Gepubliceerd op 2 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Aansprakelijkheid bij AI kent in Nederland geen eigen wet. Bij schade door een AI-systeem verhaalt u die langs de gewone wegen: wanprestatie en onrechtmatige daad uit Boek 6 BW, en productaansprakelijkheid. Wie aansprakelijk is, hangt af van de rol die iemand had. De leverancier die een gebrekkig systeem in de handel bracht, de organisatie die het systeem inzette zonder behoorlijk toezicht en de partij die het systeem ingrijpend aanpaste kunnen ieder afzonderlijk worden aangesproken. De AI-verordening maakt op zichzelf niemand aansprakelijk, maar levert wel het normenkader waaraan een rechter uw zorgvuldigheid afmeet. De grootste verandering komt van de nieuwe richtlijn productaansprakelijkheid, die software uitdrukkelijk als product aanmerkt en vanaf 9 december 2026 gaat gelden.
Inhoudsopgave
Drie sporen, en geen daarvan heet AI-aansprakelijkheid
Het is verleidelijk te denken dat er een aparte wet voor AI-schade komt. Die is er niet, en voorlopig komt die er ook niet. De Europese Commissie trok het voorstel voor een richtlijn AI-aansprakelijkheid begin 2025 in, omdat er geen zicht was op een akkoord tussen de lidstaten. Aansprakelijkheid bij AI loopt daardoor over drie sporen die u naast elkaar moet lezen: de AI-verordening als publiekrechtelijk normenkader, de vernieuwde productaansprakelijkheid, en het vertrouwde verbintenissenrecht.
Spoor 1: de AI-verordening stelt eisen, geen aansprakelijkheid
Verordening (EU) 2024/1689, de AI-verordening, trad op 1 augustus 2024 in werking en wordt in fasen van toepassing. De verboden praktijken van artikel 5 en de plicht tot AI-geletterdheid gelden sinds 2 februari 2025, de verplichtingen voor AI-modellen voor algemene doeleinden sinds 2 augustus 2025. Sinds 2 augustus 2026 gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50: wie met een AI-systeem communiceert moet dat weten, en kunstmatig gegenereerde of gemanipuleerde beelden, audio, video en tekst moeten machineleesbaar zijn gemarkeerd. De zware verplichtingen voor systemen met een hoog risico zijn via de digitale omnibus doorgeschoven. Zelfstandige hoogrisicosystemen uit bijlage III moeten per 2 december 2027 voldoen, AI die als veiligheidscomponent in gereguleerde producten zit per 2 augustus 2028.
De verordening geeft een benadeelde geen eigen vordering tot schadevergoeding. Het is toezichtsrecht, met boetes als sanctie. Voor aansprakelijkheid is de betekenis niettemin groot. Wie de verplichtingen rond risicobeheer, datakwaliteit, logging en menselijk toezicht niet nakomt, handelt al snel onzorgvuldig in de zin van artikel 6:162 BW. De verordening vult zo een open norm in. Welke eisen precies gelden, zetten wij uiteen in ons artikel over hoog-risico AI-systemen onder de AI Act.
Spoor 2: software wordt een product
Richtlijn (EU) 2024/2853 vervangt de productaansprakelijkheidsrichtlijn uit 1985 en verandert het speelveld ingrijpend. Software, en daarmee ook een AI-systeem, geldt uitdrukkelijk als product; vrije en opensourcesoftware die buiten een handelsactiviteit wordt aangeboden valt erbuiten. De kring van aansprakelijke partijen wordt ruimer: naast de fabrikant kunnen ook de importeur, de gemachtigde, de fulfilmentdienstverlener en subsidiair de distributeur worden aangesproken. Wie een product na het in de handel brengen substantieel wijzigt, geldt zelf als fabrikant. Voor wie een model finetunet of een systeem doorontwikkelt is dat een wezenlijk punt.
Verder vervalt de eigen drempel van 500 euro bij zaakschade en telt ook vernietiging of corruptie van gegevens als schade. Het scherpst voor AI zijn de bewijsregels. De rechter kan de fabrikant bevelen relevant bewijsmateriaal over te leggen, en er gelden weerlegbare vermoedens van gebrekkigheid en van causaal verband, onder meer wanneer de benadeelde door technische of wetenschappelijke complexiteit buitensporige moeite heeft om die punten te bewijzen. Dat is precies de situatie bij een black box.
De richtlijn moet uiterlijk 9 december 2026 zijn omgezet; het wetsvoorstel Implementatiewet richtlijn herziening productaansprakelijkheid ligt bij de Tweede Kamer. Voor de praktijk telt vooral dit: het nieuwe regime geldt voor producten die na die datum in de handel worden gebracht. Voor alles wat daarvoor is geleverd, blijft de huidige regeling van artikel 6:185 en volgende BW gelden, met de bekende discussie of losse software daar wel onder valt.
Spoor 3: wanprestatie en onrechtmatige daad
In de meeste zaken die wij zien is dit het spoor dat de uitkomst bepaalt. Werkt een ingekocht AI-systeem niet zoals overeengekomen, dan is dat wanprestatie (artikel 6:74 BW) en kijkt de rechter in de eerste plaats naar het contract, de service levels en de gebruiksinstructies. Zet u een AI-systeem in bij de uitvoering van een verbintenis jegens uw eigen klant en gaat dat mis, dan bent u op grond van artikel 6:77 BW in beginsel aansprakelijk voor die ongeschikte hulpzaak, ook als u zelf niets verkeerd deed. Dat artikel verrast organisaties het vaakst: de fout van uw leverancier schuift u niet zomaar door naar uw klant.
Ontbreekt een contractuele band, dan resteert de onrechtmatige daad. De maatstaf is wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam gebruiker van dit systeem mocht worden verwacht. Is het systeem gebruikt binnen het beoogde doel, was er menselijk toezicht bij beslissingen die mensen raken, is de output gecontroleerd, en is vastgelegd wat er is gebeurd? Voor fouten van werknemers die met AI werken geldt gewoon artikel 6:170 BW.
Aansprakelijkheid bij AI: wie is in een concrete zaak aansprakelijk?
De vraag is nooit of de AI aansprakelijk is. Een AI-systeem is geen rechtssubject en kan dat ook niet worden zonder wetswijziging. De vraag is wie welke rol had:
- De aanbieder die het systeem ontwikkelde en onder eigen naam in de handel bracht: aansprakelijk voor een gebrekkig product en voor onjuiste of ontbrekende instructies en waarschuwingen.
- De gebruiksverantwoordelijke die het systeem in de eigen organisatie inzet: aansprakelijk voor gebruik buiten het beoogde doel, voor ontbrekend menselijk toezicht en voor het klakkeloos overnemen van output.
- Wie het systeem substantieel wijzigt, bijvoorbeeld door het te finetunen op eigen data: die schuift op naar de positie van fabrikant.
- De beroepsbeoefenaar die de output overneemt: een arts, accountant of jurist blijft eindverantwoordelijk voor zijn eigen oordeel. AI verlaagt de professionele standaard niet.
Het bewijsprobleem, en waarom logging uw belangrijkste verweer is
Het lastigste onderdeel van een AI-zaak is niet de norm maar het causaal verband. Wie stelt dat een systeem schade heeft veroorzaakt, moet aannemelijk maken dat de schade voortkomt uit een gebrek of uit onzorgvuldig gebruik en niet uit de eigen beslissing van een mens verderop in de keten. De nieuwe richtlijn verlicht die last met vermoedens en met een recht op bewijsmateriaal, maar dat werkt twee kanten op: wie zijn documentatie op orde heeft, kan het vermoeden weerleggen; wie niets heeft vastgelegd, staat met lege handen. Logging, versiebeheer van modellen, testresultaten en een vastgelegde beoordeling door een mens zijn daarmee geen compliancerituelen, maar uw dossier.
Aansprakelijkheid bij AI contractueel afdekken
Standaardvoorwaarden van AI-leveranciers leggen het risico bijna altijd bij de afnemer. Wat wij in de praktijk als minimum aanhouden: een omschrijving van het beoogde doel en de gebruiksbeperkingen, garanties over de herkomst en de rechten op de trainingsdata, afspraken over wie de AI-verordening naleeft en wie welke documentatie levert, toegang tot logbestanden bij een incident, een vrijwaring voor claims van derden, en een aansprakelijkheidsplafond dat in verhouding staat tot het risico en niet tot de licentieprijs. Regel daarnaast wie mag finetunen, want daarmee verschuift de juridische positie. Hoe u dat verankert in beleid, beschrijven wij in AI-beleid binnen bedrijven; verwerkt het systeem persoonsgegevens, lees dan ook AVG en AI.
Wat te doen als een AI-systeem schade veroorzaakt
Bevries eerst de situatie: bewaar de invoer, de output, de systeemversie en de logbestanden, en leg vast wie wanneer welke beslissing nam. Breng daarna de keten in kaart, van ontwikkelaar tot eindgebruiker, en stel vast welke rol uw organisatie had. Stel de betrokken partijen tijdig in gebreke en meld het voorval bij uw verzekeraar; veel beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidspolissen dekken zuivere vermogensschade door software slechts beperkt. Pas daarna is het zinvol om te bepalen welk spoor de beste kans biedt.
Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid bij AI
Is de AI zelf aansprakelijk?
Nee. Een AI-systeem heeft geen rechtspersoonlijkheid en kan geen drager zijn van rechten en plichten. Aansprakelijk zijn de mensen en organisaties die het systeem ontwikkelden, in de handel brachten, aanpasten of gebruikten.
Kan ik mijn aansprakelijkheid voor AI-fouten uitsluiten?
Tegenover zakelijke wederpartijen kunt u beperken en uitsluiten, mits het beding de toets van redelijkheid en billijkheid doorstaat; bij opzet of bewuste roekeloosheid houdt zo een beding geen stand. Tegenover consumenten is de ruimte veel kleiner, en aansprakelijkheid op grond van productaansprakelijkheid kan niet worden uitgesloten.
Wie is aansprakelijk bij een fout van medische AI?
De zorgaanbieder blijft verantwoordelijk voor de zorg die hij levert; de arts die de output overneemt, blijft gehouden aan de standaard van een goed hulpverlener. Blijkt het systeem gebrekkig, dan kan de zorgaanbieder de leverancier aanspreken, in voorkomend geval via de productaansprakelijkheid. Voor medische hulpmiddelen geldt daarnaast de medischehulpmiddelenverordening.
Verandert er iets voor systemen die al in gebruik zijn?
Voor de productaansprakelijkheid geldt het nieuwe regime alleen voor producten die na 9 december 2026 in de handel worden gebracht. De AI-verordening kent eigen overgangsregels per categorie. Een bestaand systeem valt dus vaak nog onder het oude regime, terwijl een update of een substantiële wijziging het systeem alsnog onder de nieuwe regels kan brengen.