Aansprakelijkheid van aandeelhouders

De aansprakelijkheid van bestuurders is een veelbesproken onderwerp. Over de aansprakelijkheid van aandeelhouders wordt veel minder gesproken. Het is echter mogelijk dat aandeelhouders aansprakelijk kunnen zijn voor acties die in naam van de onderneming verricht zijn. Wanneer een aandeelhouder aansprakelijk gesteld wordt, gaat het om persoonlijke aansprakelijkheid. Dit kan grote gevolgen hebben voor het persoonlijke leven van een aandeelhouder. Om deze reden is het belangrijk voor aandeelhouders om zich bewust te zijn van de risico’s met betrekking tot aandeelhoudersaansprakelijkheid. De verschillende situaties waarin een aandeelhouder aansprakelijk gesteld kan worden, worden in dit artikel besproken.

1. Verplichtingen van aandeelhouders

Een aandeelhouder bezit de aandelen van een onderneming. Volgens het Burgerlijk Wetboek wordt een rechtspersoon wat het vermogensrecht betreft gelijkgesteld met een natuurlijke persoon. Dit betekent dat een rechtspersoon dezelfde rechten en plichten kan hebben als een natuurlijke persoon. Een rechtspersoon kan rechtshandelingen kan verrichten, zoals het verkrijgen van bezittingen, het aangaan van overeenkomsten of het aanspannen van een rechtszaak. Aangezien een rechtspersoon alleen op papier bestaat, moet deze vertegenwoordigd worden door een natuurlijke persoon, namelijk de bestuurder(s). Hoewel de rechtspersoon in principe aansprakelijk is voor alle schade die voortvloeit uit het handelen in naam van de rechtspersoon, kunnen de bestuurders onder bepaalde omstandigheden ook aansprakelijk gesteld worden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Dit roept de vraag op of ook aandeelhouders aansprakelijk gesteld kunnen worden voor handelingen uit naam van de rechtspersoon. Om te kunnen bepalen of er sprake is van aansprakelijkheid van aandeelhouders, moet allereerst bepaald worden welke verplichtingen aandeelhouders hebben. We kunnen drie specifieke verplichtingen voor aandeelhouders onderscheiden: wettelijke verplichtingen, verplichtingen die voortvloeien uit de statuten en verplichtingen die voortvloeien uit de aandeelhoudersovereenkomst.

Aansprakelijkheid van aandeelhouders

1.1 Verplichtingen van aandeelhouders die voortvloeien uit de wet

Op grond van het Burgerlijk Wetboek hebben aandeelhouders één belangrijke verplichting: de verplichting om te betalen voor hun aandelen (de aandelen vol te storten). Deze verplichting vloeit voort uit artikel 2:191 Burgerlijk Wetboek en dit is de enige expliciete wettelijke verplichting voor aandeelhouders. Op grond van artikel 2:191 Burgerlijk Wetboek is het echter mogelijk om in de statuten op te nemen dat de aandelen niet meteen volgestort hoeven te worden:

Bij het nemen van het aandeel moet daarop het nominale bedrag worden gestort. Bedongen kan worden dat het nominale bedrag of een deel daarvan eerst behoeft te worden gestort na verloop van een bepaalde tijd of nadat de vennootschap het zal hebben opgevraagd.

Wanneer een dergelijke bepaling is opgenomen in de statuten, bestaat er ook een bepaling die derde partijen beschermd in geval van faillissement. Wanneer de aandelen niet volgestort zijn, vanwege een bepaling in de statuten of toevalligerwijs, en de onderneming gaat failliet, dan is de aangewezen curator bevoegd om de aandeelhouders te verzoeken hun aandelen alsnog vol te storten. Dit vloeit voort uit artikel 2:193 Burgerlijk Wetboek:

De vereffenaar van een vennootschap en, in geval van faillissement, de curator, zijn bevoegd tot uitschrijving en inning van alle nog niet gedane verplichte stortingen op de aandelen. Deze bevoegdheid geldt onverschillig hetgeen bij de statuten daaromtrent is bepaald of op grond van artikel 2:191 Burgerlijk Wetboek is bedongen. 

De wettelijke verplichting van aandeelhouders om de aandelen vol te storten, impliceert dat aandeelhouders in principe alleen aansprakelijk zijn voor het bedrag van de aandelen die zij genomen hebben. Zij kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor handelingen van de onderneming. Dit vloeit ook voort uit artikel 2:64 Burgerlijk Wetboek en artikel 2:175 Burgerlijk Wetboek:

Een aandeelhouder is niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort in de verliezen van de vennootschap bij te dragen.

1.2. Verplichtingen van aandeelhouder die voortvloeien uit de statuten

Zoals hierboven reeds is besproken, hebben aandeelhouders één expliciete wettelijke verplichting: de verplichting om hun aandelen vol te storten. Aanvullend op deze wettelijke verplichting kunnen echter ook verplichtingen voor aandeelhouders opgenomen worden in de statuten. Dit blijkt uit artikel 2:192 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

De statuten kunnen met betrekking tot alle aandelen of aandelen van een bepaalde soort of aanduiding:

  1. bepalen dat verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard, jegens de vennootschap of derden of tussen aandeelhouders, aan het aandeelhouderschap zijn verbonden;
  2. eisen verbinden aan het aandeelhouderschap;
  3. bepalen dat de aandeelhouder in gevallen, in de statuten omschreven, gehouden is zijn aandelen of een deel daarvan aan te bieden en over te dragen. 

Op grond van dit artikel kunnen de statuten bepalen dat een aandeelhouder persoonlijk aansprakelijk gehouden wordt voor schulden van de onderneming. Ook kunnen er voorwaarden gesteld worden met betrekking tot de financiering van de onderneming. Dergelijke bepalingen breiden de aansprakelijkheid van aandeelhouders uit. Deze bepalingen kunnen echter niet tegen de wil van de aandeelhouders in de statuten opgenomen worden. Alleen wanneer de aandeelhouders met dergelijke bepalingen instemmen, kunnen deze opgenomen worden. Dit vloeit voort uit artikel 2:192 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

Een in de vorige zin onder (a), (b) of (c) bedoelde verplichting of eis kan niet, ook niet onder voorwaarde of tijdsbepaling, tegen de wil van de aandeelhouder worden opgelegd.  

Om aanvullende verplichtingen voor aandeelhouders in de statuten op te nemen, moet een aandeelhoudersbesluit genomen worden door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Wanneer een aandeelhouder tegen het opnemen van aanvullende verplichtingen of eisen in de statuten stemt, kan hij niet aansprakelijk gehouden worden met betrekking tot deze verplichtingen of eisen.

1.3 Verplichtingen voor aandeelhouders die voortvloeien uit de aandeelhoudersovereenkomst

Aandeelhouders hebben ook de mogelijkheid om een aandeelhoudersovereenkomst op te stellen. Een aandeelhoudersovereenkomst wordt opgesteld tussen aandeelhouders onderling en bevat aanvullende rechten en verplichtingen voor aandeelhouders. De aandeelhoudersovereenkomst is alleen van toepassing op de aandeelhouders, deze heeft geen effect op derden. Wanneer een aandeelhouder in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst handelt, kan hij aansprakelijk gesteld worden met betrekking tot dit handelen. Deze aansprakelijkheid is gebaseerd op de tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst uit artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek. Wanneer er echter een enig aandeelhouder is die alle aandelen van een onderneming bezit, wordt er uiteraard geen aandeelhoudersovereenkomst opgesteld.

2. Aansprakelijkheid voor onrechtmatig handelen

Naast deze specifieke verplichtingen voor aandeelhouders, moet er ook rekening gehouden worden met aansprakelijkheid op grond van onrechtmatig handelen. Iedereen is verplicht om te handelen volgens de wet. Wanneer een persoon een onrechtmatige handeling verricht, kan hij aansprakelijk gesteld worden op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. Een aandeelhouder heeft de verplichting om rechtmatig te handelen jegens crediteuren, investeerders, leveranciers en andere derden. Wanneer een aandeelhouder onrechtmatig handelt, kan hij hiervoor aansprakelijk gesteld worden. Wanneer een aandeelhouder op zodanige wijze handelt dat een ernstig verwijt jegens hem kan worden gemaakt, dan kan onrechtmatig handelen aangenomen worden. Onrechtmatig handelen van een aandeelhouder kan bijvoorbeeld aangenomen worden wanneer er een winstuitkering gedaan wordt terwijl het duidelijk is dat de onderneming na deze winstuitkering niet langer in staat is om haar crediteuren te betalen.

Onrechtmatig handelen van aandeelhouders kan ook ontstaan bij het verkopen van aandelen aan derde partijen. Wanneer een aandeelhouder zijn aandelen wil verkopen wordt er verwacht dat hij, tot op zekere hoogte, onderzoek doet naar deze partij. Wanneer uit een dergelijk onderzoek blijkt dat de onderneming waarschijnlijk niet langer in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen na de overdracht van de aandelen, wordt van de aandeelhouder verwacht dat hij rekening houdt met de belangen van de crediteuren. Dit impliceert dat een aandeelhouder persoonlijk aansprakelijk gesteld kan worden wanneer hij zijn aandelen overdraagt aan een derde en deze overdracht tot gevolg heeft dat de onderneming haar crediteuren niet langer kan betalen. 

3. Aansprakelijkheid van feitelijk leidinggevenden

Tot slot kan aansprakelijkheid van aandeelhouders ontstaan wanneer aandeelhouders optreden als feitelijk leidinggevende. In principe heeft het bestuur de taak om te zorgen voor de dagelijkse gang van zaken binnen de onderneming. Dit is geen taak van de aandeelhouders. Aandeelhouders hebben echter wel de mogelijkheid om aanwijzingen aan het bestuur te geven. Deze mogelijkheid moet opgenomen worden in de statuten. Op grond van artikel 2:239 lid 4 Burgerlijk Wetboek zijn bestuurders gehouden de aanwijzingen van aandeelhouders uit te voeren, tenzij deze aanwijzingen in strijd zijn met het belang van de onderneming:

De statuten kunnen bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een ander orgaan van de vennootschap. Het bestuur is gehouden de aanwijzingen op te volgen, tenzij deze in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.

Het is echter erg belangrijk dat aandeelhouders alleen algemene aanwijzingen geven.[1] Aandeelhouders mogen geen aanwijzingen geven met betrekking tot specifieke onderwerpen of handelingen. Een aandeelhouders mag het bestuur bijvoorbeeld niet de aanwijzing geven om een bepaalde werknemer te ontslaan. Aandeelhouders mogen niet de rol van bestuurder aannemen. Wanneer aandeelhouders zich gedragen als bestuurders, en zich bezighouden met de normale gang van zaken van de onderneming, dan worden zij gezien als beleidsmakers en zullen zij behandeld worden als bestuurders. Dit betekent dat zij aansprakelijk gehouden kunnen worden voor schade die voortvloeit uit het door de onderneming gevoerde beleid. Wanneer de onderneming failliet gaat, kunnen de aandeelhouders aansprakelijk gehouden worden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.[2] Dit vloeit voort uit artikel 2:138 lid 7 Burgerlijk Wetboek en artikel 2:248 lid 7 Burgerlijk Wetboek:

Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder.

Artikel 2:216 lid 4 Burgerlijk Wetboek stelt bovendien ook dat degene die het beleid van de onderneming heeft bepaald of medebepaald gelijkgesteld wordt met een bestuurder en daardoor aansprakelijk gesteld kan worden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

4. Conclusie

In principe is de onderneming zelf aansprakelijk voor de schade die voortvloeit uit de handelingen in naam van de onderneming. Onder bepaalde omstandigheden kan ook het bestuur aansprakelijk gesteld worden. Het is echter belangrijk om ervan bewust te zijn dat ook de aandeelhouders in sommige gevallen aansprakelijk gehouden kunnen worden voor schade. Een aandeelhouder kan niet zomaar alle handelingen verrichten zonder dat daar gevolgen aan verbonden zijn. Hoewel dit misschien logisch klinkt, wordt in de praktijk weinig aandacht besteedt aan de aansprakelijkheid van aandeelhouders. Aandeelhouders hebben verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst. Wanneer aandeelhouders niet aan deze verplichtingen voldoen, kunnen zij aansprakelijk gesteld worden voor de daaruit voortvloeiende schade. Verder moeten aandeelhouders, net als elke andere persoon, zich aan de wet houden. Onrechtmatig handelen kan aansprakelijkheid van aandeelhouders opleveren. Tot slot moet een aandeelhouder zich als aandeelhouder gedragen en niet als bestuurder. Wanneer een aandeelhouder zich bezig gaat houden met de dagelijkse gang van zaken binnen de onderneming, wordt hij gelijkgesteld met een bestuurder. In dat geval kan hij aansprakelijk gesteld worden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.  Aandeelhouders doen er goed aan om rekening te houden met deze risico’s, zodat zij aandeelhoudersaansprakelijkheid kunnen voorkomen.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit artikel, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Maxim Hodak, advocaat bij Law & More via maxim.hodak@lawandmore.nl of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via tom.meevis@lawandmore.nl, of bel ons op +31 (0)40-3690680.

 

[1] ECLI:NL:HR:1955:AG2033 (Forumbank).

[2] ECLI:NL:HR:2015:522 (Hollandse Glascentrale Beheer B.V.).

Share