Internationale adoptie: regels, verblijf van het kind en de afbouw tot 2030

Klein kinderschoentje naast een opgevouwen dekentje in een babykamer

Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026

Wie in Nederland een kind uit het buitenland wil adopteren, heeft een beginseltoestemming van de minister van Justitie en Veiligheid nodig volgens de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka), en de adoptie verloopt via een vergunninghouder en meestal volgens het Haags Adoptieverdrag van 1993. Belangrijke kanttekening: het kabinet heeft in december 2024 besloten interlandelijke adoptie in zes jaar af te bouwen; vergunninghouders kunnen tot 1 mei 2030 nog matchingsvoorstellen doen.

Voor het adoptiekind zijn daarna twee vragen van belang: wordt de buitenlandse adoptie in Nederland erkend, en welk verblijfsrecht en welke nationaliteit krijgt het kind? Dit artikel behandelt beide.

Een diverse familie die een kind liefdevol omarmt in een lichte, moderne woonkamer met een wereldkaart op de achtergrond.

Wat is interlandelijke adoptie?

Bij interlandelijke adoptie neemt een gezin in Nederland een kind op dat in een ander land woont, met het doel het te adopteren. Daarbij wordt in de regel de juridische band met de oorspronkelijke ouders verbroken.

Het Haags Adoptieverdrag stelt het belang van het kind voorop. Volgens het subsidiariteitsbeginsel mag een kind pas naar het buitenland worden geadopteerd als in het eigen land geen passende oplossing te vinden is. De Centrale autoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid ziet in Nederland toe op de uitvoering. Meer over de achtergrond leest u in ons artikel over internationaal familierecht.

Hoe verloopt de procedure onder de Wobka?

U begint met een aanvraag voor beginseltoestemming. Pas met die toestemming mag een vergunninghouder voor u bemiddelen bij een kind uit het buitenland.

Een gelukkig gezin met een kind van een andere afkomst in een lichte woonkamer, met documenten en een wereldkaart op de achtergrond.
  1. Aanmelding en verplichte voorlichting over adoptie.
  2. Geschiktheidsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, die de minister adviseert.
  3. Besluit over de beginseltoestemming; tegen een weigering kunt u bezwaar en beroep instellen.
  4. Bemiddeling door een vergunninghouder en een matchingsvoorstel, dat de Centrale autoriteit toetst.
  5. Adoptie in het herkomstland, of opneming van het kind in Nederland gevolgd door adoptie door de Nederlandse rechter.

De Wobka stelt leeftijdsgrenzen. De minister wijst het verzoek om beginseltoestemming af als een van de aspirant-adoptiefouders bij de indiening 42 jaar of ouder is, of als het leeftijdsverschil met het kind naar verwachting meer dan 40 jaar bedraagt, tenzij bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen (artikel 5 leden 5 en 6 Wobka). Een kind zonder beginseltoestemming opnemen om het te adopteren, is in strijd met de wet.

Wordt een buitenlandse adoptie in Nederland erkend?

Een adoptie uit een land dat partij is bij het Haags Adoptieverdrag wordt van rechtswege erkend als de bevoegde autoriteit verklaart dat zij volgens het verdrag tot stand is gekomen. Voor andere landen gelden de regels over adoptie in Boek 10 BW.

Bij een niet-verdragsland toetst Nederland onder meer of de adoptie is uitgesproken door een bevoegde autoriteit, of de oorspronkelijke ouders behoorlijk zijn gehoord en of erkenning niet in strijd is met de openbare orde. De burgerlijke stand of, bij twijfel, de rechter beoordeelt dat.

Sommige landen kennen een zogenoemde zwakke adoptie, waarbij de band met de oorspronkelijke ouders blijft bestaan. Zo’n adoptie kan de Nederlandse rechter op verzoek omzetten in een volledige adoptie naar Nederlands recht (artikel 10:111 BW). Voor die procedure is een advocaat nodig.

Welke verblijfsvergunning heeft het adoptiekind nodig?

Een adoptiekind dat geen Nederlander is, heeft een verblijfsvergunning nodig voor verblijf als adoptie- of pleegkind. Meestal vraagt u voor de reis eerst een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan bij de IND.

Een groep mensen in een kantoor waar een juridisch adviseur documenten bespreekt met een internationaal adoptiegezin.

Daarvoor moet u onder meer de beginseltoestemming en de adoptie- of afstandsstukken uit het herkomstland overleggen. Buitenlandse documenten moeten vaak gelegaliseerd of van een apostille voorzien zijn en worden vertaald door een beëdigd vertaler. Na aankomst schrijft u het kind in bij de gemeente in de Basisregistratie Personen (BRP).

Wordt het adoptiekind Nederlander?

Ja, als een minderjarig kind wordt geadopteerd door een Nederlander en de adoptie door de Nederlandse rechter is uitgesproken of in Nederland wordt erkend, onder de voorwaarden van artikel 5 Rijkswet op het Nederlanderschap. Het kind heeft dan geen verblijfsvergunning meer nodig.

Of het kind zijn oorspronkelijke nationaliteit behoudt, hangt af van het recht van het herkomstland. Nederland staat dubbele nationaliteit in deze situatie toe. Na verkrijging van het Nederlanderschap kunt u een Nederlands paspoort aanvragen.

Wat zijn de rechtsgevolgen van de adoptie?

Een volledige of erkende adoptie maakt het kind juridisch kind van de adoptiefouders, met erfrecht, onderhoudsplicht en ouderlijk gezag (artikel 1:229 BW). De familierechtelijke banden met de oorspronkelijke ouders vervallen.

Een adoptie is niet definitief onaantastbaar. Het geadopteerde kind kan binnen twee jaar na het bereiken van de meerderjarigheid de rechter vragen de adoptie te herroepen, als dat kennelijk in zijn belang is en de rechter het verzoek redelijk vindt (artikel 1:231 BW). Meer over adoptie van een minderjarige leest u in ons artikel over minderjarige adoptie.

Wat betekent de afbouw van interlandelijke adoptie?

Op 9 december 2024 heeft het kabinet besloten interlandelijke adoptie in zes jaar af te bouwen. Dit volgt op het rapport van de Commissie onderzoek interlandelijke adoptie (commissie-Joustra) uit 2021 en een motie van de Tweede Kamer van 16 april 2024.

  • Lopende procedures kunnen tijdens de afbouw worden voortgezet; vooral voor wie aan het begin staat, is de kans op een adoptie zeer klein.
  • Vergunninghouders kunnen hun vergunning eenmaal met vijf jaar verlengen en tot 1 mei 2030 matchingsvoorstellen indienen.
  • De Wobka wordt vervangen door nieuwe regelgeving, die uiterlijk aan het einde van de afbouw in werking treedt. Adoptiedossiers gaan naar het Nationaal Archief.
  • De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het ministerie houden toezicht; nazorg voor geadopteerden en adoptiefouders blijft bestaan.

Zolang de Wobka niet is gewijzigd, kan juridisch nog een aanvraag worden ingediend. Nieuwe aanvragers krijgen echter een brief dat een procedure geen garantie op een adoptie geeft. Adoptie van een kind dat al in Nederland woont, bijvoorbeeld door een stiefouder of pleegouder, blijft mogelijk.

Waar let u op als aspirant-adoptiefouder?

  • Controleer of uw beginseltoestemming nog geldig is en tot wanneer.
  • Ga na of het herkomstland partij is bij het Haags Adoptieverdrag.
  • Laat alle buitenlandse stukken legaliseren en vertalen voordat u bij de IND aanvraagt.
  • Laat een zwakke adoptie tijdig omzetten, zodat het kind een volledige rechtspositie krijgt.

Wat kunnen wij voor u doen bij internationale adoptie?

  • Beoordelen of een buitenlandse adoptie in Nederland wordt erkend.
  • Het verzoek tot omzetting van een zwakke adoptie of tot adoptie bij de rechtbank indienen.
  • Bezwaar en beroep instellen tegen een weigering van beginseltoestemming of van een verblijfsvergunning.
  • Advies over nationaliteit en verblijf van het adoptiekind.
  • Begeleiding door onze familierecht advocaat bij de gehele procedure.

Samengevat

  • Internationale adoptie vraagt een beginseltoestemming volgens de Wobka en bemiddeling door een vergunninghouder.
  • Een verdragsadoptie wordt van rechtswege erkend; voor andere landen gelden de regels van Boek 10 BW.
  • Het kind wordt Nederlander bij adoptie door een Nederlander (artikel 5 RWN); anders is een verblijfsvergunning nodig.
  • Interlandelijke adoptie wordt afgebouwd; matchingsvoorstellen zijn mogelijk tot 1 mei 2030.

Veelgestelde vragen

Kan ik nu nog een interlandelijke adoptie starten?

Juridisch is een aanvraag nog mogelijk zolang de Wobka geldt, maar de overheid ontmoedigt nieuwe procedures. De kans dat een nieuwe procedure vóór 1 mei 2030 tot een match leidt, is zeer klein.

Wie beoordeelt of wij geschikt zijn als adoptiefouders?

De Raad voor de Kinderbescherming doet het geschiktheidsonderzoek en adviseert de minister. De minister beslist over de beginseltoestemming.

Heeft een adoptiekind altijd een verblijfsvergunning nodig?

Nee. Wordt het kind door de adoptie Nederlander, dan is geen vergunning nodig. Tot die tijd, bijvoorbeeld als de adoptie nog in Nederland moet worden uitgesproken, wel.

Kan een adoptie worden teruggedraaid?

Alleen op verzoek van het geadopteerde kind, binnen twee jaar na zijn meerderjarigheid, en als herroeping kennelijk in zijn belang is (artikel 1:231 BW).

Lees ook: adoptie in Nederland.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.