B.V. in oprichting: aansprakelijkheid, bekrachtiging en inschrijving

Modern Nederlands advocatenkantoor met notariële akte en vulpen op bureau, stadssilhouet zichtbaar door vloer-tot-plafond ramen tijdens het gouden uur — ter illustratie van de oprichting van een B.V. in Nederland.

Gepubliceerd op 5 maart 2026 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Wie handelt namens een B.V. in oprichting, is persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk totdat de opgerichte vennootschap de rechtshandeling bekrachtigt (artikel 2:203 BW). Die aansprakelijkheid valt alleen weg als dat uitdrukkelijk met de wederpartij is afgesproken, en ook na bekrachtiging blijft u aansprakelijk als u wist of behoorde te weten dat de B.V. haar verplichtingen niet zou nakomen.

Daarna volgt een tweede risicofase: tot de inschrijving in het handelsregister zijn de bestuurders naast de B.V. hoofdelijk aansprakelijk (artikel 2:180 BW). Hieronder leest u hoe beide regimes werken, hoe u bekrachtigt en waar wederpartijen op letten.

Twee fasen, twee aansprakelijkheidsregels

FaseStatus van de B.V.Wie is aansprakelijkHoe eindigt dat
Vóór de notariële akteBestaat nog niet; geen rechtspersoonlijkheidIedereen die namens de B.V. i.o. handelde, hoofdelijk (art. 2:203 lid 2 BW)Door bekrachtiging na oprichting, of door een uitdrukkelijk uitsluitingsbeding
Na bekrachtigingB.V. is gebondenHandelende personen alleen als zij wisten of behoorden te weten dat de B.V. niet zou nakomen (art. 2:203 lid 3 BW)Vermoeden van wetenschap bij faillissement binnen een jaar na oprichting
Na de akte, vóór inschrijvingBestaat, maar staat nog niet in het handelsregisterIedere bestuurder naast de B.V., hoofdelijk (art. 2:180 BW)Door inschrijving in het handelsregister

Een B.V. in oprichting bestaat juridisch nog niet

De B.V. ontstaat pas als de notaris de akte van oprichting passeert (artikel 2:175 BW). Tot dat moment kan zij geen rechten en plichten hebben. In de statuten staan in elk geval de naam, de zetel en het doel (artikel 2:177 BW).

Sinds de invoering van de flex-BV op 1 oktober 2012 is er geen minimumkapitaal meer, en hoeven de statuten geen maatschappelijk kapitaal te vermelden. Wel moet bij oprichting ten minste één aandeel met stemrecht worden geplaatst bij een ander dan de vennootschap. Het nominale bedrag moet worden gestort, tenzij is afgesproken dat dat later gebeurt (artikel 2:191 BW).

In de tussentijd kunt u wel al contracten sluiten, een pand huren of personeel werven. Vermeld dan steeds de beoogde naam met de toevoeging “in oprichting” of “i.o.”. Ontbreekt die, dan kan de wederpartij stellen dat zij met u in privé contracteerde; dan valt er niets te bekrachtigen.

Bekrachtiging: hoe de B.V. de handeling overneemt

Een rechtshandeling namens een op te richten B.V. bindt de vennootschap pas als zij die na de oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt (artikel 2:203 lid 1 BW).

  • Uitdrukkelijk: een schriftelijke verklaring van de opgerichte B.V. aan de wederpartij dat zij de overeenkomst overneemt.
  • Stilzwijgend: gedrag waaruit de bekrachtiging blijkt, zoals het betalen van facturen uit de i.o.-fase of het in gebruik nemen van een gehuurd pand.

Stilzwijgende bekrachtiging leidt vaak tot bewijsdiscussie. Een interne bestuursnotitie die de wederpartij nooit heeft bereikt, is een zwak bewijsmiddel. Stuur daarom direct na de oprichting een schriftelijke bekrachtiging per overeenkomst, en bewaar het verzendbewijs.

Wat als een andere B.V. wordt opgericht dan bedoeld?

Bekrachtiging veronderstelt dat de opgerichte B.V. de vennootschap is waarvoor werd gehandeld. Wijkt de opgerichte vennootschap wezenlijk af, bijvoorbeeld een holding in plaats van de beoogde werkmaatschappij, dan kan de wederpartij betwisten dat er geldig is bekrachtigd. Rechters kijken daarbij naar naam, doel, aandeelhouders en bestuur. Slaagt die betwisting, dan blijft de handelende persoon aansprakelijk.

Aansprakelijk blijven ondanks bekrachtiging

Bekrachtiging is geen vrijbrief. Volgens artikel 2:203 lid 3 BW blijft de handelende persoon hoofdelijk aansprakelijk als de B.V. niet nakomt en hij wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat zij dat niet zou kunnen. Gaat de B.V. binnen een jaar na oprichting failliet, dan wordt die wetenschap vermoed; de handelende persoon moet dan het tegendeel bewijzen.

Een voorbeeld ter illustratie: een oprichter huurt namens de B.V. i.o. een bedrijfspand voor vijf jaar, terwijl de financiering van de onderneming nog niet rond is. De B.V. bekrachtigt de huur, maar gaat na zeven maanden failliet. De verhuurder kan de oprichter dan aanspreken, en het is aan de oprichter om aan te tonen dat hij het onvermogen niet kon voorzien.

Wordt de B.V. nooit opgericht, dan valt er niets te bekrachtigen. De handelende personen blijven dan hoofdelijk aansprakelijk voor alle verplichtingen uit de i.o.-fase.

Na de akte: hoofdelijk tot de inschrijving

Zodra de akte is gepasseerd, moet de B.V. worden ingeschreven in het handelsregister. Zolang dat niet is gebeurd, is iedere bestuurder naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke rechtshandeling waardoor hij de vennootschap in die periode verbindt (artikel 2:180 BW). Of de wederpartij wist dat de inschrijving ontbrak, maakt daarvoor niet uit. In de praktijk regelt de notaris de inschrijving vaak direct na het passeren; controleer of dat ook is gebeurd.

Aansprakelijkheid contractueel uitsluiten

Artikel 2:203 lid 2 BW laat toe dat partijen de hoofdelijke aansprakelijkheid van de handelende persoon uitsluiten, mits dat uitdrukkelijk is bedongen. Een algemene verwijzing naar de i.o.-status of een standaard exoneratieclausule is daarvoor te mager. Schrijf uit dat de wederpartij afziet van het recht om de handelende persoon aan te spreken, ook als de B.V. niet wordt opgericht of niet bekrachtigt.

Of zo’n beding ook bescherming biedt tegen aansprakelijkheid na bekrachtiging (artikel 2:203 lid 3 BW), is minder zeker. Ga er niet van uit dat het beding u beschermt als u het onvermogen van de B.V. kon voorzien.

Het risico voor de wederpartij

Voor leveranciers, verhuurders en dienstverleners zijn er drie risico’s: de oprichting gaat niet door, er wordt een andere B.V. opgericht dan verwacht, of de B.V. bekrachtigt en blijkt onvoldoende vermogen te hebben. In het eerste geval heeft u alleen de handelende persoon, wiens privévermogen mogelijk niet toereikend is voor de contractuele verplichtingen. Vraag daarom zo nodig om aanvullende zekerheid, en doe vooraf een vorm van due diligence naar de oprichters en de financiering.

Bij bekrachtiging van onbevoegd verrichte rechtshandelingen in het algemeen kan de wederpartij de bekrachtigende partij een redelijke termijn stellen om zich uit te spreken (artikel 3:69 BW). Een vergelijkbare aanpak werkt in de praktijk ook bij een B.V. i.o.: vraag na de beoogde oprichtingsdatum schriftelijk of de B.V. de overeenkomst overneemt.

Controlelijst voor de oprichter

  • Vermeld op elk contract, elke offerte en elke factuur de naam met “i.o.”.
  • Neem in contracten een bekrachtigingsclausule op en, als u dat wilt, een uitdrukkelijke uitsluiting van persoonlijke aansprakelijkheid.
  • Laat de B.V. direct na de oprichting schriftelijk bekrachtigen, per overeenkomst.
  • Controleer dat de B.V. in het handelsregister staat.
  • Ga geen langlopende verplichtingen aan voordat de financiering vaststaat; zie ook ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid.

Controlelijst voor de wederpartij

  • Controleer na de beoogde oprichtingsdatum in het handelsregister of de B.V. is opgericht en ingeschreven.
  • Vraag om een schriftelijke bekrachtiging door het bestuur van de opgerichte B.V.
  • Ga na of de opgerichte B.V. dezelfde is als de B.V. waarvoor werd gecontracteerd.
  • Stem niet zonder meer in met een beding dat de oprichter persoonlijk vrijwaart; de oprichter is mogelijk uw enige verhaal.

Onze rol bij een B.V. in oprichting

Vanuit onze praktijk ondernemingsrecht doen wij onder meer het volgende:

  • pre-incorporatieovereenkomsten opstellen met een bekrachtigingsclausule;
  • de bekrachtigingsverklaring opstellen die de B.V. na de oprichting aan de wederpartij stuurt;
  • beoordelen of een bekrachtiging geldig is, ook als de opgerichte B.V. afwijkt;
  • oprichters verdedigen of wederpartijen bijstaan bij aansprakelijkheid op grond van de artikelen 2:203 en 2:180 BW.

Veelgestelde vragen

Wat moet ik vermelden op contracten en facturen?

De volledige beoogde naam, gevolgd door “in oprichting” of “i.o.”. Zonder die toevoeging kan de wederpartij stellen dat zij met u in privé contracteerde, zodat bekrachtiging door de B.V. niet mogelijk is. U wordt dan zelf de contractspartij en vaak de hoofdelijk aansprakelijke partij.

Moet bekrachtiging schriftelijk?

Nee, de wet staat ook stilzwijgende bekrachtiging toe. Maar een schriftelijke verklaring aan de wederpartij voorkomt discussie over de vraag of en wanneer er is bekrachtigd.

Kan ik met meerdere oprichters de aansprakelijkheid verdelen?

Tegenover de wederpartij niet: iedere handelende persoon is hoofdelijk verbonden voor het geheel. Onderling kunt u wel afspreken wie welk deel draagt, bijvoorbeeld in een oprichtersovereenkomst.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.