Merkinbreuk: waar ligt de grens tussen toegestaan gebruik, verwarring en misleiding?

Twee vrijwel identieke blanco flessen dicht naast elkaar op een schap

Gepubliceerd op 20 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026

Een teken maakt inbreuk op uw merk als het gelijk is of zo veel lijkt dat het publiek kan denken dat de waren of diensten van u of van een met u verbonden onderneming komen. Dat het teken alleen aan uw merk doet denken, is daarvoor niet genoeg; alleen bij een bekend merk kan een ander ook zonder verwarring worden aangesproken als hij ongerechtvaardigd voordeel trekt uit uw reputatie.

Twee zakelijke professionals bespreken documenten en logo's in een kantooromgeving.

De regels staan in artikel 2.20 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (BVIE) voor Benelux-merken en in artikel 9 van de Uniemerkenverordening (EU) 2017/1001 voor Uniemerken. Misleiding is iets anders: dat gaat over onjuiste informatie in reclame en valt onder het Burgerlijk Wetboek. Hieronder leest u hoe de rechter de grens trekt.

Wat beschermt een merk precies?

Een ingeschreven merk geeft de houder een uitsluitend recht voor de waren en diensten waarvoor het is ingeschreven, in het gebied van inschrijving. Een Benelux-merk geldt in Nederland, België en Luxemburg; een Uniemerk in alle EU-lidstaten.

Een merk moet onderscheidend vermogen hebben: het moet uw waren kunnen onderscheiden van die van anderen. Een beschrijvende naam als “Snelle Fietsreparatie” voor fietsreparaties krijgt weinig of geen bescherming. Een niet-ingeschreven teken is geen merk; daarvoor kunt u hooguit de Handelsnaamwet of de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) inroepen. Meer achtergrond leest u in ons artikel over merkrecht en auteursrecht.

Welke vormen van inbreuk kent de wet?

Artikel 2.20 lid 2 BVIE noemt vier situaties. Hoe verder het teken en de waren van uw merk af liggen, hoe zwaarder de eisen.

Twee zakelijke professionals bespreken documenten en een laptop in een kantoor, met juridische symbolen en een vergrootglas gericht op een logo op de tafel.
  1. Gelijk teken voor dezelfde waren of diensten (sub a): verwarring hoeft u niet aan te tonen.
  2. Gelijk of gelijkend teken voor dezelfde of soortgelijke waren, met verwarringsgevaar (sub b).
  3. Gelijk of gelijkend teken, voor welke waren ook, als uw merk bekend is in de Benelux en de ander zonder geldige reden voordeel trekt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie (sub c).
  4. Gebruik anders dan ter onderscheiding van waren, zoals als handelsnaam, met ongerechtvaardigd voordeel of afbreuk (sub d).

“Gelijk” wordt strikt uitgelegd. Een teken is alleen gelijk als het alle elementen van het merk zonder wijziging weergeeft, of verschillen bevat die zo onbeduidend zijn dat de gemiddelde consument ze niet opmerkt. Zodra het verschil zichtbaar is, valt de zaak onder sub b en moet u verwarringsgevaar aantonen.

Hoe beoordeelt de rechter verwarringsgevaar?

De rechter vergelijkt de totaalindruk van merk en teken door de ogen van de gemiddelde consument, die normaal geïnformeerd, omzichtig en oplettend is. Daarbij wegen de onderscheidende en dominerende bestanddelen het zwaarst.

Het Hof van Justitie heeft de maatstaf vastgelegd in drie uitspraken die nog steeds de basis vormen: Sabel/Puma (HvJ EG 11 november 1997, C-251/95, ECLI:EU:C:1997:528), Canon (HvJ EG 29 september 1998, C-39/97, ECLI:EU:C:1998:442) en Lloyd Schuhfabrik (HvJ EG 22 juni 1999, C-342/97, ECLI:EU:C:1999:323). Daaruit volgen deze factoren:

  • Visuele overeenstemming: woordbeeld, logo, kleuren en vormgeving.
  • Auditieve overeenstemming: hoe het merk klinkt bij uitspraak.
  • Begripsmatige overeenstemming: dezelfde betekenis of hetzelfde beeld, ook in vertaling.
  • Soortgelijkheid van de waren: aard, bestemming, gebruik, verkoopkanalen en of ze elkaar aanvullen of beconcurreren.
  • Onderscheidend vermogen en bekendheid van uw merk: een sterk merk krijgt ruimere bescherming.

Deze factoren werken op elkaar in. Grote gelijkenis tussen de tekens kan een geringere soortgelijkheid van de waren compenseren, en andersom (Canon). Ook houdt de rechter er rekening mee dat consumenten merken zelden naast elkaar zien en afgaan op een onvolmaakt herinneringsbeeld.

Is associatie al genoeg voor inbreuk?

Nee, bij een gewoon merk niet. In Sabel/Puma oordeelde het Hof dat de enkele mogelijkheid dat het publiek het teken met het merk associeert, geen verwarringsgevaar oplevert.

Wel telt indirecte verwarring mee: het publiek ziet het verschil, maar denkt dat de ondernemingen economisch verbonden zijn, bijvoorbeeld als licentienemer of dochteronderneming. Bij een bekend merk ligt de lat lager. Dan volstaat dat het publiek een verband legt, mits de merkhouder daarnaast voordeel trekken of afbreuk aannemelijk maakt (artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE).

Wanneer mag een ander uw merk wel gebruiken?

Een ander mag uw merk gebruiken met toestemming, na uitputting, en in de gevallen van artikel 2.23 BVIE, mits dat gebruik in overeenstemming is met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel.

Twee zakelijke professionals bespreken documenten over merken in een moderne kantooromgeving.

Eigen naam en beschrijvend gebruik

Een natuurlijk persoon mag zijn eigen naam en adres gebruiken. Sinds de herziening van het BVIE in 2019 geldt die uitzondering niet meer voor handelsnamen van ondernemingen. Daarnaast mag een ander beschrijvende aanduidingen gebruiken, zoals soort, kwaliteit of herkomst, en uw merk noemen om de bestemming van een product aan te geven, zoals “geschikt voor” bij onderdelen of accessoires.

Uitputting na eerste verkoop

Heeft u of een ander met uw toestemming een product in de Europese Economische Ruimte (EER) in het verkeer gebracht, dan mag het daarna vrij worden doorverkocht. Dat geldt niet voor producten die u alleen buiten de EER verkocht: parallelimport daarvan kunt u tegenhouden (HvJ EG 16 juli 1998, Silhouette, C-355/96, ECLI:EU:C:1998:374). Ook binnen de EER kunt u optreden als de staat van de waren na verkoop is gewijzigd.

Parodie en kritiek

Een parodie op een merk is niet automatisch toegestaan. De vrijheid van meningsuiting kan een “geldige reden” zijn in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub c en d BVIE, maar de rechter weegt per geval af of het gebruik vooral commercieel is en of het merk onnodig wordt beschadigd.

Wat is het verschil tussen merkinbreuk en misleiding?

Merkinbreuk beschermt het uitsluitend recht van de merkhouder; misleiding beschermt afnemers en concurrenten tegen onjuiste of onvolledige informatie. Voor misleidende reclame tussen ondernemers geldt artikel 6:194 BW, voor oneerlijke handelspraktijken tegenover consumenten artikel 6:193a e.v. BW.

Vergelijkende reclame die uw merk noemt, is geoorloofd als zij voldoet aan de voorwaarden van artikel 6:194a BW: niet misleidend, vergelijking van waren voor dezelfde behoefte, objectief en zonder verwarring of kleinering. Wie aan die voorwaarden voldoet, maakt geen merkinbreuk door uw merk te noemen. Een ander nadrukkelijk als “imitatie of namaak” aanprijzen is wel ongeoorloofd.

Welke instanties en rechters zijn bevoegd?

Een inbreukzaak over een Benelux-merk kunt u in Nederland bij de rechtbank aanbrengen; voor een Uniemerk is de rechtbank Den Haag als Uniemerkenrechtbank exclusief bevoegd. Heeft de ander zijn teken zelf als merk ingeschreven, dan kunt u ook een nietigheidsvordering instellen, bij het BOIP of bij de rechter.

Bij een inbreuk kan de rechter een verbod opleggen met een dwangsom, schadevergoeding of winstafdracht toewijzen (artikel 2.21 BVIE) en terugroeping of vernietiging van inbreukmakende producten bevelen. In IE-zaken betaalt de verliezer in beginsel de redelijke en evenredige proceskosten (artikel 1019h Rv). Welke praktische stappen u zet, leest u in ons artikel over merkinbreuk herkennen en bestrijden; over de procedure zelf leest u meer bij een civiele procedure starten.

Waar let u als merkhouder op?

  • Zijn de waren van de ander gelijk of soortgelijk aan die in uw inschrijving?
  • Welk bestanddeel van uw merk is dominant, en komt dat terug in het teken?
  • Kunt u bekendheid van uw merk onderbouwen met omzet, marktaandeel of onderzoek, als u sub c wilt inroepen?
  • Heeft u het merk de afgelopen vijf jaar normaal gebruikt, zodat een verweer van niet-gebruik faalt?

Waar let u op als u een gelijkend teken gebruikt?

  • Doe vóór de lancering een merkenonderzoek in het Benelux- en het Uniemerkenregister.
  • Ga na of het ingeroepen merk geldig is en voor welke waren het is ingeschreven.
  • Controleer of uw gebruik onder een uitzondering van artikel 2.23 BVIE valt.
  • Gebruik een vergelijking met andermans merk alleen als zij voldoet aan artikel 6:194a BW.

Wat kunnen wij voor u doen bij merkinbreuk?

  • Beoordelen of een teken onder artikel 2.20 BVIE of artikel 9 Uniemerkenverordening valt.
  • Een merkenonderzoek laten uitvoeren en de risico’s van een nieuwe naam inschatten.
  • Een sommatie opstellen of beantwoorden.
  • Onderhandelen over een afbakenings- of licentieovereenkomst.
  • Procederen bij het BOIP of de rechter, als onderdeel van onze bijstand in het ondernemingsrecht.

Samengevat

  • Inbreuk vereist een ingeschreven merk en gebruik dat onder een van de vier gronden van artikel 2.20 lid 2 BVIE valt.
  • Verwarringsgevaar wordt beoordeeld op de totaalindruk, met visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming.
  • Associatie alleen is niet genoeg, behalve bij een bekend merk onder sub c.
  • Uitzonderingen: eigen naam van een natuurlijk persoon, beschrijvend gebruik, bestemmingsaanduiding en uitputting binnen de EER.
  • Misleiding en vergelijkende reclame vallen onder artikel 6:193a e.v., 6:194 en 6:194a BW.

Veelgestelde vragen

Moet ik bewijzen dat klanten echt in de war zijn geraakt?

Nee. Het gaat om het gevaar van verwarring. Concrete voorbeelden, zoals verkeerd geadresseerde bestellingen, versterken uw zaak wel.

Mag een ondernemer zijn eigen achternaam als merk of handelsnaam gebruiken?

Als natuurlijk persoon mag hij zijn naam gebruiken als dat eerlijk gebeurt. Voor een handelsnaam van een vennootschap geldt die uitzondering sinds 2019 niet meer.

Mag ik originele merkproducten uit de Verenigde Staten importeren en verkopen?

Niet zonder toestemming van de merkhouder. Uitputting geldt alleen voor producten die met toestemming in de EER in het verkeer zijn gebracht.

Hoe verweer ik mij tegen een beschuldiging van merkinbreuk?

Gangbare verweren zijn: geen verwarringsgevaar, geen soortgelijke waren, een beroep op artikel 2.23 BVIE, niet-gebruik van het merk door de houder of nietigheid van het merk.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.