Gepubliceerd op 5 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een video die een deepfake blijkt te zijn, telt in een Nederlandse procedure niet als bewijs voor wat erop te zien is. De rechter beslist zelf hoeveel waarde hij aan een opname hecht; bij een onderbouwde twijfel over de echtheid moet de partij die de video gebruikt aannemelijk maken dat hij echt is, vaak met hulp van een deskundige.
Deepfakes zijn video’s, foto’s of geluidsopnamen die met kunstmatige intelligentie zijn gemaakt of bewerkt, zodat iemand iets lijkt te zeggen of te doen wat nooit is gebeurd. Hieronder leest u hoe de rechter in een civiele zaak en in een strafzaak met zulk materiaal omgaat, wat twee recente uitspraken laten zien en wat u kunt doen als een opname tegen u wordt gebruikt.
Inhoudsopgave
Civiele zaak en strafzaak: de regels naast elkaar
| Civiele zaak | Strafzaak | |
|---|---|---|
| Welk bewijs is toegestaan? | Alle middelen; de rechter bepaalt de waarde (artikel 152 Rv) | Alleen wettige bewijsmiddelen (artikelen 338 en 339 Sv) |
| Wie draagt het risico als de echtheid niet vaststaat? | De partij die zich op de video beroept (artikel 150 Rv) | Het Openbaar Ministerie; twijfel werkt in het voordeel van de verdachte |
| Hoe komt een deskundige in beeld? | De rechter kan een deskundige benoemen (artikel 194 Rv) of vóór de procedure een voorlopig deskundigenbericht toestaan (artikel 202 Rv) | De rechter-commissaris of de zittingsrechter benoemt een deskundige, vaak het NFI |
| Wat moet de rechter met een echtheidsverweer? | Bij een onderbouwde betwisting bewijs opdragen of een deskundige benoemen | Een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt gemotiveerd verwerpen (artikel 359 lid 2 Sv) |
Hoe beoordeelt de civiele rechter een video als bewijs?
In een civiele zaak geldt vrije bewijsvoering: bewijs mag met alle middelen worden geleverd en de rechter bepaalt zelf de waarde ervan (artikel 152 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Een video is dus toegestaan bewijs, maar heeft geen vaste bewijskracht zoals een notariële akte.
De partij die zich op een feit beroept, moet dat feit in beginsel bewijzen (artikel 150 Rv). Betwist de wederpartij de echtheid van de opname niet of nauwelijks, dan mag de rechter het getoonde als vaststaand aannemen (artikel 149 Rv). Betwist zij de echtheid wel, en onderbouwt zij dat, dan kan de rechter bewijslevering opdragen of een deskundige benoemen (artikel 194 Rv).
Partijen moeten de feiten volledig en naar waarheid aanvoeren (artikel 21 Rv). Wie bewust een gemanipuleerde opname inbrengt, schendt die plicht. De rechter kan daar de gevolgtrekking aan verbinden die hij geraden acht.
Hoe beoordeelt de strafrechter een video als bewijs?
In het strafrecht mag de rechter een bewezenverklaring alleen baseren op wettige bewijsmiddelen en moet hij ervan overtuigd zijn dat de verdachte het feit heeft begaan (artikel 338 Wetboek van Strafvordering). De wettige bewijsmiddelen staan in artikel 339 Sv: eigen waarneming van de rechter, verklaringen van de verdachte, van getuigen en van deskundigen, en schriftelijke bescheiden.
Een video komt meestal via die bewijsmiddelen het dossier in. De rechter bekijkt de beelden zelf ter zitting (eigen waarneming, artikel 340 Sv), of een opsporingsambtenaar beschrijft in een proces-verbaal wat hij op de beelden ziet. Een bewezenverklaring kan bovendien niet uitsluitend steunen op de verklaring van één getuige (artikel 342 lid 2 Sv).
Voert de verdediging gemotiveerd aan dat een opname gemanipuleerd is, dan moet de rechter daarop in het vonnis ingaan als hij dat standpunt verwerpt (artikel 359 lid 2 Sv). Een kaal “dit is nep” volstaat niet: het verweer moet concreet zijn, bijvoorbeeld met afwijkingen in de beelden of een rapport van een deskundige.
Wat laten recente uitspraken zien?
De Hoge Raad liet op 21 januari 2025 een veroordeling voor winkeldiefstallen in stand waarin verbalisanten de verdachte op camerabeelden hadden herkend (ECLI:NL:HR:2025:94). Het hof had de herkenningen betrouwbaar gevonden omdat de beelden scherp en bewegend waren, de dader steeds duidelijk in beeld kwam en hij duidelijk leek op de pasfoto van de verdachte. Dat zijn precies de punten waarop ook een echtheidsdiscussie wordt gevoerd: kwaliteit, herkomst en aansluiting bij ander bewijs.
De Rechtbank Amsterdam veroordeelde op 17 juni 2026 een man die met deepfake-bewerkte selfies en identiteitsfoto’s de online identiteitscontrole van een bank had omzeild (ECLI:NL:RBAMS:2026:6093). De manipulatie bleek niet uit één technisch rapport, maar uit de samenhang: een bestand op zijn telefoon met een handleiding om de controle te omzeilen, zoekvragen over het misleiden van gezichtsherkenning en achtergronden die overeenkwamen met plekken waar hij had verbleven. Hij kreeg 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 voorwaardelijk.
Wie moet bewijzen dat een video echt of nep is?
Wie de video gebruikt, draagt in de praktijk het risico dat de echtheid niet vast komt te staan. In een civiele zaak volgt dat uit artikel 150 Rv; in een strafzaak moet het Openbaar Ministerie de rechter overtuigen.
De partij die de echtheid betwist, moet wel meer doen dan alleen ontkennen. Hoe gedetailleerder de opname en hoe beter de herkomst is gedocumenteerd, hoe concreter de betwisting moet zijn. Omgekeerd neemt de rechter een video met een onduidelijke herkomst, zonder origineel bestand, eerder met argwaan.
Hoe stelt een deskundige vast of een opname is gemanipuleerd?
Een digitaal-forensisch deskundige onderzoekt het originele bestand, niet een kopie die via sociale media of een berichtenapp is doorgestuurd. Bij doorsturen gaan metadata vaak verloren en wordt het beeld opnieuw gecomprimeerd, waardoor sporen van bewerking moeilijker te vinden zijn.
De deskundige kijkt onder meer naar de metadata, de compressie, de herkomst van het bestand en de samenhang tussen beeld en geluid. In strafzaken doet het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zulk onderzoek. Detectiesoftware geeft een aanwijzing, maar geen zekerheid; de rechter weegt het rapport mee met het overige bewijs.
- Is het originele bestand beschikbaar, met datum, tijd en toestel?
- Sluit de opname aan bij andere gegevens, zoals locatiegegevens, berichten of getuigen?
- Zijn er onderbrekingen, sprongen of afwijkingen in beeld en geluid?
- Wie heeft het bestand sinds de opname in handen gehad?
Hoe krijgt u het originele bestand in handen?
Heeft de wederpartij het originele bestand, dan kunt u in een civiele zaak inzage of een kopie vragen op grond van artikel 843a Rv. Dat artikel geeft recht op inzage in, of een afschrift van, bepaalde gegevens die een ander onder zich heeft, als u daar een rechtmatig belang bij heeft.
Wilt u vóór een procedure al laten onderzoeken of een opname echt is, dan kunt u de rechter vragen om een voorlopig deskundigenbericht (artikel 202 Rv). In een strafzaak kan de verdediging de rechter-commissaris of de zittingsrechter vragen om een deskundige te benoemen of om nader onderzoek.
Wat zegt de AI-verordening over deepfakes?
De Europese AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689) is op 1 augustus 2024 in werking getreden en wordt gefaseerd van toepassing. De verboden AI-toepassingen gelden sinds 2 februari 2025. De transparantieplicht van artikel 50, waaronder de plicht om deepfakes als kunstmatig gemaakt kenbaar te maken, geldt volgens de verordening vanaf 2 augustus 2026.
Die transparantieplicht maakt een deepfake niet automatisch onbruikbaar of juist betrouwbaar als bewijs. Een ontbrekend label kan wel een aanwijzing zijn in de discussie over de herkomst. Meer over de verordening leest u in ons artikel over de AI Act. Of het maken of verspreiden van een deepfake zelf strafbaar is, leest u in Deepfake en strafrecht: wat zegt de wet over nepvideo’s?.
Hoe legt u de echtheid van uw eigen video vast?
Zorg dat u de echtheid kunt laten zien voordat de wederpartij die betwist.
- Bewaar het originele bestand op het toestel waarmee het is gemaakt, en stuur alleen kopieën door.
- Noteer wanneer, waar en door wie de opname is gemaakt en wie het bestand daarna heeft gehad.
- Verzamel ondersteunend bewijs, zoals berichten, locatiegegevens of verklaringen van aanwezigen.
- Laat bij een belangrijke opname vooraf een deskundige meekijken, zodat u een rapport achter de hand heeft.
Hoe betwist u een video die tegen u wordt gebruikt?
Betwist de echtheid tijdig en concreet; een algemene ontkenning heeft weinig effect.
- Vraag om het originele bestand en de metadata, in een civiele zaak zo nodig via artikel 843a Rv.
- Wijs concrete afwijkingen aan, zoals een tijdstip of plaats die niet klopt met uw eigen gegevens.
- Vraag om een deskundigenonderzoek (artikel 194 Rv in een civiele zaak, de rechter-commissaris in een strafzaak).
- Leg uw eigen bewijs voor uw lezing vast, zoals agenda’s, locatiegegevens of getuigen.
Wordt u met een nepvideo opgelicht of gechanteerd, doe dan ook aangifte bij de politie. Meer over de vormen van oplichting en cybercriminaliteit leest u in onze andere artikelen.
Wat doen wij bij een deepfake als bewijs?
Speelt een mogelijk gemanipuleerde opname een rol in uw zaak, dan kunnen wij u bijstaan; in strafzaken via onze strafrechtadvocaten.
- Beoordelen of de opname en de herkomst ervan voldoende zijn vastgelegd om als bewijs te dienen.
- Een concreet en onderbouwd echtheidsverweer formuleren, zodat de rechter daarop moet ingaan.
- Namens u om het originele bestand vragen, zo nodig met een vordering op grond van artikel 843a Rv.
- Een deskundigenonderzoek of een voorlopig deskundigenbericht verzoeken.
- Aangifte voorbereiden als de nepvideo wordt gebruikt voor oplichting, afpersing of smaad.
Veelgestelde vragen
Wie betaalt het deskundigenonderzoek?
In een civiele zaak bepaalt de rechter welke partij het voorschot betaalt, meestal de partij die de bewijslast draagt (artikel 195 Rv). In een strafzaak betaalt de Staat het onderzoek dat de rechter-commissaris of de rechter opdraagt.
Kan ik een deepfake van mijzelf laten verwijderen?
Vaak wel. U kunt het platform vragen de inhoud te verwijderen en zo nodig een kort geding starten tegen de maker of verspreider op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek). Bevat het beeld persoonsgegevens, dan kunt u ook een beroep doen op de AVG.