Gepubliceerd op 12 juli 2026 · Laatst bijgewerkt op 15 oktober 2026
Verboden wapenbezit betekent dat u een wapen of munitie voorhanden heeft terwijl de Wet wapens en munitie (WWM) dat niet toestaat. Of dat strafbaar is, hangt af van de categorie van het wapen: sommige wapens zijn altijd verboden, andere alleen zonder verlof of alleen als u ze in het openbaar draagt.
Het gaat niet alleen om vuurwapens. Ook vlindermessen, boksbeugels, stroomstootwapens, pepperspray en munitie vallen onder de wet. Bij vuurwapens kan de straf oplopen tot acht jaar gevangenisstraf (artikel 55 lid 3 WWM). Hieronder leest u hoe de indeling werkt, wanneer u een wapen voorhanden heeft, welke straffen in de praktijk worden geëist en welke verweren vaak spelen.
Inhoudsopgave
Welke voorwerpen vallen onder de Wet wapens en munitie?
Artikel 2 WWM deelt wapens in vier categorieën in. Per categorie gelden andere verboden en uitzonderingen.
- Categorie I: onder meer stiletto’s, valmessen, vlindermessen, bepaalde klapmessen, boksbeugels, ploertendoders, wurgstokken, werpsterren, ballistische messen, geluiddempers en wapens die zijn vermomd als een ander voorwerp. Deze wapens zijn voor iedereen verboden (artikel 13 WWM).
- Categorie II: onder meer automatische vuurwapens, vuurwapens die op een ander voorwerp lijken, stroomstootwapens en voorwerpen om personen met giftige of weerloosmakende stoffen te treffen, zoals pepperspray. Particulieren kunnen hiervoor in de praktijk geen toestemming krijgen.
- Categorie III: geweren, revolvers en pistolen die niet onder categorie II vallen, en bepaalde alarm- en startpistolen. Bezit is alleen toegestaan met een verlof, bijvoorbeeld voor de schietsport, of een jachtakte (artikel 26 WWM).
- Categorie IV: onder meer blanke wapens met meer dan één snijkant, degens en sabels, wapenstokken, luchtdruk-, gas- en veerdrukwapens, kruisbogen en voorwerpen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ze bestemd zijn om personen letsel toe te brengen. Bezit is vaak toegestaan, maar dragen in het openbaar is verboden.
Voorwerpen die duidelijk als speelgoed zijn bedoeld en niet geschikt zijn om ernstig letsel toe te brengen, vallen buiten de wet (artikel 2 lid 4 WWM). Voorwerpen die zo sterk op een wapen lijken dat ze geschikt zijn voor bedreiging, zoals imitatievuurwapens, kan de minister wel als categorie I-wapen aanwijzen (artikel 2 lid 1, categorie I onder 7, WWM); een aangewezen imitatie is dan verboden.
Is elk mes een verboden wapen?
Nee. Een gewoon zakmes of keukenmes mag u bezitten; vlindermessen, valmessen en stiletto’s zijn als categorie I-wapen altijd verboden.
Bij messen telt ook de context. Een mes dat u zonder redelijke reden bij u draagt op straat, in een uitgaansgebied of bij een evenement, kan onder categorie IV vallen als voorwerp dat bestemd lijkt om letsel toe te brengen. Gemeenten kunnen bovendien veiligheidsrisicogebieden aanwijzen waarin de politie preventief mag fouilleren. Wie daar een mes bij zich heeft, moet kunnen uitleggen waarom.
Wanneer heeft u een wapen voorhanden?
Als u feitelijk over het wapen kunt beschikken en weet dat het er is. U hoeft het wapen niet in uw hand te hebben of bij u te dragen.
Ook een wapen dat thuis ligt, in een auto, tas of kluis, kan voorhanden zijn als u er macht over heeft en u van de aanwezigheid op de hoogte bent. Gebruik is niet vereist. Ook munitie voorhanden hebben is zelfstandig strafbaar, ook als er geen vuurwapen wordt gevonden (artikel 26 lid 1 WWM).
Voorhanden hebben, dragen en vervoeren zijn juridisch verschillende handelingen, maar ze overlappen vaak. Wie een vuurwapen in de kofferbak heeft, kan zich niet beroepen op het argument dat hij het niet droeg: ook dan is sprake van voorhanden hebben.
Mag u met een verlof overal een wapen dragen?
Nee. Een verlof tot voorhanden hebben geeft geen recht om het wapen in het openbaar te dragen. Voor vervoer naar bijvoorbeeld de schietbaan gelden strikte eisen over verpakking en route.
Een sportschutter mag een pistool alleen ongeladen en in een afgesloten foedraal vervoeren tussen huis en vereniging. Wie het wapen daarbuiten bij zich draagt, overtreedt de wet, ook met een geldig verlof. De korpschef kan het verlof dan intrekken.
Welke straf riskeert u bij verboden wapenbezit?
Bij categorie I is het wettelijk maximum negen maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie; bij vuurwapens van categorie II en III acht jaar of een geldboete van de vijfde categorie (artikel 55 lid 1 en lid 3 WWM). Het dragen van een categorie IV-wapen is een overtreding waarop alleen een geldboete staat.
Het Openbaar Ministerie gebruikt een eigen strafvorderingsrichtlijn voor de Wet wapens en munitie als uitgangspunt voor de eis. Bij een eerste keer bezit of dragen van een categorie I-wapen volgt in de regel een geldboete. Bij een vuurwapen van categorie II of III is het uitgangspunt een gevangenisstraf, die hoger uitvalt bij een automatisch vuurwapen dan bij een pistool of revolver.
De eis gaat omhoog bij herhaling, bij meerdere wapens, bij een geladen wapen of een wapen met geluiddemper, en als het wapen op een publieke plaats werd aangetroffen, zoals in het openbaar vervoer of bij een evenement. De rechter kan naast of in plaats van gevangenisstraf ook een taakstraf of geldboete opleggen. Het wapen wordt in de regel onttrokken aan het verkeer.
Welke gevolgen heeft een veroordeling naast de straf?
Een veroordeling komt op uw justitiële documentatie en kan een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) in de weg staan. Een bestaand verlof of een jachtakte wordt in de regel ingetrokken.
Dat raakt vooral beroepen waarvoor een VOG nodig is, zoals in de beveiliging, het onderwijs, de zorg en het vervoer. Ook voor vergunningen, bijvoorbeeld in de horeca, kan een veroordeling een rol spelen. De Dienst Justis toetst bij een VOG-aanvraag of het strafbare feit een risico vormt voor de functie.
Welke verweren spelen vaak bij verboden wapenbezit?
Vaak draait het niet om de vraag of er een voorwerp is gevonden, maar om de kwalificatie ervan, de beschikkingsmacht en de rechtmatigheid van het politieoptreden. Die punten worden beoordeeld aan de hand van het procesdossier.
- Is het voorwerp juridisch wel een wapen of munitie, en valt het in de categorie die het OM stelt?
- Wist de verdachte dat het wapen er was, en had hij er feitelijke macht over? Bij een wapen in een gedeelde woning of auto is enkel aanwezigheid niet genoeg.
- Waren de fouillering, de doorzoeking en de inbeslagname rechtmatig?
- Is het wapen technisch onderzocht en kon het met eenvoudige middelen gebruiksklaar worden gemaakt? Is dat niet zo, dan weegt dat in de strafmaat mee.
- Zijn er persoonlijke omstandigheden die de strafmaat moeten beïnvloeden, zoals de reden van aanwezigheid of een blanco strafblad?
Wat kunnen wij voor u doen bij een verdenking van verboden wapenbezit?
Onze strafrechtadvocaten kunnen onder meer:
- u bijstaan bij het politieverhoor en adviseren over uw zwijgrecht;
- beoordelen in welke categorie het aangetroffen voorwerp valt;
- het dossier toetsen op de rechtmatigheid van fouillering en doorzoeking en op het bewijs van beschikkingsmacht;
- reageren op een strafbeschikking of OM-zitting en de verdediging ter zitting voeren;
- bezwaar en beroep bewaken tegen de intrekking van een verlof of jachtakte.
Samengevat
- De Wet wapens en munitie deelt wapens in vier categorieën in (artikel 2 WWM); per categorie gelden andere verboden.
- Categorie I-wapens zoals vlindermessen en boksbeugels zijn altijd verboden; vuurwapens van categorie III alleen met verlof of jachtakte.
- Voorhanden hebben betekent beschikkingsmacht en wetenschap; u hoeft het wapen niet bij u te dragen.
- Bij vuurwapens is het maximum acht jaar gevangenisstraf (artikel 55 lid 3 WWM); het OM eist bij een vuurwapen als uitgangspunt gevangenisstraf.
- Verweren richten zich vaak op de kwalificatie, de beschikkingsmacht en de rechtmatigheid van het onderzoek.
Veelgestelde vragen
Is pepperspray verboden?
Ja. Pepperspray valt in categorie II van artikel 2 WWM, als voorwerp om personen met weerloosmakende stoffen te treffen. Particulieren mogen het niet bezitten.
Is bezit van munitie zonder vuurwapen strafbaar?
Ja. Ook munitie voorhanden hebben zonder verlof is strafbaar volgens artikel 26 WWM, ook als er geen vuurwapen wordt aangetroffen.
Wat als het wapen in een gedeelde auto of woning wordt gevonden?
Dan moet het OM bewijzen wie het wapen voorhanden had: wie wist dat het er lag en er feitelijk over kon beschikken. Enkel aanwezigheid in dezelfde ruimte is niet genoeg.
Kan ik een strafbeschikking krijgen voor wapenbezit?
Bij lichtere feiten, zoals een eerste keer een categorie I- of IV-wapen, legt het OM vaak een strafbeschikking met een geldboete op. U kunt daartegen binnen twee weken verzet doen.