Voorlopig getuigenverhoor: bewijs veiligstellen voor de procedure

Het voorlopig getuigenverhoor

Gepubliceerd op 11 april 2017 · Laatst bijgewerkt op 11 september 2026

Een voorlopig getuigenverhoor is een getuigenverhoor dat op verzoek van een belanghebbende wordt gehouden voordat een procedure is begonnen of terwijl die loopt. Sinds de invoering van het vernieuwde bewijsrecht op 1 januari 2025 staat het in paragraaf 8 van de negende afdeling van boek 1, titel 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: de artikelen 196 tot en met 204 Rv over voorlopige bewijsverrichtingen.

Waar staat het voorlopig getuigenverhoor sinds 2025 in de wet?

Wie op oudere publicaties afgaat, komt vrijwel altijd artikel 186 Rv tegen. Dat klopt niet meer. Met de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht is de negende afdeling van boek 1, titel 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering opnieuw ingedeeld. De voorlopige bewijsverrichtingen zijn ondergebracht in paragraaf 8, de artikelen 196 tot en met 204 Rv; op de plaats van het oude artikel 186 Rv staan nu bepalingen over deskundigen.

Die herindeling is meer dan een nummerkwestie. Het voorlopig getuigenverhoor, het voorlopig deskundigenbericht en de voorlopige plaatsopneming staan nu bij elkaar in één paragraaf, met daarnaast in paragraaf 9 de maatregelen tot bescherming van bewijs. Wie bewijs wil veiligstellen, kiest dus binnen één samenhangend stelsel het middel dat past, in plaats van te grasduinen in verspreide bepalingen. Verwijst uw wederpartij nog naar de oude nummers, dan zegt dat vaak iets over de actualiteit van haar dossier.

Waarvoor gebruikt u een voorlopig getuigenverhoor?

Het middel heeft drie praktische functies. De eerste is bewijs veiligstellen: een getuige is oud of ziek, staat op het punt naar het buitenland te vertrekken, of de herinnering aan een gebeurtenis vervaagt. De tweede is uw procespositie inschatten. Voordat u een kostbare procedure begint, wilt u weten wat de betrokkenen onder ede zullen verklaren. Blijkt uw lezing niet te worden gedragen, dan is dat een goedkope reden om niet te procederen.

De derde functie is opheldering van de feiten wanneer u wel weet dat u schade lijdt, maar niet wie waarvoor verantwoordelijk is. In die situaties vult het verhoor de schriftelijke bewijsmiddelen aan. Hoe stukken en verklaringen zich tot elkaar verhouden, beschrijven wij bij de rol van bewijs in civiele procedures.

Hoe verloopt het verzoek en het verhoor zelf?

U dient een verzoekschrift in bij de rechter die bevoegd zou zijn van de hoofdzaak kennis te nemen, of bij de rechter in wiens rechtsgebied de getuigen wonen. In het verzoek omschrijft u de feiten die u wilt bewijzen, tegen wie u het bewijs wilt gebruiken en wie u als getuige wilt horen. Anders dan bij een beslagverzoek wordt de wederpartij hier wél gehoord: zij mag zich tegen het verzoek verweren.

De rechter toetst niet of uw toekomstige vordering kans van slagen heeft. Dat is het bijzondere van dit middel: het staat los van de vraag of u gelijk krijgt. Wordt het verzoek toegewezen, dan worden de getuigen opgeroepen en onder ede gehoord door de rechter, in aanwezigheid van de advocaten van beide partijen, die vragen mogen stellen. Van elk verhoor wordt een proces-verbaal opgemaakt.

Loopt er nog geen procedure, dan bent u ook na het verhoor niet verplicht er één te beginnen. Besluit u dat wel te doen, dan is dat doorgaans een bodemprocedure; wat u daarvan kunt verwachten, leest u in onze uitleg over de bodemprocedure. Is er haast bij, dan kan een kort geding een alternatief zijn, al levert dat geen getuigenbewijs op.

Wie moet getuigen en wie mag zwijgen?

De getuigplicht is de hoofdregel. Zij staat, met het verschoningsrecht, in paragraaf 4 van dezelfde afdeling: de artikelen 163 tot en met 185 Rv. Wie wordt opgeroepen, moet verschijnen, en wie verschijnt, moet de waarheid spreken. De verklaring wordt onder ede afgelegd; wie dan opzettelijk in strijd met de waarheid verklaart, maakt zich schuldig aan meineed, strafbaar gesteld in artikel 207 van het Wetboek van Strafrecht.

Op de getuigplicht bestaan twee soorten uitzonderingen. Het familiale verschoningsrecht geldt voor naaste verwanten en aanverwanten van een partij. Het professionele verschoningsrecht komt toe aan wie uit hoofde van ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding is verplicht, zoals advocaten, notarissen, artsen en geestelijken. Daarnaast hoeft niemand vragen te beantwoorden waardoor hij zichzelf aan strafvervolging zou blootstellen.

Het afgeleide verschoningsrecht is beperkter dan vaak wordt gedacht: het komt alleen toe aan degenen die de geheimhouder bij de uitoefening van zijn beroep bijstaan, zoals zijn secretariaat of een door hem ingeschakelde deskundige. Wie zelf geen geheimhouder is, kan zich er niet op beroepen, hoe vertrouwelijk zijn informatie feitelijk ook is. Waar de grenzen van het verschoningsrecht liggen wanneer de geheimhouder zelf onder vuur ligt, bespreken wij bij de verdachte geheimhouder.

Wanneer wijst de rechter een verzoek af?

Toewijzing is de regel, maar zij is niet vanzelfsprekend. De rechter wijst het verzoek af als de verzoeker onvoldoende belang heeft, als sprake is van misbruik van bevoegdheid, als toewijzing strijdt met de goede procesorde, of als een ander zwaarwichtig bezwaar zich ertegen verzet. Die vier gronden zijn in de rechtspraak uitgekristalliseerd en vormen in de praktijk het enige echte verweer.

Twee toepassingen komen vaak terug. De eerste is de zogenoemde fishing expedition: een verzoek dat niet dient om een concreet omschreven feitencomplex op te helderen, maar om te ontdekken of er überhaupt iets te halen valt. De tweede is het verzoek dat in werkelijkheid is bedoeld om bedrijfsgeheimen van een concurrent boven tafel te krijgen. In beide gevallen loont het om in het verweerschrift precies te laten zien welke vragen de verzoeker wil stellen en welk ander doel daarachter schuilgaat.

Vertrouwelijke informatie: het knelpunt in de trustsector

Nergens knelt dit stelsel zo zichtbaar als bij dienstverleners die beroepshalve met vertrouwelijke gegevens van derden werken. Een trustkantoor beheert gegevens van cliënten en krijgt vaak toegang tot rekeningen en structuren. Toch is een trustkantoor geen geheimhouder in de zin van het procesrecht, en zijn medewerkers hebben dus geen verschoningsrecht.

Het gevolg is dat het vertrouwelijke karakter van die informatie het verhoor niet tegenhoudt. Een wederpartij die zelf nog onvoldoende bewijs heeft om een procedure te beginnen, kan een reeks medewerkers als getuige laten oproepen en zo alsnog een dossier opbouwen. Dat de waarheidsvinding hier voorgaat, is een bewuste keuze van de wetgever en de rechtspraak; dat die keuze voor de betrokken dienstverlener ongemakkelijk uitpakt, is er de keerzijde van.

Er bestaat wel een aanpalende beperking. Een belastingplichtige kan weigeren inzage te geven in stukken die zijn gewisseld met een geheimhouder die hij heeft benaderd, ook in het kader van artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Een administratie- of trustkantoor kan zich op dat weigeringsrecht van zijn cliënt beroepen, maar moet dan wel bekendmaken om welke belastingplichtige het gaat. Daarmee is de vertrouwelijkheid deels alweer doorbroken.

Wat kunt u doen als u vertrouwelijke informatie moet prijsgeven?

Het verweer begint bij de afwijzingsgronden: onvoldoende belang, misbruik van bevoegdheid, strijd met de goede procesorde of een ander zwaarwichtig bezwaar. Daarnaast kunt u de rechter vragen de vraagstelling te beperken tot het feitencomplex dat het verzoek noemt, en bezwaar maken tegen vragen die daarbuiten vallen. Het proces-verbaal legt vast wat er is gevraagd en geweigerd, wat later van belang kan zijn.

De Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht heeft al in 2008 voorgesteld daarnaast een proportionaliteitsgrond te erkennen: medewerking zou kunnen worden geweigerd wanneer die kennelijk onevenredig uitpakt. Dat voorstel is geen geldend recht geworden en de rechter toetst tot op heden aan de vier bestaande gronden. Wie zich op vertrouwelijkheid wil beroepen, moet die dus vertalen naar een van die gronden en niet naar een algemeen beroep op geheimhouding.

Wat betekent het nieuwe bewijsrecht voor uw voorbereiding?

Het voorlopig getuigenverhoor staat niet meer op zichzelf. In dezelfde afdeling is de exhibitieplicht ondergebracht: het recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens staat sinds 1 januari 2025 in de artikelen 194 tot en met 195a Rv, op de plaats van het oude artikel 843a Rv. Wij bespreken die wijziging bij de nieuwe regels voor bewijslevering.

De combinatie is krachtig: eerst stukken opvragen, daarna de betrokkenen daarover horen. Tegelijk is de waarheidsplicht van artikel 21 Rv aangescherpt, wat betekent dat u zich niet kunt beperken tot wat u goed uitkomt. Speelt digitaal bewijs een rol, dan is de volgorde van handelen bepalend voor de bruikbaarheid ervan; wij gaan daarop in bij bewijs verzamelen met e-evidence en forensisch onderzoek.

Welke bewijswaarde heeft het resultaat?

De verklaringen worden vastgelegd in een proces-verbaal en kunnen in een latere procedure tussen dezelfde partijen als bewijs worden gebruikt. De rechter waardeert dat bewijs vrij: hij is niet gebonden aan wat een getuige heeft verklaard en weegt het tegen de overige stukken af. Een gunstige verklaring is dus geen garantie.

Houd er bovendien rekening mee dat de verklaring van een partij zelf als getuige beperkte bewijskracht heeft wanneer die partij de bewijslast draagt. Wie het verhoor vooral wil gebruiken om zijn eigen lezing vast te leggen, schiet daar dus weinig mee op. Het middel is het sterkst wanneer u onafhankelijke getuigen kunt laten horen over feiten die u nog niet met stukken kunt onderbouwen.

Veelgestelde vragen

Moet er al een procedure lopen?

Nee. Het verhoor kan juist vóór een procedure worden gevraagd en verplicht u daarna niet om te gaan procederen.

Kan ik weigeren te verschijnen?

Nee. Wie is opgeroepen, moet komen. Weigeren te verschijnen of te antwoorden zonder wettelijke grond kan tot dwangmiddelen leiden. Een verschoningsrecht moet u ter zitting inroepen en onderbouwen.

Kan mijn wederpartij zich tegen het verzoek verzetten?

Ja. Anders dan bij conservatoir beslag wordt de wederpartij gehoord en kan zij zich beroepen op gebrek aan belang, misbruik van bevoegdheid, strijd met de goede procesorde of een ander zwaarwichtig bezwaar.

Klopt het dat het voorlopig getuigenverhoor in artikel 186 Rv staat?

Niet meer. Sinds 1 januari 2025 vindt u de voorlopige bewijsverrichtingen in de artikelen 196 tot en met 204 Rv.

Voorbereiding op een voorlopig getuigenverhoor

Of u nu zelf een verhoor wilt uitlokken of ermee wordt geconfronteerd, de voorbereiding bepaalt de uitkomst: welke feiten u omschrijft, welke getuigen u kiest, welke vragen u toelaat en welke bezwaren u ter zitting maakt. Law & More stelt verzoekschriften en verweerschriften op, begeleidt getuigen bij de voorbereiding en staat ondernemingen bij die vertrouwelijke informatie moeten beschermen. Neem gerust contact op om uw positie vooraf te laten beoordelen.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.