Onregelmatige opzegging van een mondelinge duurovereenkomst

Mondelinge duurovereenkomst opzeggen – professioneel kantoor Law & More

Een langdurige zakelijke samenwerking hoeft niet schriftelijk te zijn vastgelegd om juridische gevolgen te hebben. Dat blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 22 oktober 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:6129) over een samenwerking tussen een Nederlandse uitgever van een tijdschrift over klassieke auto’s en een Zwitserse uitgeverij.

De partijen werkten jarenlang samen op basis van mondelinge afspraken. Toen de Zwitserse uitgeverij de samenwerking van de ene op de andere dag beëindigde, ontstond discussie over de vraag of dat zomaar kon, nu sprake was van een mondelinge duurovereenkomst. Ook lag de vraag voor of het hergebruik van eerder aangeleverd materiaal inbreuk maakte op het auteursrecht.

De rechtbank oordeelde dat sprake was van een mondelinge duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. De onmiddellijke beëindiging daarvan was niet rechtsgeldig. De Nederlandse uitgever had recht op een vergoeding die overeenkwam met een opzegtermijn van twaalf maanden. De auteursrechtelijke vorderingen werden echter afgewezen.

Mondelinge duurovereenkomst opzeggen – professioneel kantoor Law & More
professionele foto

De samenwerking

Sinds 2010 leverde de Nederlandse uitgever tegen betaling artikelen en foto’s aan de Zwitserse uitgeverij. Die gebruikte het materiaal in haar eigen tijdschrift over klassieke auto’s.

Aanvankelijk verrichtte de Nederlandse uitgever ook opmaakwerkzaamheden. Later bestond de samenwerking vooral uit het periodiek aanleveren van redactioneel materiaal tegen een vaste vergoeding per editie.

Eind 2023 ontstond een persoonlijk conflict tussen de betrokken vertegenwoordigers. Kort daarna liet de Zwitserse uitgeverij telefonisch weten geen materiaal meer nodig te hebben. De Nederlandse uitgever stelde dat de samenwerking daarmee zonder opzegtermijn was beëindigd en vorderde een vergoeding.

Daarnaast stelde de Nederlandse uitgever dat de Zwitserse partij eerder aangeleverd materiaal zonder toestemming opnieuw gebruikte op haar website.

Bevoegdheid van de Nederlandse rechter

Omdat de Zwitserse uitgeverij in Zwitserland was gevestigd, moest eerst worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd was.

De rechtbank paste daarbij het Verdrag van Lugano toe. De Zwitserse partij verscheen in de procedure zonder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter te betwisten. Daardoor werd de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd geacht.

Dat betekent niet dat in iedere procedure tegen een Zwitserse onderneming automatisch de Nederlandse rechter bevoegd is. De bevoegdheid moet steeds aan de hand van de omstandigheden en de toepasselijke internationale regels worden beoordeeld.

Welk recht was van toepassing?

De rechtbank maakte onderscheid tussen de contractuele en de auteursrechtelijke vorderingen.

De opzegging: Nederlands recht

De vordering wegens de onregelmatige beëindiging was gebaseerd op de overeenkomst tussen partijen. Daarom paste de rechtbank de verwijzingsregels van de Rome I Verordening toe.

Partijen hadden geen rechtskeuze gemaakt. Bij een dergelijke situatie wordt in beginsel gekeken naar het land waar de partij die de kenmerkende prestatie verricht, is gevestigd. In deze zaak was dat de Nederlandse uitgever, omdat die het redactionele materiaal leverde.

Op de beëindiging van de samenwerking was daarom Nederlands recht van toepassing.

De auteursrechtelijke vorderingen: Zwitsers recht

Voor de vorderingen wegens auteursrechtinbreuk gold een ander uitgangspunt. Dit waren geen contractuele vorderingen, maar vorderingen die waren gebaseerd op het vermeende onrechtmatige gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal.

Bij auteursrechtelijke bescherming geldt in beginsel het recht van het land waarvoor bescherming wordt gevraagd. De gestelde inbreuk had betrekking op een Zwitserse website en een tijdschrift dat op de Zwitserse markt was gericht. Daarom paste de rechtbank op dit onderdeel Zwitsers recht toe.

De samenwerking was een mondelinge duurovereenkomst

De rechtbank kwalificeerde de samenwerking als een mondelinge duurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Daarbij waren onder meer de volgende omstandigheden van belang:

  • de samenwerking had ongeveer veertien jaar geduurd
  • de prestaties werden periodiek verricht
  • de kern van de afspraken was lange tijd hetzelfde gebleven
  • de Nederlandse uitgever leverde structureel materiaal
  • de Zwitserse partij betaalde daarvoor per editie.

Een schriftelijk contract is dus niet noodzakelijk om een duurovereenkomst aan te nemen. Ook de feitelijke uitvoering van de samenwerking kan daarvoor voldoende zijn.

De opzegging was onregelmatig

Een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd is in beginsel opzegbaar. Dat betekent echter niet dat iedere beëindiging zonder meer rechtsgeldig is.

De redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat de opzeggende partij:

  • een voldoende lange opzegtermijn in acht neemt
  • een zwaarwegende reden voor de beëindiging heeft
  • of een vergoeding aanbiedt.

Welke verplichting geldt, hangt af van de omstandigheden. Daarbij kunnen onder meer de duur van de samenwerking, de afhankelijkheid van de wederpartij en de gevolgen van de beëindiging een rol spelen.

In deze zaak was de samenwerking van de ene op de andere dag beëindigd. De Zwitserse uitgeverij had geen waarschuwing gegeven en ook geen vergoeding aangeboden. Volgens de rechtbank was dat, gezien de lange duur van de samenwerking en de gevolgen voor de Nederlandse uitgever, niet aanvaardbaar.

De rechtbank stelde daarom een redelijke opzegtermijn van twaalf maanden vast. De Nederlandse uitgever kreeg een vergoeding ter hoogte van de inkomsten die zij gedurende die periode naar verwachting zou hebben ontvangen.

De auteursrechtelijke vorderingen werden afgewezen

De rechtbank wees de vorderingen wegens auteursrechtinbreuk af.

Een belangrijke reden daarvoor was dat de Zwitserse uitgeverij gedurende de fictieve opzegtermijn bleef betalen voor het gebruik van het materiaal. In die omstandigheden kon het gebruik van het materiaal gedurende die periode niet als ongeoorloofd worden aangemerkt.

Ook het digitaal aanbieden van oudere edities leidde niet tot toewijzing van de vorderingen. De Nederlandse uitgever wist al langere tijd dat dit gebeurde, maar had daar destijds geen bezwaar tegen gemaakt.

Dat betekent niet dat langdurig stilzitten altijd tot toestemming of rechtsverlies leidt. De betekenis daarvan hangt af van de concrete omstandigheden, waaronder de bekendheid met het gebruik, de duur daarvan en de vraag of de wederpartij erop mocht vertrouwen dat geen bezwaar meer zou volgen.

De proceskosten werden gecompenseerd. Beide partijen moesten dus hun eigen kosten dragen.

Praktische betekenis

Deze uitspraak onderstreept dat een langdurige samenwerking, ook zonder schriftelijk contract, kan kwalificeren als mondelinge duurovereenkomst met bijbehorende juridische verplichtingen. Vooral bij zakelijke relaties die jarenlang volgens een vast patroon verlopen, kan de beëindiging daarvan niet zonder meer van de ene op de andere dag plaatsvinden.

Voor de praktijk zijn de volgende aandachtspunten relevant:

  • leg afspraken over duur en beëindiging schriftelijk vast
  • neem een duidelijke opzegregeling op
  • bepaal wat er gebeurt met vooruitbetaalde of nog te leveren prestaties
  • leg vast of materiaal na beëindiging nog mag worden gebruikt
  • maak afspraken over digitale publicatie en archivering
  • documenteer bezwaren tegen ongeoorloofd gebruik tijdig
  • controleer bij internationale samenwerking welk recht en welke rechter van toepassing zijn.

Een schriftelijk contract voorkomt niet ieder geschil, maar maakt wel duidelijker wat partijen over en weer van elkaar mogen verwachten.

Conclusie

Een mondelinge samenwerking kan uitgroeien tot een mondelinge duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Bij een langdurige relatie kan beëindiging zonder opzegtermijn en zonder vergoeding in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid.

In deze zaak leidde dat tot een vergoeding op basis van een opzegtermijn van twaalf maanden. De auteursrechtelijke vorderingen slaagden niet, omdat voor het gebruik tijdens die periode was betaald en tegen het digitale gebruik van oudere edities niet tijdig bezwaar was gemaakt.

De belangrijkste les is praktisch: wie een langdurige samenwerking wil beëindigen, moet niet alleen kijken naar de vraag óf opzegging mogelijk is, maar ook naar de wijze waarop en de gevolgen daarvan voor de wederpartij.

Veelgestelde vragen

Kan een mondelinge afspraak een duurovereenkomst zijn?

Ja. Een overeenkomst hoeft niet schriftelijk te zijn vastgelegd. Als partijen gedurende langere tijd op regelmatige basis prestaties uitwisselen, kan uit hun gedrag een overeenkomst blijken. Of sprake is van een mondelinge duurovereenkomst hangt af van het geheel van de omstandigheden: de duur van de samenwerking, de regelmaat van de prestaties, eventuele exclusiviteit en de mate waarin partijen op elkaar waren aangewezen.

Kan een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd zomaar worden opgezegd?

In beginsel kan een mondelinge duurovereenkomst voor onbepaalde tijd worden opgezegd. De beëindiging moet echter wel voldoen aan de eisen van redelijkheid en billijkheid. Afhankelijk van de omstandigheden kan een opzegtermijn, een zwaarwegende reden of een financiële compensatie nodig zijn. Bij een langdurige samenwerking ligt een onmiddellijke beëindiging zonder overgangsperiode niet snel voor de hand.

Moet een opzegging schriftelijk gebeuren?

Niet altijd. Een opzegging is in beginsel vormvrij, tenzij partijen een bepaalde vorm zijn overeengekomen. Een mondelinge mededeling kan dus voldoende zijn als deze duidelijk is en de wederpartij bereikt. Wel is een schriftelijke opzegging meestal verstandig, omdat daarmee discussie over de inhoud, het moment en de reikwijdte van de opzegging kan worden voorkomen.

Welke rechter is bevoegd bij een geschil met een buitenlandse partij?

Dat hangt af van de vestigingsplaats van de partijen, eventuele forumkeuzes en de internationale regels die van toepassing zijn. Bij geschillen met een partij uit Zwitserland kan het Verdrag van Lugano een rol spelen. Ook kan de gedaagde partij de bevoegdheid van de aangezochte rechter aanvaarden door in de procedure te verschijnen zonder die bevoegdheid te betwisten. Dat moet steeds per zaak worden beoordeeld.

Welk recht geldt als partijen in verschillende landen zijn gevestigd?

Voor contractuele vorderingen wordt meestal gekeken naar de regels van de Rome I Verordening. Als partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt, is vaak het recht van toepassing van het land waarmee de overeenkomst het nauwst verbonden is, waarbij de plaats van de kenmerkende prestatie belangrijk kan zijn. Voor auteursrechtelijke vorderingen geldt een ander regime: in beginsel wordt het recht toegepast van het land waarvoor auteursrechtelijke bescherming wordt gevraagd.

Mag materiaal na het einde van de samenwerking nog worden gebruikt?

Dat hangt af van de gemaakte afspraken en de omstandigheden van het geval. In deze zaak speelde mee dat gedurende de periode die overeenkwam met de redelijke opzegtermijn voor het gebruik werd betaald, en dat de Nederlandse uitgever al langere tijd op de hoogte was van het digitale gebruik van oudere edities zonder daartegen bezwaar te maken. Dat betekent niet dat materiaal na beëindiging van een samenwerking altijd mag worden gebruikt; het is belangrijk om afspraken te maken over onder meer hergebruik, digitale publicatie, archivering en gebruik na beëindiging.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.