Surseance van betaling: hoe het werkt en welke alternatieven er zijn

Surseance van betaling aanvragen bij de rechtbank

Gepubliceerd op 25 augustus 2026 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Surseance van betaling is een tijdelijk uitstel van betaling dat een onderneming zelf bij de rechtbank aanvraagt. Het beschermt u alleen tegen concurrente schuldeisers: de Belastingdienst, het UWV en houders van pand of hypotheek worden er niet op dezelfde manier door gebonden, en juist bij hen zit meestal de druk.

Surseance schrapt geen schulden. Het geeft ademruimte om de onderneming voort te zetten en een regeling met schuldeisers voor te bereiden. Voor een echte herstructurering is de WHOA meestal het geschiktere instrument. Daarmee kunnen ook de Belastingdienst en schuldeisers met zekerheden aan een akkoord worden gebonden.

Een aanvraag heeft alleen kans van slagen als vooraf duidelijk is welke schuldeisers door de surseance worden gebonden. Ook moet vaststaan welke verplichtingen tijdens de procedure ontstaan en of de onderneming die lopende verplichtingen kan blijven betalen. Hieronder leest u hoe de procedure werkt, wie er wel en niet door wordt geraakt en wanneer een ander instrument beter past.

Hoe vraagt u surseance van betaling aan?

Alleen de onderneming zelf kan surseance aanvragen, via een advocaat. Schuldeisers kunnen dat niet; zij kunnen alleen het faillissement van hun debiteur aanvragen.

Surseance is geregeld in Titel II van de Faillissementswet (Fw). Volgens artikel 214 Fw kan de schuldenaar surseance aanvragen als hij voorziet dat hij niet kan blijven doorgaan met het betalen van zijn opeisbare schulden. U dient een verzoekschrift in, met een onderbouwde staat van baten en schulden.

Is het verzoek compleet, dan verleent de rechtbank vrijwel direct een voorlopige surseance. Zij benoemt dan een bewindvoerder en een rechter-commissaris. Het bestuur blijft in beginsel bevoegd de onderneming te leiden. Voor het beheer van en de beschikking over het vermogen is wel de medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerder nodig (artikel 228 Fw). Het bestuur kan dus niet meer zelfstandig betalingen doen of bezittingen verkopen.

De surseance in stappen

StapWat er gebeurtGrondslag
1. VerzoekschriftDe onderneming dient via een advocaat het verzoek in, met een staat van baten en schuldenArtikel 214 Fw
2. Voorlopige surseanceDe rechtbank verleent direct voorlopige surseance en benoemt een bewindvoerderArtikel 215 Fw
3. Bestuur met bewindvoerderHet bestuur handelt alleen met medewerking van de bewindvoerderArtikel 228 Fw
4. SchuldeisersvergaderingConcurrente schuldeisers stemmen over de definitieve surseanceArtikel 218 Fw
5. Definitieve surseance of eindeDuur ten hoogste anderhalf jaar, verlengbaar; of intrekking en faillissementArtikelen 223 en 242 Fw

Hoe wordt beslist over de definitieve surseance?

Binnen enkele maanden stemmen de concurrente schuldeisers in een schuldeisersvergadering over de definitieve verlening. Stemt een te grote groep tegen, dan moet de rechtbank de definitieve surseance weigeren.

Volgens artikel 218 Fw weigert de rechtbank de definitieve surseance als:

  • schuldeisers die samen meer dan een kwart vertegenwoordigen van het bedrag van de ter vergadering vertegenwoordigde vorderingen, tegenstemmen; of
  • meer dan een derde van het aantal aanwezige stemgerechtigde schuldeisers tegenstemt; of
  • er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar de schuldeisers tijdens de surseance zal benadelen, of er geen reëel vooruitzicht is dat de schuldeisers na verloop van tijd geheel of gedeeltelijk worden betaald.

Deze stemdrempels gelden alleen voor concurrente schuldeisers. De vorderingen van preferente schuldeisers en schuldeisers met zekerheden worden door de surseance niet getroffen. Zij hebben daarom in beginsel geen stemrecht over de definitieve verlening. Is er onenigheid over wie mag stemmen, dan beslist de rechtbank.

Wordt de definitieve surseance verleend, dan bepaalt de rechtbank de duur op ten hoogste anderhalf jaar. Op verzoek kan deze termijn telkens met ten hoogste anderhalf jaar worden verlengd (artikel 223 Fw en verder). Ontbreekt het vooruitzicht op voortzetting en betaling, dan kan de surseance eindigen. De rechtbank kan dan in dezelfde beschikking het faillissement uitspreken.

Wanneer trekt de rechtbank de surseance in?

Als de schuldenaar zich niet aan de regels houdt of als er geen uitzicht meer is op betaling van de schuldeisers. Artikel 242 lid 1 Fw noemt onder meer kwade trouw, benadeling van schuldeisers, handelen zonder de bewindvoerder en het ontbreken van een vooruitzicht op bevrediging.

De rechtbank Rotterdam trok op 29 november 2022 een surseance in en sprak het faillissement uit (ECLI:NL:RBROT:2022:10516). De rechtbank toetste of de surseance haar doel diende: een adempauze om tijdelijke liquiditeitsproblemen op te lossen, met behoud van de waarde van de onderneming. Dat was niet zo. Het voorgestelde akkoord was onvoldoende concreet en het vermogen nam af zonder uitzicht op nieuwe baten.

Het gerechtshof Den Haag bekrachtigde op 7 mei 2026 een intrekking op meer gronden tegelijk (ECLI:NL:GHDHA:2026:1570). De onderneming had de bewindvoerder pas na ongeveer zes weken volledige toegang tot de administratie gegeven. Tijdens de afkoelingsperiode waren bovendien betalingen gedaan aan één financier. Het hof zag daarin benadeling van schuldeisers en onvoldoende vooruitzicht op een akkoord. Wie surseance aanvraagt, moet de bewindvoerder dus vanaf de eerste dag volledige openheid geven.

Tegen welke schuldeisers werkt surseance?

Surseance werkt vooral tegen concurrente schuldeisers: schuldeisers zonder voorrang en zonder zekerheidsrecht. Hun oude vorderingen worden niet geschrapt, maar kunnen tijdelijk niet worden afgedwongen.

Zolang de surseance duurt, mogen de vóór de surseance ontstane concurrente vorderingen alleen worden betaald aan alle schuldeisers samen, naar verhouding van hun vorderingen (artikel 233 Fw). Een individuele schuldeiser kan dus niet voorgaan. De surseance biedt tijdelijk uitstel, geen kwijtschelding.

SchuldeiserPositie tijdens de surseanceGrondslag
Concurrente handelscrediteurKan oude vorderingen niet individueel afdwingen; meldt aan bij de bewindvoerder en stemt meeArtikelen 232 en 233 Fw
Preferente schuldeiser (Belastingdienst, UWV)Niet op dezelfde manier gebonden; wat mogelijk is, hangt af van de vordering, beslagen en een eventuele afkoelingsperiodeArtikel 232 Fw
Pand- of hypotheekhouder (separatist)Kan zekerheden in beginsel uitwinnen alsof er geen surseance is, tenzij een afkoelingsperiode geldtArtikel 232 Fw
Leverancier met eigendomsvoorbehoudKan de zaken onder voorwaarden terughalen, als het beding geldig is en de zaken herkenbaar zijn; ook hier kan een afkoelingsperiode geldenArtikel 241a Fw

Het is dus niet zo dat de Belastingdienst en het UWV altijd onbeperkt kunnen blijven invorderen en beslag leggen, of dat een bank al haar zekerheden altijd direct kan uitwinnen. Wat een schuldeiser mag, hangt mede af van de aard van zijn recht, een eventuele afkoelingsperiode en de bijzondere regels die daarop van toepassing zijn.

Wat houdt de afkoelingsperiode in?

Een afkoelingsperiode bevriest tijdelijk ook de rechten van separatisten en preferente schuldeisers. Zij duurt ten hoogste twee maanden en kan eenmaal met ten hoogste twee maanden worden verlengd (artikel 241a Fw).

De rechter kan de afkoelingsperiode op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve afkondigen. Tijdens die periode kunnen derden, waaronder separatisten en preferente schuldeisers, hun verhaals- en opeisingsrechten niet uitoefenen zonder machtiging van de rechter-commissaris. Boedelschuldeisers worden niet door de afkoelingsperiode geraakt.

De afkoelingsperiode geeft de bewindvoerder tijd om de positie van de onderneming en haar bezittingen te onderzoeken. Zij is geen structurele oplossing en duurt maar kort. Betalingen aan één schuldeiser in die periode kunnen bovendien tot intrekking van de surseance leiden, zoals de uitspraak van het hof Den Haag van 7 mei 2026 laat zien.

Wat betekent surseance voor personeel, huur en leveranciers?

Surseance maakt de onderneming niet vrij van nieuwe verplichtingen. De wet geeft loon en huur uitdrukkelijk een bijzondere positie; voor andere lopende lasten geldt dat niet automatisch.

Loon en ontslag

Vanaf het begin van de surseance zijn het loon en de bijbehorende premies boedelschuld (artikel 239 lid 3 Fw). Zij moeten dus met voorrang worden betaald. De loongarantieregeling van het UWV geldt ook bij surseance (artikel 61 WW). Het loon over de opzegtermijn wordt daarbij vergoed tot ten hoogste de termijn van artikel 40 Fw (artikel 64 lid 1, onderdeel b, WW). Omdat bij surseance de langere wettelijke termijn van artikel 7:672 lid 2 BW kan gelden, kan een deel van het loon buiten die vergoeding vallen en ten laste van de boedel komen.

De schuldenaar kan, met medewerking van de bewindvoerder, arbeidsovereenkomsten opzeggen met de overeengekomen of wettelijke opzegtermijn. Een termijn van zes weken is in elk geval voldoende, behalve als de wettelijke opzegtermijn van artikel 7:672 lid 2 BW langer is (artikel 239 Fw). Artikel 239 Fw regelt alleen de lengte van de opzegtermijn. Of daarnaast toestemming van het UWV of een ontbinding door de kantonrechter nodig is, volgt uit de gewone regels van het ontslagrecht. Anders dan bij faillissement bestaat daarop bij surseance geen algemene uitzondering.

Huur

Vanaf het begin van de surseance is de huurprijs boedelschuld (artikel 238 Fw). De schuldenaar kan, met medewerking van de bewindvoerder, de huur tussentijds opzeggen tegen een gebruikelijk moment. Een opzegtermijn van drie maanden is in elk geval voldoende. Alleen de huurder in surseance kan deze bijzondere opzegmogelijkheid gebruiken; de verhuurder heeft dit recht niet, anders dan bij faillissement.

Overige lasten en nieuwe leveringen

Energie, verzekeringen en andere lasten die tijdens de surseance verschuldigd worden, moeten op tijd worden betaald. Een verplichting wordt niet automatisch boedelschuld omdat zij tijdens de surseance ontstaat. Nieuwe leveringen die de bewindvoerder namens de boedel aangaat, gelden doorgaans wel als boedelschuld. Voor verplichtingen die de schuldenaar zelf aangaat zonder voldoende betrokkenheid van de bewindvoerder ligt dat minder vast. Vooruitbetaling of levering onder strikt eigendomsvoorbehoud beperkt het risico voor een nieuwe leverancier.

Kiest u voor surseance of de WHOA?

Surseance past vooral bij een tijdelijk geldtekort. Is een structurele herstructurering nodig, dan biedt de WHOA meestal meer, omdat daarmee ook preferente schuldeisers en schuldeisers met zekerheden aan een akkoord kunnen worden gebonden.

Sinds de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) op 1 januari 2021 in werking trad, is surseance in veel situaties naar de achtergrond verschoven. Onder de WHOA kan de rechtbank een akkoord over de herstructurering van schulden goedkeuren (homologeren). Onder voorwaarden geldt dat akkoord dan ook voor schuldeisers en aandeelhouders die hebben tegengestemd: het zogenoemde dwangakkoord bij de WHOA (artikelen 369 tot en met 387 Fw).

PuntSurseance van betalingWHOA-akkoord
Wie wordt gebondenAlleen concurrente schuldeisersOok preferente schuldeisers, separatisten en aandeelhouders, onder voorwaarden
Schulden verlaagdNee, alleen uitstel; verlaging vraagt een akkoordJa, via een gehomologeerd akkoord
BestuurHandelt met de bewindvoerderBlijft zelf aan het roer
OpenbaarheidOpenbaar en ingeschrevenOpenbaar of besloten traject mogelijk
Geschikt bijTijdelijk geldtekort met uitzicht op herstelStructurele herstructurering van schulden

De fiscale positie vraagt aparte aandacht. De Belastingdienst toetst een aangeboden akkoord aan eigen beleidscriteria voordat zij voor of tegen stemt. Dat de fiscus of de bank moet meebetalen, is geen gegarandeerd resultaat; dat beoordeelt u per schuldeiser en per vordering. Laat de fiscale gevolgen van een akkoord beoordelen door een fiscalist.

De keuze tussen surseance en WHOA hangt onder meer af van:

  • de oorzaak en duur van het geldtekort;
  • de omvang van de lopende verplichtingen;
  • de verhouding tussen concurrente, preferente en gedekte schulden;
  • de beschikbare financiering tijdens de procedure;
  • de haalbaarheid van een akkoord en de levensvatbaarheid van de onderneming daarna.

Wat bereidt u als ondernemer voor de aanvraag voor?

Vooral uw liquiditeit tijdens de procedure en de vraag welke schuldeisers de surseance echt bindt.

  • Maak een liquiditeitsprognose voor de duur van de procedure, inclusief loon en huur, die vanaf het begin boedelschuld zijn (artikelen 238 en 239 Fw).
  • Breng in kaart welk deel van uw schulden concurrent is; alleen die schuldeisers worden door de surseance gebonden.
  • Leg een onderbouwde staat van baten en schulden klaar voor het verzoekschrift (artikel 214 Fw).
  • Zorg dat de bewindvoerder vanaf de eerste dag volledige toegang tot de administratie krijgt (artikel 228 Fw).
  • Overleg vooraf met financiers en belangrijke leveranciers over het voortzetten van leveringen.

Wat doet u als schuldeiser van een onderneming in surseance?

Stel eerst vast of uw vordering concurrent, preferent of gedekt door een zekerheidsrecht is. Ga daarna na of zij vóór of na het begin van de surseance is ontstaan; die twee vragen bepalen welke rechten u heeft.

  • Met zekerheid (pand, hypotheek): u behoudt in beginsel uw positie als separatist, tenzij een afkoelingsperiode uw bevoegdheden tijdelijk beperkt.
  • Met eigendomsvoorbehoud: u kunt de geleverde zaken onder de daarvoor geldende voorwaarden terughalen, als het beding geldig is overeengekomen en de zaken nog als de uwe herkenbaar zijn.
  • Zonder zekerheid (concurrent): meld uw vordering op tijd aan bij de bewindvoerder en stem mee tijdens de verificatie- of schuldeisersvergadering.
  • Bij nieuwe leveringen tijdens de surseance: leg vooraf schriftelijk vast wat u afspreekt over betaling, kredietlimiet, eigendomsvoorbehoud en het recht om verdere leveringen op te schorten.
  • Ziet u benadeling van schuldeisers, meld dat dan bij de bewindvoerder; benadeling is een grond voor intrekking (artikel 242 Fw).

Wat kost een surseancetraject?

De kosten bestaan onder meer uit griffierecht, advocaatkosten en het salaris van de bewindvoerder. Dat salaris stelt de rechtbank vast; het is boedelschuld en gaat vóór de meeste andere schulden.

Heeft de onderneming weinig geld beschikbaar, onderzoek dan vooraf of er genoeg middelen zijn om de onderneming tijdens de procedure voort te zetten. Vooraf moet u ten minste inzicht hebben in het geld dat u tijdens de procedure nodig heeft, de verwachte inkomsten en uitgaven, de bereidheid van financiers en leveranciers om mee te werken, de positie van de Belastingdienst en de mogelijkheid om een akkoord of WHOA-traject te financieren. Een surseanceaanvraag zonder realistische liquiditeitsprognose kan de financiële positie verder verzwakken in plaats van verlichten.

Wanneer is surseance de juiste keuze?

Surseance werkt bij een tijdelijk geldtekort met reëel uitzicht op herstel. Zij is minder geschikt als de onderneming structureel verlies lijdt of als de grootste schuldeisers separatist of preferent zijn.

Surseance van betaling is geen algemeen verbod op incasso en ook geen automatische redding. Een onderbouwde keuze tussen surseance, WHOA, een regeling buiten de rechter om of een faillissementsaanvraag vraagt om een analyse van de schuldenstructuur, de lopende verplichtingen en de financierbaarheid van de onderneming.

Loopt de surseance uit op een faillissement en komt een doorstart in beeld, dan verandert de positie van het personeel wezenlijk. De uitzondering van artikel 7:666 BW op de regels voor overgang van onderneming geldt bij faillissement wel en bij surseance niet. Wat een doorstart voor schuldeisers betekent, leest u in Faillissement en doorstart: kansen en valkuilen voor schuldeisers.

Wat wij doen bij surseance van betaling

  • Wij analyseren uw schuldenstructuur en beoordelen of surseance, de WHOA of een regeling buiten de rechter om het beste past.
  • Wij stellen het verzoekschrift met de staat van baten en schulden op en dienen het in bij de rechtbank (artikel 214 Fw).
  • Wij overleggen met de bewindvoerder over voortzetting, loon, huur en lopende contracten (artikelen 238 en 239 Fw).
  • Wij behartigen als u schuldeiser bent uw belangen: aanmelding van uw vordering, een beroep op eigendomsvoorbehoud of pandrecht, en de stemming.
  • Wij beoordelen wat een afkoelingsperiode (artikel 241a Fw) voor uw positie betekent.

Surseance in vijf punten

  • Surseance is tijdelijk uitstel van betaling dat alleen de onderneming zelf, via een advocaat, kan aanvragen.
  • Zij bindt vooral concurrente schuldeisers; de Belastingdienst, het UWV en pand- en hypotheekhouders worden niet op dezelfde manier geraakt.
  • De rechtbank weigert de definitieve surseance als meer dan een kwart in bedrag of meer dan een derde in aantal van de concurrente schuldeisers tegenstemt.
  • Gebrekkige openheid naar de bewindvoerder of betalingen aan één schuldeiser kunnen tot intrekking en faillissement leiden (artikel 242 Fw).
  • Voor een structurele herstructurering is de WHOA meestal geschikter.

Veelgestelde vragen over surseance van betaling

Worden mijn schulden door surseance kwijtgescholden?

Nee. Surseance stelt betaling uit, maar schrapt geen schulden. Een verlaging van schulden vraagt een akkoord, bijvoorbeeld binnen de surseance of via de WHOA.

Mag de Belastingdienst tijdens surseance blijven invorderen?

In beginsel wel, omdat preferente schuldeisers niet op dezelfde manier aan de surseance gebonden zijn. Een afkoelingsperiode kan dat tijdelijk beperken.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.