Lege verhoorkamer met een tafel en twee stoelen

Advocaat drugszaak

Lege verhoorkamer met een tafel en twee stoelen

Wie als verdachte in een drugszaak te maken krijgt met de politie, het Openbaar Ministerie of een burgemeester die een pand wil sluiten, komt terecht in een samenstel van regels dat snel ingewikkeld wordt: de Opiumwet, het Wetboek van Strafvordering en bestuursrechtelijke bevoegdheden lopen door elkaar. Een advocaat beoordeelt of de aanhouding, de doorzoeking en de inbeslagname rechtmatig zijn verlopen, bewaakt het zwijgrecht en de verhoorbijstand, en voert waar nodig verweer tegen zowel de strafzaak als een eventuele sluiting van een woning of bedrijfspand. Neem bij voorkeur al voor of direct na een verhoor contact op, omdat verklaringen die in dat stadium worden afgelegd vaak bepalend zijn voor het verdere verloop van de zaak.

Het onderscheid tussen lijst I en lijst II

De Opiumwet werkt met twee lijsten die bij de wet horen. Lijst I bevat middelen die als een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid worden aangemerkt, de zogenoemde harddrugs. Lijst II bevat de overige middelen, waaronder cannabisproducten. Artikel 2 Opiumwet verbiedt een reeks handelingen met een middel van lijst I, artikel 3 Opiumwet verbiedt vergelijkbare handelingen met een middel van lijst II. Het gaat in beide artikelen om: het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren, het aanwezig hebben, en het vervaardigen van het betreffende middel. Welke lijst van toepassing is, bepaalt mede hoe zwaar een gedraging wordt aangemerkt en welke strafbepaling van toepassing is.

Welke gedragingen zijn strafbaar

Overtreding van het verbod van artikel 2 Opiumwet is strafbaar gesteld in artikel 10 Opiumwet, overtreding van het verbod van artikel 3 Opiumwet in artikel 11 Opiumwet. Beide artikelen maken onderscheid tussen de verschillende gedragingen uit artikel 2 respectievelijk artikel 3, zodat bijvoorbeeld het enkel aanwezig hebben van een middel anders wordt beoordeeld dan het vervaardigen, verkopen of over de grens brengen ervan.

Daarnaast is een eerder stadium strafbaar. Artikel 11a Opiumwet stelt voorbereidingshandelingen strafbaar: het bereiden, bewerken, verwerken, te koop aanbieden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen of voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, of het voorhanden hebben van vervoermiddelen, ruimten, geld of andere betaalmiddelen of gegevens, waarvan de betrokkene weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat deze bestemd zijn voor het plegen van de meer ernstige, in artikel 11 Opiumwet strafbaar gestelde feiten met een middel van lijst II. Verder verbiedt artikel 3b Opiumwet elke openbaarmaking die er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van een middel van lijst I of lijst II te bevorderen.

Voor wie beroepsmatig handelt in chemicalien die kunnen worden gebruikt bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen, gelden daarnaast verplichtingen uit de Wet voorkoming misbruik chemicalien, zoals vergunnings-, registratie- en meldingsverplichtingen voor bepaalde stoffen. Deze wet is voor de meeste verdachten in een drugszaak niet aan de orde, maar kan relevant worden wanneer een verdenking raakt aan de handel in of het vervoer van dergelijke stoffen.

Aanhouding en doorzoeking

Een verdenking van een Opiumwetdelict kan leiden tot aanhouding en tot een doorzoeking van een woning, bedrijfspand, voertuig of andere plaats. Het Wetboek van Strafvordering regelt met welke bevoegdheid en onder welke voorwaarden mag worden doorzocht: doorzoeking ter inbeslagneming door opsporingsambtenaren is geregeld in artikel 96c Wetboek van Strafvordering, doorzoeking door de rechter-commissaris, onder meer van een woning zonder toestemming van de bewoner, in artikel 110 Wetboek van Strafvordering. Een advocaat beoordeelt of voor de gekozen vorm van doorzoeking de juiste bevoegdheid is gebruikt, of de vereiste machtiging of toestemming aanwezig was, en of de doorzoeking zich heeft beperkt tot wat op grond daarvan was toegestaan. Onregelmatigheden op dit vlak kunnen gevolgen hebben voor het verdere verloop van de zaak.

Inbeslagname

Voorwerpen die tijdens een doorzoeking of aanhouding worden aangetroffen, kunnen in beslag worden genomen op grond van artikel 94 Wetboek van Strafvordering. Dat kan gaan om de vermeende drugs zelf, maar ook om geld, administratie, voertuigen, telefoons of andere goederen die verband houden met het onderzoek. Een advocaat kan namens de verdachte de rechtmatigheid van de inbeslagname beoordelen en, waar de wet daarin voorziet, een procedure starten om de teruggave van in beslag genomen voorwerpen te bepleiten.

Het verhoor en het zwijgrecht

Artikel 29 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de verdachte niet verplicht is tot antwoorden en dat hij voorafgaand aan het verhoor op dit zwijgrecht wordt gewezen; deze mededeling wordt in het proces-verbaal opgenomen. Datzelfde artikel verplicht de verhorende ambtenaar zich te onthouden van alles wat erop is gericht een verklaring te verkrijgen die niet in vrijheid is afgelegd.

Bijstand tijdens het verhoor

Een aangehouden verdachte heeft op grond van artikel 28c Wetboek van Strafvordering het recht om voorafgaand aan het eerste verhoor een onderhoud te hebben met een raadsman, in beginsel gedurende ten hoogste een half uur; van dit recht kan alleen worden afgezien nadat de verdachte door een raadsman over de gevolgen daarvan is voorgelicht. Op grond van artikel 28d Wetboek van Strafvordering kan de raadsman op verzoek bovendien het verhoor zelf bijwonen en daaraan deelnemen. Een advocaat die tijdig wordt ingeschakeld, kan dit consultatierecht en deze verhoorbijstand daadwerkelijk benutten en de verdachte voorafgaand aan en tijdens het verhoor begeleiden.

Het bestuursrechtelijke spoor: sluiting van een pand op grond van artikel 13b Opiumwet

Naast de strafzaak kan een burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet, ook wel de Wet Damocles genoemd, een last onder bestuursdwang opleggen wanneer in een woning, een lokaal of een daarbij behorend erf een middel van lijst I of lijst II, dan wel een op grond van artikel 3a, vijfde lid, aangewezen middel of een middel van lijst Ia, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, of wanneer bepaalde stoffen, voorwerpen of gegevens als bedoeld in artikel 11a aanwezig zijn. Deze bevoegdheid geldt niet voor de uitoefening van de praktijk van apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. Een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet loopt via het bestuursrecht en is een bevoegdheid van de burgemeester, los van de vraag of, en los van het tempo waarin, het Openbaar Ministerie een strafzaak voert. Beide trajecten kunnen naast elkaar lopen en hebben een eigen procedure, eigen termijnen en een eigen rechter: de strafrechter voor de strafzaak, de bestuursrechter voor het besluit tot sluiting.

Wat een advocaat in dit traject kan doen

  • Beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13b Opiumwet is voldaan en of het besluit voldoende is gemotiveerd.
  • Een zienswijze indienen voordat de burgemeester een besluit neemt, of bezwaar maken tegen een genomen besluit.
  • Bij de bestuursrechter een voorlopige voorziening vragen om de sluiting te laten schorsen in afwachting van de procedure.
  • De gevolgen van het bestuursrechtelijke traject afstemmen met de lopende strafzaak, zodat beide procedures in samenhang worden bezien.

Wat een advocaat per fase van de strafzaak doet

Aanhouding en eerste verhoor

Direct na een aanhouding kan een advocaat de grondslag van de aanhouding en van een eventuele doorzoeking beoordelen, de verdachte voorafgaand aan het verhoor informeren over het zwijgrecht en het consultatierecht, en waar gewenst het verhoor bijwonen.

Onderzoeksfase

Tijdens het onderzoek van de politie en het Openbaar Ministerie volgt een advocaat het dossier, vraagt processtukken op, beoordeelt de rechtmatigheid van de ingezette opsporingsmiddelen en de inbeslagname, en voert waar nodig verweer in de fase van de voorlopige hechtenis.

De zitting

Op de zitting voert de advocaat het verweer namens de verdachte, wijst op eventuele gebreken in het opsporingsonderzoek of de bewijsvoering, en behartigt de belangen van de verdachte in het contact met de rechtbank.

Law & More B.V. is gevestigd in Eindhoven en heeft een bezoeklocatie in Amsterdam. Voor vragen over bijstand in een drugszaak, een doorzoeking, inbeslagname of een aangekondigde sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet is het kantoor bereikbaar via telefoonnummer 040 – 369 06 80 of per e-mail via info@lawandmore.nl.