werknemersrechten al dan niet automatisch meegaan (zie hieronder).
Belangrijke beperking: de curator kan uitsluitend verkopen wat tot de boedel behoort
Pand- en hypotheekhouders kunnen hun rechten in beginsel uitoefenen alsof er geen faillissement was (artikel 57 Fw); dat betekent niet dat elke verkoop door de curator daardoor onmogelijk wordt, maar de positie en rang van de zekerheidshouder bij de opbrengst moeten wel worden gerespecteerd. Bij een beding van eigendomsvoorbehoud geldt hetzelfde uitgangspunt: de vraag of een goed buiten de boedel valt, hangt af van de geldigheid en omvang van het beding en van de feitelijke situatie op het moment van faillietverklaring — dit is dus geen automatisme, maar vereist per goed uitzoekwerk.
Wie beslist over de doorstart?
De curator beheert en vereffent de boedel, onder toezicht van de rechter-commissaris (artikel 68 Fw). De curator is bevoegd goederen te vervreemden (artikel 101 Fw), en de verkoop vindt in het openbaar plaats of ondershands met toestemming van de rechter-commissaris (artikel 176 Fw) — behoudens de wettelijke uitzondering voor verkopen van beperkte omvang. De wet schrijft niet voor dat steeds het nominaal hoogste bod moet worden aanvaard: de curator beoordeelt binnen zijn taak van beheer en vereffening onder meer opbrengst, uitvoerbaarheid, betalingszekerheid en tijd. Een onderbouwd bod zonder financieringsvoorbehoud heeft daarom vaak de voorkeur boven een hoger bod met onzekere financiering.
Tijdsdruk
Zodra een faillissement is uitgesproken, verliest een boedel vaak snel waarde doordat personeel vertrekt en klanten weglopen. Dat verklaart waarom doorstarttransacties doorgaans binnen dagen worden afgerond.
Afkoelingsperiode
De rechter-commissaris kan een afkoelingsperiode gelasten van ten hoogste twee maanden, eenmaal verlengbaar met twee maanden, waarin elke bevoegdheid van derden tot verhaal op boedelgoederen of tot opeising van goederen niet zonder zijn machtiging kan worden uitgeoefend (artikel 63a lid 1 Fw). Dit geeft de curator onderhandelingsruimte, maar is geen algemene blokkade van alle rechten van derden: boedelschuldeisers vallen er uitdrukkelijk buiten, en de bepaling raakt niet aan de rechten van bijvoorbeeld pandhouders om zelf tot uitwinning over te gaan buiten het bereik van de afkoeling.
Wat gebeurt er met het personeel?
Voor u als koper is dit de post met het grootste risico, en tegelijk de post waarover de meeste misverstanden bestaan. De hoofdregel is dat bij een overgang van onderneming de rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst van rechtswege overgaan op de verkrijger (artikel 7:663 BW). Artikel 7:666 BW maakt daarop een uitzondering wanneer de werkgever failliet is verklaard en de onderneming tot de boedel behoort.
Die uitzondering is geen vrijbrief, en dat is het punt waar een doorstart juridisch op kan stuklopen. Er moet eerst worden vastgesteld dát er een overgang van onderneming is; pas daarna komt de faillissementsuitzondering in beeld. Blijft een duurzaam georganiseerde economische eenheid met behoud van identiteit bestaan, dan kan het personeel alsnog van rechtswege meegaan, ook na een faillissement. Dat oordeel hangt af van de feiten en niet van het etiket “faillissementsdoorstart”, en de rechtspraak van de laatste jaren laat op dat punt beide uitkomsten zien.
Praktisch betekent dit dat u de selectievrijheid waarop een doorstart vaak wordt gebouwd niet als gegeven mag aannemen. Neemt u vrijwel het volledige personeelsbestand terug tegen aanzienlijk slechtere voorwaarden terwijl de onderneming feitelijk naadloos doordraait, dan is het risico reëel dat een rechter alsnog een overgang van onderneming aanneemt, met alle bijbehorende aanspraken. De discriminatieverboden blijven daarnaast onverkort gelden.
De curator zegt de lopende arbeidsovereenkomsten op met een termijn van ten hoogste zes weken, waarvoor machtiging van de rechter-commissaris nodig is; vanaf de faillietverklaring zijn loon en de daarmee samenhangende premies boedelschuld (artikel 40 Fw).
De volledige uitwerking van de werknemerspositie, met de rechtspraak over overgang van onderneming, de loongarantieregeling van het UWV, de transitievergoeding en de gevolgen bij ziekte of zwangerschap, staat in ons artikel Doorstart na faillissement: wat betekent dat voor uw baan?. Let op het verschil met de andere insolventieroute: bij een overdracht tijdens surseance van betaling geldt de uitzondering van artikel 7:666 BW niet en gaat het personeel in beginsel wél van rechtswege mee.
Hoe zeker is een pre-pack op dit moment?
Bij een pre-pack wordt een doorstart vóór de faillietverklaring in stilte voorbereid onder toezicht van een beoogd curator en een beoogd rechter-commissaris, met als doel waardebehoud en behoud van werkgelegenheid. Voor een koper is de aantrekkelijkheid duidelijk: de onderneming verliest minder waarde omdat klanten en personeel niet wekenlang in onzekerheid zitten.
Daar staat een onzekerheid tegenover die u vóór de transactie moet meewegen. Het Hof van Justitie van de EU heeft in Smallsteps en Heiploeg voorwaarden geformuleerd waaronder de faillissementsuitzondering op de werknemersbescherming opgaat, en één daarvan is dat de procedure is verankerd in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen (HvJ EU 22 juni 2017, C-126/16; HvJ EU 28 april 2022, C-237/20). Dat vereiste is in Nederland het knelpunt. De Hoge Raad oordeelde in de Heiploeg-zaak dat de positie van de beoogd curator en de beoogd rechter-commissaris niet bij wet is geregeld, zodat de gevolgde pre-packprocedure niet aan de gestelde voorwaarden voldeed (HR 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1372).
Het wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen I, dat de pre-pack die basis zou moeten geven, is per 24 augustus 2026 nog steeds in behandeling bij de Eerste Kamer en niet in werking getreden. Zolang die verankering ontbreekt, is niet gegarandeerd dat een beroep op de faillissementsuitzondering standhoudt. Het gevolg voor u als koper is concreet: u kunt met een personeelsbestand komen te zitten dat van rechtswege is meegegaan, tegen de oude arbeidsvoorwaarden, terwijl uw bod op een andere aanname was gebaseerd. De uitwerking van die voorwaarden en van de rechtspraak staat in ons artikel over de werknemerspositie bij een doorstart.
Mag de oude bestuurder zelf doorstarten?
Ja, er is geen wettelijk verbod op een doorstart door een zittend bestuurder of aandeelhouder. Wel toetst de curator zo’n transactie extra kritisch, en spelen twee risico’s een grotere rol:
Reële prijsvorming
Om benadeling van schuldeisers te voorkomen, zijn een onafhankelijke taxatie en een transparant biedingsproces bij een transactie met een gelieerde partij vrijwel onmisbaar.
Bestuurdersaansprakelijkheid
De aankoop van activa vrijwaart de bestuurder niet van een eventueel onderzoek naar onbehoorlijk bestuur. Bij kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement, is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het faillissementstekort (artikel 2:248 lid 1 BW), naast de algemene norm van behoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 BW). Voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders geldt overigens een hoge drempel: de Hoge Raad heeft recent een hofarrest vernietigd omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom een bestuurder een schuldeiser van de ene groepsvennootschap had moeten betrekken bij de afwikkeling van schulden van een andere, afzonderlijke groepsvennootschap (HR 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:912). De afzonderlijke rechtspersoonlijkheid en de gescheiden schuldenposities van groepsvennootschappen moeten dus worden gerespecteerd; aansprakelijkheid van een (indirect) bestuurder wordt niet snel aangenomen.
Onder omstandigheden kan bovendien een bestuursverbod worden opgelegd, onder meer bij bepaalde vormen van faillissementsbenadeling, vernietigde paulianeuze rechtshandelingen of ernstige schending van informatie- en medewerkingsverplichtingen jegens de curator (artikel 106a Fw).
Kan de curator de transactie terugdraaien?
Transacties die voorafgaan aan het faillissement kunnen door de curator worden aangetast via de pauliana:
- Artikel 42 Fw: onverplichte rechtshandelingen, verricht vóór faillissement, die schuldeisers benadelen, kunnen worden vernietigd als de schuldenaar dit wist of behoorde te weten. Bij een rechtshandeling anders dan om niet (zoals een koop) is bovendien vereist dat ook de wederpartij dit wist of behoorde te weten (artikel 42 Fw).
- Artikel 47 Fw: voldoening van reeds opeisbare schulden kan alleen worden vernietigd als de ontvangende partij wist dat het faillissement al was aangevraagd, of als sprake was van overleg gericht op bevoordeling van die schuldeiser boven anderen (artikel 47 Fw).
Van “wetenschap van benadeling” in de zin van artikel 42 Fw is sprake als het faillissement en een tekort daarin ten tijde van de handeling met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien voor zowel de schuldenaar als de wederpartij. Bij een samenhangend geheel van rechtshandelingen — bijvoorbeeld een reeks transacties die samen de doorstart voorbereiden — heeft de Hoge Raad recent bevestigd dat deze wetenschap wordt getoetst op het geheel: voldoende is dat op enig moment tijdens het verrichten van een van de tot dat geheel behorende rechtshandelingen aan het wetenschapsvereiste is voldaan. De curator kan dan het gehele samenstel van transacties vernietigen, niet alleen de afzonderlijke handeling waarbij de wetenschap concreet aanwezig was (HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:975). Dit vergroot het pauliana-risico bij doorstarts die in de aanloop naar het faillissement in fases zijn opgezet.
Wat gebeurt er met contracten, huur en vergunningen?
Een faillissement beëindigt lopende overeenkomsten niet automatisch, en bij een activatransactie gaan contracten evenmin vanzelf over op de doorstarter. Contractsoverneming vereist een akte tussen de oorspronkelijke contractspartij en de derde, én uitdrukkelijke medewerking van de wederpartij (artikel 6:159 BW). De doorstarter moet dus per contract nagaan of overdracht mogelijk is en of toestemming van de wederpartij nodig is.
Voor de huurovereenkomst geldt een bijzondere faillissementsregeling: zowel de curator als de verhuurder kan de huur tussentijds opzeggen, met een termijn van in elk geval maximaal drie maanden, en vanaf de faillietverklaring is de huurprijs boedelschuld (artikel 39 Fw). De doorstarter verkrijgt de oude huurovereenkomst niet automatisch en moet doorgaans zelf een nieuw huurcontract met de verhuurder onderhandelen, of een afzonderlijke contractsoverneming regelen.
Publiekrechtelijke vergunningen zijn vaak persoons- of entiteitsgebonden en moeten in de regel opnieuw worden aangevraagd; of overgang mogelijk is, hangt af van het specifieke publiekrechtelijke regime dat op de vergunning van toepassing is.
Veelgestelde vragen
Wat houdt een doorstart in?
Het voortzetten van levensvatbare bedrijfsonderdelen, doorgaans via een activakoop uit de failliete boedel door een bestaande of nieuw opgerichte rechtspersoon. “Doorstart” is geen zelfstandige wettelijke rechtsfiguur.
Blijven schulden achter bij een doorstart?
In beginsel wel: schulden blijven in de failliete entiteit en worden door de curator volgens de wettelijke rangorde afgewikkeld. Zekerheidsrechten (pand, eigendomsvoorbehoud) rusten echter op het specifieke goed en moeten per geval worden onderzocht — die vallen dus niet automatisch en zonder toetsing buiten de boedel.
Heeft personeel recht op automatische overname?
Niet automatisch, maar ook niet nooit. Artikel 7:666 BW bevat een faillissementsuitzondering op de hoofdregel van automatische overgang, maar die uitzondering geldt alleen als aan specifieke voorwaarden is voldaan (met name: is de procedure daadwerkelijk gericht op liquidatie, en niet op voortzetting van de onderneming). Vooral bij een pre-pack zonder wettelijke verankering is dat op dit moment onzeker, zoals blijkt uit de Smallsteps- en Heiploeg-rechtspraak. De doorstarter kan zich dus niet zonder meer op algehele selectievrijheid beroepen.
Deze bijdrage geeft een algemeen juridisch overzicht op basis van het Nederlandse recht en de Europese rechtspraak zoals deze gelden op 24 augustus 2026, en vormt geen juridisch advies voor een concrete situatie.