Gepubliceerd op 19 augustus 2026 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Gaat uw wederpartij tijdens een lopende procedure failliet, dan wordt uw geding over een geldvordering van rechtswege geschorst en loopt de afwikkeling van uw vordering via de curator (artikel 29 Faillissementswet). Bij surseance van betaling en bij een WHOA-traject loopt uw procedure in beginsel gewoon door. Daar wordt niet het geding geraakt, maar uw mogelijkheid om daadwerkelijk verhaal te halen.
Hieronder leest u de hoofdregels voor procederen tegen een insolvente wederpartij, de belangrijkste uitzonderingen en welke stappen u het best direct kunt zetten.
Inhoudsopgave
Wat is de hoofdregel als uw wederpartij insolvent wordt?
De gevolgen verschillen per regime en hangen af van het precieze moment van de uitspraak. Bij faillissement staan liquidatie en de gelijkheid van schuldeisers voorop; de wet grijpt dan direct in lopende procedures in. Bij surseance loopt uw procedure in beginsel door en wordt vooral uw verhaal beperkt. Bij een WHOA-traject loopt de procedure ook door, maar kan een afkoelingsperiode uw verhaal tijdelijk stilleggen.
Controleer daarom eerst wat er precies is uitgesproken, op welke datum, en of een surseance of WHOA-traject inmiddels is omgeslagen naar faillissement. Die datum is later ook de peildatum voor verrekening, voor de pauliana en voor de vraag welke handelingen nog rechtsgeldig zijn. Uitspraken staan in het openbare Centraal Insolventieregister.
Wat gebeurt er met uw procedure bij faillissement?
Dat hangt af van uw rol in de procedure en van wat u vordert. Er zijn vier situaties.
| Situatie | Gevolg | Wetsartikel |
|---|---|---|
| U bent eiser en vordert betaling uit de boedel | Het geding wordt van rechtswege geschorst. U meldt uw vordering ter verificatie bij de curator. Alleen bij betwisting wordt het geding voortgezet, met degene die betwist als procespartij. | Artikelen 26 en 29 Fw |
| U bent eiser en vordert iets anders dan betaling (verklaring voor recht, ontbinding, afgifte van uw eigen zaken) | Het geding loopt in beginsel door. U kunt schorsing vragen om de curator op te roepen. Neemt de curator het niet over, dan werkt een veroordeling niet tegen de boedel. | Artikelen 25 lid 2 en 28 Fw |
| De gefailleerde is eiser | Geen automatische schorsing. U kunt als gedaagde schorsing vragen en de curator oproepen; reageert hij niet, dan kunt u ontslag van instantie vragen. | Artikel 27 Fw |
| De zaak stond al voor vonnis | De schorsingsregels gelden niet; de rechter wijst vonnis. Ook dat vonnis moet via de verificatie in de afwikkeling worden betrokken; zelfstandige executie tegen de boedel kan niet. | Artikelen 30 en 33 Fw |
Wat als het faillissement valt tussen vonnis en hoger beroep?
De Hoge Raad oordeelde op 18 december 2020 dat artikel 29 Fw ook kan gelden als het rechtsmiddel pas na de faillietverklaring wordt ingesteld tegen een uitspraak van daarvoor (ECLI:NL:HR:2020:2100). De schorsing gaat dan in op het moment dat het geding bij de rechter van het rechtsmiddel aanhangig is, bijvoorbeeld bij hoger beroep in een dagvaardingszaak op de dag van inschrijving op de rol. Dat het rechtsmiddel door de curator wordt ingesteld, betekent volgens de Hoge Raad niet zonder meer dat hij voor voortzetting kiest. Ook in hoger beroep loopt een betalingsvordering dus via de verificatie.
Hoe wordt uw vordering in faillissement vastgesteld?
Een nieuwe dagvaardingsprocedure tegen de failliete vennootschap over een vordering op de boedel is uitgesloten (artikel 26 Fw). U dient uw vordering met bewijsstukken in bij de curator (artikel 110 Fw). Blijft de curator of een medeschuldeiser de vordering betwisten, dan probeert de rechter-commissaris eerst een schikking en verwijst hij partijen daarna naar de renvooiprocedure (artikel 122 Fw). Was uw procedure al aanhangig en geschorst op grond van artikel 29 Fw, dan is geen nieuwe dagvaarding nodig: die procedure wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond.
Een inhoudelijke beoordeling is niet in elk faillissement verzekerd. Renvooi veronderstelt een verificatievergadering, en die komt er alleen als er voldoende actief is. Is op voorhand duidelijk dat concurrente schuldeisers niets zullen ontvangen, dan volgt een vereenvoudigde afwikkeling zonder verificatievergadering (artikel 137a Fw). Vraag de curator daarom naar de verwachte boedelomvang voordat u renvooi start. Verjarings- en vervaltermijnen die door het faillissement in het gedrang komen, worden zo nodig verlengd (artikel 36 Fw).
Wat gebeurt er met uw procedure bij surseance van betaling?
Uw procedure loopt door, maar uw verhaal op de schuldenaar wordt geblokkeerd. De surseance schorst lopende procedures niet en belet ook geen nieuwe (artikel 231 lid 1 Fw). Alleen bij een kale, door de schuldenaar erkende betalingsvordering, waarbij u geen belang heeft bij een vonnis tegen derden, kan de rechter de uitspraak aanhouden tot na de surseance (artikel 231 lid 2 Fw).
Wat er wel gebeurt:
- Verhaal geblokkeerd: de schuldenaar kan niet tot betaling worden gedwongen; executies blijven geschorst en beslagen vervallen (artikel 230 Fw), in beginsel voor concurrente vorderingen (artikelen 232 en 233 Fw).
- Preferente schuldeisers en separatisten: zij blijven in beginsel buiten die blokkade.
- Afkoelingsperiode: gelast de rechtbank die, dan kan ook hun positie tijdelijk worden beperkt (artikel 241a Fw).
- Akkoord: wordt een akkoord aangeboden, dan dient u uw vordering in bij de bewindvoerder (artikel 257 Fw). De rechter-commissaris, of anders de rechtbank, beslist bij betwisting of en voor welk bedrag u tot de stemming wordt toegelaten (artikel 267 Fw).
- Omslag naar faillissement: slaagt de sanering niet, dan kan de surseance overgaan in faillissement. Dan gaan de verificatie- en renvooiregels alsnog gelden.
Toelating tot de stemming is niet hetzelfde als een definitieve vaststelling van uw vordering. De surseance kent geen verificatie- en renvooiprocedure.
Doorprocederen tijdens surseance levert geen directe betaling op, maar kan zinvol zijn. U houdt uw bewijspositie actueel, verkrijgt een titel tegen borgen en medeschuldenaren, en staat sterker als de surseance eindigt of overgaat in faillissement.
Wat gebeurt er met uw procedure bij een WHOA-akkoord?
Steeds vaker volgt geen surseance, maar een akkoordtraject onder de Wet homologatie onderhands akkoord (artikel 369 en volgende Fw). Uw procedure loopt in beginsel door, maar de rechtbank kan een afkoelingsperiode gelasten. Dan kunt u zich alleen met machtiging van de rechter op het vermogen verhalen, kunnen beslagen worden opgeheven en wordt de behandeling van faillissements- en surseanceverzoeken geschorst (artikel 376 Fw).
Als schuldeiser is afwachten niet genoeg. Beoordeel actief:
- De klasse-indeling: in welke klasse valt uw vordering, en past die bij de aard en rang van uw vordering?
- De informatie: heeft u de gegevens gekregen om het akkoord te beoordelen, waaronder de waardering en de vergelijking met een faillissementsscenario?
- De stemming: is uw vordering juist meegeteld en is de uitslag in uw klasse goed vastgesteld?
- De homologatie: voldoet het akkoord aan de wettelijke eisen, ook voor de verdeling van waarde tussen klassen?
Wordt het akkoord gehomologeerd en valt uw vordering in een klasse waarop het ziet, dan bent u gebonden, ook als u tegenstemde. Breng bezwaren daarom tijdig in en beoordeel het voorstel zodra het beschikbaar is.
Welke wegen heeft u naast de boedel?
Loopt procederen tegen de insolvente partij dood, verken dan deze routes.
Wanneer kunt u verrekenen?
Bent u zelf ook iets verschuldigd aan uw wederpartij, dan is verrekening vaak de beste verhaalsmogelijkheid: zij hangt niet af van een uitkering uit de boedel. In faillissement mag u verrekenen als vordering en schuld beide vóór de faillietverklaring zijn ontstaan of voortvloeien uit handelingen die daarvoor met de gefailleerde zijn verricht (artikel 53 Fw). Wie een vordering of schuld te kwader trouw heeft overgenomen, mag niet verrekenen (artikel 54 Fw). Let ook op verpanding of cessie van de vordering aan een derde. Schort betaling niet zonder onderbouwing op, maar laat uw verrekeningspositie direct beoordelen.
Welke zekerheden kunt u inroepen?
| Recht | Wat het u geeft | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Eigendomsvoorbehoud | De zaak blijft van u tot volledige betaling; u kunt haar opeisen | U moet het voorbehoud kunnen aantonen en de zaak moet nog identificeerbaar aanwezig zijn |
| Recht van reclame | U kunt een geleverde, onbetaalde zaak terugvorderen (artikel 7:39 en volgende BW) | Korte vervaltermijnen; tijdig inroepen |
| Retentierecht | U mag afgifte van een zaak opschorten tot betaling | Geeft geen eigendom en niet zonder meer een separatistenpositie |
| Pand en hypotheek | U kunt als separatist uitwinnen, buiten de verificatie om (artikel 57 Fw) | Tijdens een afkoelingsperiode alleen met machtiging |
De afkoelingsperiode verschilt per regime: artikel 63a Fw in faillissement, artikel 241a Fw in surseance en artikel 376 Fw in de WHOA. Ga per zekerheidsrecht en per regime na of u nog kunt handelen.
Wat gebeurt er met lopende overeenkomsten?
De curator is niet zonder meer verplicht een lopende overeenkomst na te komen. U kunt hem een redelijke termijn stellen om zich uit te spreken (artikel 37 Fw). Hij kan nakoming weigeren of geen zekerheid stellen. Onderscheid daarbij:
- prestaties die u al heeft verricht: doorgaans een concurrente vordering, tenzij een voorrang geldt;
- toekomstige prestaties: de curator beslist of de overeenkomst wordt voortgezet;
- boedelvorderingen: verplichtingen die na de faillietverklaring op verzoek van de curator ontstaan, komen ten laste van de boedel;
- schade door niet-nakoming of beëindiging: de rang hangt af van de grondslag en het moment van ontstaan.
Kunt u derden aanspreken?
In beginsel wel. Een moedermaatschappij, borg, hoofdelijk medeschuldenaar, bankgarantie of kredietverzekeraar staat buiten het faillissement, de surseance of het WHOA-traject. Tegen hen kunt u gewoon (door)procederen.
Kunt u de bestuurder aansprakelijk stellen?
Alleen bij een eigen onrechtmatige gedraging van de bestuurder tegenover u (artikel 6:162 BW). Bestuurdersaansprakelijkheid is geen automatisch gevolg van een faillissement. De bekendste maatstaf komt uit het Beklamel-arrest (HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521): een bestuurder kan persoonlijk aansprakelijk zijn als hij namens de vennootschap een verplichting aanging terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de vennootschap niet, of niet binnen redelijke termijn, zou kunnen betalen en geen verhaal zou bieden. Ook selectieve betaling kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn.
Onderscheid dat van aansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 BW). Die vordering komt alleen de curator toe, net als de faillissementspauliana. Buiten faillissement kunt u als schuldeiser zelf een beroep doen op de pauliana van artikel 3:45 BW.
Wat geldt bij een turboliquidatie?
Verdwijnt uw wederpartij zonder faillissement door ontbinding zonder baten (artikel 2:19 lid 4 BW), dan gelden sinds 15 november 2023 extra verplichtingen onder de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie. Het bestuur moet binnen veertien dagen na de ontbinding een slotbalans en een beschrijving van de oorzaak van het ontbreken van baten deponeren bij het handelsregister, en onbetaalde schuldeisers daarover direct schriftelijk informeren (artikel 2:19b BW). Voldoet het bestuur daar niet aan, dan kunt u de kantonrechter machtiging vragen om de boeken in te zien (artikel 2:24 lid 4 BW). Niet-naleving kan ook leiden tot een civielrechtelijk bestuursverbod (artikel 2:19c BW). Blijken er alsnog baten, dan kunt u heropening van de vereffening verzoeken (artikel 2:23c BW).
Actualiteit: de regeling is tijdelijk. Op 12 augustus 2025 maakte de Rijksoverheid bekend dat de wet met twee jaar wordt verlengd (Rijksoverheid, 12 augustus 2025). Ga bij een concreet dossier na of de regeling op het moment van de ontbinding gold.
Wat geldt in grensoverschrijdende situaties?
Heeft uw wederpartij activa of schuldeisers in andere EU-lidstaten, of is de insolventieprocedure in een ander land uitgesproken, dan geldt in beginsel de Insolventieverordening, Verordening (EU) 2015/848. Die regelt onder meer de erkenning van procedures uit andere lidstaten, waar een hoofdprocedure kan worden geopend en de samenloop met secundaire procedures. Welke regels precies gelden, hangt af van de vestigingsplaats van uw wederpartij en de locatie van de activa, en vraagt een afzonderlijke beoordeling.
Hoe verhouden faillissement, surseance en WHOA zich tot elkaar?
| Aspect | Faillissement | Surseance van betaling | WHOA-akkoordtraject |
|---|---|---|---|
| Uw lopende procedure | Geschorst bij een betalingsvordering (artikel 29 Fw); loopt door bij andere vorderingen, met de mogelijkheid de curator op te roepen (artikelen 27 en 28 Fw) | Loopt in beginsel door; alleen bij een kale, erkende betalingsvordering kan de uitspraak worden aangehouden (artikel 231 Fw) | Loopt in beginsel door, tenzij de rechtbank een afkoelingsperiode gelast (artikel 376 Fw) |
| Verhaal en executie | Executies eindigen en beslagen vervallen (artikel 33 Fw) | Verhaal voor concurrente vorderingen geblokkeerd; executies geschorst, beslagen vervallen (artikel 230 Fw) | Tijdens een afkoelingsperiode alleen verhaal met machtiging (artikel 376 Fw) |
| Vaststelling van uw vordering | Verificatie en zo nodig renvooi (artikel 122 Fw), mits er voldoende actief is; anders vereenvoudigde afwikkeling (artikel 137a Fw) | Geen definitieve vaststelling; alleen toelating tot de stemming (artikel 267 Fw) | Geen verificatie; beoordeling via klasse-indeling, informatie en stemming |
| Zekerheden | Separatisten winnen uit buiten de verificatie om (artikel 57 Fw); beperkt tijdens afkoelingsperiode (artikel 63a Fw) | Grotendeels buiten schot, tenzij afkoelingsperiode (artikel 241a Fw) | Uitoefening kan tijdens afkoelingsperiode worden beperkt (artikel 376 Fw) |
| Mogelijke uitkomst | Uitdeling naar rang, vaak beperkt | Akkoord, einde surseance of omslag naar faillissement | Homologatie, bindend voor uw klasse, of afwijzing |
Welke stappen zet u in de eerste week na de uitspraak?
Leg zodra u van de insolventie hoort de volgende gegevens vast:
- de datum en het soort uitspraak (faillissement, surseance of WHOA), met het zaaknummer;
- de naam en contactgegevens van de curator, bewindvoerder of herstructureringsdeskundige;
- de aard en rang van uw vordering: concurrent, preferent of boedelvordering;
- de lopende termijnen in uw eigen procedure en in de insolventieprocedure, zoals indieningstermijnen en de homologatiezitting;
- bestaande beslagen en executies, en hun status na de uitspraak;
- zekerheden, garanties en medeschuldenaren;
- de mogelijkheid van verrekening;
- de verwachte kosten van voortzetting en de verwachte uitkering, zo mogelijk na navraag bij de curator of bewindvoerder.
Meld daarna uw vordering direct en volledig aan, met contract, facturen, correspondentie en processtukken. Inventariseer zekerheden, verrekening en aanspraken op derden voordat activa worden geliquideerd. Bepaal pas daarna of doorprocederen zinvol is.
Welke fouten worden in de praktijk vaak gemaakt?
- Ervan uitgaan dat de rol zichzelf regelt. Aanhouding of doorhaling gebeurt niet automatisch. Vraag dat bewust aan, afgestemd op het schorsingsregime en de fase van uw procedure.
- Renvooi starten zonder naar de boedel te vragen. Zonder voldoende actief komt er geen verificatievergadering, terwijl u de kosten wel maakt.
- Vertrouwen op een oud vonnis. Een titel van vóór het faillissement kunt u niet zelfstandig tegen de boedel executeren; beslagen vervallen en executies eindigen.
- Een rechtsmiddel instellen alsof er niets is gebeurd. Ook een hoger beroep na de faillietverklaring kan van rechtswege geschorst zijn (HR 18 december 2020).
- Toelating tot de stemming verwarren met vaststelling. Bij surseance wordt uw vordering niet definitief vastgesteld.
- Opschorten zonder onderbouwde verrekeningspositie. Verrekening is geen automatisme.
- Aannemen dat de bestuurder wel aansprakelijk is. Een faillissement levert op zichzelf geen bestuurdersaansprakelijkheid op.
- Wachten tot kort voor de homologatiezitting. Een bezwaar tegen een WHOA-akkoord vraagt voorbereiding.
Werk waar mogelijk vooraf met eigendomsvoorbehoud, concerngaranties, zekerheden en kredietverzekering. Houd er rekening mee dat een beding dat de overeenkomst bij insolventie beëindigt, in een WHOA-traject niet zonder meer werkt. Volg uw debiteuren via het handelsregister en het Centraal Insolventieregister.
Wat kunnen wij doen als uw wederpartij insolvent is?
Meer hierover leest u op onze pagina insolventierecht advocaat.
- Vaststellen welk regime geldt en wat dat betekent voor uw lopende procedure (artikelen 26 tot en met 30 Fw).
- Uw vordering met bewijsstukken aanmelden en zo nodig de renvooiprocedure voeren (artikel 122 Fw).
- Uw verrekeningspositie en zekerheden beoordelen, zoals eigendomsvoorbehoud, recht van reclame en pand of hypotheek.
- Een WHOA-akkoord beoordelen op klasse-indeling, informatie en stemming, en tijdig bezwaar inbrengen tegen homologatie.
- Aanspraken op derden en op de bestuurder onderzoeken (artikel 6:162 BW).
Insolventie van de wederpartij in vijf punten
- Bij faillissement wordt een lopende betalingsvordering geschorst; u meldt zich bij de curator ter verificatie (artikelen 26 en 29 Fw).
- Dat geldt ook als het faillissement valt tussen vonnis en hoger beroep (HR 18 december 2020).
- Bij surseance en WHOA loopt uw procedure in beginsel door, maar wordt uw verhaal beperkt of tijdelijk stilgelegd.
- Verrekening, zekerheden en aanspraken op derden zoals een borg blijven vaak bruikbaar.
- Een bestuurder is alleen persoonlijk aansprakelijk bij een eigen onrechtmatige gedraging, zoals in Beklamel (HR 6 oktober 1989); de vordering wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur komt de curator toe.
Heb ik nog iets aan een vonnis van vóór het faillissement?
Niet rechtstreeks tegen de boedel: lopende executies eindigen en beslagen vervallen (artikel 33 Fw). Het vonnis blijft wel bruikbaar bij de verificatie en tegen derden, zoals een borg of medeschuldenaar.
Ben ik gebonden aan een gehomologeerd WHOA-akkoord als ik tegenstemde?
Ja, als uw vordering valt in een klasse waarop het akkoord ziet en het akkoord is gehomologeerd. Ga daarom vooraf na of en hoe uw vordering in het akkoord is betrokken.
Wat als de curator mijn vordering erkent?
Dan komt uw vordering op de lijst van erkende vorderingen en deelt u mee in een eventuele uitkering, naar de rang van uw vordering. Een geschorste procedure hoeft dan niet te worden voortgezet. Of er daadwerkelijk iets wordt uitgekeerd, hangt af van de omvang van de boedel.
Vindplaatsen
Faillissementswet: artikelen 25 tot en met 30, 33, 36, 37, 53, 54, 57, 63a, 110, 122, 137a, 230 tot en met 233, 241a, 257, 267, 369 en volgende, en 376.
Burgerlijk Wetboek Boek 2: artikelen 2:19 lid 4, 2:19b, 2:19c, 2:23c, 2:24 lid 4 en 2:248; daarnaast artikelen 3:45, 6:162 en 7:39 en volgende BW.
Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie, in werking sinds 15 november 2023. Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.