Gepubliceerd op 19 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een rechtszaak verloopt in Nederland in vier stappen: u start met een dagvaarding of een verzoekschrift, de wederpartij reageert schriftelijk, de rechter hoort beide partijen op een zitting en doet daarna uitspraak. De belangrijkste uitzondering is het kort geding: daar beslist een voorzieningenrechter binnen enkele weken, maar alleen voorlopig.
Vorderingen tot en met € 25.000 en vrijwel alle arbeids-, huur- en consumentenzaken gaan naar de kantonrechter (artikel 93 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Rv). Daar mag u zonder advocaat procederen; bij de rechtbank is een advocaat verplicht (artikel 79 Rv). Tegen het vonnis staat in de regel binnen drie maanden hoger beroep open (artikel 339 Rv). Hieronder leest u per stap wat er gebeurt, welke termijnen gelden en wat het griffierecht in 2026 is.
Inhoudsopgave
De stappen van een rechtszaak op een rij
De tabel hieronder volgt een gewone dagvaardingsprocedure in eerste aanleg. Elke stap wordt verderop uitgelegd.
| Stap | Wat er gebeurt | Termijn of regel |
|---|---|---|
| 1. Voorbereiding | Ingebrekestelling of sommatie, bewijs verzamelen, verjaring controleren | Verzuim: artikel 6:82 BW; verjaring vaak vijf jaar (artikel 3:307 BW) |
| 2. Dagvaarding | De deurwaarder betekent de dagvaarding aan de gedaagde | Ten minste een week voor de eerste roldatum (artikel 114 Rv) |
| 3. Conclusie van antwoord | De gedaagde voert schriftelijk verweer, eventueel met een tegeneis | Volgens het landelijk procesreglement; uitstel is beperkt mogelijk |
| 4. Mondelinge behandeling | De rechter stelt vragen en verkent een schikking | In beginsel na de conclusie van antwoord (artikel 131 Rv) |
| 5. Bewijs (soms) | Getuigen of een deskundige | Bewijslast bij wie zich op een feit beroept (artikel 150 Rv) |
| 6. Vonnis | De rechter beslist over de vordering en de proceskosten | Hoger beroep binnen drie maanden (artikel 339 Rv) |
Voor de dagvaarding: verjaring, verzuim en verhaal
Of procederen zin heeft, hangt vooral af van drie vragen die u vóór de dagvaarding beantwoordt. Een vordering die inhoudelijk klopt, kan alsnog stranden op een formeel punt dat u vooraf had kunnen regelen.
De eerste vraag is of uw vordering nog bestaat. Een vordering tot nakoming verjaart vaak na vijf jaar (artikel 3:307 BW), een vordering tot schadevergoeding ook na vijf jaar vanaf het moment dat u schade en aansprakelijke kent (artikel 3:310 BW). U stuit de verjaring met een schriftelijke mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 BW). Daarna begint een nieuwe termijn.
De tweede vraag is of de wederpartij in verzuim is. Vaak is daarvoor een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn nodig (artikel 6:82 BW). Zonder verzuim heeft u in veel gevallen nog geen recht op schadevergoeding. Bewaar daarom het contract, de facturen, e-mails en foto’s die uw standpunt onderbouwen.
De derde vraag is of er iets te halen valt. Een gewonnen vonnis tegen een partij zonder inkomen of bezittingen levert alleen kosten op. Onderhandelen en mediation blijven daarnaast open. Mediation is niet verplicht, maar de rechter onderzoekt op de zitting vrijwel altijd of een schikking mogelijk is (artikel 87 Rv).
Kantonrechter of rechtbank: wie behandelt uw zaak?
De kantonrechter behandelt vorderingen tot en met € 25.000, inclusief de rente tot de dagvaarding. Daarnaast behandelt hij, ongeacht het bedrag, onder meer arbeidszaken, huurzaken, pachtzaken en zaken over consumentenkoop en consumentenkrediet (artikel 93 Rv). Alle andere civiele zaken gaan naar de civiele kamer van de rechtbank.
Bij de kantonrechter mag u zelf procederen of een gemachtigde inschakelen. Bij de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad is een advocaat verplicht (artikel 79 Rv). Dat geldt in hoger beroep ook als de zaak in eerste aanleg bij de kantonrechter speelde.
Welke rechtbank bevoegd is, hangt in de regel af van de woonplaats van de gedaagde (artikel 99 Rv). In zaken over arbeid en huur kan ook de rechter van de plaats van het werk of het gehuurde bevoegd zijn, en een geldige forumkeuze in een contract kan de bevoegdheid verleggen. Een beroep op relatieve onbevoegdheid moet u vóór alle andere verweren doen (artikel 110 Rv).
Speelt het geschil over de grens, dan wijst binnen de Europese Unie de Brussel Ia-verordening (Verordening (EU) nr. 1215/2012) de bevoegde rechter aan. Bestaat er geen verdrag of verordening, dan erkent de Nederlandse rechter een buitenlands vonnis onder vier voorwaarden. De Hoge Raad noemde die op 26 september 2014 in de zaak Gazprombank (ECLI:NL:HR:2014:2838): een internationaal aanvaardbare bevoegdheidsgrond, een behoorlijke procedure, geen strijd met de openbare orde en geen botsing met een eerdere beslissing tussen dezelfde partijen. In die zaak werd een Russisch vonnis erkend.
Dagvaarding of verzoekschrift: hoe de zaak begint
Een gewoon geschil tussen twee partijen begint met een dagvaarding. Daarin staan uw eis, de gronden daarvan, het verweer van de wederpartij voor zover u dat kent en de bewijsmiddelen die u heeft (artikel 111 Rv). U moet de feiten volledig en naar waarheid aanvoeren (artikel 21 Rv).
Een gerechtsdeurwaarder brengt de dagvaarding officieel bij de gedaagde; dat heet betekening. Hij doet dat aan de gedaagde in persoon of aan diens woonplaats (artikel 46 Rv). Treft hij daar niemand aan, dan laat hij het afschrift in een gesloten envelop achter (artikel 47 Rv).
Tussen de betekening en de eerste roldatum moet ten minste een week zitten als de gedaagde in Nederland woont (artikel 114 Rv). Voor een gedaagde in het buitenland gelden langere termijnen. Daarna brengt u de zaak tijdig aan bij de rechtbank. Doet u dat niet, dan vervalt de procedure en moet u opnieuw dagvaarden (artikel 125 Rv).
Waar de wet dat voorschrijft, begint u met een verzoekschrift. Dat geldt onder meer voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst, echtscheiding, bewind, curatele en een faillissementsaanvraag. Er komt dan geen deurwaarder aan te pas: u dient het verzoekschrift in bij de griffie en de rechtbank roept de belanghebbenden op. De uitspraak heet dan een beschikking in plaats van een vonnis.
Conclusie van antwoord en de schriftelijke ronde
Op de eerste roldatum verschijnt de gedaagde, zelf of via een advocaat. Verschijnt hij niet, dan verleent de rechter verstek en wijst hij de vordering toe, tenzij die hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv).
Verschijnt de gedaagde wel, dan dient hij een conclusie van antwoord in. Daarin betwist hij de feiten, voert hij verweer en stelt hij zo nodig een tegeneis in: de eis in reconventie, die in dezelfde procedure wordt behandeld. De termijn volgt uit het landelijk procesreglement; uitstel is mogelijk, maar niet vanzelfsprekend. Meer leest u in ons artikel over de conclusie van antwoord.
Wat daarna gebeurt, verrast partijen vaak. Na de conclusie van antwoord beveelt de rechter in beginsel een mondelinge behandeling (artikel 131 Rv). Een tweede schriftelijke ronde met repliek en dupliek komt er alleen als de rechter die nodig vindt (artikel 132 Rv). Zet daarom alles wat u wilt aanvoeren in uw eerste processtuk.
Ook voor nagekomen stukken geldt een grens. Volgens het landelijk procesreglement moeten nieuwe stukken uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling binnen zijn. Stukken die later komen, kan de rechter buiten beschouwing laten.
Wat er op de mondelinge behandeling gebeurt
De zitting is het zwaartepunt van de procedure. De rechter heeft het dossier gelezen en mag partijen om inlichtingen vragen, hen hun stellingen laten onderbouwen, een schikking beproeven en afspraken maken over het vervolg (artikel 87 Rv). Meer hierover leest u in ons artikel over de mondelinge behandeling.
Het is geen pleitwedstrijd. Beide partijen lichten kort hun standpunt toe, daarna volgen de vragen. De rechter ondervraagt ook u zelf, niet alleen uw advocaat (artikel 88 lid 1 Rv). Blijft u zonder goede reden weg of weigert u te antwoorden, dan mag de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht (artikel 88 lid 2 Rv). Voor een onderneming verschijnt daarom iemand die de feiten kent en over een schikking mag beslissen.
Bereid u voor op data, bedragen en de volgorde van gebeurtenissen. Antwoord kort en feitelijk. Komt er een schikking tot stand, dan legt de rechter die vast in een proces-verbaal, waarmee u direct naar de deurwaarder kunt. Lukt dat niet, dan bepaalt de rechter een datum voor de uitspraak of geeft hij een bewijsopdracht.
De zittingsdag in de praktijk
De zitting is in beginsel openbaar (artikel 27 Rv). Zaken over personen- en familierecht worden in de regel achter gesloten deuren behandeld. Bij de ingang van het gerechtsgebouw staat een beveiligingscontrole, dus kom ruim op tijd.
- Neem een geldig identiteitsbewijs mee en de oproep met het zaaknummer.
- Neem een eigen set van alle processtukken en producties mee, genummerd zoals in het dossier.
- Spreekt u onvoldoende Nederlands, dan regelt u in een civiele zaak zelf een tolk; overleg dat vooraf met de rechtbank.
- Spreek de rechter aan met meneer of mevrouw de rechter, en spreek wanneer u het woord krijgt.
Als u als getuige wordt opgeroepen
Een opgeroepen getuige is verplicht te verschijnen en te verklaren (artikel 165 lid 1 Rv). U legt vooraf de eed of belofte af. Een opzettelijk onjuiste verklaring onder ede is meineed en strafbaar (artikel 207 Wetboek van Strafrecht). Een beperkte kring mag zich verschonen, onder meer de (voormalige) echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel en beroepsbeoefenaren met een geheimhoudingsplicht (artikel 165 lid 2 Rv).
Bewijs: wie moet wat aantonen?
Wie zich op een feit beroept, draagt daarvan in beginsel de bewijslast (artikel 150 Rv). Bewijs mag met alle middelen worden geleverd, en de rechter waardeert het vrij, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 Rv). Een uitzondering is de onderhandse akte: die levert tegen de partij die hem ondertekende in beginsel dwingend bewijs op (artikel 157 lid 2 Rv).
Onderbouw elk feit dat de wederpartij kan betwisten met een stuk: de overeenkomst, offertes, facturen en algemene voorwaarden, e-mails en WhatsApp-berichten met datum en afzender, foto’s en rapporten. Zet alles in een tijdlijn en nummer de stukken als producties, zodat u er op de zitting direct naar kunt verwijzen.
Actueel: sinds 1 januari 2025 geldt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Het oude artikel 843a Rv is vervangen door de artikelen 194 tot en met 195a Rv. Met voldoende belang kunt u inzage in of een afschrift van gegevens vorderen bij de wederpartij of bij een derde. Met een voorlopige bewijsverrichting (artikel 196 Rv) kunt u al vóór de procedure getuigen laten horen of een deskundige laten benoemen.
Lukt het bewijs niet met stukken, dan geeft de rechter een bewijsopdracht en volgt een getuigenverhoor of een deskundigenbericht. Dat kost tijd en geld, en op dat moment schikken veel partijen alsnog.
Vonnis, verstek en verzet
De rechter doet uitspraak op een vooraf aangekondigde datum, meestal enkele weken na de zitting. Uitstel van die datum komt regelmatig voor. Het vonnis bevat de vaststaande feiten, de motivering en het dictum: wie wat moet doen of betalen, en wie de proceskosten draagt (artikel 237 Rv).
Vaak verklaart de rechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. U kunt het dan direct laten uitvoeren, ook als de wederpartij in hoger beroep gaat. Een tussenvonnis beslist nog niet over de hele zaak; daartegen staat in beginsel pas hoger beroep open samen met het eindvonnis, tenzij de rechter eerder beroep toestaat (artikel 337 Rv).
Is het vonnis bij verstek gewezen, dan kan de gedaagde verzet doen bij dezelfde rechter. Dat moet binnen vier weken na betekening van het vonnis aan hem in persoon, of na een daad waaruit blijkt dat hij het vonnis kent (artikel 143 Rv).
Kort geding: de snelle, voorlopige route
Een kort geding is bedoeld voor zaken die geen uitstel dulden, zoals het stilleggen van werkzaamheden, een publicatieverbod of doorbetaling van loon. De voorzieningenrechter beoordeelt of u een spoedeisend belang heeft en of uw vordering in een gewone procedure waarschijnlijk zou slagen.
Van dagvaarding tot zitting duurt het doorgaans dagen tot enkele weken. Het oordeel is voorlopig en bindt de bodemrechter niet. Wordt uw vordering in een bodemprocedure later alsnog afgewezen, dan kunt u aansprakelijk zijn voor de schade die de uitvoering van het kortgedingvonnis heeft veroorzaakt. Hoger beroep tegen een kortgedingvonnis moet binnen vier weken (artikel 339 lid 2 Rv).
Hoger beroep en cassatie: termijnen die niet wachten
Niet elk vonnis is vatbaar voor hoger beroep. Ging het in eerste aanleg om niet meer dan € 1.750, dan staat geen hoger beroep open (artikel 332 lid 1 Rv). Bij een vordering van onbepaalde waarde geldt hetzelfde als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het belang onder die grens blijft.
Het gerechtshof beoordeelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht. U mag nieuwe feiten en nieuw bewijs aanvoeren, maar in beginsel alleen in uw eerste processtuk: de memorie van grieven of de memorie van antwoord. De Hoge Raad besliste op 20 juni 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC4959) dat de wederpartij erop mag vertrouwen dat de rechtsstrijd daarmee is afgebakend. Een nieuwe stelling die pas bij pleidooi kwam, was te laat. Hetzelfde geldt voor een wijziging van eis.
De Hoge Raad onderzoekt de feiten niet opnieuw. Hij toetst alleen of het recht juist is toegepast en of de uitspraak begrijpelijk is gemotiveerd. De termijnen hieronder zijn fataal: bent u te laat, dan volgt niet-ontvankelijkheid, hoe sterk uw zaak ook is.
| Rechtsmiddel | Termijn | Grondslag |
|---|---|---|
| Hoger beroep, gewone civiele zaak | 3 maanden na de uitspraak | artikel 339 lid 1 Rv |
| Hoger beroep, kort geding | 4 weken na de uitspraak | artikel 339 lid 2 Rv |
| Verzet tegen verstekvonnis | 4 weken na betekening | artikel 143 Rv |
| Cassatie, gewone civiele zaak | 3 maanden na de uitspraak | artikel 402 lid 1 Rv |
| Cassatie na kort geding | 8 weken (dubbele appeltermijn) | artikel 402 lid 2 Rv |
Griffierecht 2026 en andere kosten van een rechtszaak
U betaalt griffierecht aan de rechtbank, de kosten van de deurwaarder en, als u er een inschakelt, uw advocaat. Bij de rechtbank betalen eiser en gedaagde allebei griffierecht. Bij de kantonrechter betaalt de gedaagde alleen als hij in de procedure verschijnt. Betaalt u niet binnen de termijn van vier weken die de griffie stelt, dan kan de rechter de zaak niet inhoudelijk behandelen.
De tarieven hieronder gelden per 1 januari 2026 (Staatscourant 2025, 39855). Bron: Rechtspraak.nl, griffierecht.
| Kantonrechter, per 1 januari 2026 | Organisatie | Particulier | Laag inkomen |
|---|---|---|---|
| Onbepaalde waarde of tot en met € 500 | € 139 | € 93 | € 93 |
| € 500 tot € 1.500 | € 350 | € 233 | € 93 |
| € 1.500 tot € 2.500 | € 397 | € 265 | € 93 |
| € 2.500 tot € 5.000 | € 529 | € 265 | € 93 |
| € 5.000 tot € 12.500 | € 559 | € 265 | € 93 |
| Meer dan € 12.500 | € 1.504 | € 753 | € 93 |
| Rechtbank (civiel, handel, familie), per 1 januari 2026 | Organisatie | Particulier | Laag inkomen |
|---|---|---|---|
| Onbepaalde waarde | € 735 | € 341 | € 93 |
| Tot € 100.000 | € 3.083 | € 1.414 | € 93 |
| € 100.000 tot € 1.000.000 | € 7.062 | € 2.803 | € 93 |
| Meer dan € 1.000.000 | € 10.487 | € 2.803 | € 93 |
Heeft u een laag inkomen, dan komt u mogelijk in aanmerking voor het tarief van € 93. U stuurt daarvoor de toevoeging of een inkomensverklaring van de Raad voor Rechtsbijstand mee.
Wint u, dan veroordeelt de rechter de wederpartij in de regel in de proceskosten (artikel 237 Rv). Griffierecht en deurwaarderskosten worden dan vergoed, maar het salaris van de advocaat berekent de rechter met het liquidatietarief: een vast bedrag per proceshandeling dat de werkelijke kosten zelden dekt. Alleen in zaken over intellectuele eigendom geldt een volledige kostenveroordeling (artikel 1019h Rv).
Het vonnis uitvoeren of de uitvoering laten schorsen
Een vonnis levert niet vanzelf geld op. De deurwaarder betekent de grosse, de uitvoerbare versie, aan de wederpartij met een bevel om te betalen. Na afloop van die termijn mag hij beslag leggen op een bankrekening, loon, roerende zaken of onroerend goed. Meer leest u over de executie van een vonnis.
Vreest u dat de wederpartij vermogen wegsluist voordat er een vonnis is, dan kunt u conservatoir beslag laten leggen met verlof van de voorzieningenrechter (artikel 700 Rv). De rechter bepaalt dan binnen welke termijn u de hoofdzaak start; die termijn is ten minste acht dagen na het beslag. Een conservatoir beslag vervalt bij faillissement van de schuldenaar (artikel 33 Faillissementswet).
Wil de veroordeelde partij de uitvoering tegenhouden, dan hangt de maatstaf af van de stand van de zaak. De Hoge Raad besliste op 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026) dat bij een lopend of nog mogelijk rechtsmiddel een belangenafweging geldt, met uitvoerbaarheid als uitgangspunt. De kans van slagen van het hoger beroep telt daarbij niet mee, tenzij het vonnis een kennelijke misslag bevat. Staat geen rechtsmiddel meer open, dan is schorsing in een executiegeschil (artikel 438 Rv) alleen mogelijk bij misbruik van bevoegdheid.
Eiser of gedaagde: wat u in de eerste weken regelt
Wat regelt u als eiser voordat de deurwaarder dagvaardt?
- Controleer of de wederpartij in verzuim is (artikel 6:82 BW) en of de vordering niet is verjaard (artikelen 3:307 en 3:310 BW).
- Kies de juiste rechter en plaats: kantonrechter of rechtbank (artikelen 93 en 99 Rv).
- Noem in de dagvaarding het verweer dat u kent en uw bewijsmiddelen (artikel 111 Rv). Wat er niet in staat, moet u later alsnog onderbouwen.
- Reken griffierecht, deurwaarderskosten en advocaatkosten mee, en ga na of de wederpartij kan betalen.
Wat doet u als u een dagvaarding ontvangt?
- Noteer direct de roldatum en de rechter. Verschijnt u niet, dan kan de rechter de vordering bij verstek toewijzen (artikel 139 Rv).
- Ga na of u een advocaat nodig heeft: verplicht bij de rechtbank, niet bij de kantonrechter (artikel 79 Rv).
- Heeft u zelf een vordering op de eiser, dan stelt u die als eis in reconventie in bij de conclusie van antwoord.
- Bekijk of een schikking mogelijk is voordat de proceskosten oplopen. Zie ook ons artikel over een dagvaarding ontvangen.
Een rechtszaak in vijf punten
- De dagvaarding moet ten minste een week voor de eerste roldatum zijn betekend (artikel 114 Rv).
- Na de conclusie van antwoord volgt in beginsel direct een zitting; reken niet op een tweede schriftelijke ronde (artikel 131 Rv).
- Nieuwe feiten in hoger beroep horen in de eerste memorie (HR 20 juni 2008).
- Onder een belang van € 1.750 staat geen hoger beroep open (artikel 332 Rv).
- Winnen is niet hetzelfde als kostenneutraal uitkomen: het liquidatietarief dekt de advocaatkosten zelden.
Vragen die wij hierover krijgen
Hoe lang duurt een rechtszaak?
Dat verschilt per rechter en per zaak. Een eenvoudige kantonzaak zonder bewijslevering kan binnen enkele maanden een vonnis opleveren. Moeten er getuigen of een deskundige worden gehoord, dan duurt het aanzienlijk langer. Een kort geding duurt meestal enkele weken.
Kan ik een procedure nog stoppen nadat ik heb gedagvaard?
Ja. U kunt de zaak intrekken, of partijen kunnen schikken, ook op de zitting zelf. Afhankelijk van het moment kan de wederpartij dan een vergoeding van haar proceskosten vragen. Reken er niet op dat u het griffierecht terugkrijgt.
Wat als ik op de zittingsdag ziek ben?
Meld dat zo snel mogelijk bij de rechtbank, zo nodig via uw advocaat. De rechter beslist over uitstel en verlangt een goede reden, zoals een medische verklaring. Wegblijven zonder bericht kan tegen u werken (artikel 88 lid 2 Rv).
Hoe wij u bijstaan in een civiele procedure
Onze advocaten civiel recht staan eisers en gedaagden bij, bij de kantonrechter, de rechtbank en het gerechtshof. Wanneer u een advocaat nodig heeft, leest u op de pagina advocaat voor de civiele procedure.
- Wij controleren vooraf verjaring, verzuim en verhaalsmogelijkheden en sturen de ingebrekestelling.
- Wij stellen de dagvaarding of de conclusie van antwoord op, zo nodig met een eis in reconventie.
- Wij bereiden u voor op de mondelinge behandeling en treden daar namens u op.
- Wij beoordelen het vonnis en stellen zo nodig binnen de termijn hoger beroep in (artikel 339 Rv).
Wetteksten: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en Burgerlijk Wetboek Boek 3.