facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Category

Procesrecht

Vergadering met technologie en documenten.
Civiel Recht, Privacy, Procesrecht

Onrechtmatige uitlating in social media: rectificatie en verwijdering uitgelegd

Social media posts kunnen razendsnel uit de hand lopen als ze iemands reputatie beschadigen of onjuiste informatie verspreiden.

Vrijheid van meningsuiting is belangrijk, maar die vrijheid stopt zodra uitlatingen onrechtmatig worden.

Slachtoffers van onrechtmatige uitlatingen op social media kunnen juridische stappen zetten om berichten te laten verwijderen en rectificatie af te dwingen.

De rechter kijkt dan naar verschillende belangen, zoals vrijheid van meningsuiting tegenover privacy en reputatie.

Wanneer zijn social media posts nu eigenlijk onrechtmatig? Welke juridische mogelijkheden heb je dan, en hoe werkt het proces van rectificatie en verwijdering precies?

We kijken ook naar een paar opvallende rechtszaken die laten zien hoe rechters balanceren tussen vrijheid van meningsuiting en bescherming van persoonlijke rechten.

Wat is een onrechtmatige uitlating op social media?

Een onrechtmatige uitlating op social media schendt de rechten van anderen. Dit kan flinke juridische gevolgen hebben.

Zo’n uitlating kan allerlei vormen aannemen en zorgt vaak voor flinke reputatieschade bij personen of bedrijven.

Definitie en juridische criteria

Een onrechtmatige uitlating is een bericht dat inbreuk maakt op iemand anders’ rechten.

Het draait om schade aan iemands reputatie zonder goede reden.

De rechter let op meerdere factoren bij het bepalen van onrechtmatigheid:

Inhoud van het bericht:

  • Waarheidsgehalte van de bewering
  • Mate van aantasting van eer en goede naam
  • Context waarin de uitlating is gedaan

Manier van verspreiding:

  • Bereik van de publicatie
  • Identificeerbaarheid van het slachtoffer
  • Duur van de online beschikbaarheid

Vrijheid van meningsuiting is niet absoluut. De uitkomst hangt af van een belangenafweging tussen meningsuiting en reputatiebescherming.

Voorbeelden van onrechtmatige publicatie

Laster is het verspreiden van valse beschuldigingen die iemands reputatie schaden.

Het gaat vaak om bewuste leugens over gedrag of karakter.

Belediging draait om het kleineren of beledigen van mensen zonder feitelijke basis.

Scheldwoorden en vernederende opmerkingen vallen hieronder.

Misleidende informatie ontstaat als je belangrijke context weglaat.

In een recente zaak werd bijvoorbeeld een voicemail gedeeld, terwijl het verzoenende slot “ik wil het uitpraten” expres werd weggelaten.

Privacy-schending gebeurt als privé-informatie zonder toestemming wordt gedeeld.

Ook het herkenbaar maken van mensen in negatieve berichten valt hieronder.

Discriminerende uitingen richten zich op afkomst, geloof of andere beschermde eigenschappen.

Schade en gevolgen voor betrokkenen

Onrechtmatige uitlatingen op social media kunnen slachtoffers flink raken.

De schade gaat vaak veel verder dan alleen reputatieverlies.

Persoonlijke gevolgen:

  • Emotionele stress en psychische klachten
  • Veiligheidsdreiging door derden
  • Tijdelijke verhuizing vanwege bedreigingen

Professionele schade:

  • Verlies van klanten en opdrachten
  • Beschadiging van bedrijfsreputatie
  • Financiële verliezen

Sociale impact:

  • Verstoorde relaties met familie en vrienden
  • Isolatie door negatieve publiciteit
  • Langdurige reputatieschade

Social media berichten kunnen razendsnel viral gaan en honderden reacties uitlokken.

Dit vergroot de schade en maakt herstel vaak een stuk lastiger.

De rechtbank kan maatregelen opleggen zoals verwijdering van berichten, rectificatie en schadevergoeding.

Ook leggen ze soms dwangsommen op als iemand zich niet aan het vonnis houdt.

Beoordeling van onrechtmatigheid: botsende rechten en belangen

Bij social media uitlatingen moeten rechters verschillende grondrechten tegen elkaar afwegen.

Vrijheid van meningsuiting staat meestal tegenover het recht op privacy en reputatiebescherming.

Vrijheid van meningsuiting versus privacy

De vrijheid van meningsuiting is een belangrijk recht in onze samenleving.

Mensen mogen hun mening geven, ook als die kritisch is.

Toch zijn er grenzen.

Als uitlatingen inbreuk maken op iemands privacy, kan dat snel onrechtmatig zijn.

Rechters kijken altijd naar de omstandigheden.

Ze wegen het maatschappelijk belang van de uitlating en checken of privacy-inbreuk echt nodig was.

Belangrijke afwegingsfactoren:

  • Was identificatie van personen nodig?
  • Dient de uitlating een maatschappelijk doel?
  • Waren er mildere manieren om de boodschap te brengen?

Het publieke belang rechtvaardigt niet zomaar dat je iemands identiteit onthult.

Vooral niet als de context ontbreekt en informatie misleidend is.

Rol van feitelijke basis en omstandigheden

De feitelijke basis van uitlatingen is cruciaal bij het beoordelen van onrechtmatigheid.

Stevige uitspraken moeten altijd met feiten worden onderbouwd.

Misleidende informatie wordt al snel onrechtmatig, zeker als je belangrijke context weglaat.

Ook het bewust verdraaien van feiten telt zwaar mee.

Rechters letten op de volledigheid van de informatie.

Ontbreken er relevante feiten, dan kan een uitlating onrechtmatig zijn.

Voorbeelden van problematische situaties:

  • Delen van geluidsfragmenten zonder volledige context
  • Weglaten van rectificaties of nuanceringen
  • Suggereren van feiten zonder bewijs

Timing speelt ook een rol.

Uitspraken die weken na een incident verschijnen, krijgen soms een ander gewicht dan directe reacties.

Bescherming van reputatie en eer

Het recht op bescherming van reputatie telt zwaar in de rechtspraak.

Social media uitlatingen kunnen iemands goede naam flink beschadigen.

Rechters kijken naar de mogelijke gevolgen van uitlatingen.

Virale posts leiden soms tot ernstige bedreigingen en zetten mensen zelfs aan tot veiligheidsmaatregelen.

Het bereik en de impact van social media vergroten de verantwoordelijkheid.

Een post op LinkedIn of X kan honderden reacties losmaken, wat de schade flink vergroot.

Beschermingsmaatregelen die rechters kunnen opleggen:

  • Directe verwijdering van berichten
  • Plaatsen van duidelijke rectificaties
  • Betaling van dwangsommen
  • Vergoeding van proceskosten

Kritische uitlatingen over algemeen geaccepteerde wetenschappelijke inzichten zijn meestal toegestaan.

Persoonlijke aanvallen zonder feitelijke basis zijn dat zelden.

Juridische stappen bij onrechtmatige uitlatingen

Slachtoffers van onrechtmatige uitlatingen kunnen via het civiele recht rectificatie en verwijdering eisen.

In zware gevallen kan het strafrecht in beeld komen, waarbij het Openbaar Ministerie bepaalt of vervolging volgt.

Civielrechtelijke procedures

Een kort geding is de snelste manier om iets te doen tegen onrechtmatige uitlatingen.

Rechtbanken zoals Rotterdam behandelen deze zaken vaak binnen een paar weken.

Eisers kunnen verschillende vorderingen instellen:

  • Directe verwijdering van berichten
  • Plaatsing van een rectificatie
  • Schadevergoeding
  • Dwangsom bij niet-naleving

De procedure begint meestal met een sommatiebrief.

Hierin vraagt de benadeelde partij om verwijdering of rectificatie van de uitlatingen.

Levert die brief niks op? Dan volgt een kort geding.

De rechter weegt vrijheid van meningsuiting af tegen bescherming van eer en goede naam.

Als de eiser gelijk krijgt, veroordeelt de rechter de verweerder tot verwijdering en betaling van proceskosten.

Vaak legt de rechter ook een dwangsom op voor elke dag dat de uitlating online blijft staan.

Strafrechtelijke vervolging

Bepaalde onrechtmatige uitlatingen vallen onder het strafrecht.

Dit geldt vooral voor smaad, laster en belediging op sociale media.

De politie kan aangifte opnemen tegen personen die zich schuldig maken aan:

  • Smaad: bewust valse beweringen verspreiden
  • Laster: eer of goede naam aantasten door beweringen
  • Belediging: krenkende uitlatingen zonder feitelijke beweringen

Strafrechtelijke vervolging kan uitlopen op geldboetes of zelfs gevangenisstraf.

De rechter kijkt naar hoe ernstig de uitlatingen zijn en wat het slachtoffer ervan merkt.

Slachtoffers hebben geen directe controle over de vervolging.

Het Openbaar Ministerie beslist of ze het strafrecht inschakelen.

Rol van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie beoordeelt of aangifte van onrechtmatige uitlatingen tot vervolging leidt.

Ze werken met vaste criteria.

Het OM kijkt naar:

  • Ernst van de uitlatingen
  • Impact op het slachtoffer
  • Bewijsvoering
  • Maatschappelijk belang

Bij lichtere gevallen grijpt het OM soms niet in.

Dan blijft alleen de civiele route over.

Het OM kan ook een schikking voorstellen.

De verdachte betaalt dan een boete en de zaak komt niet bij de rechter.

Als het echt uit de hand loopt, eist het OM een gevangenisstraf of flinke geldboete.

Dat gebeurt vooral als de uitlatingen bedreigend zijn of iemands reputatie flink beschadigen.

Rectificatie: eisen, procedures en gevolgen

Rectificatie is een juridisch middel om onjuiste of misleidende uitlatingen op sociale media recht te zetten.

Het proces vraagt om specifieke voorwaarden en een zorgvuldige formulering.

Wanneer en hoe rectificatie vorderen

Iemand kan rectificatie eisen als een social media-post onjuiste feiten bevat of misleidend is.

Artikel 6:167 BW biedt die mogelijkheid.

Voorwaarden voor rectificatie:

  • De uitlating moet feitelijk onjuist zijn
  • Er moet schade aan de reputatie dreigen
  • De publicatie moet identificeerbaar zijn

Meestal begint de procedure met een formele aanmaning.

Daarin staat wat niet klopt en wat de gewenste rectificatie is.

Als de tegenpartij niet reageert, kan een kort geding volgen.

Dit is een snelle rechtszaak die vaak binnen enkele weken een uitspraak oplevert.

Proceskosten en dwangsommen:

De verliezende partij draait meestal op voor de kosten.

Rechters leggen vaak een dwangsom op als iemand de rectificatie niet uitvoert.

Sociale mediaplatforms maken het allemaal wat lastiger.

Posts verspreiden zich razendsnel voordat een rechter kan ingrijpen.

Inhoud en formulering van een rectificatietekst

Een rectificatietekst moet helder en to the point zijn.

Je corrigeert alleen de feitelijke onjuistheden, zonder het verder op de spits te drijven.

Elementen van een goede rectificatie:

  • Exact aangeven wat fout was
  • De juiste feiten noemen
  • Duidelijke taal zonder nieuwe aanvallen

De rectificatie moet je op dezelfde manier publiceren als het oorspronkelijke bericht.

Plaats je iets op Instagram, dan hoort de rectificatie daar ook.

Formuleringsvoorbeeld:

“Op [datum] plaatste ik een bericht waarin stond dat [onjuiste bewering]. Dit is niet juist. De werkelijke situatie is [correcte informatie].”

De rechter kan de exacte tekst voorschrijven.

Zo voorkom je dat de rectificatie zelf weer verwarrend of misleidend wordt.

Soms is verwijdering de enige optie.

Dat gebeurt als de schade te groot is of als een simpele correctie niet volstaat.

Verwijdering van onrechtmatige berichten op social media

Social media platforms moeten onrechtmatige content verwijderen als het schade veroorzaakt aan iemands reputatie.

Rechtszaken kunnen platforms dwingen om zulke berichten weg te halen.

Verwijderingsplicht van het platform

Platforms moeten in actie komen zodra ze weten van onrechtmatige content.

Die plicht ontstaat zodra het platform een melding krijgt over schadelijke berichten.

De platforms hebben hun eigen rapportagesystemen.

Gebruikers kunnen berichten melden via speciale formulieren.

Het platform kijkt dan of de content hun gebruiksvoorwaarden schendt.

Juridische verplichtingen zijn er ook.

Rechters kunnen platforms dwingen om bepaalde berichten te verwijderen.

Dat gebeurt vooral bij smaad, laster of reputatieschade.

De Notice and Takedown procedure speelt een grote rol.

Iemand meldt een onrechtmatige publicatie aan het platform.

Het platform moet dan binnen redelijke termijn iets doen.

Platforms die niet reageren, kunnen aansprakelijk worden gesteld.

Als ze duidelijk onrechtmatige content laten staan na een melding, zijn ze nalatig.

Procedure voor het afdwingen van verwijdering

Het afdwingen van verwijdering begint meestal met een formele aanmaning.

Die stuur je naar de plaatser van het bericht, en vaak ook naar het platform zelf.

Kort geding is een snelle juridische procedure.

Rechters kunnen soms al binnen dagen beslissen over verwijdering.

Dat is belangrijk, want online kan de schade snel oplopen.

De rechter kijkt onder meer naar:

  • Inhoud van het bericht
  • Context waarin het werd geplaatst
  • Schade die is ontstaan
  • Publiek belang bij publicatie

Dwangsommen zijn gebruikelijk.

Degene die het bericht plaatste, betaalt voor elke dag dat het online blijft staan.

Dat kan oplopen van honderden tot duizenden euro’s per dag.

Rectificatie is soms een alternatief.

In plaats van verwijderen kan de plaatser een correctie of verontschuldiging plaatsen.

Belangrijke rechtspraak en praktijkvoorbeelden

Nederlandse rechtbanken hebben meerdere uitspraken gedaan over onrechtmatige uitlatingen op sociale media.

Deze zaken laten goed zien wanneer posts weg moeten en wanneer een rectificatie nodig is.

Uitspraak Rechtbank Rotterdam over negatieve uitlatingen

De Rechtbank Rotterdam heeft al vaker geoordeeld over onrechtmatige uitlatingen op sociale media.

In die zaken kijkt de rechter telkens naar alle omstandigheden.

Belangrijke criteria die de rechtbank hanteert:

  • Context van de uitlating – De rechter kijkt naar de volledige situatie
  • Waarheidsgetrouwheid – Of de feiten juist zijn weergegeven
  • Proportionaliteit – Of de uitlating evenredig is
  • Publiek belang – Of er een maatschappelijk belang is

De rechtbank weegt altijd de vrijheid van meningsuiting af tegen de bescherming van eer en goede naam.

Een uitlating kan onrechtmatig zijn als deze misleidend is of belangrijke context mist.

Bij onrechtmatige uitlatingen kan de rechtbank verwijdering, rectificatie en schadevergoeding opleggen.

Veelgestelde Vragen

Mensen hebben nogal eens vragen over hun rechten bij onrechtmatige social media posts.

De procedures voor rectificatie en verwijdering vragen om bepaalde stappen en bewijsstukken.

Wat zijn mijn rechten als mijn persoonlijke gegevens onrechtmatig op sociale media worden gedeeld?

Je hebt recht op bescherming van je eer en goede naam.

Dat recht weegt zwaar tegenover de vrijheid van meningsuiting.

Als iemand identificeerbare informatie zonder noodzaak deelt, kan dat onrechtmatig zijn.

Dat geldt vooral als de context ontbreekt of informatie misleidend is gebracht.

Slachtoffers kunnen verwijdering eisen van berichten.

Ze kunnen ook via de rechter een rectificatie vorderen.

Hoe kan ik eisen dat lasterlijke uitspraken over mij op sociale media worden verwijderd?

Neem eerst contact op met de persoon die het bericht heeft geplaatst. Vraag of ze de lasterlijke uitspraken vrijwillig willen verwijderen.

Werkt dat niet? Dan kun je een kort geding starten. De rechter kan dan besluiten dat het bericht verwijderd moet worden.

Als de persoon het bericht niet weghaalt, kun je dwangsommen eisen. Je kunt soms ook je proceskosten terugkrijgen.

Op welke juridische gronden kan ik rectificatie van onjuiste informatie op sociale netwerken eisen?

Volgens artikel 6:167 BW mag je rectificatie eisen bij onjuiste of misleidende publicaties. De rechter kan zelfs bevelen dat er een rectificatie openbaar gemaakt wordt.

De informatie moet echt feitelijk onjuist zijn. Soms is het ook genoeg als de context ontbreekt, waardoor het misleidend wordt.

Je moet laten zien dat de publicatie je belangen schaadt. De rechter kijkt ook naar het recht op vrije meningsuiting, dus het is altijd een afweging.

Welke stappen moet ik ondernemen wanneer iemand onrechtmatig beledigende content over mij op social media plaatst?

Leg eerst alles vast. Maak screenshots van de beledigende berichten, liefst met datum en tijd erbij.

Neem daarna contact op met de plaatser en vraag of ze de berichten willen verwijderen.

Lukt dat niet? Neem dan een advocaat in de arm. Die kan snel een kort geding starten.

Je kunt ook overwegen aangifte te doen bij de politie. Belediging en smaad kunnen soms strafrechtelijk worden aangepakt.

Welke bewijsstukken zijn noodzakelijk om een zaak van smaad op sociale media te ondersteunen?

Screenshots van alle berichten zijn cruciaal. Zorg dat de context en de datum zichtbaar zijn.

Bewijs van schade helpt je zaak. Denk aan reacties van anderen of aantoonbare reputatieschade.

Heb je geprobeerd tot rectificatie te komen? Bewaar dan e-mailcorrespondentie als bewijs.

Getuigenverklaringen van collega’s of zakenpartners kunnen ook waardevol zijn. Zij kunnen de impact van de uitlatingen bevestigen.

Wat is de procedure om een gerechtelijk bevel tot verwijdering van onrechtmatige uitlatingen op sociale media te verkrijgen?

Begin met een kort geding bij de bevoegde rechtbank. Dit is bedoeld voor situaties die echt snel actie vereisen.

Dien een dagvaarding in en voeg alle relevante bewijsstukken toe. Leg helder uit waarom je vindt dat de uitlatingen onrechtmatig zijn.

De rechter kijkt of er sprake is van spoedeisend belang. Hij maakt een afweging tussen uitingsvrijheid en de bescherming van iemands eer en goede naam.

Als de rechter je gelijk geeft, krijgt de verweerder een bepaalde termijn om actie te ondernemen.

Houd er rekening mee dat de rechter in zijn vonnis dwangsommen kan opleggen als het bevel niet wordt nageleefd.

Twee mannen ondertekenen juridische documenten.
Civiel Recht, Procesrecht

Executie van een Vonnis: Volledige Gids voor Uitvoering en Bezwaar

Wanneer een rechter een vonnis uitspreekt, is de juridische strijd vaak nog niet voorbij. De verliezende partij moet het vonnis daadwerkelijk naleven.

Als dat niet vrijwillig gebeurt, komt het executierecht om de hoek kijken.

Executie van een vonnis betekent de gedwongen uitvoering van een rechterlijke uitspraak door een gerechtsdeurwaarder. Daarbij kan beslag worden gelegd op spullen van de schuldenaar om het vonnis af te dwingen.

Dit proces vormt de brug tussen gelijk krijgen bij de rechter en het daadwerkelijk incasseren van dat gelijk.

Het executietraject kent allerlei stappen, van het betekenen van het vonnis tot beslag op bankrekeningen of andere bezittingen. Zowel schuldeisers als schuldenaren hebben hun rechten en plichten, en er bestaan verschillende dwangmiddelen en juridische alternatieven.

Wat is executie van een vonnis?

Executie van een vonnis houdt in dat een rechterlijke uitspraak daadwerkelijk wordt uitgevoerd door een deurwaarder. Dit begint zodra de verliezende partij niet vrijwillig voldoet aan het vonnis.

De deurwaarder voert dan de rechtelijke beslissing uit.

Definitie en betekenis

Executie van een vonnis betekent dat een gerechtsdeurwaarder een rechterlijke uitspraak uitvoert. Dit gebeurt als de veroordeelde partij niet vrijwillig aan het vonnis voldoet.

De executie start altijd met de betekening van het vonnis. De deurwaarder levert het vonnis af bij de veroordeelde en geeft het bevel om te voldoen aan de uitspraak.

Na betekening krijgt de veroordeelde een bepaalde termijn om te betalen of te handelen. Doet hij dat niet, dan mag de winnende partij overgaan tot gedwongen executie.

Executie kan verschillende vormen aannemen:

  • Bankbeslag waarbij het saldo naar de eisende partij gaat
  • Openbare verkoop van spullen van de schuldenaar
  • Andere beslagmaatregelen op bekende bezittingen

Rol van de rechter en advocaat

De rechter bepaalt of het vonnis uitvoerbaar is. Soms verklaart hij het vonnis direct uitvoerbaar, soms moet je eerst hoger beroep afwachten.

Advocaten zijn belangrijk bij executie. De advocaat van de winnende partij start de executieprocedure en schakelt de deurwaarder in.

De advocaat begeleidt het hele proces en adviseert over de beste aanpak. Hij checkt ook of alles volgens de regels verloopt.

Advocaten kunnen ook de verliezende partij bijstaan. Zij proberen dan de executie te voorkomen of uit te stellen, bijvoorbeeld door een betalingsregeling te regelen.

Wanneer is een vonnis uitvoerbaar bij voorraad?

Een vonnis is uitvoerbaar bij voorraad als de rechter dat in het vonnis zet. Dan kan de executie direct beginnen, zelfs als de tegenpartij in hoger beroep gaat.

Voordelen van uitvoerbaar bij voorraad:

  • Geen wachttijd voor executie
  • Hoger beroep houdt de executie niet tegen
  • Snellere inning van vorderingen

Bij een vonnis uitvoerbaar bij voorraad mag de winnende partij direct na de uitspraak executeren. De verliezer kan nog proberen de executie te schorsen via een kort geding, maar dat lukt zelden.

Er zit wel een risico aan executie van een voorlopig uitvoerbaar vonnis. Als het vonnis later in hoger beroep wordt vernietigd, zijn alle executiehandelingen onrechtmatig. De executant moet dan alle schade vergoeden.

Start van het executietraject

Het executietraject begint met de officiële betekening van het vonnis door een deurwaarder. Na deze betekening weet de debiteur officieel van de uitspraak en ontstaat er een wettelijke verplichting tot betaling of naleving.

Betekening van het vonnis door de deurwaarder

De deurwaarder speelt een cruciale rol bij het starten van de executie. Hij bezorgt een officieel exemplaar van het vonnis persoonlijk bij de debiteur.

Deze betekening moet volgens strikte regels gebeuren. De deurwaarder mag het vonnis alleen aan bepaalde personen overhandigen of op specifieke manieren achterlaten.

Belangrijke aspecten van de betekening:

  • Het vonnis moet in originele vorm worden overhandigd
  • De deurwaarder maakt een proces-verbaal van betekening
  • Datum en tijdstip van betekening worden vastgelegd
  • De betekening activeert alle rechten uit het vonnis

Zonder geldige betekening kan er geen executie plaatsvinden. Dit maakt de betekening echt onmisbaar als eerste stap.

De positie van de debiteur na betekening

Na betekening verandert de juridische positie van de debiteur flink. Hij krijgt nu officieel te horen dat de rechter tegen hem heeft geoordeeld.

Vanaf dat moment heeft de debiteur beperkte tijd om vrijwillig aan het vonnis te voldoen. Meestal gaat het om een paar dagen tot een week.

Hij kan nog steeds verschillende juridische stappen nemen:

  • Hoger beroep instellen
  • Een executiegeschil starten
  • Een betalingsregeling voorstellen

Rechtsgevolgen voor de debiteur:

  • Verplichting tot betaling ontstaat definitief
  • Executoriale titel wordt geactiveerd
  • Kans op beslaglegging wordt reëel

Eerste stappen richting tenuitvoerlegging

Als de debiteur niet vrijwillig betaalt of handelt, start de daadwerkelijke tenuitvoerlegging. De deurwaarder mag dan dwangmaatregelen nemen.

Mogelijke executiemaatregelen:

  • Beslag op bankrekeningen
  • Beslag op roerende goederen (auto, inboedel)
  • Beslag op onroerende goederen (huis, bedrijfspand)
  • Loonbeslag bij de werkgever

De deurwaarder kiest de meest effectieve methode. Hij kijkt eerst welke bezittingen of inkomsten de debiteur heeft.

Bij conservatoir beslag dat eerder gelegd is, verandert de betekening dat automatisch in executoriaal beslag. De spullen kunnen dan verkocht worden.

De tenuitvoerlegging moet altijd proportioneel blijven. De deurwaarder mag niet meer afnemen dan nodig is om de schuld te voldoen.

Executiemaatregelen en beslaglegging

Als een schuldenaar niet vrijwillig aan een vonnis voldoet, kan de winnende partij verschillende executiemaatregelen inzetten. Denk aan executoriaal beslag op goederen, derdenbeslag of het organiseren van veilingen om het geld te innen.

Executoriaal beslag en beslaglegging

Executoriaal beslag vormt de basis van de gedwongen tenuitvoerlegging van vonnissen. Dit type beslag komt pas na de uitspraak van de rechter en nadat het vonnis officieel is betekend.

Een gerechtsdeurwaarder voert de beslaglegging uit namens de crediteur. Eerst moet de deurwaarder het vonnis betekenen aan de schuldenaar.

Daarna krijgt de schuldenaar nog een korte termijn om vrijwillig te betalen. Als dat niet gebeurt, mag de deurwaarder executoriaal beslag leggen.

Met dit beslag kan de schuldeiser zijn vordering verhalen op de beslagen goederen.

Belangrijke voorwaarden voor executoriaal beslag:

  • Een uitvoerbare titel (vonnis)
  • Betekening van het vonnis
  • Verstrijken van de betalingstermijn

Derdenbeslag en roerende/onroerende zaken

Derdenbeslag wordt gelegd op vorderingen die de schuldenaar heeft op derden. Het bekendste voorbeeld is bankbeslag op de rekening van de schuldenaar.

Bij bankbeslag moet de bank het tegoed blokkeren en uitkeren aan de beslaglegger. De bank mag dan geen geld meer uitbetalen aan de oorspronkelijke rekeninghouder.

Roerende zaken zoals auto’s, sieraden en meubilair komen ook in aanmerking voor beslag. De deurwaarder maakt een inventaris van waardevolle spullen.

Deze goederen kunnen later worden verkocht. Onroerende zaken zoals huizen en kantoorpanden vereisen een speciale aanpak.

Het beslag op onroerend goed wordt ingeschreven in de openbare registers. De verkoop gebeurt via een gerechtelijke veiling, onder toezicht van de rechtbank.

Verkoop en veiling van goederen

Na beslaglegging volgt vaak de verkoop van goederen om het verschuldigde bedrag te innen. De opbrengst dient om de schuld te voldoen.

Roerende zaken gaan meestal via een openbare veiling. De deurwaarder organiseert deze veiling en zorgt voor de bekendmaking.

Kopers kunnen bieden op de beslagen goederen. Onroerende zaken worden verkocht via een gerechtelijke veiling onder toezicht van de rechtbank.

Er gelden strikte regels voor verkoop en betaling. De opbrengst van de veiling gaat eerst naar de kosten van executie.

Daarna volgt betaling van de oorspronkelijke vordering. Blijft er geld over, dan krijgt de schuldenaar het restant terug.

Is de opbrengst niet genoeg, dan blijft de schuldenaar zitten met het restant van de schuld.

Omgang met verzet en executiegeschil

Verzet een veroordeelde partij zich tegen de uitvoering van een vonnis, dan kan zij een executiegeschil starten of een schorsingsverzoek indienen. Deze procedures bieden kansen om executie te stoppen, ook als er geen andere rechtsmiddelen meer zijn.

Gronden en procedure van een executiegeschil

Een executiegeschil is een juridische procedure waarbij de veroordeelde partij de voorzieningenrechter vraagt om de uitvoering van een vonnis te schorsen of te verbieden. Deze weg staat altijd open, zelfs na een onherroepelijk vonnis.

De rechter toetst executiegeschillen aan strenge criteria. Voor onherroepelijke vonnissen geldt alleen de Ritzen/Hoekstra-toets:

  • Het vonnis berust op een feitelijke of juridische misslag
  • Er zijn nieuwe feiten of omstandigheden ontstaan
  • Er is sprake van een noodtoestand

Zijn er nog rechtsmiddelen mogelijk, dan kijkt de rechter ook naar de belangen van beide partijen. Het belang van executie wordt afgewogen tegen het belang van de veroordeelde.

Het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 heeft deze regels verduidelijkt. Een belangenafweging vindt maar één keer plaats, tenzij er echt iets nieuws gebeurt.

Onrechtmatige executie en schadevergoeding

Blijkt de executie onrechtmatig, dan kan de veroordeelde schadevergoeding eisen. Dit kan als de deurwaarder zijn bevoegdheden overschrijdt of als het vonnis later wordt vernietigd.

Misbruik van executiebevoegdheid komt bijvoorbeeld voor bij:

  • Executie zonder geldige titel
  • Niet-naleven van wettelijke procedures
  • Executie na betaling van de schuld

De veroordeelde moet aantonen dat hij schade heeft geleden door de onrechtmatige executie. Denk aan kosten van advocaten, deurwaarders of misgelopen inkomsten.

Schadevergoeding moet tijdig worden gevorderd. De rechter kijkt of de executant te kwader trouw was of had moeten weten dat de executie niet terecht was.

Schorsing door hoger beroep of kort geding

Een schorsingsincident tijdens hoger beroep biedt een alternatief voor het executiegeschil. Het gerechtshof kan de uitvoering van het vonnis pauzeren tot de uitspraak in hoger beroep.

Voor schorsing gelden dezelfde criteria als bij het executiegeschil. De rechter weegt het belang van executie af tegen het belang bij behoud van de huidige situatie.

Kort geding bij de voorzieningenrechter is mogelijk voor spoedeisende kwesties. Deze procedure verloopt sneller dan een gewoon executiegeschil, maar de toetsing blijft gelijk.

De keuze tussen deze procedures hangt af van:

  • Of rechtsmiddelen nog openstaan
  • De urgentie van de zaak
  • De kans van slagen van het verweer

Dwangmiddelen en alternatieven bij tenuitvoerlegging

Bij het uitvoeren van een vonnis kun je verschillende dwangmiddelen inzetten om naleving af te dwingen. Dwangsommen en reële executie zijn daarbij de belangrijkste instrumenten.

Toepassing en rol van dwangsommen

Een dwangsom is een geldboete die de schuldenaar moet betalen voor elke dag of periode dat hij het vonnis niet nakomt. De rechter bepaalt de hoogte van de dwangsom in het vonnis.

Kenmerken van dwangsommen:

  • Werken preventief door financiële druk te geven
  • Motiveren tot vrijwillige naleving
  • Kunnen dagelijks, wekelijks of per overtreding oplopen

De dwangsom loopt automatisch op als de schuldenaar in gebreke blijft. Je hoeft geen aparte procedure te starten om de dwangsom te laten ingaan.

Vaak zit er een maximum aan de dwangsom. Zo voorkom je dat de boete uit de hand loopt. Ook na het bereiken van het maximum blijft de schuldenaar verplicht het vonnis na te leven.

Reële executie en andere middelen

Reële executie betekent dat je de prestatie daadwerkelijk afdwingt zoals oorspronkelijk bedoeld. De deurwaarder zorgt ervoor dat het vonnis letterlijk wordt uitgevoerd.

Vormen van reële executie:

  • Ontruiming: Gedwongen verwijdering van mensen of spullen uit een pand
  • Wegneming: Fysiek weghalen van zaken die niet mogen blijven
  • Handeling door derde: Iemand anders de verplichting laten uitvoeren

Bij de uitvoering kan de deurwaarder ook beslag leggen op goederen van de schuldenaar. Deze spullen kunnen daarna worden verkocht om de schuld te voldoen.

Vaak kun je verschillende executiemiddelen combineren. Een dwangsom kan bijvoorbeeld blijven oplopen terwijl je ook reële executie toepast.

Internationale aspecten en aanvullende ondersteuning

Nederlandse vonnissen kun je ook in andere landen uitvoeren, maar daar komen specifieke procedures bij kijken. Een goed verhaalsonderzoek helpt om te bepalen of executie zinvol is.

Executie van Nederlandse vonnissen in het buitenland

Wil je een Nederlands vonnis in het buitenland uitvoeren, dan heb je kennis nodig van internationale verdragen en lokale wetgeving. Binnen de Europese Unie zijn de procedures sinds 2015 een stuk eenvoudiger.

Europese procedures

Voor EU-landen heb je vaak geen exequatur meer nodig. Een vonnis uit een EU-lidstaat wordt automatisch erkend door andere lidstaten.

De schuldeiser moet wel een certificaat aanvragen bij de Nederlandse rechtbank. Met dat certificaat kun je executie aanvragen bij de bevoegde autoriteiten in het andere land.

Dat proces verloopt tegenwoordig een stuk sneller doordat er minder tussenstappen zijn. Voorwaarden voor EU-executie:

  • Vonnis gewezen na 10 januari 2015
  • Burgerlijke of handelszaak
  • Gedaagde woont in de EU

Buiten de EU

Voor landen buiten de EU gelden andere regels. Vaak heb je dan wel een exequatur nodig. Het vonnis moet eerst worden erkend door de lokale rechter.

De procedures verschillen per land. Sommige landen hebben bilaterale verdragen met Nederland, wat alles wat makkelijker maakt.

Verhaalsonderzoek en haalbaarheid

Wil je executie in het buitenland starten? Dan is een verhaalsonderzoek eigenlijk onmisbaar.

Zo’n onderzoek laat zien of de schuldenaar genoeg bezittingen heeft om het vonnis te betalen.

Onderzoeksmogelijkheden

Met een verhaalsonderzoek kun je van alles boven water krijgen. Je kijkt bijvoorbeeld naar bankrekeningen, onroerend goed, en andere waardevolle spullen van de schuldenaar.

In sommige landen kom je lastiger aan informatie. Strenge privacyregels gooien daar soms roet in het eten.

Dan is professionele hulp eigenlijk wel nodig.

Kosten versus baten

Internationale executie kost geld. Je moet die kosten echt afwegen tegen de kans op succes.

Soms is het simpelweg niet de moeite waard om door te zetten.

Waar je op let:

  • Hoogte van de vordering
  • Executiekosten in het betreffende land
  • Aanwezige bezittingen van de schuldenaar
  • Lokale wetgeving en procedures

Veelgestelde Vragen

De executie van een vonnis roept allerlei praktische vragen op. Hieronder vind je antwoorden op de meest gestelde vragen over de stappen, kosten en procedures rond het uitvoeren van een gerechtelijk vonnis.

Wat zijn de stappen die genomen moeten worden om een vonnis te executeren?

Je begint met het betekenen van het vonnis via een deurwaarder. Die bezorgt het vonnis bij de veroordeelde partij en geeft meteen het bevel om te voldoen.

De veroordeelde krijgt een bepaalde termijn om vrijwillig te betalen. Hoe lang die termijn is, hangt af van het soort vonnis en de situatie.

Komt er geen betaling? Dan mag de winnende partij overgaan tot gedwongen uitvoering.

Daarvoor schakelt hij opnieuw de deurwaarder in, die beslag legt op goederen.

Welke kosten zijn verbonden aan de tenuitvoerlegging van een gerechtelijk vonnis?

Je betaalt deurwaarderskosten voor het betekenen en uitvoeren van het vonnis. Meestal komen die kosten uiteindelijk bij de veroordeelde partij terecht.

Bij beslaglegging krijg je te maken met extra kosten voor het leggen en onderhouden van beslag. Ook de verkoop van goederen brengt kosten met zich mee.

Hoeveel het precies kost, hangt af van het soort executie en de hoogte van de vordering. Deurwaarders werken met wettelijke tarieven.

Wat is de rol van een deurwaarder bij de uitvoering van een vonnis?

De deurwaarder betekent het vonnis aan de veroordeelde partij. Hij geeft daarbij direct het bevel om te voldoen binnen een bepaalde termijn.

Werkt de veroordeelde niet mee? Dan legt de deurwaarder beslag op goederen, bankrekeningen of andere bezittingen.

De deurwaarder regelt ook de eventuele verkoop van de beslagen goederen. De opbrengst gaat naar de winnende partij.

Hoe kan ik beslag laten leggen op goederen of tegoeden van de veroordeelde partij?

Beslag leggen kan pas na betekening van het vonnis en als de termijn verstreken is. De deurwaarder pakt dan de bekende goederen en tegoeden van de veroordeelde partij aan.

Bankbeslag zie je vaak: het saldo op bankrekeningen wordt geblokkeerd. Later krijgt de beslaglegger het geld uitgekeerd.

Ook roerende en onroerende goederen komen in aanmerking voor beslag. Die verkoopt men openbaar en de opbrengst gaat naar de schuldeiser.

Wat kan ik doen als de veroordeelde partij niet voldoet aan het vonnis?

Betaalt de veroordeelde partij niet uit zichzelf? Dan kun je overgaan tot gedwongen executie.

De deurwaarder legt beslag op goederen en tegoeden. Bij herhaalde weigering kun je aanvullende maatregelen nemen.

Dit kan leiden tot verder beslag of andere dwangmiddelen. Snel handelen na het verlopen van de termijn is echt belangrijk.

Wacht je te lang, dan verklein je de kans op een succesvolle inning.

Welke rechten heb ik als schuldeiser indien de schuldenaar failliet is verklaard?

Als jouw schuldenaar failliet gaat, moet je je vordering aanmelden bij de curator. Dat aanmelden doe je binnen een termijn die de rechtbank bepaalt.

De curator bekijkt vervolgens alle vorderingen. Daarna stelt hij een uitdelingslijst samen.

Schuldeisers krijgen uitbetaald uit wat er nog in de boedel zit, maar alleen als er genoeg geld is.

Niet iedere schuldeiser staat trouwens op gelijke hoogte. Preferente schuldeisers, zoals de belastingdienst, krijgen eerder hun geld dan gewone schuldeisers.

Rechter achter bureau met rechtszaken.
Procesrecht, Strafrecht

Vrijspraak: Uitleg, Juridische Achtergrond en Praktische Gevolgen

Als iemand wordt beschuldigd van een misdrijf, kan de zaak op verschillende manieren eindigen. Vrijspraak is misschien wel de belangrijkste uitkomst.

Vrijspraak betekent dat de rechter vindt dat er niet genoeg bewijs is om de verdachte schuldig te verklaren aan het ten laste gelegde feit. Dat klinkt misschien als een bewijs van onschuld, maar dat is het dus niet.

Veel mensen denken: vrijspraak = onschuldig. Maar zo werkt het niet.

In Nederland geldt: je bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is. De rechter hoeft dus niet te bewijzen dat iemand iets níet heeft gedaan.

De juridische basis, voorwaarden en gevolgen van vrijspraak zijn behoorlijk ingewikkeld. Het verschilt ook flink van andere uitspraken zoals ontslag van alle rechtsvervolging.

Voor verdachten en hun familie is het goed om te weten wat vrijspraak nou echt betekent. Wat kun je daarna verwachten?

Wat is vrijspraak?

Vrijspraak is een rechterlijke uitspraak waarbij de verdachte niet schuldig wordt verklaard aan het tenlastegelegde feit. Dit is iets anders dan bijvoorbeeld ontslag van rechtsvervolging en heeft een eigen plek binnen het internationale strafrecht.

Definitie van vrijspraak

Vrijspraak is de beslissing van de rechter dat het bewijs niet voldoende is. De rechter vindt het niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het strafbaar feit heeft gepleegd.

De rechter hoeft niet te bewijzen dat de verdachte onschuldig is. Het draait om de vraag of het bewijs sterk genoeg is voor een veroordeling.

De verdachte wordt vrijgesproken als:

  • Het bewijs niet overtuigt
  • De feiten niet bewezen kunnen worden
  • De schuld twijfelachtig blijft

Na vrijspraak geldt iemand juridisch als niet schuldig aan het ten laste gelegde feit. Maar volledige onschuld is daarmee niet aangetoond.

Verschil tussen vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging

Vrijspraak volgt na een rechtszitting door de rechter. Ontslag van rechtsvervolging (sepot) gebeurt door het Openbaar Ministerie, nog voordat de zaak bij de rechter komt.

Bij sepot besluit de officier van justitie om niet te vervolgen. Redenen? Bijvoorbeeld te weinig bewijs, of er is geen algemeen belang.

Verschillen zijn onder meer:

Vrijspraak Sepot
Rechterlijke uitspraak OM-beslissing
Na rechtszitting Voor rechtszitting
Publiek proces Administratief besluit

Vrijspraak weegt zwaarder, want de rechter heeft het bewijs bekeken. Bij sepot komt het niet eens tot een inhoudelijke behandeling door de rechter.

Juridische basis van vrijspraak in het strafrecht

Vrijspraak is een fundamentele uitspraak in het Nederlandse strafprocesrecht. De rechter zegt dan: het is niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

De wet bepaalt wanneer en hoe de rechter tot vrijspraak kan komen. Dat is allemaal vastgelegd in het strafproces.

Plaats van vrijspraak binnen het strafproces

Vrijspraak staat centraal als mogelijke uitkomst van een strafzaak. De rechter spreekt vrij als het bewijs niet sterk genoeg is.

Vrijspraak betekent niet dat de verdachte bewezen onschuldig is. Het zegt alleen dat de aanklager niet genoeg bewijs heeft geleverd.

Andere mogelijke uitspraken in het strafrecht:

  • Ontslag van alle rechtsvervolging: Het feit is bewezen, maar er volgt geen straf
  • Niet-ontvankelijkheid: De vervolging mag niet doorgaan
  • Veroordeling: Het feit is bewezen en er volgt een straf

Het principe blijft: je bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Vrijspraak hoort bij dat uitgangspunt.

Wettelijk kader en procesrechtelijke regels

Het Wetboek van Strafvordering regelt precies wanneer de rechter moet vrijspreken. Artikel 352 Sv zegt: vrijspraak als het feit niet bewezen wordt geacht.

De bewijslast ligt bij het Openbaar Ministerie. De officier van justitie moet bewijzen dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.

Het bewijs moet aan strenge eisen voldoen:

  • Het moet wettig zijn verkregen
  • Het moet overtuigend zijn, dus geen redelijke twijfel overlaten

Een verdachte kan meestal niet in beroep tegen een vrijspraak. Waarom zou je ook, het is in je voordeel.

Het Openbaar Ministerie mag wél hoger beroep instellen tegen een vrijspraak, zolang dat binnen de termijn gebeurt.

Sinds 2013 is herziening ten nadele soms mogelijk. Dat betekent dat iemand na een onherroepelijke vrijspraak opnieuw kan worden vervolgd als er nieuw bewijs is.

Rol van de rechter bij het uitspreken van vrijspraak

De rechter speelt een actieve rol bij de beslissing over vrijspraak. Hij beoordeelt of het bewijs voldoet aan de eisen voor een veroordeling.

Twijfelt de rechter over het bewijs? Dan moet hij vrijspreken. Dit heet in dubio pro reo – bij twijfel voor de verdachte.

De rechter kijkt naar verschillende dingen:

  • Is het bewijs volgens de regels verkregen?
  • Is er geen redelijke twijfel?
  • Dekt het bewijs alle onderdelen van het ten laste gelegde feit?

De rechter moet uitleggen waarom hij vrijspreekt. Dus hij motiveert waarom het bewijs niet overtuigt.

De rechter mag alleen beoordelen wat in de tenlastelegging staat. Hij kijkt dus puur naar de feiten die hem zijn voorgelegd.

Voorwaarden en gronden voor vrijspraak

Een rechter spreekt een verdachte vrij als het bewijs niet sterk genoeg is. Dat gebeurt als het bewijs niet wettig en overtuigend is of als er geen strafbaar feit bewezen kan worden.

Wettig en overtuigend bewijs

De rechter moet bepalen of het bewijs wettig en overtuigend is. Dat houdt in dat het bewijs goed verzameld is en sterk genoeg om op te steunen.

Bewijs is wettig als het volgens de regels is verkregen. Als het bewijs illegaal is verkregen, mag de rechter het meestal niet meenemen.

Overtuigend bewijs betekent dat de rechter er echt van overtuigd is dat de verdachte schuldig is. Bij twijfel moet de rechter vrijspreken.

De rechter kijkt naar alle bewijsstukken samen. Dat kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Getuigenverklaringen
  • Documenten
  • Technisch bewijs
  • Bekentenis van verdachte

Gebrek aan bewijs

Vaak volgt vrijspraak uit een gebrek aan bewijs. De rechter heeft dan niet genoeg informatie om iemand schuldig te verklaren.

Dat betekent niet automatisch dat de verdachte onschuldig is. Het zegt alleen dat er te weinig bewijs is voor een veroordeling.

Het vonnis luidt dan “niet bewezen”. De verdachte hoeft zijn onschuld niet te bewijzen.

Voorbeelden van gebrek aan bewijs zijn:

  • Getuigen die elkaar tegenspreken
  • Technisch bewijs dat onduidelijk blijft
  • Geen direct bewijs van het misdrijf

Geen strafbaar feit bewezen

De rechter spreekt ook vrij als er geen strafbaar feit bewezen is. Soms blijkt dat de handeling niet strafbaar is volgens de wet.

Het kan gebeuren dat de politie denkt dat iemand iets illegaals heeft gedaan. Toch kan de rechter tot een andere conclusie komen.

Ook als niet alle onderdelen van het misdrijf zijn bewezen, volgt vrijspraak. Elk misdrijf heeft specifieke elementen die allemaal aangetoond moeten worden.

Andere redenen voor vrijspraak zijn:

  • De verdachte handelde uit noodweer
  • De verdachte was niet toerekeningsvatbaar
  • Er was een andere rechtvaardiging

Verloop van het strafproces richting vrijspraak

Het OM moet aantonen dat de verdachte schuldig is. De verdachte kan het bewijs tegenspreken.

Uiteindelijk beslist de rechter of er genoeg bewijs ligt voor een veroordeling.

Rol van het OM en de verdachte

Het OM draagt de bewijslast. Zij moeten laten zien dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.

De officier van justitie presenteert tijdens de zitting het bewijs. Hij of zij legt uit waarom de verdachte schuldig zou zijn.

Het OM gebruikt verschillende bewijsmiddelen, zoals getuigenverklaringen en forensisch onderzoek.

De verdachte heeft belangrijke rechten:

De verdachte hoeft niet zijn onschuld te bewijzen. Hij mag er ook voor kiezen om niets te zeggen.

De advocaat van de verdachte speelt een grote rol. Die kan het bewijs van het OM aanvallen of andere verklaringen geven voor wat er is gebeurd.

Bewijsvoering en verdediging

De rechter bespreekt alle feiten en bewijs met de aanwezigen. Het OM moet laten zien dat er geen redelijke twijfel is over de schuld van de verdachte.

De verdediging kan verschillende strategieën inzetten:

Strategie Doel
Bewijs betwisten Aantonen dat bewijs niet betrouwbaar is
Alibi aanvoeren Bewijzen dat verdachte ergens anders was
Getuigen oproepen Andere versie van gebeurtenissen presenteren

Tijdens de zitting mogen OM en advocaat vragen stellen aan de verdachte. De verdachte kiest zelf of hij antwoord geeft.

De advocaat houdt een pleidooi. Daarin legt hij uit waarom de verdachte vrijgesproken zou moeten worden.

Besluitvorming en motivering

De rechter beoordeelt of het bewijs sterk genoeg is. Als er twijfel is, volgt vrijspraak.

Vrijspraak betekent: de rechter vindt niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.

De politierechter of kantonrechter doet meestal direct uitspraak. In zwaardere zaken volgt de uitspraak binnen 14 dagen door de meervoudige kamer.

De rechter motiveert zijn beslissing altijd. Hij legt uit waarom het bewijs wel of niet voldoende was.

Bij vrijspraak eindigt de rechtsvervolging. Heeft de verdachte vastgezeten, dan kan hij schadevergoeding vragen bij de rechtbank.

Dit geldt alleen voor mensen die zijn vrijgesproken na voorlopige hechtenis.

Gevolgen van vrijspraak

Een vrijspraak betekent dat geen straf kan worden opgelegd. Toch kan de verdachte nog steeds last hebben van gevolgen buiten het strafproces.

Geen straf na vrijspraak

Als een rechter vrijspreekt, volgt er geen straf. Dat is een belangrijk verschil met andere uitspraken.

De rechter kan bij vrijspraak niet opleggen:

  • Gevangenisstraf
  • Geldboete
  • Taakstraf
  • Voorwaardelijke straffen
  • Schadevergoeding aan het slachtoffer

Het vonnis betekent dat de rechter niet bewezen acht dat de verdachte het feit heeft gepleegd.

Hierdoor vervalt iedere vorm van bestraffing. Dit geldt ook voor schadevergoeding: zelfs als het slachtoffer schade heeft, kan de verdachte niet verplicht worden tot betaling via het strafproces.

De verdachte hoeft geen rekening te houden met strafrechtelijke sancties voor het feit.

Latere gevolgen voor de verdachte

Een vrijspraak lost niet altijd alles op. Er kunnen nog gevolgen zijn in andere rechtsgebieden.

Mogelijke gevolgen na vrijspraak:

  • Civiele rechtszaak door het slachtoffer
  • Bestuursrechtelijke maatregelen
  • Gevolgen voor werk of opleiding
  • Reputatieschade door publiciteit

Bestuursorganen kunnen soms alsnog maatregelen nemen. Dat kan als ze beschikken over aanvullend bewijs dat niet in het strafproces is gebruikt.

De vrijspraak beschermt wel tegen sommige gevolgen. Bestuursorganen mogen iemand niet behandelen alsof hij schuldig is aan hetzelfde feit.

Het onschuldvermoeden speelt hier een grote rol. Andere instanties moeten de uitspraak van de rechter respecteren.

Herziening en beroep

Tegen een vonnis van vrijspraak zijn verschillende rechtsmiddelen mogelijk. Zowel de verdachte als het Openbaar Ministerie kunnen stappen zetten.

Het Openbaar Ministerie kan in beroep gaan als ze het niet eens zijn met de vrijspraak. Een hogere rechter kijkt dan opnieuw naar de zaak.

De vrijgesproken verdachte kan ook beroep instellen. Soms gebeurt dat bijvoorbeeld bij reputatieschade door de vervolging.

Herziening is mogelijk in bijzondere gevallen:

  • Nieuwe bewijzen komen naar voren
  • Er zijn procedurefouten gemaakt
  • Getuigen hebben gelogen onder ede

Herziening van een vrijspraak is zeldzaam. Het moet gaan om echt belangrijke nieuwe feiten die tijdens het eerste proces nog onbekend waren.

De termijnen voor beroep zijn kort. Meestal moet je binnen een paar weken actie ondernemen.

Praktische voorbeelden en bijzondere gevallen

Vrijspraak komt in allerlei situaties voor in het strafprocesrecht. Gebrek aan bewijs en fouten in de tenlastelegging zijn vaak de reden dat verdachten worden vrijgesproken.

Vrijspraak bij onvoldoende bewijs

De rechtbank spreekt een verdachte vrij als er niet genoeg bewijs is om schuld vast te stellen. Dit komt best vaak voor bij zaken waar bewijs ontbreekt of gewoon twijfelachtig is.

Neem bijvoorbeeld een inbraakzaak met alleen vingerafdrukken als aanwijzing. Kan de verdachte aantonen dat hij eerder legaal in het gebouw was? Dan valt dat bewijs eigenlijk meteen weg.

Voorbeelden van ontoereikend bewijs:

  • Getuigenverklaringen die elkaar tegenspreken
  • DNA-bewijs dat op meerdere personen kan slaan
  • Camerabeelden van slechte kwaliteit
  • Geen duidelijk motief aantoonbaar

Bij vechtpartijen zie je vaak dat de rechtbank vrijspreekt als niet duidelijk is wie de eerste klap gaf. Zonder betrouwbare getuigen of goede camerabeelden blijft die twijfel gewoon bestaan.

Het “beyond reasonable doubt” principe beschermt burgers tegen onterechte veroordelingen. Rechters moeten vrijspreken als er ook maar een beetje twijfel blijft over de schuld van de verdachte.

Vrijspraak bij onjuiste tenlastelegging

Soms maakt het Openbaar Ministerie fouten in de tenlastelegging. Dan volgt vrijspraak, ook als de verdachte misschien wel iets verkeerds heeft gedaan.

Stel: iemand wordt aangeklaagd voor diefstal van €500, maar later blijkt het om €300 te gaan. Dan klopt de aanklacht niet meer.

Veelvoorkomende fouten in tenlasteleggingen:

  • Verkeerde datum of tijd van het misdrijf
  • Onjuiste omschrijving van de handeling
  • Verkeerd bedrag bij financiële misdrijven
  • Foute locatie van het delict

Bij mishandeling kan de rechtbank vrijspreken als de aanklacht “zwaar lichamelijk letsel” noemt, terwijl er alleen lichte verwondingen zijn. De juridische omschrijving moet echt precies kloppen.

Het strafprocesrecht stelt dat alle onderdelen van een misdrijf bewezen moeten zijn. Zelfs een kleine fout in de aanklacht kan de hele zaak laten klappen.

Impact op de samenleving

Vrijspraken hebben gevolgen voor het vertrouwen in de rechtspraak. Burgers zien zo’n uitspraak soms als een mislukking van het systeem, vooral bij emotionele zaken.

Na bekende vrijspraken in moordzaken ontstaat er vaak maatschappelijke onrust. Mensen snappen niet altijd waarom “overduidelijk schuldig” personen vrijkomen door procedurefouten.

Positieve effecten van vrijspraken:

  • Bescherming van onschuldige burgers
  • Waarborg voor eerlijk proces
  • Stimulans voor beter politieonderzoek
  • Versterking van rechtsstaat

Vrijspraken zetten politie en justitie aan om beter werk te leveren. Zaken moeten gewoon beter voorbereid zijn, en het bewijs moet sterker zijn.

Voor slachtoffers zijn vrijspraken vaak pijnlijk. Ze voelen zich niet gehoord en missen gerechtigheid. Slachtofferhulp is dan belangrijk voor de verwerking.

De samenleving moet beseffen dat vrijspraak niet betekent dat iemand onschuldig is. Het zegt alleen dat schuld niet voldoende bewezen is volgens de wet.

Veelgestelde Vragen

Mensen hebben vaak vragen over de juridische aspecten van vrijspraak. De meeste onduidelijkheden gaan over de gronden voor vrijspraak, het verschil met andere uitspraken en de mogelijkheden voor hoger beroep.

Wat zijn de voornaamste gronden voor een vrijspraak in het strafrecht?

Een rechter spreekt een verdachte vrij als er niet genoeg bewijs is om schuld vast te stellen. Het bewijs moet wettig en overtuigend zijn, anders houdt het niet stand.

Ontbrekend bewijs is eigenlijk de meest voorkomende reden voor vrijspraak. De aanklager moet bewijzen dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.

Een geslaagd beroep op een rechtvaardigingsgrond kan ook tot vrijspraak leiden, bijvoorbeeld bij noodweer of overmacht.

Schulduitsluitingsgronden werken soms ook. Denk aan ontoerekeningsvatbaarheid of dwaling.

Procedurefouten tijdens het onderzoek kunnen een vrijspraak opleveren. Onrechtmatig verkregen bewijs wordt dan gewoon niet toegelaten.

Hoe kan nieuw bewijsmateriaal leiden tot een vrijspraak?

Nieuw bewijsmateriaal kan een eerdere veroordeling omkeren via herziening. Dit bewijs moet nog onbekend zijn geweest tijdens het oorspronkelijke proces.

Het nieuwe bewijs moet echt zwaar wegen en de onschuld van de veroordeelde aantonen. De Hoge Raad beslist uiteindelijk over zo’n verzoek tot herziening.

DNA-onderzoek heeft in meerdere zaken tot vrijspraak geleid. Ook ingetrokken getuigenverklaringen kunnen soms het verschil maken.

De procedure voor herziening is streng. Niet elk nieuw bewijs leidt zomaar tot een nieuwe behandeling van de zaak.

Wat is het verschil tussen vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging?

Bij vrijspraak vindt de rechter niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd. Het draait om een gebrek aan bewijs voor de feiten zelf.

Ontslag van rechtsvervolging betekent dat het feit wel bewezen is, maar de verdachte niet strafbaar is. Dit kan door rechtvaardigingsgronden of andere juridische redenen.

Beide uitspraken zorgen ervoor dat de verdachte geen straf krijgt. Het verschil zit vooral in de juridische redenatie achter de uitspraak.

Voor schadevergoeding maakt het uit welke uitspraak wordt gedaan. De gevolgen kunnen per type uitspraak verschillen.

Hoe gaat het proces van hoger beroep in zijn werk bij een zaak die eerder tot vrijspraak leidde?

Het Openbaar Ministerie kan hoger beroep instellen tegen een vrijspraak. Dit moet binnen veertien dagen gebeuren.

Het gerechtshof kijkt dan opnieuw naar de zaak. Alle bewijsstukken en argumenten komen weer op tafel.

De verdachte blijft vrij tijdens het hoger beroep. Er is immers nog geen definitieve veroordeling.

Het hof kan de vrijspraak bevestigen, alsnog veroordelen of de zaak terugsturen naar de rechtbank.

Wat is de rol van de rechter bij het bepalen van een vrijspraak?

De rechter kijkt of het bewijs wettig en overtuigend is. Hij weegt alles tegen elkaar af, soms best lastig.

Hij moet zich houden aan de bewijsregels uit het Wetboek van Strafvordering. Bepaalde soorten bewijs zijn wettelijk vastgelegd.

De rechter bepaalt of de bewijsstandaard is gehaald. Dat doet hij op basis van zijn juridische kennis en ervaring.

Hij hoeft niet te bewijzen dat de verdachte onschuldig is. Als er niet genoeg bewijs is voor schuld, volgt vrijspraak.

Welke rechtsmiddelen staan ter beschikking na een uitspraak van vrijspraak?

Het Openbaar Ministerie kan in hoger beroep gaan tegen een vrijspraak. Ook kan het OM cassatie instellen bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof.

Ben je vrijgesproken? Dan kun je schadevergoeding vragen.

Je moet dat verzoek wel binnen drie maanden na de uitspraak indienen.

De schadevergoeding geldt voor kosten die door de vervolging zijn ontstaan. Denk aan advocaatkosten, gemiste inkomsten of andere schade.

Herziening ten nadele van de vrijgesproken persoon kan trouwens niet. Dat is een belangrijke waarborg binnen het Nederlandse strafrecht.

Vrouw in een kantoor met hamer.
Procesrecht, slachtoffer, Strafrecht

Sepot: Betekenis, procedure en gevolgen

Word je verdacht van een strafbaar feit? Dat betekent niet direct dat je voor de rechter hoeft te verschijnen.

Een sepot is de beslissing van de officier van justitie om een verdachte niet te vervolgen, waardoor deze persoon niet voor de rechter hoeft te verschijnen. Zo’n beslissing kan allerlei redenen hebben en raakt iedereen die bij de zaak betrokken is.

De officier van justitie staat centraal in het Nederlandse strafrecht. Hij bepaalt welke zaken doorgaan en welke niet.

Hij beoordeelt elke zaak op basis van bewijs en het algemeen belang. Het seponeringsproces kent verschillende soorten beslissingen en een systeem van codes voor de administratie.

Voor verdachten, slachtoffers en hun familie is het wel zo fijn om te snappen wat een sepotbeslissing inhoudt. Het proces heeft directe gevolgen voor alle partijen en wordt vastgelegd in officiële documenten met specifieke codes.

Wat is een sepot?

Een officier van justitie zit aan een bureau in een kantoor en bekijkt documenten, met boeken en een weegschaal op de achtergrond.

Een sepot is simpelweg de beslissing van de officier van justitie om een strafzaak niet verder te vervolgen. De verdachte hoeft dan niet voor de rechter te komen.

Volgens artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering kan de officier deze keuze maken. Het sepot heet ook wel een kennisgeving van niet verdere vervolging.

Waarom wordt een zaak geseponeerd? Een paar veelvoorkomende redenen:

  • Onvoldoende bewijs tegen de verdachte
  • Het strafbare feit is te gering om te vervolgen
  • De verdachte heeft de schade betaald aan het slachtoffer
  • Vervolging is niet in het algemeen belang

Een sepot kan op elk moment komen. Soms beslist de officier van justitie al voor het onderzoek, soms pas daarna.

Er zijn ook politiesepots. In dat geval laat de politie je gewoon gaan, zonder boete of verdere stappen.

Krijg je een sepot, dan ben je geen verdachte meer in de strafzaak. Je hoeft dus niet naar de rechtbank.

De reden voor het sepot blijft wel bewaard in het justitiële documentatieregister. Dat heet ook wel het strafblad.

De rol van de officier van justitie

Een officier van justitie die in een rechtszaal aan een bureau zit en juridische documenten bekijkt.

De officier van justitie heeft veel macht bij het seponeren van strafzaken. Hij beslist volgens vaste criteria of een zaak doorgaat of niet.

Bevoegdheden rondom seponeren

Op basis van artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering mag de officier besluiten een strafbaar feit niet te vervolgen. Dat is seponeren in de praktijk.

Hij heeft die bevoegdheid om het algemeen belang te beschermen. De keuze ligt volledig bij hem.

Belangrijke bevoegdheden:

  • Zaken seponeren zonder toestemming van de rechter
  • Zelf afwegen of vervolging zinvol is
  • Prioriteiten stellen binnen het strafrecht

De officier werkt met officiële sepotgronden en sepotcodes. Die vind je in de Aanwijzing gebruik sepotgronden uit 2020.

Beslissingscriteria

De officier van justitie gebruikt verschillende criteria bij seponeren. Te weinig bewijs komt heel vaak voor.

Ook de ernst van het strafbare feit telt mee. Kleine overtredingen verdwijnen sneller dan zware misdrijven.

Belangrijke criteria:

  • Hoeveelheid en kwaliteit van het bewijs
  • Ernst en impact van het feit
  • Schikking tussen verdachte en slachtoffer
  • Capaciteit van het rechtssysteem

Als de verdachte de schade al heeft vergoed, kan dat tot seponering leiden. De officier kijkt ook naar de maatschappelijke gevolgen van vervolging.

Het algemeen belang staat altijd voorop. De officier weegt alles zorgvuldig af—of nou ja, dat is het idee.

Redenen voor seponeren

De officier van justitie kan om verschillende redenen een strafzaak seponeren. Meestal gaat het om onvoldoende bewijs, het opportuniteitsbeginsel of technische gronden.

Onvoldoende bewijs

Laten we eerlijk zijn: gebrek aan bewijs is de nummer één reden voor seponeren. De officier moet kunnen aantonen dat de verdachte schuldig is aan het strafbare feit.

Is het bewijs te zwak? Dan kan de officier niet verder gaan. Dat gebeurt als getuigen elkaar tegenspreken of als fysiek bewijs ontbreekt.

De officier kijkt of er een redelijke kans op veroordeling is. Zonder die kans stopt de zaak.

Nieuwe informatie kan het bewijs onderuithalen. In zo’n geval besluit de officier alsnog te seponeren.

Opportuniteitsbeginsel

Het opportuniteitsbeginsel geeft de officier ruimte om niet te vervolgen, zelfs met voldoende bewijs. Zo’n beslissing heet een beleidssepot.

Mogelijke redenen voor een beleidssepot:

  • Het strafbare feit is te gering
  • De verdachte heeft de schade vergoed
  • Vervolging is niet in het algemeen belang
  • De verdachte is al flink getroffen door het incident

De officier kijkt naar allerlei factoren. Hij weegt de ernst van het feit en de persoonlijke situatie van de verdachte mee.

Technische redenen

Een technisch sepot ontstaat als vervolging juridisch niet mogelijk is. Of iemand schuldig is, doet er dan niet toe.

Voorbeelden van technische sepotgronden:

  • De verdachte is ten onrechte als verdachte aangemerkt
  • Het feit is niet strafbaar volgens de wet
  • De verdachte is overleden
  • Verjaring is ingetreden

Krijg je een technisch sepot met code 01, dan was je onterecht verdachte. Je kunt dan een klacht indienen bij de hoofdofficier over het gebruik van deze code.

Verschillende soorten sepot

De officier van justitie kan een zaak seponeren met of zonder voorwaarden. Bij een onvoorwaardelijk sepot sluit hij de zaak definitief, zonder eisen aan de verdachte.

Onvoorwaardelijk sepot

Een onvoorwaardelijk sepot betekent dat de zaak echt klaar is. Je hoeft dan aan geen enkele voorwaarde te voldoen.

Dit type sepot zie je vaak bij technische sepots. Het Openbaar Ministerie heeft dan gewoon te weinig bewijs om te vervolgen.

Ook bij beleidssepots komt een onvoorwaardelijk sepot voor. Bijvoorbeeld als het strafbare feit te klein is, of als vervolging niet in het algemeen belang is.

Gevolgen van een onvoorwaardelijk sepot:

  • De zaak is definitief gesloten
  • Je hoeft niet naar de rechter
  • Geen verdere verplichtingen
  • Het sepot blijft wel geregistreerd in het systeem

Voorwaardelijk sepot

Bij een voorwaardelijk sepot stelt de officier van justitie eisen aan de verdachte.

De zaak wordt alleen geseponeerd als de verdachte zich aan die voorwaarden houdt.

Vaak moet de verdachte schadevergoeding aan het slachtoffer betalen.

Soms moet hij een cursus volgen of therapie ondergaan.

De verdachte krijgt een bepaalde tijd, meestal een paar maanden, om aan de voorwaarden te voldoen.

Als hij zich er niet aan houdt, kan de officier alsnog de vervolging starten.

Mogelijke voorwaarden:

  • Betaling van schadevergoeding
  • Het volgen van een cursus
  • Therapie of behandeling ondergaan
  • Taakstraf uitvoeren

Gevolgen van een sepotbeslissing

Een sepotbeslissing heeft flinke gevolgen voor de verdachte, ook als de zaak niet naar de rechter gaat.

De beslissing wordt geregistreerd en kan later invloed hebben.

Juridische gevolgen voor de verdachte

Na een sepot hoeft de verdachte niet meer voor de rechter te verschijnen.

De strafzaak stopt dan.

De verdachte geldt niet meer als verdachte en er komt geen verdere vervolging voor dat feit.

Bij een voorwaardelijk sepot gelden andere regels.

Dan moet de verdachte zich aan voorwaarden houden binnen een proeftijd.

Mogelijke voorwaarden zijn:

  • Geen nieuwe strafbare feiten plegen
  • Schadevergoeding betalen
  • Meewerken aan behandeling
  • Contact opnemen met slachtoffer

Als de verdachte zich niet aan de afspraken houdt, kan de officier van justitie alsnog vervolgen.

Invloed op strafblad

Een sepotbeslissing komt wel op het strafblad te staan.

De sepotgrond wordt doorgegeven aan de justitiële documentatiedienst.

Op het uittreksel staat de sepotcode.

Dit kan nadelig zijn bij sollicitaties of vergunningaanvragen.

Uitzondering: Bij een sepot “ten onrechte als verdachte aangemerkt” verdwijnt het feit uit het register.

Werkgevers of instanties kunnen soms bij een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) de sepotbeslissing zien.

Dat hangt af van de functie of vergunning.

Mogelijkheid tot schadevergoeding

Bij een technisch sepot kan de gewezen verdachte schadevergoeding eisen voor onterechte vervolging.

Schadevergoeding is mogelijk voor:

  • Tijd in voorlopige hechtenis
  • Gemaakte kosten voor rechtsbijstand
  • Andere directe schade

Bij een beleidssepot is schadevergoeding niet vanzelfsprekend.

Daarvoor moet je eerst vragen om wijziging van de sepotgrond.

Als de officier weigert, kan de rechter alsnog schadevergoeding toekennen als de zaak waarschijnlijk niet tot veroordeling had geleid.

Sepotcodes en administratieve afhandeling

De officier van justitie gebruikt cijfercodes om sepotgronden te registreren in het strafdossier.

Deze codes zorgen voor een vaste manier van vastleggen in politie- en justitiesystemen.

Toepassing van sepotcodes

De officier registreert elke sepotgrond met een specifieke cijfercode.

Die codes staan in de bijlage van de aanwijzing sepot.

Technische sepots krijgen andere codes dan beleidssepots.

De belangrijkste sepotgrond wordt als eerste genoteerd.

Meerdere sepotgronden kunnen tegelijk worden gebruikt, zolang ze naast elkaar kunnen bestaan.

Sepotcode 01, “ten onrechte als verdachte aangemerkt,” combineert men nooit met andere codes.

Die code gebruikt de officier alleen als het onderzoek de onschuld van iemand aantoont.

Bij voorwaardelijk seponeren gebruikt de officier code 70.

Dat gebeurt meestal bij jeugdzaken waar excuses of schadevergoeding voldoende zijn.

Registratie in politie- en justitiesystemen

Alle sepotgronden gaan naar de justitiële documentatiedienst.

De codes verschijnen in het Justitieel Documentatie Register.

Bij sepotcode 01 en code 09 (rechtmatig geweld door ambtenaar) verwijdert men de feiten volledig uit het register.

Die registratie blijft dan niet bewaard.

De verdachte en belanghebbenden krijgen een brief met de sepotgronden en uitleg.

In die brief staat ook dat het sepot alleen kan worden herzien bij nieuwe feiten of op bevel van het gerechtshof.

Gewezen verdachten kunnen een klacht indienen bij de hoofdofficier als ze het niet eens zijn met de sepotcode.

Hebben ze daarna nog steeds klachten, dan kunnen ze naar de Nationale ombudsman.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een sepot en een veroordeling?

Bij een sepot besluit de officier van justitie om niet te vervolgen.

De verdachte hoeft dan niet naar de rechter en krijgt geen straf.

Een veroordeling volgt na een rechtszaak waarbij de rechter de verdachte schuldig verklaart.

De rechter legt dan een straf op, bijvoorbeeld een boete of gevangenisstraf.

Onder welke omstandigheden kan een officier van justitie besluiten tot een sepot?

Er zijn technische redenen voor een sepot. Denk aan onvoldoende bewijs of het vervallen van strafvervolging, maar soms is de verdachte gewoon niet de juiste persoon.

Daarnaast spelen beleidsredenen een rol, zoals het geringe belang bij vervolging. Of het feit is zo klein dat het eigenlijk niet de moeite waard is.

Soms kijkt de officier naar hoe lang geleden de zaak speelde en besluit dan: laat maar zitten.

Bij een voorwaardelijk sepot mag de verdachte tijdens een proeftijd geen nieuwe strafbare feiten plegen. Gaat het toch mis, dan kan de officier alsnog vervolgen.

Een klacht indienen tegen de rechtbank: Leer hoe
Blog, Procesrecht

Een klacht indienen over de rechtbank

Het is belangrijk dat u vertrouwen heeft en houdt in de Rechtspraak. Daarom kunt u een klacht indienen als u vindt dat een rechtbank of een rechtbankmedewerker u niet correct heeft behandeld. U stuurt dan een brief naar het bestuur van die rechtbank. Dit moet u binnen 1 jaar na het voorval doen.

Een klacht indienen over de rechtbank

Inhoud klachtenbrief

Als u vindt dat u door een medewerker of een rechter van een rechtbank, het gerechtshof, het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en de Centrale Raad van Beroep (CRvB) niet behandeld bent zoals het hoort, dan kunt u daarover een klacht indienen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als u te lang moet wachten op beantwoording van uw brief of afhandeling van uw zaak. Of als u vindt dat u niet correct te woord bent gestaan door één of meer personen die werken bij de rechtbank of de manier waarop iemand van de rechtbank u heeft aangesproken.

Ook kan de klacht over de toon, formulering of vormgeving van brieven of juist niet, te laat, onjuist of onvolledig geven van informatie zijn. In bijna alle gevallen moet de klacht over uzelf gaan. U kunt u niet klagen over de manier waarop de rechtbank een ander heeft behandeld; dat moet die ander zelf doen. Tenzij u een klacht indienen namens iemand over wie u gezag of curatele hebt, bijvoorbeeld uw minderjarige kind of iemand die onder uw curatele staat.

LET OP: Als u het niet eens bent met een uitspraak van de rechter of een beslissing die de rechter tijdens de behandeling van uw zaak heeft genomen, kunt u daarover geen klacht indienen. Dit zou met een ander procedure moeten gebeuren zoals bijvoorbeeld het instellen van hoger beroep tegen de uitspraak.

Indienen van de klacht

U kunt uw klacht indienen bij de rechtbank waar uw rechtszaak loopt. Dat moet u binnen 1 jaar na het voorval doen. U stuurt uw klacht aan het bestuur van de betreffende rechtbank. Bij de meeste rechtbanken kunt u uw klacht digitaal indienen. Ga hiervoor naar www.rechtspraak.nl en kies in de linker kolom onder het kopje ‘naar de rechter’ voor ‘lk heb een klacht’. Kies de desbetreffende rechtbank en vul het digitale klachtenformulier in. Dit formulier kunt u vervolgens per mail of per gewone post verzenden naar de rechtbank. U kunt uw klacht ook schriftelijk zonder dit formulier bij de rechtbank indienen. Uw brief moet de volgende informatie bevatten:

  • de afdeling of persoon waarover u een klacht heeft;
  • de reden waarom u een klacht indient, wat er precies is gebeurd en wanneer;
  • uw naam, adres en telefoonnummer;
  • uw handtekening;
  • eventueel kopieën van documenten die van belang zijn voor uw klacht.

Afhandeling van de klacht

Na ontvangst van uw klacht wordt eerst bekeken of uw klacht in behandeling kan worden genomen. Als dat niet het geval is, krijgt u daarvan zo snel mogelijk bericht. Het kan ook zijn dat uw klacht bij een andere instantie of andere rechtbank thuishoort. Dan zal de rechtbank uw klacht zo mogelijk doorzenden en u van die doorzending op de hoogte stellen. Als de indruk bestaat dat uw klacht eenvoudig kan worden opgelost, bijvoorbeeld door een (telefonisch) gesprek zal de rechtbank zo spoedig mogelijk contact met u opnemen. Als uw klacht in behandeling wordt genomen is de gang van zaken als volgt:

  • Het bestuur van de rechtbank stelt de persoon of personen over wie u klaagt op de hoogte van uw klacht;
  • U wordt zo nodig verzocht aanvullende informatie over de gebeurtenis te geven;
  • Vervolgens stelt het bestuur van de rechtbank een onderzoek in;
  • In beginsel wordt u in de gelegenheid gesteld uw klacht nader toe te lichten aan het bestuur van de rechtbank of aan een klachtenadviescommissie. De persoon op wie de klacht betrekking heeft zal de klacht nooit zelf behandelen;
  • Tenslotte neemt het bestuur van de rechtbank een besluit. U wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. Dit gebeurt meestal binnen 6 weken.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan contact op met Law & More. Onze advocaten voorzien u graag van advies.

Wat betekent de klimaatzaak tegen Shell?
Blog, Procesrecht

Uitspraak in de klimaatzaak tegen Shell

Mijlpaal in de klimaatrechtspraak met de uitspraak in de klimaatzaak tegen Shell

Met de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in de zaak van Milieudefensie tegen Royal Dutch Shell PLC (hierna: ‘RDS’) is een mijlpaal bereikt in de klimaatrechtspraak. Voor Nederland is dit de volgende stap na de baanbrekende bevestiging van de Urgenda uitspraak door de Hoge Raad, waar de staat werd opgelegd haar emissies terug te brengen in overeenstemming met de doelstellingen uit het Akkoord van Parijs. Voor het eerst wordt nu ook een onderneming zoals RDS verplicht om actie te ondernemen in het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering. Dit artikel zal de hoofdlijnen en gevolgen van deze uitspraak uiteenzetten.

Ontvankelijkheid

Ten eerste is de ontvankelijkheid van de vordering van belang. Voordat een rechtbank inhoudelijk in kan gaan op een civiele vordering dient deze ontvankelijk te zijn. De rechtbank oordeelde enkel dat de collectieve acties die het belang van de huidige en toekomstige generaties Nederlanders dienen ontvankelijk zijn. Deze acties hebben, in tegenstelling tot de acties die het belang van de wereldbevolking dienen, voldoende gelijksoortig belang.

De gevolgen die de Nederlandse inwoners namelijk van klimaatverandering zullen ondervinden verschillen namelijk in mindere mate van de een op de ander dan die van de wereldbevolking in zijn geheel. ActionAid behartigt onvoldoende de specifieke belangen van de Nederlandse bevolking behartigt met haar breed geformuleerde mondiale doelstelling. Derhalve werd haar vordering niet-ontvankelijk verklaard. De individuele eisers werden ook niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering, omdat deze onvoldoende eigen belang hebben aangetoond om naast de collectieve vordering ontvankelijk te zijn.

Omstandigheden van het geval

Nu een gedeelte van de ingestelde vorderingen wel ontvankelijk is verklaard, kon de rechtbank deze inhoudelijk beoordelen. Om de vordering van Milieudefensie waarin RDS wordt verplicht tot een emissiereductie van netto 45% (2019=0) toe te wijzen, moest de rechtbank eerst vaststellen dat er een dergelijke verplichting op RDS rust. Dit dient te worden beoordeeld op grond van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW waarbij alle omstandigheden van het geval een rol spelen. De omstandigheden die de rechtbank hierin meenam zijn onder andere de volgende.

RDS stelt het concernbeleid voor de gehele Shell-groep vast dat vervolgens door de andere vennootschappen binnen het concern wordt uitgevoerd. De Shell-groep is samen met haar toeleveranciers en afnemers verantwoordelijk voor een aanzienlijke uitstoot van CO2, welke groter is dan de uitstoot van een aantal staten waaronder die van Nederland. Deze uitstoot leidt tot klimaatverandering, waarvan Nederlandse inwoners de gevolgen ondervinden (bijvoorbeeld in hun gezondheid, maar ook als een fysiek risico door onder andere de stijging van de zeespiegel).

Mensenrechten

De gevolgen van klimaatverandering die onder andere de Nederlandse inwoners ondervinden raakt hun in hun mensenrechten, waarvan in het bijzonder het recht op leven en het recht op ongestoord gezinsleven. Hoewel mensenrechten in principe gelden tussen burgers en de overheid en er dus geen rechtstreekse verplichting bestaat voor bedrijven, dienen bedrijven deze rechten wel te respecteren. Dit geldt ook indien staten tekortschieten in het beschermen tegen inbreuken.

Mensenrechtenrechten die ondernemingen moeten respecteren worden ook omvat in soft law instrumenten zoals de door RDS onderschreven UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. De geldende inzichten blijkend uit deze instrumenten leveren een bijdrage aan de interpretatie van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm op basis waarvan een verplichting voor RDS kan worden aangenomen volgens de rechtbank.

Verplichting

De verplichting van bedrijven om mensenrechten te respecteren hangt af van de ernst van de impact van hun activiteiten op de mensenrechten. De rechtbank nam dit bij RDS aan op basis van de hierboven omschreven feiten. Bovendien is het ook van belang voordat een dergelijke verplichting kan worden aangenomen dat een bedrijf voldoende mogelijkheden en invloed heeft om de schending te voorkomen.

De rechtbank nam aan dat dit het geval is omdat bedrijven invloed hebben binnen de gehele value chain: zowel binnen het bedrijf/concern zelf door middel van het vormen van beleid als op de afnemers en leveranciers op basis van het aanbod van producten en diensten. Omdat de invloed binnen de onderneming zelf het grootst is geldt hierdoor voor RDS een resultaatsverplichting. Voor de leveranciers en afnemers moet RDS zich inspannen.

Wat de omvang van deze verplichting is beoordeelde de rechtbank als volgt. De geaccepteerde norm voor de opwarming van de aarde beperkt zich volgens het Akkoord van Parijs en de rapporten van het IPCC tot maximaal 1,5 graden Celsius. De gevorderde reductie van 45%, waarbij 2019 als 0 wordt beschouwd, sloot volgens de rechtbank voldoende aan bij de reductiepaden zoals voorgesteld door het IPCC. Derhalve zou dit als reductieverplichting kunnen worden aangenomen.

Een dergelijke verplichting kon slechts door de rechtbank worden opgelegd indien RDS in deze verplichting tekortschiet of dreigt tekort te schieten. De rechtbank gaf aan dat dit laatste het geval is, aangezien het concernbeleid onvoldoende concreet is om een dergelijke dreigende schending uit te sluiten.

Beslissing en verweren

Derhalve beval de rechtbank RDS en de andere vennootschappen binnen de Shell-groep het gezamenlijk jaarlijks volume van alle aan de bedrijfsactiviteiten en verkochte energie dragende producten van de Shell-groep verbonden CO2-emissies naar de atmosfeer (Scope 1, 2 en 3) zodanig te beperken of doen beperken dat dit volume aan het eind van het jaar 2030 ten minste zal zijn verminderd met netto 45% in vergelijking met het niveau van het jaar 2019.

De verweren van RDS zijn van onvoldoende gewicht om dit bevel te voorkomen. Zo beschouwde de rechtbank het argument van perfecte substitutie, wat inhoudt dat een ander de activiteiten van de Shell-groep over zal nemen als een reductieverplichting wordt opgelegd, onvoldoende bewezen. Daarnaast ontslaat het feit dat RDS niet als enige de verantwoordelijkheid draagt voor klimaatverandering RDS niet van de door de rechtbank aangenomen zwaarwegende inspanningsplicht en verantwoordelijkheden in het beperken van de opwarming van de aarde.

Gevolgen

Hiermee wordt meteen ook duidelijk wat de gevolgen van deze uitspraak zijn voor andere bedrijven. Deze kunnen namelijk, indien zij verantwoordelijk zijn voor een aanmerkelijke hoeveelheid emissies (bijvoorbeeld andere olie- en gasbedrijven), ook voor de rechter worden gedaagd en veroordeeld indien de vennootschap zich met haar beleid onvoldoende inspant om deze emissies te beperken. Dit aansprakelijkheidsrisico vraagt om een aangescherpt emissiereductiebeleid binnen de gehele value chain, dus zowel voor onderneming en het concern zelf als voor de afnemers en toeleveranciers. Voor dit beleid kan een vergelijkbare reductie als de reductieverplichting jegens RDS worden aangehouden.

De baanbrekende uitspraak in de klimaatzaak van Milieudefensie tegen RDS heeft ingrijpende gevolgen, niet alleen voor de Shell-groep maar ook voor andere ondernemingen die een aanzienlijke bijdrage leveren aan klimaatverandering. Desalniettemin kunnen deze gevolgen worden gerechtvaardigd door het urgente belang om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Heeft u nog vragen over deze uitspraak en de eventuele gevolgen voor uw onderneming? Neem dan contact op met Law & More. Onze advocaten zijn gespecialiseerd in civiel aansprakelijkheidsrecht en helpen u graag verder.

Verzet procedure starten? Wij helpen!
Blog, Procesrecht

De verzet procedure

Verzet procedure bij dagvaarding en verstekvonnis

Wanneer u wordt gedagvaard, heeft u de mogelijkheid om verweer te voeren tegen de vorderingen in de dagvaarding. Dagvaarden betekent dat u officieel wordt opgeroepen om voor een gerecht te verschijnen. Indien u hier geen gehoor aan geeft en op de genoemde datum niet verschijnt voor het gerecht, dan zal de rechter verstek tegen u verlenen.

Ook indien u het griffierecht, de bijdrage in de kosten van rechtspraak, niet (op tijd) voldoet kan de rechter een verstekvonnis uitspreken. Met de term verstek wordt de situatie bedoeld dat een rechtszaak wordt behandeld buiten uw aanwezigheid. Als u als gedaagde geldig bent opgeroepen, maar niet verschijnt, zal de vordering van de tegenpartij hoogstwaarschijnlijk bij verstek worden toegewezen.

De verzet procedure

Wanneer u nadat u bent gedagvaard niet bent verschenen voor het gerecht, betekent dit niet dat u geen kans meer heeft om verweer te voeren. Er bestaan twee mogelijkheden om u alsnog te verweren tegen de vorderingen van de tegenpartij:

  • Verstek zuiveren: indien u als gedaagde niet in het geding verschijnt, zal er verstek tegen u worden verleend door de rechter. Tussen het niet verschijnen en het verstekvonnis, zit echter enige tijd. In die tussentijd, kunt u het verstek zuiveren. Het zuiveren van het verstek houdt in dat u alsnog in het geding verschijnt of het griffierecht alsnog voldoet.
  • Verzet: wanneer er een verstekvonnis is gewezen, is het zuiveren van het verstek niet meer mogelijk. In dat geval is verzet de enige manier om u te verweren tegen de vorderingen van de tegenpartij in het vonnis.

Hoe stelt u verzet in?

Verzet wordt ingesteld door het laten betekenen van een verzet dagvaarding. Daarmee wordt de procedure heropend. Deze dagvaarding moet de verweren tegen de vordering bevatten. In de verzet dagvaarding beargumenteert u als gedaagde partij dus waarom u van mening bent dat de rechter ten onrechte de vordering van de eiser heeft toegewezen. De verzet dagvaarding moet aan een aantal wettelijke vereisten voldoen. Dit zijn onder meer dezelfde vereisten als bij een reguliere dagvaarding. Het is daarom verstandig om een advocaat van Law & More te benaderen voor het opstellen van een verzet dagvaarding.

Binnen welke termijn dient u verzet in te stellen?

De termijn voor het uitbrengen van een verzet dagvaarding is vier weken. Voor gedaagden die in het buitenland woonachtig zijn, is de termijn om in verzet te gaan acht weken.

De termijn van vier, dan wel acht, weken kan op drie momenten aanvangen:

  • De termijn kan aanvangen nadat de deurwaarder het verstekvonnis aan de gedaagde heeft overhandigd;
  • De termijn kan gaan lopen als u als gedaagde een daad verricht waaruit voortvloeit dat u bekend bent met het vonnis of de betekening daarvan. Dit wordt in de praktijk ook wel een daad van bekendheid genoemd;
  • De termijn kan ook beginnen op de dag van de tenuitvoerlegging van het vonnis.

Tussen deze verschillende termijnen bestaat geen rangorde. Er wordt gekeken naar de termijn die het eerst aanvangt.

Wat zijn de gevolgen van verzet?

Als u in verzet gaat, dan wordt de zaak als het ware heropend en kunt u alsnog uw verweren aanvoeren. Het verzet wordt ingesteld bij dezelfde gerechtelijke instantie die het vonnis heeft gewezen. Op grond van de wet schorst het verzet de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis, tenzij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De meeste verstekuitspraken worden door de rechter uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee wordt bedoeld dat de uitspraak afgedwongen kan worden, ook als er verzet wordt ingesteld. Het vonnis wordt dus niet geschorst als de rechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard. De eisende partij kan het vonnis dan direct ten uitvoerleggen.

Wanneer u niet binnen de gestelde termijn in verzet gaat, gaat het verstekvonnis in kracht van gewijsde. Dit betekent dat er dan geen ander rechtsmiddel meer open staat voor u en dat het verstekvonnis definitief en onherroepelijk wordt. In dat geval bent u dus gebonden aan het vonnis. Daarom is het erg belangrijk om op tijd in verzet te gaan.

Kunt u ook in verzet gaan in een verzoekschriftprocedure?

In het voorgaande is het rechtsmiddel verzet in een dagvaardingsprocedure behandeld. Een verzoekschrift procedure verschilt van een dagvaardingsprocedure. In plaats van aan de tegenpartij, richt een verzoekschrift zich tot de rechter. Vervolgens doet de rechter aan eventuele belanghebbenden kopieën toekomen en stelt hij hen in de gelegenheid om te reageren op het verzoekschrift. In tegenstelling tot de dagvaardingsprocedure wordt bij een verzoekschriftprocedure geen verstek verleend als u niet verschijnt. Dit betekent dus dat het rechtsmiddel van verzet niet openstaat voor u.

Weliswaar bepaalt de wet niet dat de rechtbank in een verzoekschriftprocedure het verzoek zal toewijzen tenzij het verzoek onrechtmatig of ongegrond voorkomt, maar in de praktijk gebeurt dat vaak wel. Daarom is het belangrijk om een rechtsmiddel in te stellen als u het niet eens bent met de beslissing van de rechter. Bij verzoekschriftprocedures staat alleen het rechtsmiddel van hoger beroep en daarna eventueel cassatie open.

Bent u bij verstek veroordeeld? En wilt u uw verstek zuiveren of in verzet gaan door middel van een verzet dagvaarding? Of wilt u hoger beroep instellen of in cassatie gaan in een verzoekschriftprocedure? De strafrechtadvocaten van Law & More staan u graag bij in een gerechtelijke procedure en denken graag met u mee.

Juridische Procedures Zijn Bedoeld Om Een Oplossing | L & M
Nieuws, Procesrecht

Juridische procedures zijn bedoeld om een oplossing voor een probleem te vinden

Werken juridische procedures echt?

Juridische procedures zijn bedoeld om een oplossing voor een probleem te vinden, maar bereiken doorgaans het tegenovergesteld; zo blijkt uit een onderzoek van Nederlands onderzoeksinstituut HiiL. Problemen worden steeds minder vaak opgelost, nu het traditionele procesmodel (het zogenaamde tournooimodel) partijen juist uit elkaar drijft. Als gevolg hiervan pleit de Nederlandse Raad voor de Rechtspraak voor het invoeren van experimenteerbepalingen, waarmee rechter procedures op andere manieren kunnen voeren.

22-05-2017

het voorlopig getuigenverhoor 840px
Blog, Procesrecht

Het voorlopig getuigenverhoor

Samenvatting

Voorlopig getuigenverhoor

Volgens de Nederlandse wet kan de rechtbank zowel voorafgaand aan een procedure als tijdens een aanhangige procedure een voorlopig getuigenverhoor gelasten op verzoek van een belanghebbende (bijvoorbeeld een der partijen). Tijdens een voorlopig getuigenverhoor is men verplicht te getuigen en bovendien de waarheid te spreken. Op meineed staat niet voor niets een gevangenisstraf van zes jaar. Op de plicht te getuigen bestaan evenwel een aantal uitzonderingen.

De Nederlandse wet kent bijvoorbeeld het professionele en familiale verschoningsrecht. Een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor mag daarnaast worden afgewezen als het verzoek gepaard gaat met een gebrek aan belang, wanneer er sprake is van misbruik van recht, in geval van strijdigheid met de  goede procesorde of in geval van een ander zwaarwichtig belang. Een verzoek kan bijvoorbeeld worden afgewezen wanneer men op deze manier achter bedrijfsgeheimen van de concurrent tracht te komen of wanneer men een fishing expedition tracht te initiëren. Ondanks deze regels kunnen zich schrijnende situaties voordoen, bijvoorbeeld in de trustsector.

Trustsector

In de trustsector is een aanzienlijk deel van de in omloop zijnde informatie doorgaans vertrouwelijk; niet in de laatste plaats informatie van de cliënten van het trustkantoor. Een trustkantoor krijgt  bovendien vaak toegang tot bankrekeningen, hetgeen vanzelfsprekend een grote mate van vertrouwelijkheid vereist. In een belangrijke uitspraak is bepaald dat het trustkantoor zelf geen (afgeleid) verschoningsrecht toekomt. Gevolg hiervan is dat het “trustgeheim” kan worden omzeild door het verzoeken van een voorlopig getuigenverhoor. De reden dat de rechter de trustsector en haar werknemers geen afgeleid verschoningsrecht heeft willen toekennen is uiteraard dat het belang van de waarheidsvinding in dit geval het zwaarst weegt, maar ergens wringt dit wel.

Zo kan een wederpartij, bijvoorbeeld de Belastingdienst, terwijl zij over onvoldoende bewijs beschikt om een procedure te starten middels het instellen van een voorlopig getuigenverhoor onder een scala aan medewerkers van het trustkantoor zoveel (notabene geclassificeerde) informatie verzamelen dat een procedure kansrijk(er) wordt. Overigens kan een belastingplichtige zelf wel weigeren inzage in zijn gegevens als bedoeld in art. 47 AWR te geven op grond van de vertrouwelijkheid van zijn contact met de door hem benaderde geheimhouder.

Het administratiekantoor kan dan een beroep doen op dit weigeringsrecht van de belastingplichtige, maar dan moet het administratiekantoor wel bekendmaken om welke belastingplichtige het gaat. Deze manier van omzeiling van het trustgeheim wordt vaak gezien als een groot probleem en op dit moment zijn er slechts beperkte mogelijkheden voor werknemers van een trustkantoor om te weigeren vertrouwelijke informatie prijs te geven tijdens een voorlopig getuigenverhoor.

Oplossingen

Zoals reeds besproken, bestaat één van deze mogelijkheden uit het stellen dat de wederpartij een fishing expedition tracht te initiëren, dat de wederpartij achter bedrijfsgeheimen probeert te komen of dat de wederpartij onvoldoende belang heeft bij het voorlopig getuigenverhoor. Bovendien hoeft men onder bepaalde omstandigheden niet tegen zichzelf te getuigen.

Vaak zullen deze gronden in het specifieke geval echter niet relevant zijn. In één van haar rapporten uit 2008 heeft de “Adviescommissie van het Burgerlijk Procesrecht” een aanvullende grond voorgesteld: proportionaliteit. Volgens de Adviescommissie zou het mogelijk moeten zijn om een verzoek tot medewerking te weigeren wanneer dit kennelijk disproportioneel uitpakt. Dit is een redelijk criterium. Het blijft evenwel nog steeds de vraag of dit criterium effectief zou zijn. Echter, zolang de rechter dit spoor überhaupt niet oppikt, zal het strenge regime van de wet en de rechtspraak gehanteerd blijven worden. Streng maar rechtvaardig? Dat blijft de vraag.

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Het Kort Geding: Snel Juridische Hulp Bij Spoed | L & M
Blog, Procesrecht

Het kort geding : eerste hulp bij spoed

Het kort geding : Spoedeisende oplossing voor uw zaak

Procederen is helaas iets dat net wat meer tijd in beslag neemt dan menig advocaat en cliënt wenst. In sommige zaken is het vanwege spoed niet mogelijk het vonnis van een normale procedure af te wachten. Indien dit ook het geval is in uw geschil, is het indien de zaak zich daartoe leent mogelijk een kort geding te starten. Dit is een zelfstandige gerechtelijke procedure in het burgerlijk recht, bedoeld voor zaken met een spoedeisend karakter. Hierin kunt u een voorlopige maatregel vorderen, zoals de opheffing van een beslag of een verbod van publicatie.

Snelle procedure

Op het moment dat de zaak zich daartoe leent, wordt het kort geding vaak gezien als een geschikte procedure aangezien deze snel tot resultaat kan leiden. In tegenstelling tot een normale procedure, die soms jaren in beslag kan nemen, behandelt de rechter een kort geding binnen één tot twee maanden na aanvraag. Het doel van een kort geding is het snel verkrijgen van een voorlopige beslissing van de rechter. Deze beslissing is voorlopig aangezien deze vooruit loopt op de beslissing in een volledige procedure, de bodemprocedure genoemd. Het is echter doorgaans niet vereist dat er al een bodemprocedure is gestart of ooit zal worden gestart.

Spoedeisendheid

Volgens de wet is het kort geding een procedure ‘waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist’. Spoedeisendheid in de procedure is dus een vereiste. De rechter beoordeelt of dit het geval is, waarbij hij doorgaans redelijk soepel is. Bij zijn beoordeling zijn de belangen van u en uw wederpartij bepalend. De eisende partij heeft belang bij een snelle uitspraak, terwijl de gedaagde hierdoor minder tijd heeft om zich op de zaak voor te bereiden. Deze belangen weegt de rechter tegen elkaar af.

Verloop van de procedure

Een kort geding vindt plaats ten overstaan van een alleensprekende rechter. Deze wordt de voorzieningenrechter genoemd. Vanwege het spoedeisend karakter in de procedure zijn niet alle regels van het algemene procesrecht van toepassing. De eiser roept de gedaagde doorgaans op door middel van een dagvaarding. Hiervoor kan een verkorte dagvaardingstermijn gelden. Na ontvangst van een ingevuld aanvraagformulier en een conceptdagvaarding, bepaalt de voorzieningenrechter wanneer de zitting plaatsvindt. De rechter is niet gebonden aan de wettelijke bewijsregels: er zijn geen verplichte bewijsmiddelen, dus elk bewijsmiddel is toegestaan.

Gelet op het voorlopige karakter van de maatregel en het spoedeisende karakter van de procedure, kan de rechter ervoor kiezen de wettelijke regels van bewijsrecht niet toe te passen. Daarnaast vindt er geen schriftelijke behandeling, een zogeheten conclusiewisseling, plaats zoals in een gewone procedure. Tot slot kan de voorzieningenrechter de behandeling van de zaak weigeren indien deze niet geschikt is om in kort geding tot een voorlopige beslissing te leiden. Dit kan bijvoorbeeld als de zaak te gecompliceerd is of de rechter de gevolgen van zijn beslissing onvoldoende kan voorzien.

Na de zitting

De rechter spreekt het vonnis van het kort geding doorgaans twee weken na de zitting uit, of eerder als dit nodig is. De rechter stelt de datum van uitspraak aan het einde van de zitting vast. Indien u of uw wederpartij het niet eens zijn met het vonnis is het mogelijk in hoger beroep te gaan. Hoger beroep kan in sommige soorten zaken zijn uitgesloten. Voor hoger beroep geldt een verkorte beroepstermijn van vier weken. U kunt er ook voor kiezen het oordeel in de bodemprocedure af te wachten. Hoewel de voorzieningenrechter zich moet richten naar de waarschijnlijke uitkomst in de bodemprocedure, is de bodemrechter hier niet aan gebonden.

Is bijstand door een advocaat verplicht?

Tenzij u een zaak start bij de kantonrechter, bent u als eiser verplicht u te laten bijstaan door een advocaat. Bent u gedaagde in een kort geding? Dan is het in principe niet verplicht u te laten bijstaan door een advocaat. Uiteraard bent u van harte welkom om contact met ons op te nemen als u vragen hebt over een (dreigend) kort geding, of als u wenst dat een van onze advocaten u hierin bijstaat. Tijdens een kort geding is een met expertise opgestelde dagvaarding of verweer aan de hand van een vooraf met aandacht uitgestippelde strategie namelijk een must.

Wat kost het u?

De griffierechten en de eventuele kosten van een advocaat zijn voornamelijk bepalend voor de kosten van een kort geding. Een van de partijen kan ook in de kosten van de procedure worden veroordeeld. De kosten van de wederpartij zijn daarbij (gedeeltelijk) inbegrepen. Uiteraard bent u van harte welkom om contact met ons op te nemen als u vragen hebt over een (dreigend) kort geding, of als u wenst dat een van onze advocaten u hierin bijstaat. Wij kunnen u dan een schatting geven van de verwachte kosten in uw zaak.

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Digitaal Procederen : Efficiëntie Door Het KEI-programma
Nieuws, Procesrecht

Digitaal procederen : Efficiëntie door het KEI-programma

Maak gebruik van digitaal procederen met het KEI-programma

Eerder plaatsten we al een bericht over de mogelijkheid van het digitaal procederen. Per 1 maart is de Hoge Raad (de hoogste rechterlijke instantie van Nederland) hiermee van start gegaan, als onderdeel van het KEI-programma. Dit betekent dat civiele vorderingszaken bij de Hoge Raad digitaal ingediend en behandeld kunnen worden. Later zullen ook de lagere gerechten hiermee beginnen. Door het KEI-programma wordt de rechtspraak voor alle betrokkenen toegankelijker en begrijpelijker. Benieuwd wat dit voor u inhoudt? Neem dan contact op met één van onze advocaten!

 
Rechtspraak Innoveert: Digitaal Procederen Mogelijk! | L&M
Nieuws, Procesrecht

Ook de rechtspraak innoveert. Vanaf 1 maart 2017 wordt…

Rechtspraak innoveert : Online civiele zaken starten

Ook de rechtspraak innoveert. Vanaf 1 maart 2017 wordt het daarom mogelijk om digitaal te procederen bij de Hoge Raad in civiele vorderingszaken. De cassatieprocedure blijft in de basis hetzelfde. Het wordt echter mogelijk online een procedure in te leiden (een soort digitale dagvaarding) en stukken en informatie uit te wisselen. Dit alles is het gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe Kwaliteit en Innovatie (KEI)-wetgeving.

09-02-2017

1 2 3 4
Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl