Onrechtmatige uitlating op social media: verwijdering, rectificatie en aangifte

Vergadering met technologie en documenten.

Gepubliceerd op 4 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Een uitlating op social media is onrechtmatig als zij uw eer, goede naam of privacy aantast en de vrijheid van meningsuiting dat niet rechtvaardigt. De rechter weegt dat per geval af op grond van artikel 6:162 BW; een scherpe mening met voldoende feitelijke basis is dus lang niet altijd onrechtmatig.

Is een bericht onrechtmatig, dan kunt u bij de civiele rechter verwijdering, rectificatie (artikel 6:167 BW) en schadevergoeding eisen. Bij smaad, laster of belediging kunt u daarnaast aangifte doen, maar dan geldt een klachttermijn van drie maanden. Hieronder leest u hoe de rechter afweegt, wat twee uitspraken van de Hoge Raad betekenen en welke stappen u zet.

Welke grondrechten weegt de rechter tegen elkaar af?

Twee grondrechten botsen. De vrijheid van meningsuiting staat in artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het recht op bescherming van eer, goede naam en privéleven staat in artikel 8 EVRM.

Geen van beide rechten gaat automatisch voor. Dat heeft de Hoge Raad uitdrukkelijk bevestigd in zijn arrest van 18 januari 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BB3210). Volgens de Hoge Raad bestaat er geen vooraf bepaalde rangorde: de rechter betrekt alle omstandigheden van het geval in één afweging.

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgen omstandigheden die bij die afweging meewegen. De belangrijkste zijn:

  • de aard van de beweringen en de ernst van de gevolgen voor de betrokkene;
  • het belang dat de uitlating dient, bijvoorbeeld het aan de kaak stellen van een misstand;
  • de mate waarin de beweringen steun vinden in het feitenmateriaal dat op dat moment beschikbaar was;
  • de formulering: is die zakelijk of nodeloos grievend?
  • de mogelijkheid om hetzelfde doel op een minder schadelijke manier te bereiken;
  • de vraag of het onderwerp al publiek bekend was.

Wat leert het arrest van 18 januari 2008 over opinie en feiten?

In die zaak ging het om een open brief die via internet en media een breed publiek bereikte. Het hof mocht die brief daarom gelijkstellen met een perspublicatie. De brief had een opiniërend karakter, en aan een opinie stelt de rechter andere eisen dan aan een feitelijk verslag.

De Hoge Raad liet het oordeel van het hof staan dat de brief niet onrechtmatig was. Daarbij telde mee dat de betrokkene zelf de publiciteit had gezocht, onder meer op televisie. De toon was cynisch en provocerend, maar bleef volgens de Hoge Raad binnen de grenzen van wat betamelijk is. Voor social media betekent dit: wie zelf publiekelijk optreedt, moet meer kritiek verdragen.

Een mening mag dus scherp zijn. Een feitelijke bewering moet wel steun vinden in de feiten die op dat moment beschikbaar waren. Hoe zwaarder de beschuldiging, hoe steviger die feitelijke basis moet zijn.

Welke berichten op social media gaan vaak over de grens?

In de praktijk gaat het vooral om valse beschuldigingen, nodeloos grievende uitingen, misleidende berichten zonder context en het delen van privégegevens. Ook discriminerende uitingen vallen hieronder; die zijn bovendien strafbaar op grond van artikel 137c Sr.

Een valse beschuldiging tast iemands eer en goede naam aan zonder feitelijke grond. Een voorbeeld ter illustratie: een bericht dat een ondernemer oplichting verwijt zonder enig bewijs. Een nodeloos grievende uiting kleineert of vernedert iemand, ook als er een kern van waarheid in zit.

Misleiding ontstaat vaak door wat er niet wordt gezegd. Wie een geluidsfragment deelt en juist het verzoenende deel weglaat, geeft een vertekend beeld. Artikel 6:167 BW spreekt daarom niet alleen van onjuiste gegevens, maar ook van gegevens die door onvolledigheid misleidend zijn.

Privacyschending gebeurt als privégegevens zonder noodzaak worden gedeeld, zoals een adres, werkgever of foto. Artikel 8 EVRM beschermt dat privéleven. Het publieke belang rechtvaardigt niet zomaar dat iemand herkenbaar wordt gemaakt in een negatief bericht.

Hoe tellen bereik, duur en herkenbaarheid mee?

Het bereik vergroot de schade en dus het gewicht aan de kant van de benadeelde. In het arrest van 18 januari 2008 nam de Hoge Raad juist de brede verspreiding via internet mee om de brief als perspublicatie te behandelen.

Een bericht op LinkedIn, X, Instagram of Facebook kan honderden reacties uitlokken. Die reacties kunnen zelf ook grievend of bedreigend zijn. De rechter betrekt dat bij de beoordeling van de schade op grond van artikel 6:162 BW.

Ook de duur speelt mee. Een bericht dat maanden online blijft, doet meer schade dan een bericht dat na een dag is verwijderd. Wie met naam, foto of werkgever wordt genoemd, wordt harder geraakt dan wie niet herkenbaar is.

De gevolgen kunnen breed zijn: reputatieschade, verlies van klanten of opdrachten, spanning in de privésfeer en soms bedreigingen door derden. Schade die u met stukken kunt aantonen, versterkt uw positie in een procedure.

Waarom de feitelijke basis op het moment van publicatie beslissend is

Een stevige bewering moet steunen op feiten die bij publicatie beschikbaar waren. Een uitlating die belangrijke context weglaat, kan daardoor alsnog onrechtmatig zijn.

De rechter kijkt of de schrijver een redelijke feitelijke basis had. Heeft de schrijver de betrokkene de kans gegeven te reageren? Zijn de feiten zorgvuldig weergegeven? Ontbreken er relevante feiten die het beeld veranderen? Het bewust verdraaien van feiten weegt zwaar.

Problematisch zijn onder meer:

  • het delen van geluids- of beeldfragmenten zonder de volledige context;
  • het weglaten van een eerdere correctie of nuancering;
  • het suggereren van feiten zonder bewijs, bijvoorbeeld met een vraag als “Wist u dat X fraude pleegt?”.

Kritiek op een algemeen onderwerp of op een product valt meestal binnen artikel 10 EVRM. Persoonlijke aanvallen zonder feitelijke grond doen dat zelden.

Wat kunt u bij de civiele rechter eisen?

U kunt verwijdering van het bericht, een rectificatie, een verbod op herhaling en schadevergoeding eisen. De snelste route is een kort geding.

Wat u eistGrondslagWaar het om gaat
Verwijdering en verbod op herhalingArtikel 6:162 BWHet bericht verdwijnt en de plaatser mag soortgelijke uitlatingen niet herhalen
RectificatieArtikel 6:167 BWAlleen bij onjuiste of door onvolledigheid misleidende gegevens van feitelijke aard
DwangsomArtikel 611a RvEen geldsom per keer of per dag dat het vonnis niet wordt nageleefd
Vergoeding immateriële schadeArtikel 6:106 BWBij aantasting van eer of goede naam

Volgens artikel 6:167 BW kan de rechter de dader veroordelen tot het openbaar maken van een rectificatie. De rechter bepaalt dan ook de manier waarop. Naast rectificatie kan de rechter bevelen dat een bericht wordt verwijderd en dat de plaatser soortgelijke uitlatingen voortaan achterwege laat.

Om naleving af te dwingen, kan de rechter op grond van artikel 611a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een dwangsom opleggen. De hoogte en een eventueel maximum bepaalt de rechter per zaak.

Schadevergoeding kan gaan om materiële schade, zoals gemiste omzet, en om immateriële schade. Artikel 6:106 BW geeft recht op vergoeding van immateriële schade als u in uw eer of goede naam bent aangetast. Rechters kennen in Nederland meestal bescheiden bedragen toe. In een kort geding wordt vaak alleen een voorschot gevorderd; de volledige schade volgt dan in een bodemprocedure.

Meestal veroordeelt de rechter de partij die ongelijk krijgt in de proceskosten (artikel 237 Rv). Die kosten worden berekend volgens vaste tarieven en dekken meestal niet alle werkelijke kosten. Daarnaast betaalt u griffierecht; de actuele bedragen staan op rechtspraak.nl.

Van sommatie tot vonnis: zo verloopt een kort geding over een bericht

  1. Leg het bericht, de reacties en het aantal keer delen vast met datum, tijd en URL.
  2. Stuur een sommatiebrief: welk bericht onrechtmatig is, waarom, wat u verlangt en binnen welke termijn. Vaak gaat er een voorstel voor een rectificatietekst mee.
  3. Meld het bericht tegelijk bij het platform via het meldformulier.
  4. Blijft verwijdering of rectificatie uit, dan dagvaardt u de plaatser in kort geding bij de voorzieningenrechter.
  5. Na de mondelinge behandeling doet de voorzieningenrechter uitspraak, in spoedeisende zaken vaak binnen enkele weken.

Voor een kort geding moet u een spoedeisend belang hebben (artikel 254 Rv). Bij een bericht dat online blijft en schade blijft veroorzaken, is dat meestal aanwezig. Veel plaatsers halen het bericht na een sommatie alsnog weg.

De voorzieningenrechter toetst voorlopig. Hij weegt de vrijheid van meningsuiting af tegen de bescherming van eer en goede naam, aan de hand van de omstandigheden hierboven. De plaatser kan zich verweren, bijvoorbeeld door te stellen dat de bewering waar is of dat er een groot publiek belang is. Wij procederen voor cliënten over deze zaken vanuit onze praktijk civiel recht.

Rectificatie als de plaatser niet wist dat het bericht onjuist was

Ook als de plaatser niet wist dat de informatie onjuist of onvolledig was, kan de rechter een rectificatie bevelen (artikel 6:167 lid 2 BW).

De rechter kan u dan wel de kosten van de procedure en van de rectificatie laten dragen, geheel of voor een deel. Die kosten kunt u op uw beurt verhalen op wie wel aansprakelijk is voor de schade (artikel 6:167 lid 3 BW).

Hoe ziet een goede rectificatietekst eruit?

Een rectificatie noemt precies wat onjuist was en wat de juiste feiten zijn, in zakelijke taal. Zij verschijnt op dezelfde plek en op dezelfde manier als het oorspronkelijke bericht. Artikel 6:167 lid 1 BW laat de rechter bepalen op welke wijze dat gebeurt.

Een goede rectificatie bevat:

  • een exacte aanduiding van de onjuiste bewering;
  • de juiste feiten;
  • geen nieuwe aanvallen en geen commentaar.

Staat het oorspronkelijke bericht op Instagram, dan hoort de rectificatie daar ook. Vaak eist de benadeelde dat de rectificatie een bepaalde tijd zichtbaar blijft, bijvoorbeeld bovenaan het profiel.

Een voorbeeld ter illustratie van een formulering: “Op [datum] plaatste ik een bericht waarin stond dat [onjuiste bewering]. Dat is niet juist. De werkelijke situatie is [juiste informatie].” De rechter kan de exacte tekst voorschrijven. Zo voorkomt hij dat de rectificatie zelf weer vaag of misleidend wordt.

Soms volstaat een rectificatie niet. Artikel 6:167 BW gaat over gegevens van feitelijke aard, niet over meningen of beledigingen. Bij berichten die vooral grievend zijn, is verwijdering op grond van artikel 6:162 BW vaak de passende maatregel.

Wat kunt u van Instagram, Facebook, X of LinkedIn eisen?

Een platform moet in actie komen zodra het weet van onrechtmatige inhoud. Doet het dat niet, dan kan het zelf aansprakelijk worden.

Platforms zijn hostingdiensten in de zin van de Europese Digitaledienstenverordening (DSA, Verordening (EU) 2022/2065). Zij zijn niet aansprakelijk voor inhoud van gebruikers zolang zij daarvan niet weten. Zodra zij daadwerkelijk kennis krijgen van onrechtmatige inhoud, moeten zij snel handelen om die te verwijderen of ontoegankelijk te maken. De DSA verplicht hen ook om een meldsysteem te bieden en hun beslissing te motiveren.

Actueel: sinds 4 februari 2025 is de Autoriteit Consument & Markt bevoegd om in Nederland toezicht te houden op de DSA; op zeer grote platforms houdt de Europese Commissie toezicht (ACM, geraadpleegd 29 oktober 2026). De ACM gebruikt meldingen om te zien welke aanbieders de regels niet naleven, maar beslist niet over uw individuele bericht.

Meld het bericht daarom altijd via het meldformulier van het platform. Geef precies aan om welk bericht het gaat en waarom het onrechtmatig is. Bewaar een bevestiging van de melding. Reageert het platform niet of weigert het, dan kan de rechter het platform bevelen de inhoud te verwijderen.

Wanneer moet een platform de gegevens van een anonieme plaatser afgeven?

Daarover besliste de Hoge Raad in het arrest van 25 november 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AU4019). Een hostingprovider moest daar de naam- en adresgegevens afgeven van de anonieme houder van een website met ernstige beschuldigingen tegen een postzegelhandelaar. De Hoge Raad liet de voorwaarden van het hof in stand:

  • het is voldoende aannemelijk dat de informatie onrechtmatig en schadelijk is;
  • u heeft een reëel belang bij de gegevens;
  • er is aannemelijk geen minder ingrijpende manier om de gegevens te achterhalen;
  • na afweging van alle belangen weegt uw belang zwaarder dan dat van de provider en de plaatser.

De informatie hoeft volgens dat arrest niet onmiskenbaar onrechtmatig te zijn. Anonimiteit en de vrijheid van meningsuiting bieden geen absolute bescherming, en een provider heeft geen verschoningsrecht zoals een journalist.

Wanneer is een uitlating strafbaar als smaad, laster of belediging?

Smaad, laster en belediging zijn strafbaar volgens het Wetboek van Strafrecht. Het Openbaar Ministerie beslist of het vervolgt, en in de meeste gevallen alleen na een klacht van het slachtoffer.

DelictArtikelKern
Smaad261 SrOpzettelijk iemands eer of goede naam aantasten door een bepaald feit te verwijten, met het doel dat ruchtbaar te maken
Laster262 SrSmaad terwijl de dader weet dat het verwijt niet waar is
Eenvoudige belediging266 SrEen beledigende uiting zonder concreet feitelijk verwijt, zoals schelden

Deze delicten zijn in beginsel klachtdelicten (artikel 269 Sr). Het OM kan alleen vervolgen als het slachtoffer een klacht indient, binnen drie maanden nadat het van het feit kennis kreeg (artikel 66 Sr). U dient de klacht in bij de politie, tegelijk met uw aangifte. Voor belediging van ambtenaren in functie geldt die klachteis niet. De wetteksten vindt u op wetten.overheid.nl.

Het OM weegt onder meer de ernst van de uitlating, de gevolgen voor het slachtoffer, het bewijs en het maatschappelijk belang. Bij lichtere zaken kan het OM afzien van vervolging of zelf een straf opleggen met een strafbeschikking. In ernstige zaken volgt een dagvaarding voor de strafrechter.

Het strafrecht geeft u geen zeggenschap over de uitkomst en levert geen verwijdering van het bericht op. Wilt u vooral dat een bericht verdwijnt, dan is de civiele route meestal sneller. Beide routes kunnen naast elkaar lopen. Voor de strafrechtelijke kant kunt u terecht bij onze strafrechtadvocaten.

Welk bewijs legt u vast voordat het bericht verdwijnt?

Maak screenshots met datum, tijd, de naam van het account en de volledige URL. Doe dat direct: na een sommatie of melding kan het bericht binnen uren weg zijn.

Bewaar ook de reacties onder het bericht en de berichten waarin het is gedeeld. Die laten het bereik zien, dat volgens de rechtspraak meeweegt. Noteer wanneer u het bericht voor het eerst zag; voor de klachttermijn van artikel 66 Sr telt dat moment. Bewaar e-mails en berichten waarmee u de plaatser om verwijdering vroeg.

Bewijs van schade versterkt uw zaak, zeker voor een vordering op grond van artikel 6:106 BW. Denk aan opgezegde opdrachten, reacties van klanten of een verklaring van een zakenpartner over de gevolgen. Bij bedreigingen door derden is een melding of aangifte bij de politie ook bewijs van de impact.

Hoe wij u helpen bij een schadelijk bericht

  • Wij toetsen het bericht aan de omstandigheden uit de rechtspraak van de Hoge Raad en artikel 6:162 BW.
  • Wij stellen de sommatiebrief op, met een termijn en een voorstel voor de rectificatietekst.
  • Wij melden het bericht bij het platform en vorderen zo nodig de gegevens van een anonieme plaatser.
  • Wij voeren een kort geding voor verwijdering, rectificatie, een verbod op herhaling en een dwangsom.
  • Wij begeleiden u bij aangifte en klacht wegens smaad of laster, binnen de termijn van artikel 66 Sr.

Onrechtmatige uitlatingen in vijf punten

  • Er is geen vaste rangorde tussen vrijheid van meningsuiting en bescherming van eer; de rechter weegt alle omstandigheden (HR 18 januari 2008).
  • Een opinie mag scherper zijn dan een feitelijke bewering; wie zelf de publiciteit zoekt, moet meer verdragen.
  • Rectificatie (artikel 6:167 BW) kan alleen bij feitelijke onjuistheden, ook als de plaatser te goeder trouw was.
  • Een platform kan worden verplicht de gegevens van een anonieme plaatser af te geven (HR 25 november 2005).
  • Voor strafvervolging wegens smaad of laster moet u binnen drie maanden een klacht indienen.

Law & More staat particulieren en ondernemers bij in geschillen over online uitlatingen, van sommatie tot kort geding. Meer over dit rechtsgebied leest u op de pagina van onze ICT-rechtadvocaten.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.