Gepubliceerd op 25 augustus 2026 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Surseance van betaling is een tijdelijk uitstel van betaling dat een onderneming zelf bij de rechtbank aanvraagt. Het beschermt u alleen tegen concurrente schuldeisers: de Belastingdienst, het UWV en houders van pand of hypotheek worden er niet op dezelfde manier door gebonden, en juist bij hen zit meestal de druk.
Surseance schrapt geen schulden. Het geeft ademruimte om de onderneming voort te zetten en een regeling met schuldeisers voor te bereiden. Voor een echte herstructurering is de WHOA meestal het geschiktere instrument. Daarmee kunnen ook de Belastingdienst en schuldeisers met zekerheden aan een akkoord worden gebonden.
Een aanvraag heeft daarom alleen kans van slagen als vooraf duidelijk is welke schuldeisers door de surseance worden gebonden. Ook moet vaststaan welke verplichtingen tijdens de procedure ontstaan en of de onderneming die lopende verplichtingen kan blijven betalen. In dit artikel zetten wij uiteen hoe de procedure werkt, wie er wel en niet door wordt geraakt en wanneer een ander instrument beter past.
Inhoudsopgave
Hoe vraagt u surseance van betaling aan?
Alleen de onderneming zelf kan surseance aanvragen, via een advocaat. Schuldeisers kunnen dat niet; zij kunnen alleen het faillissement van hun debiteur aanvragen.
Surseance is geregeld in Titel II van de Faillissementswet (Fw). Volgens artikel 214 Fw kan de schuldenaar surseance aanvragen als hij voorziet dat hij niet kan blijven doorgaan met het betalen van zijn opeisbare schulden. De aanvraag gaat verplicht via een advocaat. U dient een verzoekschrift in, met een onderbouwde staat van baten en schulden.
Is het verzoek compleet, dan verleent de rechtbank vrijwel direct een voorlopige surseance. Zij benoemt dan een bewindvoerder en een rechter-commissaris. Het bestuur blijft in beginsel bevoegd de onderneming te leiden. Voor het beheer van en de beschikking over het vermogen is wel de medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerder nodig (artikel 228 Fw). Het bestuur kan dus niet meer zelfstandig betalingen doen of bezittingen verkopen.
Hoe wordt beslist over de definitieve surseance?
Binnen enkele maanden stemmen de concurrente schuldeisers in een schuldeisersvergadering over de definitieve verlening. Stemt een te grote groep tegen, dan moet de rechtbank de definitieve surseance weigeren.
Volgens artikel 218 Fw weigert de rechtbank de definitieve surseance als:
schuldeisers die samen meer dan een kwart vertegenwoordigen van het bedrag van de ter vergadering vertegenwoordigde vorderingen, tegenstemmen; of
meer dan een derde van het aantal aanwezige stemgerechtigde schuldeisers tegenstemt; of
er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar de schuldeisers tijdens de surseance zal benadelen, of er geen reëel vooruitzicht is dat de schuldeisers na verloop van tijd geheel of gedeeltelijk worden betaald.
Let op: deze stemdrempels gelden alleen voor concurrente schuldeisers. De vorderingen van preferente schuldeisers en schuldeisers met zekerheden worden door de surseance niet getroffen. Zij hebben daarom in beginsel geen stemrecht over de definitieve verlening. Is er onenigheid over wie mag stemmen, dan beslist de rechtbank. De grens van een kwart in bedrag en een derde in aantal is dus geen algemene drempel voor alle schuldeisers, maar een stemregeling voor concurrente vorderingen.
Wordt de definitieve surseance verleend, dan bepaalt de rechtbank de duur op ten hoogste anderhalf jaar. Op verzoek kan deze termijn telkens met ten hoogste anderhalf jaar worden verlengd (artikel 223 Fw en verder). Ontbreekt het vooruitzicht op voortzetting en betaling, dan kan de surseance eindigen. De rechtbank kan dan in dezelfde beschikking het faillissement uitspreken.
Tegen welke schuldeisers werkt surseance?
Surseance werkt vooral tegen concurrente schuldeisers: schuldeisers zonder voorrang en zonder zekerheidsrecht. Hun oude vorderingen worden niet geschrapt, maar kunnen tijdelijk niet worden afgedwongen.
Zolang de surseance duurt, mogen de vóór de surseance ontstane concurrente vorderingen alleen worden betaald aan alle schuldeisers samen, naar verhouding van hun vorderingen (artikel 233 Fw). Een individuele schuldeiser kan dus niet voorgaan. De surseance biedt tijdelijk uitstel, geen kwijtschelding.
De positie van andere schuldeisers is wezenlijk anders:
Preferente schuldeisers, zoals de Belastingdienst en het UWV, worden niet op dezelfde manier gebonden als concurrente schuldeisers (artikel 232 Fw). Wat zij tijdens de surseance concreet kunnen doen, hangt af van de aard van de vordering, eventuele beslagen en de vraag of een afkoelingsperiode is afgekondigd.
Separatisten, dat wil zeggen pand- en hypotheekhouders, kunnen hun zekerheidsrechten in beginsel uitoefenen alsof er geen surseance is (artikel 232 Fw). Zij hoeven niet te wachten op een akkoord met de concurrente schuldeisers, tenzij een afkoelingsperiode hun bevoegdheden tijdelijk beperkt.
Een eigendomsvoorbehoud is geen pand- of hypotheekrecht. Een leverancier met een geldig overeengekomen eigendomsvoorbehoud kan de geleverde zaken onder de daarvoor geldende voorwaarden terughalen (revindiceren). Hij moet wel rekening houden met de feitelijke situatie, met vermenging of verwerking van de zaken en met een eventuele afkoelingsperiode.
Concurrente handelscrediteuren kunnen hun oude vorderingen niet individueel afdwingen. Zij melden hun vordering aan bij de bewindvoerder en bewaken hun positie via de verificatie- en stemprocedure.
Het is dus niet zo dat de Belastingdienst en het UWV altijd onbeperkt kunnen blijven invorderen en beslag leggen, of dat een bank al haar zekerheden altijd direct kan uitwinnen. Wat een schuldeiser mag, hangt mede af van de aard van zijn recht, een eventuele afkoelingsperiode en de bijzondere regels die daarop van toepassing zijn.
Wat houdt de afkoelingsperiode in?
Een afkoelingsperiode bevriest tijdelijk ook de rechten van separatisten en preferente schuldeisers. Zij duurt ten hoogste twee maanden en kan eenmaal met ten hoogste twee maanden worden verlengd (artikel 241a Fw).
De rechter kan de afkoelingsperiode op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve afkondigen. Tijdens die periode kunnen derden, waaronder separatisten en preferente schuldeisers, hun verhaals- en opeisingsrechten niet uitoefenen zonder machtiging van de rechter-commissaris. Boedelschuldeisers worden volgens artikel 241a Fw niet door de afkoelingsperiode geraakt.
De afkoelingsperiode geeft de bewindvoerder tijd om de positie van de onderneming en haar bezittingen te onderzoeken. Zij is geen vervanging van een structurele oplossing en duurt maar kort. De onderneming moet daarom vóór of tijdens de afkoelingsperiode duidelijk maken hoe zij haar bedrijfsvoering voortzet, haar lopende lasten betaalt en tot een akkoord of andere regeling komt.
Wat betekent surseance voor personeel, huur en leveranciers?
Surseance maakt de onderneming niet vrij van nieuwe verplichtingen. De wet geeft loon en huur uitdrukkelijk een bijzondere positie; voor andere lopende lasten geldt dat niet automatisch.
Loon: vanaf het begin van de surseance zijn het loon en de bijbehorende premies boedelschuld (artikel 239 lid 3 Fw). Zij moeten dus met voorrang worden betaald. De loongarantieregeling van het UWV geldt ook bij surseance (artikel 61 WW). Het loon over de opzegtermijn wordt daarbij vergoed tot ten hoogste de termijn van artikel 40 Fw, zowel in als buiten faillissement (artikel 64 lid 1, onderdeel b, WW). Omdat bij surseance de langere wettelijke termijn van artikel 7:672 lid 2 BW kan gelden, kan een deel van het loon buiten die vergoeding vallen en ten laste van de boedel komen.
Arbeidsovereenkomsten opzeggen: de schuldenaar kan, met medewerking van de bewindvoerder, arbeidsovereenkomsten opzeggen met de overeengekomen of wettelijke opzegtermijn. Een termijn van zes weken is in elk geval voldoende, behalve als de wettelijke opzegtermijn van artikel 7:672 lid 2 BW langer is. Dan geldt die langere termijn (artikel 239 Fw). Artikel 239 Fw regelt alleen de lengte van de opzegtermijn. Of daarnaast toestemming van het UWV of een ontbinding door de kantonrechter nodig is, volgt uit de gewone regels van het ontslagrecht. Anders dan bij faillissement bestaat daarop bij surseance geen algemene uitzondering. Opzeggen zonder toestemming, alleen met een termijn van zes weken, is bij surseance dus niet zonder meer mogelijk.
Huur: vanaf het begin van de surseance is de huurprijs boedelschuld (artikel 238 Fw). De schuldenaar kan, ook met medewerking van de bewindvoerder, de huur tussentijds opzeggen tegen een gebruikelijk moment. Een opzegtermijn van drie maanden is in elk geval voldoende. Alleen de huurder in surseance kan deze bijzondere opzegmogelijkheid gebruiken. De verhuurder heeft dit recht niet, anders dan bij faillissement (artikel 238 Fw).
Overige lasten en nieuwe leveringen: energie, verzekeringen en andere lasten die tijdens de surseance verschuldigd worden, moeten op tijd worden betaald. Een verplichting wordt niet automatisch boedelschuld omdat zij tijdens de surseance ontstaat. Nieuwe leveringen die de bewindvoerder namens de boedel aangaat, gelden doorgaans wel als boedelschuld. Voor verplichtingen die de schuldenaar zelf aangaat zonder voldoende betrokkenheid van de bewindvoerder ligt dat minder vast. Nieuwe leveranciers doen er daarom goed aan vóór levering schriftelijke afspraken te maken over betaling, eigendomsvoorbehoud, kredietlimieten en het recht om verdere leveringen op te schorten. Vooruitbetaling of levering onder strikt eigendomsvoorbehoud beperkt het risico.
Kiest u voor surseance of de WHOA?
Surseance past vooral bij een tijdelijk geldtekort. Is een structurele herstructurering nodig, dan biedt de WHOA meestal meer, omdat daarmee ook preferente schuldeisers en schuldeisers met zekerheden aan een akkoord kunnen worden gebonden.
Surseance is vooral geschikt als de onderneming op korte termijn weer genoeg inkomsten kan genereren om haar lopende verplichtingen te betalen. De regeling beschermt vooral tegen concurrente schuldeisers, maar laat de druk van preferente schuldeisers en separatisten grotendeels bestaan.
Sinds de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) op 1 januari 2021 in werking trad, is surseance in veel situaties naar de achtergrond verschoven. Onder de WHOA kan de rechtbank een akkoord over de herstructurering van schulden goedkeuren (homologeren). Onder voorwaarden geldt dat akkoord dan ook voor schuldeisers en aandeelhouders die hebben tegengestemd: het zogenoemde dwangakkoord bij de WHOA (artikel 369 tot en met 387 Fw). Daardoor kan de WHOA in bepaalde gevallen ook schulden aan financiers of andere grote schuldeisers herstructureren.
De fiscale positie vraagt aparte aandacht. De Belastingdienst toetst een aangeboden akkoord aan eigen beleidscriteria voordat zij voor of tegen stemt. Niet iedere belastingschuld kan zonder meer op dezelfde manier worden verlaagd of aan een akkoord worden onderworpen. Dat de fiscus of de bank moet meebetalen, is dus geen gegarandeerd resultaat. Het is een mogelijkheid die per schuldeiser en per vordering apart moet worden beoordeeld.
De keuze tussen surseance en WHOA hangt onder meer af van:
de oorzaak en duur van het geldtekort;
de omvang van de lopende verplichtingen;
de verhouding tussen concurrente, preferente en gedekte schulden;
de beschikbare financiering tijdens de procedure;
de haalbaarheid van een akkoord;
de levensvatbaarheid van de onderneming na de herstructurering.
Waar let u als ondernemer op?
Vooral op uw liquiditeit tijdens de procedure en op de vraag welke schuldeisers de surseance echt bindt.
- Maak een liquiditeitsprognose voor de duur van de procedure, inclusief loon en huur, die vanaf het begin boedelschuld zijn (artikelen 238 en 239 Fw).
- Breng in kaart welk deel van uw schulden concurrent is; alleen die schuldeisers worden door de surseance gebonden.
- Leg een onderbouwde staat van baten en schulden klaar voor het verzoekschrift (artikel 214 Fw).
- Ga na of de WHOA beter past als de Belastingdienst of de bank uw grootste schuldeiser is.
- Overleg vooraf met financiers en belangrijke leveranciers over het voortzetten van leveringen.
Waar let u als schuldeiser op?
Stel eerst vast of uw vordering concurrent, preferent of gedekt door een zekerheidsrecht is. Ga daarna na of zij vóór of na het begin van de surseance is ontstaan; die twee vragen bepalen welke rechten u heeft.
Met zekerheid (pand, hypotheek): u behoudt in beginsel uw positie als separatist, tenzij een afkoelingsperiode uw bevoegdheden tijdelijk beperkt.
Met eigendomsvoorbehoud: u kunt de geleverde zaken onder de daarvoor geldende voorwaarden terughalen, als het beding geldig is overeengekomen en de zaken nog als de uwe herkenbaar zijn.
Zonder zekerheid (concurrent): meld uw vordering op tijd aan bij de bewindvoerder en stem mee tijdens de verificatie- of schuldeisersvergadering.
Bij nieuwe leveringen tijdens de surseance: leg vooraf schriftelijk vast wat u afspreekt over betaling, kredietlimiet, eigendomsvoorbehoud en het recht om verdere leveringen op te schorten. Dat beperkt het risico, maar geeft geen volledige zekerheid.
Wat kost een surseancetraject?
De kosten bestaan onder meer uit griffierecht, advocaatkosten en het salaris van de bewindvoerder. Dat salaris stelt de rechtbank vast; het komt met voorrang ten laste van de boedel.
Omdat het salaris van de bewindvoerder boedelschuld is, gaat het vóór de meeste andere schulden. Heeft de onderneming weinig geld beschikbaar, onderzoek dan vooraf of er genoeg middelen zijn om de onderneming tijdens de procedure voort te zetten.
Vooraf moet u ten minste inzicht hebben in:
het geld dat u tijdens de procedure nodig heeft;
de verwachte inkomsten en uitgaven;
de bereidheid van belangrijke financiers en leveranciers om mee te werken;
de positie van de Belastingdienst en andere preferente schuldeisers;
de mogelijkheid om een akkoord of WHOA-traject te financieren.
Een surseanceaanvraag zonder realistische liquiditeitsprognose kan de financiële positie van de onderneming verder verzwakken in plaats van verlichten.
Wanneer is surseance de juiste keuze?
Surseance werkt bij een tijdelijk geldtekort met reëel uitzicht op herstel. Zij is minder geschikt als de onderneming structureel verlies lijdt of als de grootste schuldeisers separatist of preferent zijn.
Surseance van betaling is geen algemeen verbod op incasso en ook geen automatische redding. Een onderbouwde keuze tussen surseance, WHOA, een regeling buiten de rechter om of een faillissementsaanvraag vraagt om een analyse van de schuldenstructuur, de lopende verplichtingen en de financierbaarheid van de onderneming.
Loopt de surseance uit op een faillissement en komt een doorstart in beeld, dan verandert de positie van het personeel wezenlijk. De uitzondering van artikel 7:666 BW op de regels voor overgang van onderneming geldt bij faillissement wel en bij surseance niet. Wat dat betekent voor de transactie leest u in Doorstart na faillissement: hoe het juridisch werkt. Wat het voor werknemers betekent, leest u in Doorstart na faillissement: wat betekent dat voor uw baan?.
Wat kunnen wij voor u doen bij surseance van betaling?
Wij begeleiden ondernemers en schuldeisers bij surseance en de alternatieven daarvoor, vanuit onze praktijk ondernemingsrecht.
- Wij analyseren uw schuldenstructuur en beoordelen of surseance, de WHOA of een regeling buiten de rechter om het beste past.
- Wij stellen het verzoekschrift met de staat van baten en schulden op en dienen het in bij de rechtbank (artikel 214 Fw).
- Wij overleggen met de bewindvoerder over voortzetting, loon, huur en lopende contracten (artikelen 238 en 239 Fw).
- Wij bereiden de schuldeisersvergadering over de definitieve surseance voor (artikel 218 Fw).
- Wij behartigen als u schuldeiser bent uw belangen: aanmelding van uw vordering, een beroep op eigendomsvoorbehoud of pandrecht, en de stemming.
- Wij beoordelen wat een afkoelingsperiode (artikel 241a Fw) voor uw positie betekent.
Samengevat
Surseance is tijdelijk uitstel van betaling dat alleen de onderneming zelf, via een advocaat, kan aanvragen.
Zij bindt vooral concurrente schuldeisers; de Belastingdienst, het UWV en pand- en hypotheekhouders worden niet op dezelfde manier geraakt.
De rechtbank weigert de definitieve surseance als meer dan een kwart in bedrag of meer dan een derde in aantal van de concurrente schuldeisers tegenstemt.
Loon en huur zijn vanaf het begin van de surseance boedelschuld; een afkoelingsperiode duurt ten hoogste twee plus twee maanden.
Voor een structurele herstructurering is de WHOA meestal geschikter.
Veelgestelde vragen over surseance van betaling
Kan een schuldeiser surseance van betaling aanvragen?
Nee. Alleen de schuldenaar kan surseance aanvragen (artikel 214 Fw). Een schuldeiser kan wel het faillissement van zijn debiteur aanvragen.
Worden mijn schulden door surseance kwijtgescholden?
Nee. Surseance stelt betaling uit, maar schrapt geen schulden. Een verlaging van schulden vraagt een akkoord, bijvoorbeeld binnen de surseance of via de WHOA.
Hoe lang duurt een definitieve surseance?
De rechtbank bepaalt de duur op ten hoogste anderhalf jaar. Op verzoek kan die termijn telkens met ten hoogste anderhalf jaar worden verlengd.
Mag de Belastingdienst tijdens surseance blijven invorderen?
In beginsel wel, omdat preferente schuldeisers niet op dezelfde manier aan de surseance gebonden zijn. Een afkoelingsperiode kan dat tijdelijk beperken.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.