facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Wanneer een bedrijf failliet gaat, kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het tekort in de boedel. Dit gebeurt niet automatisch — er moet sprake zijn van onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement vormde.

Het ‘Klaarlichte Dag’-criterium bepaalt wanneer bestuurders de financiële gevolgen van hun handelen persoonlijk moeten dragen. Het kijkt of hun gedrag zo evident fout was dat geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo zou hebben gehandeld.

Een zakenman zit aan een bureau met financiële documenten en een laptop in een modern kantoor, met grafieken op de achtergrond die dalende cijfers tonen.

De drempel voor persoonlijke aansprakelijkheid ligt bewust hoog. Toch is die niet onoverkomelijk.

Curatoren hebben de exclusieve bevoegdheid om bestuurders aan te spreken op hun handelen in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement. Vooral schendingen van de administratieplicht en het niet tijdig deponeren van jaarrekeningen kunnen leiden tot aansprakelijkheid, omdat de wet dan uitgaat van een vermoeden van wanbeleid.

Het begrip ‘Klaarlichte Dag’ vormt de kern van de beoordeling. Dit heeft directe gevolgen voor bestuurders in alle sectoren.

Een zakelijke professional zit aan een bureau met juridische documenten en een laptop in een kantooromgeving met boeken op de achtergrond.

Het Nederlandse recht kent strikte regels voor bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. Artikel 2:248 BW vormt de kern.

Deze wetgeving heeft zich in de eenentwintigste eeuw verder ontwikkeld door belangrijke rechtspraak. Dat heeft het speelveld voor bestuurders behoorlijk veranderd.

Het wettelijke kader in de eenentwintigste eeuw

Artikel 2:248 van het Burgerlijk Wetboek is de juridische basis voor bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. Deze bepaling stelt dat bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement.

De wet vereist twee dingen. Ten eerste moet er sprake zijn van onbehoorlijk bestuur binnen drie jaar voor het faillissement.

Ten tweede moet dit onbehoorlijke bestuur een belangrijke oorzaak zijn van het faillissement. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt het soms lastig te bewijzen.

Onbehoorlijk bestuur krijgt verschillende vormen:

  • Schending van de boekhoudplicht

  • Te late deponering van jaarrekeningen

  • Onverantwoorde investeringen

  • Het aangaan van schulden terwijl men weet dat die niet betaald kunnen worden

Bij schending van administratieverplichtingen heeft de curator een voordeel. De wet vermoedt dan dat het wanbeleid een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

Jaar elf als scharnierpunt in recht en beleid

Het jaar 2011 bracht belangrijke ontwikkelingen in het faillissementsrecht. De Wet continuïteit ondernemingen trad in werking en verstevigde de positie van curatoren bij het onderzoeken van bestuurdersgedrag.

Deze wetgeving maakte het voor curatoren makkelijker om bestuurders aan te spreken. De bewijslast werd deels omgekeerd bij specifieke vormen van wanbeleid.

Belangrijke wijzigingen in 2011:

  • Uitbreiding van onderzoeksbevoegdheden curatoren

  • Scherpere criteria voor onbehoorlijk bestuur

  • Verhoogde transparantieverplichtingen

Bestuurders moesten meer verantwoording afleggen over hun beslissingen in de periode voor faillissement. Dat heeft de cultuur rondom bestuurdersgedrag wel veranderd.

Belangrijke jurisprudentie over bestuurdersaansprakelijkheid

De Hoge Raad heeft door verschillende uitspraken het begrip onbehoorlijk bestuur verder ingevuld. Het Staleman-arrest uit 2001 legde de basis voor moderne bestuurdersaansprakelijkheid.

In dat arrest formuleerde de Hoge Raad de norm van de redelijk handelende bestuurder. Een bestuurder handelt onbehoorlijk als een redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden anders had gehandeld.

Enkele kernpunten:

  • Bestuurders moeten tijdig signalen van financiële problemen herkennen

  • Het voortzetten van een kansloze onderneming kan onbehoorlijk zijn

  • Alle bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor wanbeleid van één bestuurder

Het Tuin-arrest uit 2015 benadrukte dat bestuurders actief moeten ingrijpen bij financiële problemen. Passief toezien op een verslechterende situatie kan al onbehoorlijk bestuur opleveren.

De rechtspraak laat zien dat feitelijke beleidsbepalers als bestuurder kunnen worden aangemerkt, ook zonder formele benoeming. Dat kan soms verrassend uitpakken.

Het ‘Klaarlichte Dag’-criterium: definitie en toepassing

Zakelijke mensen in een moderne kantooromgeving bespreken documenten aan een vergadertafel, gericht op juridische en financiële thema's.

Het ‘Klaarlichte Dag’-criterium is een belangrijke maatstaf voor het vaststellen van bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. Het criterium bepaalt wanneer bestuurders hun taken zo slecht hebben uitgevoerd dat aansprakelijkheid op een “klaarlichte dag” vaststaat.

Wat houdt het ‘Klaarlichte Dag’-criterium in?

Het ‘Klaarlichte Dag’-criterium stelt vast wanneer bestuurders duidelijk hun plichten hebben geschonden. Dit gebeurt als het bestuur kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld.

De wet zegt dat bestuurders aansprakelijk zijn als hun handelen een belangrijke oorzaak van het faillissement was. Het moet zo overduidelijk zijn dat niemand eraan twijfelt.

Voorwaarden voor aansprakelijkheid:

  • Kennelijk onbehoorlijk bestuur

  • Belangrijke oorzaak van faillissement

  • Duidelijk verband tussen handelen en schade

Curators gebruiken artikel 2:248 BW om bestuurders aan te spreken. Zij moeten aantonen dat het wanbestuur overduidelijk was.

Het criterium beschermt bestuurders tegen onterechte claims. Alleen bij echt ernstige fouten ontstaat persoonlijke aansprakelijkheid.

Praktijkvoorbeelden van toepassing

Bestuurders worden vaak aansprakelijk gesteld voor selectieve betalingen vlak voor faillissement. Daarmee benadelen ze andere schuldeisers, en dat is kennelijk onbehoorlijk.

Een bekend voorbeeld is het voortzetten van activiteiten terwijl faillissement onvermijdelijk was. Bestuurders moeten dan tijdig ingrijpen om verdere schade te voorkomen.

Typische situaties:

  • Geen boekhouding bijhouden

  • Belastingen niet betalen

  • Misleidende informatie verstrekken

  • Te laat faillissement aanvragen

Bij faillissement binnen drie jaar na oprichting kijken rechters extra kritisch. Als het kapitaal kennelijk veel te laag was, ontstaat snel aansprakelijkheid.

Bestuurders die bewust risico’s nemen zonder dekking handelen onbehoorlijk. Zeker als ze wisten dat het bedrijf in zwaar weer zat.

De rol van numerologie en meestergetal 11 rond bestuurdersbesluiten

Sommige bestuurders gebruiken numerologie bij belangrijke beslissingen. Het meestergetal 11 speelt dan soms een speciale rol bij de timing van keuzes.

Het getal 11 geldt als krachtig symbool voor intuïtie en leiderschap. Bestuurders kiezen soms bewust data met dit getal voor cruciale besluiten.

Numerologische invloeden:

  • Timing van bestuursvergaderingen

  • Keuze van belangrijke data

  • Structuur van besluitvorming

In rechtszaken speelt numerologie geen officiële rol. Rechters kijken alleen naar feitelijk handelen en de gevolgen.

Het meestergetal 11 heeft geen juridische betekenis bij het beoordelen van bestuurdersaansprakelijkheid. De wet kijkt puur naar objectieve criteria voor wanbestuur.

Toch gebruiken sommige ondernemers deze getallen als leidraad. Maar dat heeft geen invloed op de juridische gevolgen van hun beslissingen.

Persoonlijke aansprakelijkheid: grenzen en gevolgen

Bestuurders kunnen onder strikte voorwaarden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het boedeltekort na faillissement. De wet stelt hoge eisen aan bewijs en oorzakelijkheid, maar de financiële gevolgen kunnen fors zijn wanneer aan deze criteria wordt voldaan.

Criteria voor persoonlijke aansprakelijkheid

Kennelijk onbehoorlijk bestuur vormt de basis voor persoonlijke aansprakelijkheid volgens artikel 2:248 BW. De curator moet aantonen dat het bestuur in de drie jaar voor het faillissement overduidelijk verkeerd heeft gehandeld.

Het gedrag moet zo onverantwoord zijn dat geen redelijk denkend bestuurder zo zou handelen. Een gewone fout of verkeerde inschatting telt dus niet mee.

De wet geeft een paar duidelijke voorbeelden van kennelijk onbehoorlijk bestuur:

  • Structureel niet deponeren van jaarrekeningen
  • Aangaan van onverantwoorde financiële verplichtingen
  • Bewust negeren van betalingsverplichtingen
  • Fraude of bedrog binnen de bedrijfsvoering

Het niet tijdig deponeren van jaarrekeningen zorgt voor een wettelijk vermoeden van onbehoorlijk bestuur. Bestuurders moeten dan zelf aantonen dat andere oorzaken het faillissement veroorzaakten.

Daarnaast moet het onbehoorlijke bestuur een belangrijke oorzaak zijn van het faillissement. Die link is echt essentieel voor aansprakelijkheid.

Gevolgen voor bestuurders na faillissement

Bestuurders die persoonlijk aansprakelijk zijn, moeten het volledige boedeltekort vergoeden. Dat gebeurt op hoofdelijke basis; elke bestuurder kan dus voor het hele bedrag worden aangesproken.

Het boedeltekort kan flink oplopen, soms tot miljoenen euro’s. Zeker in complexe faillissementen met veel werknemers en vestigingen stapelt het snel op.

De curator onderzoekt actief of bestuurders aansprakelijk zijn. Dat kan jaren duren en brengt vaak flinke advocaatkosten met zich mee.

Verhaal op privévermogen is mogelijk als bestuurders aansprakelijk zijn. Denk aan persoonlijke bezittingen zoals huizen of spaargeld—die kunnen ze kwijtraken.

Naast de financiële klappen kunnen bestuurders ook reputatieschade oplopen. Dat beperkt hun kansen op een nieuwe bestuursfunctie behoorlijk.

Relevantie van gebeurtenissen als elfde september en de Twin Towers

Externe schokken, zoals de aanslagen op 11 september 2001, kunnen een rol spelen bij de beoordeling van bestuurdersaansprakelijkheid. Zulke gebeurtenissen veroorzaakten wereldwijde economische gevolgen die bedrijven hard raakten.

De Twin Towers-aanslagen leidden tot onvoorziene marktverstoringen in veel sectoren. Airlines, toerisme en financiële markten kregen het zwaar te verduren.

Bestuurders kunnen deze externe factoren gebruiken als overmacht in aansprakelijkheidsprocedures. Als het faillissement vooral door zulke externe schokken kwam, wordt persoonlijke aansprakelijkheid minder waarschijnlijk.

Causaliteit blijft wel cruciaal. Bestuurders moeten laten zien dat hun handelen niet de belangrijkste oorzaak was van het faillissement.

De gebeurtenissen van 11 september kunnen dit bewijs ondersteunen. Rechtbanken kijken per geval of externe gebeurtenissen voldoende zijn om aansprakelijkheid uit te sluiten.

De timing van beslissingen ten opzichte van zulke gebeurtenissen speelt een grote rol.

Invloed van maatschappelijke en economische context

Bestuurders werken niet in een vacuüm. Ze krijgen te maken met bredere maatschappelijke trends en wereldwijde gebeurtenissen.

Deze externe factoren hebben direct invloed op hun keuzes en dus op hun potentiële aansprakelijkheid bij faillissement.

Rol van populisme en sociaal-politieke veranderingen

Populisme heeft het politieke landschap flink veranderd. Dat beïnvloedt bedrijven op allerlei manieren.

Bestuurders moeten rekening houden met grillig overheidsbeleid. Populistische bewegingen zorgen geregeld voor onverwachte regelgeving.

Dit maakt het risico op verkeerde investeringen groter. Bedrijven worden soms ineens geconfronteerd met nieuwe wetten of handelsbelemmeringen.

Belangrijke risico’s:

  • Veranderende subsidieregels
  • Nieuwe handelstarieven
  • Onvoorspelbare belastingwijzigingen
  • Strengere regelgeving

Bestuurders die deze politieke verschuivingen negeren, lopen meer risico op aansprakelijkstelling. Het niet goed inschatten van politieke risico’s kan worden gezien als onbehoorlijk bestuur.

De impact van internationale ontwikkelingen zoals de Arabische Lente en Japanse natuurramp

Grote wereldgebeurtenissen als de Arabische Lente en de Japanse natuurramp van 2011 laten zien hoe externe schokken bedrijven kunnen raken.

De Arabische Lente verstoorde handelsroutes en energiemarkten. Bedrijven met activiteiten in het Midden-Oosten merkten direct de gevolgen.

De Japanse natuurramp ontwrichtte wereldwijde toeleveringsketens. Veel bedrijven hadden ineens tekorten aan onderdelen en grondstoffen.

Voorbeelden van gevolgen:

  • Productiestoringen door ontbrekende onderdelen
  • Stijgende grondstofprijzen
  • Logistieke problemen
  • Verzekeringsclaims

Bestuurders moeten zulke risico’s meenemen bij strategische beslissingen. Gebrek aan risicomanagement kan tot aansprakelijkheid leiden.

Sociale media en de Facebookgeneratie in bestuurdersbesluitvorming

De sociale netwerksite Facebook en andere platforms hebben de snelheid van informatieverspreiding enorm opgevoerd. De Facebookgeneratie verwacht directe communicatie en transparantie.

Bestuurders moeten nu letten op reputatierisico’s via sociale media. Negatief nieuws kan in een mum van tijd viral gaan.

Dit dwingt bedrijven tot snellere besluitvorming. De druk van sociale media is voelbaar.

Nieuwe uitdagingen:

  • Snellere besluitvorming onder druk van sociale media
  • Reputatieschade door online kritiek
  • Verhoogde transparantieverwachtingen
  • Directe communicatie met stakeholders

Bestuurders die de impact van sociale media onderschatten, kunnen flinke schade veroorzaken. Dat kan zelfs bijdragen aan faillissement en aansprakelijkheid.

Veranderend stemgedrag en regeringloosheid als risicofactoren

Stemgedrag is een stuk onvoorspelbaarder geworden. Traditionele partijen verliezen terrein aan nieuwe bewegingen.

Regeringloosheid komt vaker voor door versplinterde verkiezingsuitslagen. Dat zorgt voor bestuurlijke onzekerheid.

Voor bedrijven betekent dat:

  • Langere periodes zonder duidelijk beleid
  • Uitgestelde investeringsbeslissingen van de overheid
  • Onzekerheid over toekomstige regelgeving
  • Moeilijkere toegang tot overheidssteun

Bestuurders moeten deze politieke instabiliteit meenemen in hun plannen. Niet anticiperen op regeringloosheid kan leiden tot verkeerde timing van investeringen.

Bedrijven die afhankelijk zijn van overheidscontracten lopen extra risico. Bestuurders doen er goed aan alternatieve scenario’s klaar te hebben.

Sectorale en maatschappelijke voorbeelden van aansprakelijkheid

Verschillende sectoren en maatschappelijke invloeden bepalen hoe bestuurdersaansprakelijkheid in de praktijk wordt toegepast. Politieke invloeden, media-aandacht en juridische ontwikkelingen spelen een grote rol bij faillissementsprocedures.

Invloeden vanuit de Vlaamse en Waalse partijvoorzitters

Politieke druk van partijvoorzitters kan faillissementsprocedures beïnvloeden. Vlaamse partijvoorzitters denken vaak anders over economisch beleid dan hun Waalse collega’s.

Die verschillen zie je terug in discussies over bestuurdersaansprakelijkheid. Vlaamse politici leggen meestal de nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, terwijl Waalse partijvoorzitters meer kijken naar sociale bescherming.

Belangrijke politieke invloeden:

  • Wetgevingsvoorstellen over aansprakelijkheidsregels
  • Politieke druk op rechterlijke uitspraken
  • Verschillen in beleidsvisies tussen regio’s

De curator moet deze politieke context meenemen. Politieke discussies kleuren soms de interpretatie van wettelijke regels.

Dit kan gevolgen hebben voor bestuurders die aansprakelijk worden gesteld.

Invloed van VRT, FC De Kampioenen en mediagebruik

Media-aandacht speelt een grote rol bij publieke faillissementen. De VRT brengt vaak nieuws over grote bedrijfsfaillissementen en creëert zo maatschappelijke druk op bestuurders.

FC De Kampioenen liet in verschillende afleveringen zien hoe kleine bedrijven omgaan met financiële problemen. Zulke voorbeelden beïnvloeden de publieke opinie over bestuurders.

Media-impact op aansprakelijkheid:

  • Publieke druk op curatoren
  • Beïnvloeding van rechterlijke uitspraken
  • Verhoogde aandacht voor bestuurders

Sociale media versterken dit effect. Bestuurders van failliete bedrijven krijgen vaak negatieve aandacht online.

Dat beïnvloedt hun verdere carrièremogelijkheden en persoonlijke situatie.

Juridische inzichten uit Brussel, Autosalon en de academische wereld (KU Leuven)

Brussel is echt een juridisch zwaartepunt, vooral als het om faillissementsrecht gaat. Hier komen veel grote rechtszaken voorbij.

Die zaken bepalen uiteindelijk hoe rechters omgaan met bestuurdersaansprakelijkheid. Je ziet dat Brussel daarin een soort trendsetter is.

De Brusselse Autosalon heeft trouwens al meerdere faillissementen van exposanten gezien. Zulke gevallen laten zien hoe kwetsbaar bedrijven in de evenementenbranche zijn.

Bestuurders werden in die situaties op verschillende manieren aansprakelijk gesteld. Dat verschilt echt per case.

KU Leuven onderzoek toont:

  • Trends in bestuurdersaansprakelijkheid
  • Analyse van faillissementsoorzaken
  • Juridische ontwikkelingen

Academici van KU Leuven publiceren best vaak over faillissementsrecht. Hun werk geeft inzicht in de nieuwste juridische trends.

Dit onderzoek beïnvloedt hoe advocaten, curatoren en eigenlijk iedereen in het vakgebied te werk gaat.

Rol van uitgeverij, literatuur en religie (Uitgeverij Luitingh, zuster internet, tien geboden)

Uitgeverij Luitingh brengt boeken uit over bedrijfsethiek en aansprakelijkheid. Zulke publicaties helpen bestuurders om hun verantwoordelijkheden beter te snappen.

Literatuur kan ethische normen echt vormgeven. Het is soms verrassend hoe groot die invloed is.

Religieuze principes spelen ook een rol. De tien geboden bevatten ethische regels die nog altijd relevant zijn voor bedrijven.

Eerlijkheid en verantwoordelijkheid blijven centrale waarden. Je zou bijna vergeten hoe vaak die terugkomen.

Ethische invloeden:

  • Religieuze normen over eerlijkheid
  • Literatuur over bedrijfsethiek
  • Maatschappelijke verwachtingen

Zuster internet slaat op hoe ethische normen zich tegenwoordig online verspreiden. Discussies over bedrijfsethiek vinden nu vooral digitaal plaats.

Dat zorgt voor nieuwe maatschappelijke druk op bestuurders. Iedereen kijkt mee, en verwachtingen veranderen snel.

Internationale en politieke invloeden op het faillissementsrecht

Geopolitieke ontwikkelingen en internationale relaties beïnvloeden rechtssystemen wereldwijd. Ook het Nederlandse faillissementsrecht voelt die impact.

Economische factoren zoals olieprijzen of natuurrampen dwingen tot grensoverschrijdende samenwerking. Soms lijkt het alsof elk jaar wel iets nieuws opduikt.

Yeswecan, O – A Presidential Novel en trans-Atlantische impact

Amerikaanse presidentiële verhalen zoals “Yeswecan, O – A Presidential Novel” laten zien hoe politiek en internationaal recht met elkaar verweven zijn. Zulke boeken maken duidelijk dat politieke keuzes economische gevolgen hebben.

Trans-Atlantische handelsrelaties raken Nederlandse faillissementsprocedures direct. Amerikaanse bedrijven die hier failliet gaan, moeten bijvoorbeeld met twee rechtssystemen rekening houden.

Belangrijke aspecten van trans-Atlantische samenwerking:

  • Wederzijdse erkenning van faillissementsuitspraken
  • Coördinatie tussen curatoren aan beide zijden van de oceaan
  • Harmonisatie van internationale bevoegdheidregels

De EU-verordeningen over internationale faillissementen gebruiken soms Amerikaanse precedenten. Dat biedt schuldeisers meer bescherming bij grensoverschrijdende zaken.

Russische nationalisten, Kaukasus en geopolitieke spanningen

Russische nationalistische bewegingen en conflicten in de Kaukasus brengen juridische onzekerheid voor internationale bedrijven. Sancties tegen Russische entiteiten maken faillissementsprocedures een stuk ingewikkelder.

Nederlandse curatoren lopen vast bij het innen van vorderingen in Rusland en de Kaukasus. Politieke spanningen maken samenwerking met lokale rechtssystemen bijna onmogelijk.

Gevolgen voor faillissementsrecht:

  • Bevriezing van Russische activa in Nederlandse faillissementen
  • Problemen bij internationale samenwerking
  • Verhoogde kosten voor grensoverschrijdende procedures

Geopolitieke risico’s tellen tegenwoordig standaard mee in faillissementsprocedures. Curatoren moeten goed letten op politieke ontwikkelingen bij het waarderen van buitenlandse activa.

Tunesische president, Vaticaanstadstatuut en overstromingen

Politieke besluiten in Noord-Afrika, zoals die van de Tunesische president, beïnvloeden de handelsrelatie met Nederland. Het Vaticaanstadstatuut leidt tot unieke juridische uitdagingen bij internationale faillissementen.

Natuurrampen, zoals overstromingen, raken bedrijven met internationale activiteiten direct. Nederlandse curatoren moeten daar rekening mee houden bij de beoordeling van aansprakelijkheid.

Specifieke uitdagingen:

  • Soevereine immuniteit van bepaalde entiteiten
  • Force majeure claims na natuurrampen
  • Politieke risico’s in Noord-Afrikaanse investeringen

De Tunesische faillissementswetgeving wijkt flink af van de Nederlandse regels. Daardoor ontstaan soms behoorlijk complexe procedures.

Paaseierensmelting, olieprijzen en andere economische indicatoren

Economische trends, zoals stijgende olieprijzen, hebben directe invloed op bedrijven en hun risico op faillissement. Paaseierensmelting staat een beetje symbool voor hoe kwetsbaar seizoensbedrijven zijn.

Schommelingen in grondstofprijzen leiden soms tot onverwachte faillissementen, vooral in energie-intensieve sectoren. Curatoren moeten deze marktfactoren altijd meewegen bij bestuurdersaansprakelijkheid.

Economische factoren in faillissementszaken:

  • Commodity prijsschommelingen
  • Seizoensgebonden risico’s
  • Energie-afhankelijkheid van bedrijven

Internationale economische sancties beperken de mogelijkheden van curatoren om activa te realiseren. Dit raakt de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers in Nederlandse faillissementen direct.

Veelgestelde Vragen

Het ‘Klaarlichte Dag’-criterium is een belangrijke maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. Het bepaalt wanneer bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn voor het tekort.

Wat houdt het ‘Klaarlichte Dag’-criterium in binnen de context van bestuurdersaansprakelijkheid?

Het ‘Klaarlichte Dag’-criterium is een juridische toets die bepaalt of een bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld. Het criterium kijkt of geen redelijk handelende bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo zou hebben gehandeld.

Het gedrag moet zo duidelijk onbehoorlijk zijn dat het voor iedereen zichtbaar is. Het moet zo overduidelijk zijn als een klaarlichte dag.

Curatoren en rechters passen dit criterium toe bij de beoordeling van bestuurdersaansprakelijkheid. Het vormt de basis voor artikel 2:248 BW over faillissementsaansprakelijkheid.

Welke omstandigheden kunnen leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid bij een faillissement volgens het ‘Klaarlichte Dag’-criterium?

Roekeloos of onbezonnen handelen door bestuurders kan tot aansprakelijkheid leiden. Vooral als ze bewust risico’s nemen terwijl een faillissement te voorzien was.

Als bestuurders hun administratieplicht niet nakomen, ontstaat er snel een vermoeden van onbehoorlijk bestuur. Een slechte boekhouding die geen inzicht biedt in de financiële positie is funest.

Het niet op tijd deponeren van jaarrekeningen kan ook tot aansprakelijkheid leiden. Zelfs een termijnoverschrijding van een paar dagen wordt vaak als verwijtbaar gezien.

Bij bewuste fraude of zelfverrijking grijpt het ‘Klaarlichte Dag’-criterium direct in. Zulke handelingen zijn evident onbehoorlijk en leiden vrijwel altijd tot aansprakelijkheid.

Hoe wordt ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’ vastgesteld in relatie tot het ‘Klaarlichte Dag’-criterium?

De curator moet bewijzen dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaar voor het faillissement. Hij laat zien dat dit gedrag een belangrijke oorzaak van het faillissement was.

Het tekortschieten van het bestuur moet een opvallende rol spelen in de oorzaken van het faillissement. Kleine fouten zonder wezenlijke gevolgen tellen meestal niet mee.

Bij schending van administratie- of deponeringsplichten ontstaat een wettelijk vermoeden van onbehoorlijk bestuur. De bestuurder kan proberen dat vermoeden te weerleggen met tegenbewijs.

Wat zijn de gevolgen voor een bestuurder als hij volgens het ‘Klaarlichte Dag’-criterium aansprakelijk wordt geacht?

Iedere bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige tekort in de faillissementsboedel. Dus elke bestuurder kan voor het hele bedrag worden aangesproken.

Het tekort bestaat uit alle schulden die niet door vereffening van de baten zijn voldaan. Dat bedrag loopt snel op door faillissementskosten zoals curatorhonoraria.

Deze aansprakelijkheid kan flinke persoonlijke gevolgen hebben. Bestuurders lopen het risico dat hun privévermogen moet worden aangesproken.

Kan een bestuurder zich beschermen tegen aansprakelijkheid in het kader van het ‘Klaarlichte Dag’-criterium?

Bestuurders kunnen zich beschermen door zorgvuldig en goed gedocumenteerd te werken. Een correcte administratie en het tijdig deponeren van jaarrekeningen zijn echt essentieel.

Bij dreigende betalingsproblemen is het verstandig om snel professioneel advies in te winnen. Vroegtijdig surseance of faillissement aanvragen kan aansprakelijkheid soms voorkomen.

Bestuurders kunnen aantonen dat het om een onbelangrijk verzuim gaat bij administratieve tekortkomingen. Maar ze moeten wel laten zien dat het verzuim geen materiële gevolgen heeft.

Het is ook mogelijk om aan te tonen dat onbehoorlijk bestuur niet de belangrijkste oorzaak van het faillissement was. Externe factoren kunnen het verband soms doorbreken.

In welke jurisprudentie is het ‘Klaarlichte Dag’-criterium verder ontwikkeld en toegelicht?

De Hoge Raad heeft het criterium in verschillende uitspraken verfijnd en verduidelijkt.

Deze jurisprudentie laat zien wanneer het criterium wel en niet geldt.

Gerechtshoven kwamen met concrete voorbeelden van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Een bekend voorbeeld draait om grote verschillen tussen de werkelijke en geadministreerde voorraad.

Rechtbanken deden uitspraken over termijnoverschrijdingen bij jaarrekeningen.

Een overschrijding van 17 dagen ziet men meestal niet als een onbelangrijk verzuim.

De jurisprudentie maakt duidelijk dat bedrijfsrisico’s nemen niet automatisch leidt tot het ‘Klaarlichte Dag’-criterium.

Er moet echt sprake zijn van evident onverantwoord handelen voordat men dat criterium toepast.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl