Gepubliceerd op 5 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 15 september 2026
Het recht op vergetelheid geeft u de mogelijkheid om een organisatie te laten wissen wat zij over u verwerkt, of om een zoekmachine een link bij een zoekopdracht op uw naam te laten verbergen. Het is geregeld in artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), maar het is niet absoluut. Zodra het verzoek raakt aan journalistiek, archieven of de vrijheid van meningsuiting, maakt de rechter een belangenafweging tussen uw privacy en het recht van het publiek om geïnformeerd te worden.
In dit artikel leest u wanneer u een beroep kunt doen op het recht op vergetelheid, welke uitzonderingen gelden, hoe de afweging met persvrijheid in de praktijk uitvalt en hoe u stap voor stap een verzoek indient en afdwingt.
Inhoudsopgave
Wat is het recht op vergetelheid?
Het recht op vergetelheid, juridisch het recht op gegevenswissing, verplicht een verwerkingsverantwoordelijke om persoonsgegevens zonder onredelijke vertraging te wissen wanneer een van de wettelijke gronden van toepassing is. De basis werd gelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest Google Spain van 13 mei 2014 (C-131/12). Een Spaanse man wilde dat een oud krantenbericht over de veiling van zijn woning niet meer bij een zoekopdracht op zijn naam verscheen. Het Hof oordeelde dat een zoekmachine persoonsgegevens verwerkt en onder voorwaarden links moet verwijderen, ook als het bronartikel zelf rechtmatig online blijft. Sinds 25 mei 2018 staat het recht in artikel 17 AVG.
Wissing of de-indexering
Het verschil is praktisch belangrijk. Bij wissing verwijdert de organisatie die de gegevens verwerkt, bijvoorbeeld een webwinkel, werkgever of website, de gegevens uit haar eigen systemen. Bij de-indexering blijft de bron bestaan, maar toont een zoekmachine de link niet meer bij een zoekopdracht op uw naam. Een nieuwsartikel kan dus online blijven terwijl het niet meer via uw naam te vinden is. De-indexering door een zoekmachine geldt volgens het Hof van Justitie in alle lidstaten van de EU, maar hoeft niet wereldwijd te worden doorgevoerd (Google tegen CNIL, 24 september 2019, C-507/17).
Wanneer kunt u een beroep doen op het recht op vergetelheid?
Artikel 17 lid 1 AVG noemt zes gronden. U hoeft er maar één aan te voeren, maar hoe preciezer u de juiste grond kiest, hoe sterker uw verzoek:
- de gegevens zijn niet langer nodig voor het doel waarvoor zij zijn verzameld;
- u trekt uw toestemming in en er is geen andere rechtsgrond;
- u maakt bezwaar tegen de verwerking en er zijn geen prevalerende dwingende gronden, of u maakt bezwaar tegen direct marketing;
- de gegevens zijn onrechtmatig verwerkt;
- wissing is nodig om aan een wettelijke verplichting te voldoen;
- de gegevens zijn als kind verzameld in verband met een online dienst.
De AVG kent geen vaste termijn waarna informatie moet verdwijnen. Wel geldt: hoe ouder en minder relevant de informatie, hoe sterker het verzoek. Een oud bericht over een lichte kwestie waarbij u geen publieke rol vervult, verdwijnt eerder dan recente informatie over uw beroepsmatig handelen. Gaat het om gevoelige gegevens, zoals gezondheid of strafrechtelijke gegevens, dan legt het Hof van Justitie de lat voor de zoekmachine hoger: de link mag alleen blijven als die strikt noodzakelijk is voor de informatievrijheid van het publiek (GC e.a. tegen CNIL, 24 september 2019, C-136/17).
Welke uitzonderingen gelden?
Artikel 17 lid 3 AVG sluit wissing uit voor zover de verwerking nodig is voor:
- de vrijheid van meningsuiting en informatie;
- het nakomen van een wettelijke verplichting, zoals de fiscale bewaarplicht van zeven jaar of de bewaartermijn van medische dossiers, die sinds 2020 in beginsel twintig jaar bedraagt;
- redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid;
- archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistiek;
- het instellen, uitoefenen of onderbouwen van een rechtsvordering.
Voor verwerking voor uitsluitend journalistieke doeleinden bepaalt artikel 43 van de Uitvoeringswet AVG bovendien dat grote delen van de AVG, waaronder het recht op wissing, niet van toepassing zijn. Wie een journalistieke publicatie offline wil hebben, moet het daarom in de regel via het civiele recht zoeken, niet via artikel 17 AVG.
Botsing tussen privacy en persvrijheid
Twee grondrechten staan hier tegenover elkaar. Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt het privéleven, artikel 10 de vrijheid van meningsuiting en het recht van het publiek om informatie te ontvangen. De Grondwet beschermt in artikel 7 de vrijheid van drukpers en in artikel 10 de persoonlijke levenssfeer. Geen van beide rechten gaat automatisch voor; de rechter weegt ze per geval af.
Belangenafweging: waar let de rechter op?
In de rechtspraak keren steeds dezelfde gezichtspunten terug:
- de rol van de betrokkene: een politicus, bestuurder of bekende Nederlander moet meer publiciteit dulden dan een privépersoon, zeker waar het gaat over zijn publieke functioneren;
- het maatschappelijk belang van de informatie en de bijdrage aan een publiek debat;
- de juistheid: informatie die aantoonbaar onjuist is, verdient geen bescherming, maar de verzoeker moet de onjuistheid wel voldoende aannemelijk maken (Hof van Justitie, 8 december 2022, C-460/20);
- het tijdsverloop: wat destijds nieuwswaardig was, kan jaren later vooral nog schade toebrengen;
- de aard van de gegevens: bij gezondheid, seksualiteit of strafrechtelijke gegevens weegt privacy zwaarder;
- de ernst van de gevolgen voor de betrokkene, bijvoorbeeld voor werk of reputatie.
De uitkomst is vaak een tussenoplossing. Rechters zijn terughoudend met het wissen of herschrijven van journalistieke archieven, omdat een volledig archief een maatschappelijke functie heeft. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft benadrukt dat het niet aan rechters is om de geschiedenis te herschrijven door publicaties uit het publieke domein te laten verwijderen. Een link verbergen in een zoekmachine, een naam anonimiseren of een aanvulling bij een oud artikel laten plaatsen, is dan vaak proportioneler dan verwijdering.
Publicaties die onrechtmatig zijn
Staat er over u iets online dat onjuist, onnodig grievend of zonder voldoende feitelijke basis is, dan kunt u de publicist of het platform aanspreken op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). U kunt dan verwijdering, rectificatie en eventueel schadevergoeding vorderen, bij spoed in kort geding. Meer daarover leest u in ons artikel over rectificatie en verwijdering van onrechtmatige uitlatingen. Gaat het om foto’s, dan speelt ook het portretrecht.
Zo dient u een verzoek tot wissing in
Een verzoek is kosteloos en vormvrij, maar een goed onderbouwd schriftelijk verzoek voorkomt discussie:
- Breng in kaart welke gegevens waar staan: zoek op uw naam, noteer de URL’s en maak schermafbeeldingen met datum.
- Stel vast wie verantwoordelijk is: de organisatie die de gegevens verwerkt, of de zoekmachine als het om de link gaat. Grote zoekmachines en platforms hebben een eigen formulier.
- Formuleer het verzoek: verwijs naar artikel 17 AVG, noem de grond, geef precies aan welke gegevens of URL’s het betreft en licht toe waarom uw belang zwaarder weegt.
- Bewaar alles: het verzoek, de ontvangstbevestiging, eventueel een zaaknummer en de reactie.
De organisatie moet binnen een maand reageren (artikel 12 lid 3 AVG). Bij complexe of veel verzoeken mag die termijn met twee maanden worden verlengd, maar u moet daarover binnen de eerste maand worden geïnformeerd. Een weigering moet worden gemotiveerd, met een verwijzing naar de mogelijkheden van klacht en beroep.
Wat als uw verzoek wordt afgewezen?
U heeft drie routes, die u ook kunt combineren:
- Klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De AP kan onderzoek doen en handhaven, tot boetes van 20 miljoen euro of 4 procent van de wereldwijde jaaromzet. Een klacht leidt niet altijd tot een individuele uitspraak op korte termijn.
- Verzoekschrift bij de rechter. Tegen een private organisatie kunt u op grond van artikel 35 UAVG de rechtbank vragen de organisatie tot wissing te bevelen. Het verzoekschrift moet binnen zes weken na ontvangst van de afwijzing worden ingediend, of binnen zes weken na het verstrijken van de reactietermijn. Tegen een bestuursorgaan loopt de route via bezwaar en beroep.
- Dagvaarding of kort geding op grond van onrechtmatige daad, als het om een onrechtmatige publicatie gaat of als u ook schadevergoeding vordert.
Welke route past, hangt af van de tegenpartij, de spoed en of er ook een journalistieke publicatie in het spel is. Laat een afwijzing daarom tijdig beoordelen, zeker vanwege de termijn van zes weken.
Andere privacyrechten die u kunt inzetten
Het recht op vergetelheid werkt het best in combinatie met andere AVG-rechten. Met het recht op inzage (artikel 15) ziet u eerst welke gegevens een organisatie heeft. Klopt iets niet, dan vraagt u rectificatie (artikel 16). Twijfelt u aan de juistheid of rechtmatigheid, dan kunt u beperking van de verwerking vragen (artikel 18) totdat daarover is beslist. Voor advies en procedures kunt u terecht bij onze advocaten privacyrecht.
Veelgestelde vragen
Wat is het recht op vergetelheid?
Het recht op vergetelheid, geregeld in artikel 17 AVG, geeft u het recht om een organisatie persoonsgegevens te laten wissen of een zoekmachine een link bij een zoekopdracht op uw naam te laten verbergen, als een van de wettelijke gronden van toepassing is en geen uitzondering geldt.
Moet een krant een oud artikel over mij verwijderen?
Meestal niet. Voor journalistieke verwerking gelden de meeste AVG-rechten niet (artikel 43 UAVG), en rechters zijn terughoudend met het wissen van archieven. Wel kan een zoekmachine gevraagd worden de link te verbergen, en bij onrechtmatige publicaties kunt u via onrechtmatige daad verwijdering of rectificatie vorderen.
Hoe lang heeft een organisatie om op mijn verzoek te reageren?
In beginsel een maand. Bij complexe of veel verzoeken mag de termijn met twee maanden worden verlengd, mits u daarover binnen de eerste maand wordt geïnformeerd. Een weigering moet worden gemotiveerd.
Wat kan ik doen als mijn verzoek wordt geweigerd?
U kunt een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens, of de rechtbank met een verzoekschrift op grond van artikel 35 UAVG vragen wissing te bevelen. Dat verzoekschrift moet binnen zes weken na de afwijzing worden ingediend. Bij een onrechtmatige publicatie kunt u ook dagvaarden of een kort geding starten.
Geldt de verwijdering door Google wereldwijd?
Nee. Volgens het Hof van Justitie moet een zoekmachine de link verbergen in de zoekresultaten binnen de EU, maar is een wereldwijde verwijdering niet verplicht (C-507/17).
Weegt privacy zwaarder dan persvrijheid?
Geen van beide gaat automatisch voor. De rechter weegt onder meer de publieke rol van de betrokkene, het maatschappelijk belang, de juistheid, het tijdsverloop en de aard van de gegevens. Vaak volgt een tussenoplossing, zoals anonimisering of het verbergen van een link.