Gepubliceerd op 30 augustus 2026 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Weigert of trekt een bestuursorgaan uw vergunning in op grond van de Wet Bibob, dan kunt u zich daartegen verweren: eerst met een zienswijze op het voornemen, daarna met bezwaar en beroep. De belangrijkste kanttekening is dat een bezwaar het besluit niet schorst en dat de beste kansen vaak liggen vóór het besluit, in de zienswijzefase. Hieronder leest u het juridisch kader naar Nederlands recht, stap voor stap.
Meestal begint het met een Bibob-vragenformulier bij uw aanvraag. Soms volgt later een brief waarin het bestuursorgaan meldt dat het van plan is uw vergunning te weigeren of in te trekken. Vanaf dat moment lopen er termijnen en telt elk stuk dat u aanlevert.
Welke feiten in uw geval doorslaggevend zijn, hangt af van uw financiering, de zeggenschap in uw onderneming en de personen die bij de onderneming betrokken zijn.
Inhoudsopgave
Waar toetst het bestuursorgaan op?
Het bestuursorgaan beoordeelt of er gevaar bestaat dat de vergunning wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen of om geld uit strafbare feiten te benutten. Volgens artikel 3 lid 1 van de Wet Bibob mag het bestuursorgaan weigeren of intrekken bij ernstig gevaar. Bij een mindere mate van gevaar kan het volgens artikel 3 lid 7 ook voorschriften aan de vergunning verbinden. Er is dus geen veroordeling nodig en geen bewijs in strafrechtelijke zin. Het bestuursorgaan mag zijn oordeel baseren op vermoedens, op feiten rond personen met wie u zakelijk verbonden bent en op onduidelijke geldstromen in uw financiering.
Dat maakt de procedure ongemakkelijk, maar ook aanvechtbaar. Volgens artikel 3 lid 2 en 3 moet het bestuursorgaan onder meer letten op de ernst van het vermoeden, de aard van de relatie met de strafbare feiten en de omvang daarvan. Op bijna elke schakel valt dus iets aan te merken, als u op tijd reageert.
Op welke vier momenten kunt u ingrijpen?
U kunt bij het vragenformulier, tijdens het onderzoek, bij een advies van het Landelijk Bureau Bibob en bij het voornemen tot weigering invloed uitoefenen. Het overzicht hieronder laat zien wat u per moment kunt doen.
| Moment | Wat er speelt | Wat u kunt doen |
|---|---|---|
| Het vragenformulier | Het bestuursorgaan verzamelt informatie over u, uw financiers en uw zakelijke omgeving | Volledig en zorgvuldig invullen; ontbrekende gegevens kunnen ertoe leiden dat uw aanvraag niet wordt behandeld of wordt geweigerd |
| Het eigen onderzoek van het bestuursorgaan | Toetsing van financiering, zeggenschap en betrokken personen | Onduidelijke posten uit uzelf toelichten en onderbouwen met stukken |
| Het advies van het Landelijk Bureau Bibob | Zwaardere toets, met toegang tot meer gegevens dan het bestuursorgaan zelf heeft, zoals politie- en justitiegegevens; het Bureau is geregeld in artikel 8 en het advies in artikel 9 Wet Bibob | Laat u vanaf dit moment bijstaan door een advocaat |
| Het voornemen tot weigering of intrekking | Het bestuursorgaan kondigt zijn besluit aan | Zienswijze indienen volgens artikel 4:8 Awb, na inzage in het advies |
Vraagt het Landelijk Bureau Bibob tijdens zijn onderzoek om aanvullende gegevens en weigert u die te geven? Dan geldt die weigering volgens artikel 4 lid 2 van de Wet Bibob als ernstig gevaar. Meewerken is dus vrijwel altijd verstandiger dan zwijgen.
Waarom is de zienswijze zo belangrijk?
In de zienswijze kunt u het besluit nog beïnvloeden voordat het er ligt. Wie hier volstaat met een korte reactie, procedeert daarna tegen een besluit dat al is uitgeschreven. Een volledige zienswijze met stukken kan ervoor zorgen dat het bestuursorgaan van weigering afziet of kiest voor voorschriften.
Heeft u recht op inzage in het Bibob-advies?
Ja. Als het bestuursorgaan van plan is een negatief besluit te nemen, krijgt u een kopie van het Bibob-advies. Dat volgt uit artikel 28 lid 3 in samenhang met artikel 33 lid 1 en 2 van de Wet Bibob. Het bestuursorgaan mag gegevens uit het advies alleen delen voor zover dat nodig is om het besluit te motiveren. Voor u en iedereen die het advies ontvangt, geldt daarna een strenge geheimhoudingsplicht volgens artikel 28. Het uitgangspunt blijft dat u moet kunnen weten waarop het oordeel over u berust.
Vraag om het advies als u het niet uit uzelf ontvangt, en doe dat schriftelijk. Zonder het advies verweert u zich tegen een samenvatting die het bestuursorgaan zelf heeft gemaakt. Met het advies ziet u waar de feiten dun zijn, welke conclusies op aannames rusten en welke gegevens verouderd zijn.
Welke verweren kunnen een weigering laten stuklopen?
Vier verweren liggen voor de hand. De eerste twee gaan over de feiten zelf, de laatste twee over de afweging en de onderbouwing.
Het zakelijk verband ontbreekt. De tegengeworpen feiten moeten in relatie staan tot de aangevraagde activiteit en tot u. Volgens artikel 3 lid 4 Wet Bibob gaat het om strafbare feiten die u zelf pleegde, of om feiten van een ander met wie u op een in de wet omschreven manier verbonden bent, bijvoorbeeld via leiding of zeggenschap. Alleen familie zijn van iemand met een strafrechtelijk verleden is daarvoor niet genoeg.
De feiten zijn te oud of te licht. Hoe verder feiten in het verleden liggen en hoe minder ernstig ze zijn, hoe zwaarder het bestuursorgaan moet motiveren waarom er nu nog gevaar is.
De maatregel is niet evenredig. Weigering of intrekking is een ingrijpende maatregel. Het bestuursorgaan moet afwegen of een minder vergaand middel volstaat, bijvoorbeeld voorschriften of een kortere looptijd. Sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285) kan de toets aan artikel 3:4 lid 2 Awb bestaan uit drie vragen: is het besluit geschikt, is het noodzakelijk en is het evenwichtig? Daarmee is evenredigheid een reëel verweer geworden en geen formaliteit.
De financiering is wel te verklaren. Veel dossiers draaien om een lening waarvan de herkomst niet is onderbouwd. Dat is vaak op te lossen met bankafschriften, een schriftelijke leningsovereenkomst en een verklaring van de geldverstrekker. Lever die stukken wel aan voordat het besluit valt.
Hoe gaan bezwaar en beroep in zijn werk?
Valt het besluit toch, dan volgt u de gewone bestuursrechtelijke route. U dient binnen zes weken bezwaar in bij het bestuursorgaan, volgens artikel 6:7 Awb. Daarna staat beroep open bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Let op twee praktische punten. Ten eerste: een pro-formabezwaar binnen de termijn beschermt uw rechten; de gronden kunt u later aanvullen. Wie de termijn laat verlopen omdat het dossier nog niet compleet is, krijgt meestal geen inhoudelijke behandeling meer. Ten tweede: een bezwaar schorst de werking van het besluit niet. Moet uw zaak open blijven, vraag dan tegelijk een voorlopige voorziening aan bij de voorzieningenrechter.
Wat kunnen wij voor u doen bij een Bibob-weigering?
Onze bestuursrechtadvocaten staan ondernemers bij vanaf het Bibob-vragenformulier tot en met de procedure bij de rechter.
- Wij controleren het Bibob-vragenformulier en de bijlagen voordat u ze indient.
- Wij vragen schriftelijk een kopie van het Bibob-advies op en lezen na waar de feiten dun, verouderd of op aannames gebaseerd zijn.
- Wij stellen de zienswijze op het voornemen op (artikel 4:8 Awb), met stukken over uw financiering en zeggenschap.
- Wij toetsen of weigering of intrekking evenredig is (artikel 3:4 lid 2 Awb) en of voorschriften volstaan.
- Wij dienen binnen zes weken bezwaar in en vragen zo nodig tegelijk een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter.
Samengevat
- Een Bibob-weigering vraagt geen strafrechtelijke veroordeling; het gaat om de mate van gevaar volgens artikel 3 Wet Bibob.
- Vul het vragenformulier volledig in en werk mee aan verzoeken om aanvullende gegevens.
- Bij een voorgenomen negatief besluit krijgt u een kopie van het advies; lees het goed voordat u uw zienswijze schrijft.
- Sterke verweren zijn het ontbreken van zakelijk verband, oude of lichte feiten, gebrek aan evenredigheid en een verklaarbare financiering.
- Maak binnen zes weken bezwaar en vraag zo nodig een voorlopige voorziening, want bezwaar schorst het besluit niet.
Veelgestelde vragen
Moet ik een Bibob-vragenformulier invullen?
Ja, en volledig. Ontbreken gegevens, dan kan het bestuursorgaan uw aanvraag buiten behandeling laten (artikel 4:5 Awb). Weigert u aanvullende gegevens te geven aan het Landelijk Bureau Bibob, dan geldt dat volgens artikel 4 lid 2 Wet Bibob als ernstig gevaar.
Kan een strafrechtelijk verleden van een familielid meetellen?
Alleen als die persoon op een in de wet omschreven manier met u of uw onderneming verbonden is, bijvoorbeeld via leiding of zeggenschap. De tegengeworpen feiten moeten in relatie staan tot de aangevraagde activiteit en tot u. Familie zijn alleen is geen grond.
Krijg ik het Bibob-advies te zien?
Ja, bij een voorgenomen negatief besluit krijgt u een kopie, volgens artikel 28 lid 3 in samenhang met artikel 33 Wet Bibob. U moet de inhoud daarna geheimhouden. Ontvangt u het advies niet, vraag er dan schriftelijk om.
Blijft mijn zaak open tijdens bezwaar?
Niet vanzelf. Bezwaar schorst de werking van het besluit niet. Moet uw zaak open blijven, vraag dan tegelijk een voorlopige voorziening aan bij de voorzieningenrechter.
Wat is uw volgende stap?
Ontvangt u een Bibob-vragenformulier of een voornemen tot weigering, laat de stukken dan beoordelen voordat u uw zienswijze indient. In die fase is de meeste winst te behalen.