Als iemand een misdaad pleegt, kijkt de rechtbank of die persoon verantwoordelijk is voor zijn daden. Een persoon is niet toerekeningsvatbaar wanneer hij een strafbaar feit pleegt dat hem niet kan worden aangerekend door een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.
Dus iemand kan wel een misdaad begaan, maar soms volgt er toch geen straf.
De wet geeft aan wanneer dit speelt. Toch moet een rechter altijd onderzoeken of iemand echt niet toerekeningsvatbaar is.
Psychologen en psychiaters beoordelen de geestelijke toestand van de verdachte.
Het vaststellen van ontoerekeningsvatbaarheid is ingewikkeld. Er zijn verschillende gradaties, van volledig tot verminderd toerekeningsvatbaar.
Ook alcohol en drugs spelen soms een rol, maar meestal niet zoals mensen denken.
Wat betekent niet toerekeningsvatbaar zijn?
Niet toerekeningsvatbaar zijn houdt in dat iemand door een geestelijke stoornis niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor een strafbaar feit.
Het Nederlandse recht maakt onderscheid tussen verschillende graden van toerekeningsvatbaarheid.
Definitie volgens het Wetboek van Strafrecht
Artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht beschrijft wanneer iemand ontoerekeningsvatbaar is.
De wet zegt: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend.”
Deze regel beschermt mensen die door hun geestelijke toestand geen controle hadden over hun daden.
Het gaat om mensen met ernstige psychische stoornissen of verstandelijke beperkingen.
De wet eist dat er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis.
Voorbeelden hiervan zijn psychoses, zware depressies of verstandelijke beperkingen.
Voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid geldt een streng criterium. De persoon moet totaal geen inzicht hebben gehad in zijn gedrag en de gevolgen.
Verschil tussen toerekeningsvatbaar en ontoerekeningsvatbaar
Het Nederlandse recht kent drie gradaties van toerekeningsvatbaarheid:
- Volledig toerekeningsvatbaar: De persoon had volledige controle over zijn daden.
- Verminderd toerekeningsvatbaar: Een stoornis beïnvloedde het gedrag deels.
- Volledig ontoerekeningsvatbaar: De stoornis had allesbepalende invloed.
Bij verminderde toerekeningsvatbaarheid krijgt iemand een lagere straf. De rechter neemt de geestelijke toestand van de dader mee in de overweging.
Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid volgt geen straf. De rechter spreekt de persoon vrij van het strafbare feit.
Dit gebeurt alleen bij ernstige gevallen.
Gevolgen voor strafbaarheid
Als iemand ontoerekeningsvatbaar is, verandert dat veel in de strafzaak.
Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid volgt ontslag van alle rechtsvervolging.
De persoon krijgt geen straf voor het feit. Het feit blijft strafbaar, maar je kunt het deze persoon niet aanrekenen.
De rechter kan wel een maatregel opleggen, zoals TBS. Dat gebeurt om de maatschappij te beschermen en de persoon te behandelen.
Bij verminderde toerekeningsvatbaarheid verlaagt de rechter de straf.
Wettelijke criteria en beoordeling
De wet stelt drie eisen voor ontoerekeningsvatbaarheid. Er moet een stoornis zijn, die stoornis moet samenhangen met het strafbare feit, en de stoornis moet zo ernstig zijn dat het feit niet kan worden toegerekend.
Artikel 39 Wetboek van Strafrecht
Artikel 39 vormt de juridische basis voor ontoerekeningsvatbaarheid.
De wet bepaalt: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend.”
Hierin zie je twee hoofdcategorieën. De eerste is gebrekkige ontwikkeling, wat gaat over aangeboren of vroeg ontstane beperkingen.
De tweede is ziekelijke stoornis, die later kan ontstaan.
De stoornis moet invloed hebben op het denken en handelen. Niet elke psychische aandoening leidt dus tot ontoerekeningsvatbaarheid.
De stoornis moet het vermogen om keuzes te maken echt aantasten.
Gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis
Een gebrekkige ontwikkeling betekent verstandelijke beperkingen vanaf de geboorte of de vroege jeugd.
Dit kunnen aangeboren aandoeningen zijn, of stoornissen die tijdens het opgroeien ontstaan. Denk aan een ernstige verstandelijke beperking of ontwikkelingsstoornis.
Ziekelijke stoornissen zijn psychische aandoeningen die later ontstaan. Hieronder vallen bijvoorbeeld psychoses, ernstige depressie, bipolaire stoornis of dementie.
Beide typen stoornissen moeten de geestvermogens aantasten.
De persoon moet de betekenis en gevolgen van zijn daden niet meer kunnen begrijpen.
De stoornis moet zo zwaar zijn dat eigen keuze niet meer mogelijk is.
Causaal verband tussen stoornis en strafbaar feit
Er moet een direct verband zijn tussen de geestelijke stoornis en het strafbare feit.
De stoornis moet echt hebben bijgedragen aan het criminele gedrag.
Zonder dat verband is er geen sprake van ontoerekeningsvatbaarheid.
De stoornis moet aanwezig zijn op het moment van het delict.
Het maakt niet uit of iemand daarna herstelt of juist verslechtert.
Alleen de toestand tijdens het plegen telt.
Rechters beoordelen dit verband met deskundigenrapporten.
Psychiaters en psychologen onderzoeken of en hoe de stoornis het gedrag beïnvloedde.
Ze kijken naar de ernst van de symptomen en hoe die het oordeel beïnvloedden.
Het proces van vaststellen in de strafzaak
De rechter heeft de hoofdrol bij het bepalen van toerekeningsvatbaarheid.
Psychologen en psychiaters voeren onderzoek uit om de geestelijke toestand van de verdachte te achterhalen.
Rol van de rechter
De rechter beslist uiteindelijk of iemand toerekeningsvatbaar is.
Hij kan een deskundigenonderzoek laten uitvoeren als er twijfels bestaan over de geestelijke toestand.
Wanneer vraagt de rechter om onderzoek:
- Bij signalen van psychische problemen
- Als de advocaat daarom vraagt
- Wanneer het gedrag van de verdachte vragen oproept
De rechter kiest welk type onderzoek nodig is. Hij kan kiezen voor een ambulant onderzoek of een observatie in een kliniek.
Bij ernstige misdrijven volgt bijna altijd zo’n onderzoek.
De rechter wacht het rapport af voor hij uitspraak doet.
Het eindoordeel ligt altijd bij de rechter. Soms wijkt hij af van de deskundigen als hij daar goede redenen voor heeft.
Deskundigenonderzoek door psychologen en psychiaters
Psychologen en psychiaters doen samen het onderzoek naar toerekeningsvatbaarheid.
Ze gebruiken verschillende methoden om de geestelijke toestand te beoordelen.
Het onderzoek bestaat uit:
- Gesprekken met de verdachte
- Psychologische tests
- Bestudering van het dossier
- Gesprekken met familie of behandelaars
Psychiaters kijken vooral naar medische aspecten. Ze beoordelen psychische stoornissen en de invloed op het gedrag.
Psychologen letten op gedragspatronen en persoonlijkheidskenmerken. Ze voeren tests uit om de mentale capaciteiten te meten.
Het rapport bestaat uit twee delen. Eerst beschrijven ze de bevindingen. Daarna volgt een advies over straf of behandeling.
Belang van het Pieter Baan Centrum
Het Pieter Baan Centrum is waarschijnlijk de bekendste plek voor forensisch onderzoek in Nederland. Ze onderzoeken vooral complexe strafzaken.
Wanneer wordt het Pieter Baan Centrum ingeschakeld:
- Bij zeer ernstige misdrijven
- Als eerdere onderzoeken onduidelijk waren
- Wanneer observatie in klinische setting nodig is
Het centrum heeft gespecialiseerde psychiaters en psychologen in dienst. Die mensen hebben flink wat ervaring met forensische kwesties.
De verdachte verblijft meestal een paar weken in het centrum. In die tijd kijkt het personeel dagelijks naar hem.
Het Pieter Baan Centrum staat bekend om zijn grondige rapporten. De rechtbank vertrouwt vaak op hun bevindingen.
Andere instellingen doen ook forensisch onderzoek, maar meestal bij minder ingewikkelde zaken.
Weigering van medewerking door de verdachte
Een verdachte kan weigeren mee te werken aan het onderzoek. Dat heeft gevolgen voor de uitkomst van de strafzaak.
Mogelijke redenen voor weigering:
- Angst voor de uitkomst
- Wantrouwen tegen deskundigen
- Advies van de advocaat
Als de verdachte niet meewerkt, kunnen psychologen en psychiaters alleen het dossier bekijken. Ze kunnen geen volledig oordeel vormen.
De rechter mag dan aannemen dat er geen verminderde toerekeningsvatbaarheid is. Dit kan leiden tot een hogere straf.
Soms dwingen ze de verdachte om toch mee te werken, vooral bij heel zware misdrijven.
De advocaat raadt meestal aan om wél mee te werken. Zo’n onderzoek kan namelijk ook voordelig zijn voor de verdachte.
Graden van ontoerekeningsvatbaarheid
Nederlandse rechtbanken gebruiken drie verschillende graden voor toerekeningsvatbaarheid. Hoe verantwoordelijk iemand wordt gehouden, hangt af van de ernst van de geestelijke stoornis.
Volledig ontoerekeningsvatbaar
Een verdachte is volledig ontoerekeningsvatbaar als hij helemaal geen inzicht had in zijn daden. Door een ernstige geestelijke stoornis begreep hij totaal niet wat hij deed.
Voorwaarden voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid:
- Geen inzicht in de draagwijdte van het gedrag
- Geen begrip van mogelijke gevolgen
- Ernstige psychische stoornis tijdens het delict
Dit zie je zelden in de praktijk. Denk aan zware psychoses of complete dissociaties.
De Hoge Raad stelt strenge eisen. Het inzicht moet echt volledig ontbreken, niet gewoon verminderd zijn.
Gevolgen:
- Ontslag van alle rechtsvervolging
- Geen strafbare veroordeling
- Mogelijk toch een maatregel zoals TBS
Verminderd toerekeningsvatbaar
Bij verminderd toerekeningsvatbaar had de verdachte wel enig inzicht, maar dat was beperkt door een stoornis. Hij wordt dus deels verantwoordelijk gehouden.
Kenmerken:
- Gedeeltelijke verantwoordelijkheid
- Lagere strafmaat
- Rekening houden met de stoornis bij strafoplegging
De rechter kijkt naar de mate van vermindering bij het bepalen van de straf. Dit kan een flink lagere straf opleveren.
Praktische gevolgen:
- Wel een veroordeling
- Strafvermindering mogelijk
- Combinatie van straf en behandeling mogelijk
Deze gradatie komt vaker voor dan volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Gedragsdeskundigen adviseren de rechter over de exacte mate.
Invloed van alcohol en middelengebruik
Alcohol en drugs maken iemand meestal niet ontoerekeningsvatbaar. De wet ziet dit als eigen schuld, al zijn er uitzonderingen bij verslaving of onvrijwillig gebruik.
Alcoholgebruik en ontoerekeningsvatbaarheid
De Nederlandse wet stelt duidelijk: alcoholgebruik is geen reden voor ontoerekeningsvatbaarheid. Wie drinkt en daarna iets strafbaars doet, blijft volledig verantwoordelijk.
Dit idee draait om eigen schuld. Mensen kiezen er toch echt zelf voor om te drinken.
Belangrijke regel: Vrijwillig alcoholgebruik = geen ontoerekeningsvatbaarheid.
De rechter is hier streng in. Ook bij torenhoge promillages krijgt de dader gewoon straf. Hoeveel iemand gedronken heeft, maakt niet uit.
Er zijn wel uitzonderingen:
- Onvrijwillig alcohol innemen
- Gedrogeerd worden zonder dat je het weet
- Alcohol krijgen onder dwang
Verslaving als stoornis
Alcoholverslaving kan soms leiden tot verminderde toerekeningsvatbaarheid. Het hangt af van hoe ernstig de verslaving is.
De rechter laat dit onderzoeken door psychiaters. Zij bepalen of de verslaving ernstig genoeg is om als stoornis te tellen.
Voorwaarden voor verminderde toerekeningsvatbaarheid:
- Bewezen zware verslaving
- Direct verband tussen verslaving en misdrijf
- Verminderde wilsvrijheid door de verslaving
Dit gebeurt niet vaak. De rechter kijkt hier streng naar. Gewone verslaving zonder andere stoornissen is meestal niet genoeg.
Bij erkenning krijgt de dader vaak een lagere straf en verplichte behandeling. Volledige ontoerekeningsvatbaarheid door alleen verslaving is zeldzaam.
Drugsgebruik en strafrechtelijke beoordeling
Voor drugs geldt hetzelfde als voor alcohol. Vrijwillig gebruik maakt niet ontoerekeningsvatbaar. De dader blijft strafbaar.
Verschillende soorten drugsgebruik:
- Recreatief gebruik: Altijd toerekeningsvatbaar
- Experimenteel gebruik: Geen excuus voor strafbare feiten
- Verslaving: Kan leiden tot verminderde toerekeningsvatbaarheid
De rechter kijkt per situatie. Was het gebruik echt vrijwillig? Had de persoon nog controle over zijn daden?
Bij drugsverslaving gelden dezelfde regels als bij alcoholverslaving. Alleen bij een ernstige stoornis die direct met het misdrijf te maken heeft, geldt vermindering.
Onvrijwillig drugsgebruik kan wel tot ontoerekeningsvatbaarheid leiden. Bijvoorbeeld als je gedrogeerd wordt of per ongeluk drugs binnenkrijgt.
Gevolgen bij vastgestelde ontoerekeningsvatbaarheid
Als iemand ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard, krijgt hij geen gewone gevangenisstraf. In plaats daarvan legt de rechter andere maatregelen op.
Strafrechtelijke maatregelen en TBS
De bekendste maatregel is TBS, oftewel terbeschikkingstelling van de regering.
TBS wordt opgelegd aan mensen die een ernstig misdrijf hebben gepleegd. Ze moeten dan verplicht in behandeling bij een forensisch psychiatrisch centrum.
Er zijn twee soorten TBS:
- TBS met dwangverpleging (opname in kliniek)
- TBS met voorwaarden (behandeling thuis)
De duur van TBS ligt niet vast. De maatregel duurt zolang als nodig is voor behandeling. Elke twee jaar kijkt de rechter of TBS nog nodig is.
Andere maatregelen zijn ook mogelijk. Denk aan opname in een psychiatrisch ziekenhuis of een instelling voor mensen met een beperking.
Alternatieven voor gevangenisstraf
Iemand die ontoerekeningsvatbaar is, krijgt geen gevangenisstraf. Het strafrecht werkt dan echt anders.
Mogelijke maatregelen zijn:
- Verplichte behandeling bij een psychiater
- Opname in een zorginstelling
- Begeleiding door een reclasseringswerker
- Medicatie onder toezicht
De rechter kiest wat het beste past bij de stoornis of ziekte. Het doel is altijd behandeling en voorkomen van nieuwe misdrijven.
Ontslag van alle rechtsvervolging kan ook. Dan komt er geen straf of maatregel. Dit gebeurt alleen bij lichte feiten of als behandeling niet nodig is.
Praktische gevolgen voor de dader
Het leven van iemand die ontoerekeningsvatbaar is verklaard verandert flink. Diegene verliest zijn vrijheid voor onbepaalde tijd.
Belangrijke gevolgen zijn:
- Geen normaal werk of sociaal leven tijdens behandeling
- Beperkte bezoekrechten van familie
- Strikte regels en controle
- Lange wachttijd voor mogelijke vrijlating
De persoon kan pas vrijkomen als experts zeggen dat hij niet meer gevaarlijk is. Dat kan jaren duren.
Familie en slachtoffers krijgen hier ook mee te maken. Ze moeten accepteren dat er geen gewone straf komt, maar dat de maatregel wel bescherming biedt.
Veelgestelde Vragen
Het Nederlandse strafrecht hanteert specifieke criteria om toerekeningsvatbaarheid te bepalen. Een psychiatrisch rapport speelt hierin een grote rol.
Wat zijn de criteria voor toerekeningsvatbaarheid in het Nederlandse strafrecht?
Het Nederlandse strafrecht gebruikt drie belangrijke criteria om toerekeningsvatbaarheid te bepalen. Je vindt ze terug in artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte moet een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis hebben. Die stoornis moet bestaan op het moment dat het misdrijf werd gepleegd.
Er moet een duidelijk verband zijn tussen de stoornis en het gedrag. De stoornis moet zo ernstig zijn dat het strafbare feit niet aan de verdachte kan worden toegerekend.
Hoe wordt toerekeningsvatbaarheid bepaald tijdens een rechtszaak?
De rechter beslist uiteindelijk of iemand toerekeningsvatbaar is. Hij baseert zich op het advies van gedragskundigen zoals psychiaters en psychologen.
Vaak start het proces met een forensisch onderzoek. Gedragskundigen stellen dan een rapport op waarin ze de geestelijke toestand van de verdachte beoordelen.
De rechter kijkt naar alle bewijsstukken en rapporten. Uiteindelijk maakt hij een uitspraak over de mate van toerekeningsvatbaarheid.
Welke rol speelt een psychiatrisch rapport bij de beoordeling van toerekeningsvatbaarheid?
Een psychiatrisch rapport is meestal nodig om toerekeningsvatbaarheid te beoordelen. Gedragskundigen onderzoeken daarvoor de geestelijke toestand van de verdachte.
In het rapport beschrijven ze eventuele stoornissen of beperkingen. Ze onderzoeken ook het verband tussen de stoornis en het strafbare feit.
De gedragskundigen geven hun advies over de mate van toerekeningsvatbaarheid. Ze volgen hiervoor speciale richtlijnen die gelden bij psychiatrisch onderzoek in strafzaken.
Kan een persoon met een geestesstoornis als toerekeningsvatbaar worden beschouwd?
Een psychiatrische diagnose betekent niet meteen dat iemand ontoerekeningsvatbaar is. De aanwezigheid van een stoornis is eigenlijk pas het beginpunt van het onderzoek.
De rechter onderzoekt of de stoornis invloed had op het gedrag tijdens het misdrijf. Hij kijkt ook of de persoon nog kon kiezen tussen goed en kwaad.
Veel mensen met een geestesstoornis blijken gewoon volledig toerekeningsvatbaar te zijn. De stoornis moet echt ernstig genoeg zijn om het oordeel te beïnvloeden.
Wat zijn de gevolgen van een oordeel van ontoerekeningsvatbaarheid voor de strafoplegging?
Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid ontslaat de rechter de verdachte van alle rechtsvervolging. In zo’n geval volgt er geen gevangenisstraf.
De rechter kan wel een maatregel opleggen, zoals TBS. Dat gebeurt vooral om de maatschappij te beschermen en de persoon te behandelen.
Bij verminderde toerekeningsvatbaarheid legt de rechter meestal een lagere straf op. Hij houdt dan rekening met de beperkingen van de verdachte.
Op welke manier kan toerekeningsvatbaarheid herzien worden na het vonnis?
Hoger beroep en cassatie zijn manieren om een uitspraak aan te vechten. De verdediging mag nieuwe argumenten of bewijs inbrengen.
Een advocaat kan een nieuw psychiatrisch onderzoek aanvragen. Dit gebeurt alleen als er echt nieuwe informatie boven tafel komt over iemands geestelijke toestand.
De procedure voor herziening loopt volgens de normale regels van het strafproces. Een ervaren strafrechtadvocaat helpt je hier meestal bij—en dat is eigenlijk ook wel nodig.