facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Gemeenten hebben best veel macht als het gaat om het screenen van horecaondernemers die een vergunning aanvragen of al eentje op zak hebben. Door de Wet Bibob mogen ze diep graven in het strafrechtelijke verleden van ondernemers, puur om te checken of er risico is dat een vergunning misbruikt wordt voor criminele doeleinden.

Veel ondernemers vragen zich af: hoever mogen gemeenten eigenlijk terugkijken in iemands verleden?

Een ambtenaar bekijkt documenten in een kantoor met uitzicht op een straat met horeca gelegenheden.

Gemeenten mogen in principe alle strafbare feiten gebruiken die nog in de justitiële registraties staan vermeld, zonder een vaste termijn van vijf jaar zoals vaak wordt aangenomen. Het tijdsverloop doet er wel toe: hoe langer geleden de feiten zijn, hoe minder zwaar ze meestal meewegen in het uiteindelijke besluit.

Bij de beoordeling kijkt de gemeente onder andere naar hoe ernstig de feiten zijn, hoe groot het criminele voordeel was en of er een link is met de gevraagde vergunning.

De regels rondom tijdsverloop zijn behoorlijk ingewikkeld en verschillen per situatie. Horecaondernemers doen er goed aan te snappen hoe gemeenten deze keuzes maken en welke rechtsmiddelen je hebt als je het niet eens bent met een Bibob-besluit.

Wat is de Wet Bibob en het doel ervan?

Professionals in een kantoor die documenten bespreken met op de achtergrond een stadsgezicht met horecagelegenheden.

Met de Wet Bibob hebben gemeenten en andere bestuursorganen een stevig wapen in handen tegen criminele activiteiten. De wet is er vooral om te voorkomen dat criminelen via vergunningen, subsidies of overheidsopdrachten hun gang kunnen gaan.

Hoofddoelstellingen van de Wet Bibob

De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob dus) wil criminele infiltratie in de legale economie voorkomen. De wet bestaat sinds 1 juli 2003.

Belangrijkste doelen van Bibob:

  • Witwassen van crimineel geld tegengaan
  • Misbruik van vergunningen voor illegale activiteiten voorkomen
  • Kwetsbare sectoren beschermen tegen criminele invloeden
  • Integriteit van het openbaar bestuur waarborgen

De commissie Van Traa bracht dit probleem in 1996 aan het licht. Criminele organisaties maakten systematisch misbruik van vergunningen en subsidies.

Criminelen gebruikten bonafide bedrijven als dekmantel. Ze kregen vergunningen en misbruikten die vervolgens voor illegale doeleinden.

Toepassingsgebieden van de Wet Bibob

De Wet Bibob geldt voor verschillende sectoren en activiteiten. Gemeenten bepalen zelf wanneer ze een Bibob-onderzoek starten bij het Landelijk Bureau Bibob.

Waar wordt Bibob zoal voor gebruikt?

  • Horeca: vergunningen voor cafés, restaurants, discotheken
  • Vastgoed: transacties en bouwvergunningen
  • Detailhandel: specifieke winkelvergunningen
  • Subsidies: alle vormen van overheidssubsidies
  • Overheidsopdrachten: aanbestedingen en contracten

In Amsterdam hanteren ze de wet streng. Elke horecatransactie vraagt om een Bibob-formulier.

De gemeente kan ook milieuvergunningen en andere exploitatievergunningen onderwerpen aan een Bibob-toets. Vooral in risicovolle sectoren gebeurt dit vaak.

Rol van integriteit in vergunningverlening

Integriteit is de kern van de Wet Bibob. Het Bureau Bibob checkt of aanvragers van vergunningen een crimineel verleden hebben.

Het onderzoek kijkt naar allerlei aspecten van de ondernemer. Denk aan eerdere criminele activiteiten, fraudezaken en connecties met de onderwereld.

Het Bureau Bibob kan drie soorten adviezen geven:

  • Geen gevaar: vergunning kan gewoon verleend worden
  • Enig gevaar: verhoogd risico op misbruik
  • Ernstige mate van gevaar: groot risico op crimineel misbruik

De gemeente beslist uiteindelijk. Het Bibob-advies is niet bindend, maar meestal volgt de gemeente het gewoon.

De Bibob-procedure bij horecaondernemers

Een gemeenteambtenaar en een horecaondernemer zitten aan een tafel in een kantoor en bespreken documenten.

De Bibob-procedure start zodra een horecaondernemer een exploitatievergunning aanvraagt bij de gemeente. Daarbij hoort een uitgebreid vragenformulier en verschillende instanties delen informatie om criminele achtergronden te checken.

Start en verloop van het Bibob-onderzoek

Het Bibob-onderzoek begint automatisch als een ondernemer een exploitatievergunning aanvraagt. De gemeente moet deze controle uitvoeren bij alle horecavergunningen.

Het college van burgemeester en wethouders beslist over de aanvraag. Zij moeten nagaan of het verlenen van de vergunning criminele activiteiten mogelijk zou maken.

Het onderzoek richt zich op iedereen die betrokken is bij de onderneming. Dus niet alleen de eigenaar, maar ook bestuurders en financiers.

Sommige horecatypen krijgen extra aandacht:

  • Coffeeshops
  • Smartshops
  • Seksinrichtingen
  • Speelautomatenhallen

De procedure duurt meestal een paar maanden. De gemeente mag de vergunning weigeren als er risico is op misbruik.

Bibob-vragenformulier en aanvraagprocedure

Het Bibob-vragenformulier is een belangrijk onderdeel van de aanvraag. Ondernemers moeten het volledig en eerlijk invullen.

Het formulier vraagt naar:

  • Persoonlijke gegevens van alle betrokkenen
  • Strafrechtelijk verleden
  • Financiële situatie
  • Zakelijke contacten

Volgens de Drank- en Horecawet moeten gemeenten deze info controleren. Onjuiste of onvolledige info kan leiden tot weigering van de vergunning.

Je moet als horecaondernemer ook documenten aanleveren zoals een uittreksel GBA, bankafschriften en een bedrijfsplan. De gemeente kijkt of de aanvrager betrouwbaar is.

Juridische hulp is trouwens geen overbodige luxe bij het invullen. Advocaten kunnen helpen bij lastige vragen en voorkomen dat je fouten maakt die later problemen opleveren.

Betrokken instanties en informatiebronnen

Justis speelt een centrale rol in het Bibob-proces. Zij doen integriteitsscreenings voor gemeenten en andere overheidsinstanties.

Het Landelijk Bureau Bibob (LBB) helpt gemeenten bij ingewikkelde onderzoeken. Ze geven advies over hoe de Wet Bibob moet worden toegepast bij horecavergunningen.

De RIEC (Regionale Informatie en Expertisecentra) delen kennis over criminele netwerken. Ze helpen gemeenten risico’s te herkennen bij aanvragen.

Het Openbaar Ministerie levert gegevens over strafrechtelijke procedures en veroordelingen. Zo krijgen gemeenten een compleet beeld van de aanvrager.

Gemeenten werken samen met allerlei bronnen:

  • Politiedatabases
  • Belastingdienst
  • Sociale Verzekeringsbank
  • Kadaster

Samen zorgen deze partijen voor een grondige controle van horecaondernemers en hun zakelijke contacten.

De relatie tussen strafrechtelijk verleden en Bibob-beoordeling

Met de Wet Bibob mogen gemeenten het strafrechtelijke verleden van horecaondernemers onderzoeken bij het verlenen van vergunningen. Het tijdsverloop tussen strafbare feiten en de huidige aanvraag speelt een grote rol in de beoordeling.

Juridische basis voor terugkijken op strafbare feiten

Artikel 3 van de Wet Bibob is de juridische basis voor het checken van criminele achtergronden. Deze wet geeft gemeenten het recht om vergunningen te weigeren als er ernstig gevaar bestaat.

Het onderzoek kijkt vooral naar twee hoofdgronden:

  • A-grond: gevaar dat crimineel voordeel wordt benut
  • B-grond: gevaar dat strafbare feiten worden gepleegd

De wetgever heeft geen harde tijdslimiet opgelegd voor het terugkijken naar strafbare feiten. Jurisprudentie heeft daar wel grenzen aan gesteld.

Gemeenten mogen strafbare feiten gebruiken zolang ze in justitiële registraties staan. Daardoor kan de terugkijkperiode veel langer zijn dan vijf jaar.

Reikwijdte van het onderzoek naar criminele achtergronden

Het Landelijk Bureau Bibob gebruikt praktische richtlijnen voor de terugkijkperiode. Voor de B-grond tellen strafbare feiten ouder dan zes jaar meestal niet meer als ernstig gevaar.

Belangrijke factoren bij tijdsverloop:

  • Ernst en aard van de strafbare feiten
  • Frequentie van criminele activiteiten
  • Grootte van het behaalde voordeel
  • Recente criminele gedragingen

Gemeenten kijken bij fraude en witwassen vaak verder terug. Deze delicten zijn simpelweg te ernstig om snel te vergeten.

Als iemand voordeel uit zulke activiteiten haalde, blijft die langer in beeld. De gemeente beoordeelt dan alle omstandigheden van het geval.

Een detentieperiode telt trouwens niet mee bij het bepalen van tijdsverloop. Dat voelt soms wat onlogisch, maar zo werkt het nu eenmaal.

Invloed van verdenking versus veroordeling

Gemeenten hoeven niet te wachten op een definitieve veroordeling door Justitie. Ze mogen verdenkingen van strafbare feiten meenemen in hun beoordeling.

Drie vormen van bewijs:

  • Definitieve veroordelingen
  • Gegronde verdenkingen
  • Lopende strafrechtelijke procedures

Bij verdenkingen telt de ernst van het vermoeden zwaar mee. Sterke aanwijzingen voor criminele activiteiten kunnen al genoeg zijn om een horecavergunning te weigeren.

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid benadrukt dat de bewijslast in bestuursrecht lager ligt dan in het strafrecht. Gemeenten kunnen dus sneller ingrijpen op basis van minder bewijs.

De relatie tussen verdachte en strafbare feiten moet wel duidelijk aantoonbaar zijn. Zonder dat mag een vergunning niet zomaar geweigerd worden.

Hoe ver mag de gemeente terugkijken bij horecaondernemers?

De Wet Bibob stelt grenzen aan hoe ver gemeenten mogen terugkijken in het strafrechtelijk verleden van horecaondernemers. Die grenzen hangen af van het soort feit en de zwaarte van de overtreding.

Wettelijke terugkijktermijnen en uitzonderingen

De Wet Bibob kent verschillende terugkijktermijnen voor verschillende soorten feiten. Voor lichte overtredingen geldt een termijn van vijf jaar.

Voor zware misdrijven zoals witwassen of drugshandel is de termijn twintig jaar. Het Landelijk Bureau Bibob gebruikt deze termijnen bij hun adviesaanvragen.

Soms kijken gemeenten verder terug, bijvoorbeeld bij uitzonderlijke gevallen. Bepaalde feiten verjaren nooit, zoals moord of terrorisme.

Die feiten kunnen altijd worden meegenomen in de beoordeling.

Type feit Terugkijktermijn
Lichte overtredingen 5 jaar
Zware misdrijven 20 jaar
Zeer ernstige misdrijven Geen termijn

Overwegingen bij het bepalen van de terugkijkperiode

Gemeenten wegen verschillende factoren af bij het bepalen van de terugkijkperiode. De ernst van het feit speelt een grote rol.

Ook de relatie tot de aangevraagde vergunning telt mee. Bij horecavergunningen kijken gemeenten vooral naar feiten die verband houden met de exploitatie.

Voorbeelden zijn geweld, drugshandel of het overtreden van sluitingstijden. Het Openbaar Ministerie kan aanvullende informatie geven over strafrechtelijke procedures.

Gemeenten gebruiken die informatie om hun besluit te onderbouwen. Proportionaliteit blijft belangrijk.

Een kleine overtreding van jaren geleden mag geen onevenredige impact hebben op een vergunningaanvraag.

Voorbeelden en jurisprudentie

Rechtbanken hebben verschillende uitspraken gedaan over terugkijktermijnen. In een zaak uit 2023 vond de rechtbank het terecht dat een gemeente een 15 jaar oude veroordeling voor geweld meenam bij een horecavergunning.

Een andere uitspraak draaide om een vastgoedtransactie waarbij witwassen speelde. De rechtbank vond een 18 jaar oude witwaszaak nog steeds relevant.

Bij bouwvergunningen en milieuvergunningen gelden vergelijkbare principes. Gemeenten krijgen bij horecavergunningen vaak meer ruimte vanwege de publieke functie van horeca.

De jurisprudentie laat zien dat gemeenten hun keuzes goed moeten motiveren. Oude feiten mogen niet automatisch meewegen zonder uitleg.

Impact van een strafrechtelijk verleden op vergunningverlening

Een strafrechtelijk verleden kan flinke gevolgen hebben voor het verkrijgen of behouden van vergunningen. Gemeenten kunnen op basis van de Wet Bibob exploitatievergunningen weigeren of intrekken als criminele activiteiten blijken.

Weigering en intrekking van vergunningen

Gemeenten kunnen vergunningen weigeren op grond van artikel 3 van de Wet Bibob. Dit gebeurt als er ernstig gevaar bestaat voor crimineel misbruik.

A-grond: De vergunning wordt gebruikt om crimineel voordeel te behalen.

B-grond: De vergunning wordt gebruikt om nieuwe strafbare feiten te plegen.

Bij exploitatievergunningen voor horecaondernemers speelt dit vooral. Criminele activiteiten in het verleden kunnen wijzen op toekomstige risico’s.

Ook bouwvergunningen en milieuvergunningen kunnen worden geweigerd. Dat raakt vastgoedeigenaren die bij criminele activiteiten betrokken waren.

De gemeente moet aantonen dat er samenhang bestaat tussen het strafrechtelijke verleden en de aangevraagde vergunning. Zonder die samenhang mag een vergunning niet geweigerd worden.

Gevolgen voor reeds actieve horecaondernemers

Bestaande vergunninghouders kunnen hun exploitatievergunning verliezen door intrekking. Dit gebeurt als er nieuw bewijs van criminele activiteiten opduikt.

Ontheffingen kunnen ook worden ingetrokken, bijvoorbeeld voor terrassen of evenementen. De ondernemer moet zijn zaak sluiten bij intrekking van de vergunning.

Dit heeft meteen financiële gevolgen voor het bedrijf. Werknemers verliezen hun baan als de zaak dichtgaat.

De economische impact raakt dus meer mensen dan alleen de ondernemer. Vastgoed kan waardeloos worden zonder exploitatiemogelijkheden.

Ook eigenaren die niet bij criminele activiteiten betrokken waren, voelen dat.

Invloed op herintegratie en maatschappelijk herstel

Een strafrechtelijk verleden maakt het lastig om een legaal bedrijf te starten. Dit werkt herintegratie van ex-gedetineerden tegen.

Horecaondernemers met een verleden krijgen moeilijk nieuwe vergunningen. Dat duwt sommigen misschien terug richting illegale activiteiten.

Ook milieuvergunningen en bouwvergunningen zijn dan lastig te krijgen. Dat beperkt de mogelijkheden in andere sectoren.

De lange termijn waarop gemeenten terug mogen kijken, vergroot deze problemen. Oude feiten blijven lang relevant voor nieuwe aanvragen.

Sommige ondernemers vragen via anderen vergunningen aan. Dat verhult hun betrokkenheid, maar kan als oplichting worden gezien.

Het gebrek aan legale kansen kan een vicieuze cirkel veroorzaken. Ex-gedetineerden krijgen zo minder mogelijkheden om weer mee te doen in de maatschappij.

Belangenafweging en rechtsbescherming bij Bibob-besluitvorming

Het Landelijk Bureau Bibob speelt een grote rol bij het adviseren van gemeenten over integriteitsonderzoeken. Ondernemers hebben verschillende manieren om tegen negatieve besluiten op te komen.

Overheidsinstanties werken vaak samen bij Bibob-procedures.

Rol van het Landelijk Bureau Bibob en Justis

Het Landelijk Bureau Bibob (LBB) ondersteunt gemeenten en provincies bij integriteitsonderzoeken. Het bureau onderzoekt aanvragers van vergunningen als lokale overheden om advies vragen.

Justis beheert het LBB en voert Bibob-onderzoeken uit. Het bureau heeft toegang tot verschillende databases en kan informatie opvragen bij andere overheden.

Taken van het LBB:

  • Onderzoek naar achtergrond van aanvragers
  • Adviseren over samenhang tussen strafbaar verleden en aangevraagde activiteiten
  • Ondersteuning bij motivering van besluiten

Gemeenten kunnen een adviesaanvraag indienen bij twijfel over de integriteit van horecaondernemers. Het LBB kijkt dan of er voldoende samenhang is tussen het strafbare verleden en de horeca-activiteiten.

Het bureau merkt dat rechters meer nadruk leggen op de motivering van die samenhang.

Mogelijkheden tot bezwaar en beroep

Ondernemers die een negatief Bibob-besluit krijgen, kunnen verschillende rechtsmiddelen gebruiken. Ze mogen bezwaar maken tegen het besluit van de gemeente.

Procedure voor rechtsbescherming:

  1. Bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan
  2. Beroep bij de rechtbank als het bezwaar wordt afgewezen
  3. Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak

Tijdens de bezwaarprocedure mogen ondernemers hun zienswijze geven. Ze leggen uit waarom het negatieve advies niet klopt of waarom er geen samenhang is.

Juridische bijstand is vaak nodig door de complexiteit van Bibob-procedures. Advocaten helpen bij het opstellen van bezwaarschriften en bij de voorbereiding van rechtbankprocedures.

De rechter kijkt of de gemeente goed heeft onderbouwd waarom er samenhang bestaat tussen het strafbare verleden en de horeca-activiteiten.

Samenwerking tussen overheidsinstanties

Gemeenten, provincies en andere overheidsorganen werken samen bij Bibob-onderzoeken. Die samenwerking is gewoon nodig om echt zicht te krijgen op mogelijke integriteitsrisico’s.

Het LBB vraagt informatie op bij allerlei instanties, zoals de politie, de belastingdienst en andere overheidsorganisaties. Ze gebruiken deze gegevens om adviezen op te stellen.

Samenwerkende instanties:

  • Politie (strafrechtelijke informatie)
  • Belastingdienst (fiscale gegevens)
  • Gemeente (lokale informatie)
  • Provincie (toezichtsinformatie)

De overheid moet belangen goed afwegen. Criminaliteitsbestrijding weegt men af tegen het belang van ondernemers om hun bedrijf te draaien.

Instanties wisselen gegevens uit binnen de regels van de privacywetgeving. Alleen relevante informatie voor het Bibob-onderzoek mag gedeeld worden.

Veelgestelde vragen

De Wet Bibob stelt horecaondernemers voor specifieke eisen bij vergunningaanvragen. Gemeenten mogen daarvoor best diep in iemands verleden duiken.

Wat zijn de criteria voor de toepassing van de Wet Bibob op horecaondernemers?

De gemeente start een Bibob-onderzoek als er integriteitsrisico’s zijn in de horeca. Die branche is nu eenmaal gevoelig voor criminaliteit.

Het onderzoek draait om twee hoofdcriteria. Het A-grond risico kijkt naar de kans op crimineel geld, terwijl het B-grond risico draait om mogelijke strafbare feiten binnen het bedrijf.

De gemeente kijkt of er een verband is tussen eerdere strafbare feiten en de horeca-activiteiten. Er moet wel echt een link zijn tussen het strafrechtelijk verleden en de vergunning die iemand aanvraagt.

Hoe lang mag de gemeente het strafrechtelijk verleden van een horecaondernemer meewegen volgens de Wet Bibob?

De wet noemt geen harde termijn voor hoe ver een gemeente mag terugkijken. De relevantie van strafbare feiten hangt af van hoe ernstig en recent ze zijn.

Zwaardere misdrijven blijven langer meetellen dan lichte overtredingen. De gemeente beslist per geval of oude feiten nog van belang zijn voor het risico nu.

Het Landelijk Bureau Bibob bewaart informatie maximaal acht jaar. Vijf jaar lang mag die informatie ook in andere onderzoeken terugkomen.

Welke informatiebronnen worden door gemeentes gebruikt bij de Bibob-toetsing van horecaondernemers?

Het Landelijk Bureau Bibob checkt verschillende bronnen. Dat varieert van open bronnen als internet tot gesloten databestanden.

Het LBB vraagt strafbladen op bij de Justitiële informatiedienst. Ook politie, het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst leveren hun bijdrage.

Daarnaast vraagt men info op bij de FIOD, uitkeringsinstanties en allerlei inspecties. In de officiële overzichten van het LBB staan alle informatieleveranciers netjes vermeld.

Op welke wijze beschermt de Wet Bibob de horecaondernemer tegen willekeur bij de toetsing van zijn strafrechtelijk verleden?

Op alle informatie zit een strenge geheimhoudingsplicht. Het LBB en gemeenten mogen gegevens alleen delen als dat wettelijk mag.

Krijgt een ondernemer een vergunning geweigerd, dan mag hij het advies inzien. Zo kan hij precies zien waarom de gemeente dat besluit nam.

Zakelijke relaties die invloed hebben op de weigering mogen het advies ook inzien. Dat geldt alleen voor de stukken die over hun eigen situatie gaan.

Welke beroepsmogelijkheden heeft een horecaondernemer als een vergunning onder de Wet Bibob wordt ingetrokken of geweigerd?

De horecaondernemer kan bezwaar maken tegen het besluit van de gemeente. Dit moet wel binnen de wettelijke termijn.

Na het bezwaar kan de ondernemer naar de rechter stappen. De rechter kijkt dan of de gemeente de wet goed heeft toegepast.

Het is slim om alle relevante documenten en argumenten te verzamelen. Juridische hulp kan het verschil maken bij deze procedures.

Wat is de rol van het Landelijk Bureau Bibob bij de advisering over mogelijk strafrechtelijk verleden van horecaondernemers?

Het LBB doet onderzoek als de gemeente daar om vraagt. Dat gebeurt vooral als de gemeente na eigen speurwerk toch twijfels houdt over de integriteit.

Het bureau mag dieper graven dan de gemeente zelf kan. Ze kijken niet alleen naar de ondernemer, maar ook naar zakelijke relaties uit het verleden.

Na het onderzoek schrijft het LBB een advies voor de gemeente. Uiteindelijk beslist de gemeente zelf of ze de vergunning geeft, met het advies in de hand.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl