Gepubliceerd op 29 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Een aansprakelijkstelling is de schriftelijke mededeling waarmee u een ander aansprakelijk houdt voor schade en vergoeding daarvan vordert. De brief is geen wettelijk voorgeschreven formulier, maar wel het moment waarop u uw aanspraak vastlegt, de verjaring stuit (artikel 3:317 BW) en de wederpartij en diens verzekeraar in stelling brengt. De juridische grondslag is doorgaans onrechtmatige daad of wanprestatie.
Inhoudsopgave
Wat is een aansprakelijkstelling?
De aansprakelijkstelling is een brief waarin u drie dingen doet: u beschrijft wat er is gebeurd, u benoemt op welke juridische grondslag de ander daarvoor moet opdraaien, en u vordert vergoeding van uw schade. Meer is het formeel niet. De wet kent geen verplichte opmaak en schrijft geen standaardzinnen voor.
Toch is de brief geen formaliteit. Hij bepaalt het startpunt van de discussie, hij legt uw lezing van de feiten vast op een moment dat die nog vers is, en hij dwingt de wederpartij en diens aansprakelijkheidsverzekeraar een standpunt in te nemen. Bovendien stuit een deugdelijk geformuleerde brief de verjaring. Dat laatste is vaak het belangrijkste effect, en juist daar gaat het in zelfgeschreven brieven mis.
Wat de brief niet doet, is aansprakelijkheid vestigen. Aansprakelijkheid volgt uit de wet en uit de feiten, niet uit uw mededeling. Zonder aansprakelijkstelling houdt u dus niet automatisch met lege handen te staan; wel loopt u het risico dat uw vordering verjaart, dat bewijs verdwijnt en dat de wederpartij zich op het standpunt stelt dat u de zaak had laten rusten.
Wanneer kunt u iemand aansprakelijk stellen?
Er zijn in het civiele recht grofweg drie routes. De eerste is de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW: iemand doet of laat iets wat jegens u niet door de beugel kan en dat hem kan worden toegerekend. De tweede is wanprestatie, oftewel een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst (artikel 6:74 BW). De derde is risicoaansprakelijkheid: de wet legt de schade bij een bepaalde partij zonder dat u die een verwijt hoeft te maken.
Bij risicoaansprakelijkheid gaat het onder meer om de werkgever voor fouten van zijn ondergeschikten (artikel 6:170 BW), de opdrachtgever voor niet-ondergeschikten die in zijn bedrijfsuitoefening werken (artikel 6:171 BW), de bezitter van een gebrekkige roerende zaak (artikel 6:173 BW), de bezitter van een gebrekkige opstal zoals een gebouw of een weg (artikel 6:174 BW) en de producent van een gebrekkig product (artikel 6:185 BW). Bij schade door een slecht onderhouden weg of stoep komt u zo bij de aansprakelijkheid van de wegbeheerder terecht.
Welke route u kiest is niet vrijblijvend, want de voorwaarden en de bewijslast verschillen. Bestond er tussen u en de wederpartij al een overeenkomst, dan ligt de contractuele route voor de hand, al sluiten beide grondslagen elkaar niet altijd uit. Het onderscheid tussen wanprestatie en onrechtmatige daad bepaalt welke stellingen u moet innemen en welke verweren u kunt verwachten.
Even belangrijk als de grondslag is de vraag wie u precies aanspreekt. Bij een onderneming is dat de rechtspersoon die de overeenkomst sloot of wier gedraging de schade veroorzaakte, en niet zonder meer de bestuurder of de handelsnaam op de gevel. Controleer daarom het uittreksel uit het handelsregister voordat u de brief adresseert: een aansprakelijkstelling gericht aan een handelsnaam die geen rechtspersoon is, of aan een inmiddels ontbonden vennootschap, mist doel. Zijn er meerdere mogelijke aansprakelijke partijen, bijvoorbeeld een hoofdaannemer en een onderaannemer, spreek hen dan alle aan en laat de onderlinge verdeling over aan hen.
Welke voorwaarden gelden bij een onrechtmatige daad?
Voor een geslaagd beroep op artikel 6:162 BW moet aan vijf voorwaarden zijn voldaan, en die zijn cumulatief. Ontbreekt er een, dan strandt de vordering:
- onrechtmatigheid: een inbreuk op een recht, strijd met een wettelijke plicht of strijd met wat in het maatschappelijk verkeer betaamt;
- toerekenbaarheid: de daad is te wijten aan schuld of komt krachtens wet of verkeersopvattingen voor rekening van de dader;
- schade: er is werkelijk nadeel geleden, in vermogen of anderszins;
- causaal verband tussen de gedraging en de schade;
- relativiteit: de geschonden norm strekt tot bescherming tegen schade zoals u die heeft geleden (artikel 6:163 BW).
De relativiteitseis wordt in zelfgeschreven brieven vrijwel altijd overgeslagen, terwijl verzekeraars er graag op wijzen. Een overtreden voorschrift levert alleen aansprakelijkheid op wanneer dat voorschrift juist uw belang beoogt te beschermen. Ook de omvang van de te vergoeden schade is begrensd: alleen schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis dat zij de aansprakelijke persoon kan worden toegerekend, komt voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:98 BW).
Waarom is een ingebrekestelling iets anders dan een aansprakelijkstelling?
Dit is het meest gemaakte misverstand. Gaat het om een tekortkoming in een overeenkomst, dan ontstaat het recht op schadevergoeding pas nadat de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:74 BW). Verzuim treedt in de regel pas in na een ingebrekestelling: een schriftelijke aanmaning waarin u de wederpartij een redelijke termijn geeft om alsnog na te komen (artikel 6:82 BW). Een brief die alleen zegt dat u iemand aansprakelijk stelt, geeft die termijn niet en brengt de wederpartij dus niet in verzuim.
Er zijn uitzonderingen. Verzuim treedt zonder ingebrekestelling in wanneer een fatale termijn is verstreken, wanneer de verbintenis voortvloeit uit onrechtmatige daad, of wanneer de schuldenaar laat weten dat hij niet gaat nakomen (artikel 6:83 BW). Ook is nakoming soms blijvend onmogelijk, en dan heeft aanmanen geen zin meer. Wanneer u zich daarop kunt beroepen, staat uitgewerkt in het artikel over schadevergoeding bij contractbreuk zonder ingebrekestelling.
In de praktijk is de oplossing eenvoudig: combineer beide. Sommeer tot nakoming binnen een redelijke termijn, stel voor het geval dat uitblijft aansprakelijk voor de schade, en behoud u uitdrukkelijk al uw rechten voor. Zo dekt een brief beide sporen. Welke remedies bij wanprestatie daarnaast openstaan, zoals ontbinding of nakoming, bepaalt u het beste voordat u de brief verstuurt, want die keuzes werken op elkaar in.
Wat zet u in de aansprakelijkstelling?
De inhoud is belangrijker dan de vorm. Een brief die de volgende onderdelen bevat, is juridisch bruikbaar en laat de wederpartij geen ruimte om zich achter onduidelijkheid te verschuilen:
- de volledige gegevens van uzelf en van de partij die u aanspreekt, met het polisnummer of de verzekeraar wanneer u dat weet;
- datum, plaats en een feitelijke beschrijving van het voorval, zonder verwijten die u niet kunt onderbouwen;
- de juridische grondslag, met vermelding van het wetsartikel waarop u zich beroept;
- een specificatie van de schadeposten, met de bedragen die vaststaan en een onderbouwde schatting voor wat nog niet vaststaat;
- de aanspraak op wettelijke rente en op redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid;
- een concrete reactietermijn en de uitdrukkelijke mededeling dat u zich al uw rechten voorbehoudt;
- de bewijsstukken als bijlagen, genummerd en in de tekst genoemd.
Verstuur de brief zo dat u kunt bewijzen dat en wanneer hij is verzonden en ontvangen, bijvoorbeeld aangetekend of per e-mail met een leesbevestiging en een schriftelijke bevestiging daarna. Bewaar een kopie met de bijlagen. Bij een verzekerd risico is het verstandig zowel de wederpartij als diens verzekeraar aan te schrijven; de verzekeraar behandelt de zaak doorgaans verder, maar de wederpartij blijft uw formele wederpartij.
Welke termijnen gelden voor verjaring en stuiting?
Een vordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de dag volgend op die waarop u zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend bent geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte (artikel 3:310 BW). De korte termijn begint dus niet bij het ongeval of het gebrek, maar bij daadwerkelijke bekendheid met schade en dader. Dat kan later liggen, bijvoorbeeld wanneer pas na onderzoek duidelijk wordt wie verantwoordelijk is.
Stuiting is het middel om de klok terug te zetten. Een rechtsvordering tot nakoming wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 BW). Na een geldige stuiting begint een nieuwe termijn te lopen. Die formulering luistert nauw: uit de brief moet voor de ontvanger zonder meer duidelijk zijn dat u uw aanspraak handhaaft en niet slechts informeert. Een vrijblijvende vraag om een reactie is geen stuiting. De werking van verjaring van vorderingen en de eisen aan stuiting zijn daarom geen detail maar de kern van uw dossierbeheer.
Herhaal de stuiting daarom periodiek zolang de zaak loopt, en noteer de datum waarop de nieuwe termijn afloopt. Loopt er onderhandeling met een verzekeraar, dan mag u er niet op vertrouwen dat die het verjaringsvraagstuk voor u bewaakt. De volledige regeling staat in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Welke schade kunt u vorderen?
Te vergoeden is vermogensschade en, waar de wet daar recht op geeft, ander nadeel. Vermogensschade omvat geleden verlies en gederfde winst. Daarnaast komen redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade, redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, en redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:96 BW). Die laatste post wordt vaak vergeten, terwijl juist expertisekosten en advieskosten flink kunnen oplopen.
Over een geldsom die te laat wordt betaald, is wettelijke rente verschuldigd over de tijd dat de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:119 BW). Gaat het om een handelsovereenkomst tussen ondernemingen, dan geldt het hogere handelsrentetarief van artikel 6:119a BW. Bij een verbintenis uit onrechtmatige daad is de schuld direct opeisbaar en loopt de rente in beginsel vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. Vorder de rente daarom uitdrukkelijk in de brief; wie er niet om vraagt, krijgt haar in een procedure niet vanzelf toegewezen. Het overzicht in wat een vordering is, met verjaring, stuiting en rente zet die posten op een rij.
Law & More behandelt zaken over vermogensschade, contractbreuk en bedrijfsschade. Letselschade en de afwikkeling van personenschade doet ons kantoor niet; daarvoor schakelt u een letselschadespecialist in. Ook voor de fiscale gevolgen van een ontvangen schadevergoeding raadpleegt u een fiscalist.
Hoe onderbouwt u het bewijs?
Wie schadevergoeding vordert, draagt in beginsel de bewijslast van de feiten waarop hij zijn vordering baseert (artikel 150 Rv). Dat betekent in de praktijk: u moet de toedracht, de norm die is geschonden, het causaal verband en de omvang van uw schade aannemelijk maken. Verzamel daarom vroeg, en verzamel meer dan u denkt nodig te hebben. Foto’s met datum, offertes en facturen, correspondentie, een proces-verbaal, een expertiserapport en verklaringen van aanwezigen vormen samen het dossier waarop later wordt beslist.
Ligt het beslissende stuk bij de wederpartij, dan bent u niet machteloos. Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Het oude artikel 843a Rv is vervangen door de artikelen 194 tot en met 195a Rv, die het recht op inzage in en afschrift van bescheiden regelen. Daarnaast is de waarheidsplicht van artikel 21 Rv aangescherpt: partijen moeten de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren, en de rechter mag aan schending daarvan gevolgen verbinden.
Dreigt bewijs verloren te gaan voordat een procedure loopt, dan kunt u de rechtbank vooraf om een voorlopig getuigenverhoor of een voorlopig deskundigenbericht vragen. Dat is vaker zinvol dan het lijkt: getuigen verhuizen, machines worden gerepareerd en digitale gegevens worden na verloop van tijd gewist. Een vroegtijdig vastgelegde verklaring of meting kan een dossier dragen dat anders op de toedracht zou stranden.
Wat als de wederpartij weigert of niet reageert?
Blijft een reactie uit, stuur dan een herinnering met een nieuwe, korte termijn en herhaal daarin uitdrukkelijk het voorbehoud van uw rechten. Wordt de aansprakelijkheid betwist, vraag dan om een onderbouwing van dat standpunt. Verzekeraars motiveren een afwijzing doorgaans schriftelijk, en die motivering vertelt u precies waar het dossier zwak is: bij de onrechtmatigheid, bij het causaal verband of bij de omvang van de schade.
Levert dat niets op, dan resteert de gang naar de rechter. Vorderingen tot en met vijfentwintigduizend euro behandelt de kantonrechter, daarboven de civiele rechter van de rechtbank; bij de kantonrechter mag u zelf procederen, daarboven is vertegenwoordiging door een advocaat verplicht. Is er spoed, bijvoorbeeld omdat bewijs dreigt te verdwijnen of een betaling niet kan wachten, dan is een kort geding de aangewezen route. Uitspraken in vergelijkbare zaken zijn te raadplegen via de uitsprakendatabank van de Rechtspraak, en de wettelijke grondslagen staan in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Wat als u zelf ook een aandeel had in de schade?
Dat sluit een vordering niet uit. Is de schade mede het gevolg van een omstandigheid die aan uzelf is toe te rekenen, dan wordt de vergoedingsplicht verdeeld naar de mate waarin ieders gedrag aan de schade heeft bijgedragen (artikel 6:101 BW). De rechter kan die verdeling vervolgens nog bijstellen wanneer de billijkheid dat vergt, bijvoorbeeld door de ernst van de gemaakte fouten mee te wegen.
Praktisch betekent dit dat u ook bij gedeelde verantwoordelijkheid aansprakelijk moet stellen. Erken in de brief niet meer dan de feiten toelaten, en laat u er niet toe verleiden een verdeling te noemen voordat de toedracht vaststaat. Een te vroeg gedane erkenning is later moeilijk terug te nemen.
Veelgestelde vragen
Binnen welke termijn moet u aansprakelijk stellen?
Wettelijk geldt de verjaringstermijn van vijf jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke persoon, met een uiterste grens van twintig jaar na de gebeurtenis. Praktisch is snelheid geboden om een andere reden: bewijs verdwijnt, herinneringen vervagen en schade wordt moeilijker toe te rekenen naarmate er meer tijd verstrijkt.
Moet een aansprakelijkstelling aangetekend worden verstuurd?
Dat is niet wettelijk verplicht. Wel moet u kunnen bewijzen dat de brief is verzonden en de wederpartij heeft bereikt, want een verklaring werkt pas wanneer zij de geadresseerde heeft bereikt. Aangetekende verzending is daarvoor het eenvoudigste bewijs.
Kunt u de verzekeraar rechtstreeks aanspreken?
Meestal niet. De verzekering is een overeenkomst tussen de verzekeraar en de verzekerde, en u staat daarbuiten. De wet kent op dat uitgangspunt uitzonderingen, onder meer bij motorrijtuigen. In de praktijk behandelt de aansprakelijkheidsverzekeraar de zaak wel, zodra de verzekerde de melding heeft doorgezet.
Kunt u de brief zelf opstellen?
Bij een overzichtelijke zaak met erkende toedracht kan dat. Bij betwiste aansprakelijkheid, meerdere mogelijke aansprakelijke partijen, oplopende bedrijfsschade of een dreigende verjaringstermijn is juridische bijstand verstandig, al was het maar omdat een ongelukkig geformuleerde brief later tegen u wordt gebruikt.
Advies bij een aansprakelijkstelling
Een aansprakelijkstelling is het begin van een dossier dat maanden of jaren kan lopen. Wat u in de eerste brief schrijft, bepaalt vaak hoe de discussie zich ontwikkelt. De advocaten van Law & More beoordelen de grondslag, stellen de brief op, bewaken de verjaring en voeren zo nodig de procedure. Legt de wederpartij een voorstel op tafel, dan toetsen zij of de aangeboden vergoeding uw schade werkelijk dekt voordat u tekent.