Vergunningsplicht batterijopslag (BESS): wanneer heeft u een omgevingsvergunning nodig?

Rij grijze batterijcontainers in een omheind terrein naast een zonnepark

Gepubliceerd op 16 december 2025 · Laatst bijgewerkt op 12 oktober 2026

Of u voor een batterij-energieopslagsysteem (BESS) een omgevingsvergunning nodig heeft, hangt in 2026 vooral af van het omgevingsplan van de gemeente en de bouwregels: specifieke rijksregels voor batterijopslag staan nog niet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dat verandert naar verwachting op 1 januari 2028, wanneer volgens het ontwerpbesluit een meldplicht geldt vanaf 20 kWh en een vergunningplicht vanaf 50 MWh; thuisbatterijen van particulieren vallen buiten die regeling.

Tot die tijd gebruiken gemeenten en omgevingsdiensten de richtlijn PGS 37-1 als maatstaf voor de veiligheid. Voor de aansluiting op het net geldt sinds 1 januari 2026 de Energiewet.

Een groep professionals bespreekt juridische documenten en technische tekeningen over batterij-energieopslagsystemen in een modern kantoor.

Welke toestemmingen kan een BESS-project nodig hebben?

Een BESS kan onder de Omgevingswet drie soorten activiteiten raken: een omgevingsplanactiviteit, een bouwactiviteit en een milieubelastende activiteit. Welke daarvan vergunningplichtig zijn, volgt uit het omgevingsplan, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Bal.

Past de batterij in het omgevingsplan?

Dat is meestal de eerste vraag. Een batterijcontainer is een bouwwerk en moet passen binnen de regels van het omgevingsplan, dat sinds 1 januari 2024 het bestemmingsplan vervangt; zie ook ons artikel over bouwvergunningen onder de Omgevingswet.

Staat het omgevingsplan de batterij op die plek niet toe, bijvoorbeeld op agrarische grond, dan heeft u een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig. De gemeente toetst dan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a Besluit kwaliteit leefomgeving), en de gemeenteraad kan in aangewezen gevallen een bindend advies geven.

Is er een technische bouwvergunning nodig?

Dat hangt af van de omvang en de plaats van het bouwwerk. Het Bbl bepaalt welke bouwwerken vergunningvrij zijn; voor grotere batterijcontainers en technische gebouwen is meestal wel een vergunning voor de technische bouwactiviteit nodig.

Vraag vooraf bij de gemeente na of het concrete ontwerp onder een vergunningvrije categorie valt. Een standaardantwoord per containerhoogte of capaciteit geeft de wet niet.

Een technicus inspecteert een modern batterij-energiesysteem buiten bij een schoon energiecentrum.

Welke veiligheidsregels gelden er nu al?

De richtlijnen PGS 37-1 (energieopslagsystemen) en PGS 37-2 (opslag van lithiumhoudende energiedragers) zijn in december 2023 vastgesteld. Ze zijn nog geen bindende rijksregel, maar het bevoegd gezag kan ze op verschillende manieren verplicht maken.

Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) gebeurt dat via:

  • vergunningvoorschriften, als de batterij hoort bij een vergunningplichtige activiteit, zoals een bedrijf of een zonnepark;
  • de algemene zorgplicht van artikel 2.11 Bal, eventueel uitgewerkt in een maatwerkvoorschrift;
  • de specifieke zorgplicht uit de bruidsschat van het omgevingsplan (artikel 22.44), als de batterij niet bij zo’n activiteit hoort;
  • eigen regels in het omgevingsplan, waarin de gemeente PGS 37-1 als uitgangspunt kan nemen of een vergunningplicht kan invoeren.

Een gemeente kan dus aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld over afstanden tot woningen, brandscheidingen, detectie en bereikbaarheid voor de brandweer. Het bestuur van de veiligheidsregio adviseert daarbij in de praktijk over brandveiligheid.

Wat verandert er met het wijzigingsbesluit energieopslagsystemen?

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een wijziging van het Bal en het Besluit kwaliteit leefomgeving voorbereid. De internetconsultatie liep van 17 maart tot 28 april 2026; het ontwerp moet nog voor worden gehangen bij de Tweede en Eerste Kamer en voor advies naar de Raad van State.

Volgens het ontwerp en het consultatieverslag:

  • valt een energieopslagsysteem vanaf 20 kWh onder de rijksregels, met een meldplicht;
  • geldt een vergunningplicht vanaf 50 MWh per systeem, of 400 MWh voor technisch gekoppelde systemen samen, en voor systemen met andere dan lithiumhoudende energiedragers;
  • worden PGS 37-1 en PGS 37-2 in de regels verankerd;
  • vallen thuisbatterijen van particulieren en elektrische voertuigen buiten de regeling;
  • is de beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028.

Omdat dit nog een ontwerp is, kunnen drempels en termijnen veranderen. Wie nu een project voorbereidt, doet er goed aan het ontwerp al te volgen, zodat de installatie later niet hoeft te worden aangepast.

Een groep professionals bespreekt vergunningen en juridische aspecten van batterij-energieopslagsystemen in een kantooromgeving.

Welke rol speelt de Energiewet?

De Energiewet geldt sinds 1 januari 2026 en vervangt de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Zij erkent energieopslag als zelfstandige activiteit en regelt de rechten en plichten bij aansluiting en transport, met de ACM als toezichthouder.

Netbeheerders mogen in beginsel zelf geen opslaginstallaties bezitten of exploiteren, in lijn met de Europese elektriciteitsrichtlijn (Richtlijn (EU) 2019/944). Voor een groot systeem is de beschikbare transportcapaciteit vaak het grootste knelpunt; zie ons artikel over transportcapaciteit en aansluiting op het net.

Gelden er productregels voor de batterijen zelf?

Ja. De Europese Batterijverordening (Verordening (EU) 2023/1542) stelt eisen aan onder meer veiligheid, etikettering, informatie en inzameling van batterijen, ook van industriële batterijen in een BESS.

Voor industriële batterijen met een capaciteit boven 2 kWh geldt bovendien vanaf 18 februari 2027 de verplichting van een digitaal batterijpaspoort. Meer hierover leest u in ons artikel over de nieuwe batterijverordening.

Hoe verloopt de vergunningaanvraag?

U dient de aanvraag in via het Omgevingsloket. In de regel geldt de reguliere procedure met een beslistermijn van acht weken, die het bevoegd gezag eenmaal met zes weken kan verlengen (artikel 16.64 Omgevingswet).

Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan de uitgebreide procedure van afdeling 3.4 Awb gelden, met een beslistermijn van zes maanden. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken of, bij de uitgebreide procedure, na een zienswijze beroep instellen bij de rechtbank. Kan het project gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied, dan is mogelijk ook een vergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig, met de provincie als bevoegd gezag.

Waar let u als initiatiefnemer op?

Controleer bij een BESS-project in elk geval:

  • of het omgevingsplan de batterij op de gekozen locatie toestaat, en zo niet, of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit haalbaar is;
  • of het bouwwerk onder een vergunningvrije categorie van het Bbl valt;
  • welke eisen de gemeente en de veiligheidsregio stellen op basis van PGS 37-1 en PGS 37-2;
  • of het ontwerp al voldoet aan de drempels en eisen van het wijzigingsbesluit energieopslagsystemen;
  • of er transportcapaciteit beschikbaar is en welke voorwaarden de netbeheerder stelt;
  • welke verplichtingen uit de Batterijverordening gelden voor de leverancier en voor u.

Wat kunnen wij voor u doen bij de vergunning van een batterijsysteem?

Wij kunnen onder meer:

  • de toepasselijke regels van het omgevingsplan, het Bbl en het Bal voor uw locatie in kaart brengen;
  • de vergunningaanvraag en de onderbouwing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voorbereiden;
  • vooroverleg met gemeente, omgevingsdienst en veiligheidsregio begeleiden;
  • contracten met leveranciers, grondeigenaren en netbeheerders opstellen en beoordelen;
  • bezwaar en beroep voeren tegen een weigering of een vergunning, en de termijnen daarvoor bewaken.

Meer over onze werkwijze leest u bij onze advocaat energierecht.

Samengevat

  • Voor een BESS bepalen nu vooral het omgevingsplan en het Bbl of een vergunning nodig is; het Bal kent nog geen specifieke regels voor batterijopslag.
  • Gemeenten en omgevingsdiensten passen PGS 37-1 en 37-2 al toe via zorgplichten, maatwerk, vergunningvoorschriften of het omgevingsplan.
  • Het ontwerp-wijzigingsbesluit voorziet vanaf naar verwachting 1 januari 2028 in een meldplicht vanaf 20 kWh en een vergunningplicht vanaf 50 MWh.
  • De Energiewet regelt sinds 1 januari 2026 aansluiting en transport; de Batterijverordening stelt eisen aan de batterijen zelf.

Veelgestelde vragen

Heb ik een vergunning nodig voor een thuisbatterij?

Meestal niet. Een thuisbatterij is een bouwtechnische installatie en valt ook buiten het ontwerp-wijzigingsbesluit energieopslagsystemen; wel moet de installatie veilig zijn en voldoen aan de productregels.

Geldt PGS 37-1 als wet?

Nee, PGS 37-1 is een richtlijn. Het bevoegd gezag kan de richtlijn wel verplicht maken via vergunningvoorschriften, de zorgplicht, maatwerk of het omgevingsplan, en het ontwerp-wijzigingsbesluit verankert haar in de rijksregels.

Wie is het bevoegd gezag voor een batterijproject?

In de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de batterij komt. Bij een Natura 2000-activiteit is de provincie bevoegd gezag voor dat onderdeel.

Hoe lang duurt een vergunningprocedure?

Bij de reguliere procedure acht weken, met eenmaal zes weken verlenging. Bij de uitgebreide procedure is de beslistermijn zes maanden, en bezwaar of beroep kan de doorlooptijd verder verlengen.

Lees ook: het omgevingsrecht en bezwaarprocedures.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.