Externe bestuurdersaansprakelijkheid: wanneer derden u persoonlijk aanspreken

Wat Is Bestuurdersaansprakelijkheid? Ontdek De Gevolgen

Gepubliceerd op 2 oktober 2019 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Als bestuurder van een bv of nv bent u persoonlijk aansprakelijk tegenover derden in twee situaties: na een faillissement als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld (artikel 2:138 en 2:248 BW), en buiten faillissement als u een schuldeiser onrechtmatig benadeelt (artikel 6:162 BW). De belangrijkste uitzondering: u ontloopt de faillissementsaansprakelijkheid als u bewijst dat het onbehoorlijk bestuur niet aan u te wijten is en dat u niet nalatig was in het afwenden van de gevolgen.

Veel ondernemers richten een rechtspersoon op om hun privévermogen te beschermen. Dat werkt meestal, maar niet altijd. Het risico van bestuurdersaansprakelijkheid blijft bestaan. Hieronder leest u wanneer derden u kunnen aanspreken, welke maatstaf de Hoge Raad hanteert, wie wat moet bewijzen en hoe u het risico beperkt.

Waarom beschermt een rechtspersoon niet altijd?

Een rechtspersoon staat voor het vermogensrecht gelijk aan een natuurlijk persoon (artikel 2:5 BW). De bv sluit dus zelf overeenkomsten, heeft eigen schulden en kan zelf procederen. Schuldeisers van de bv kunnen in beginsel alleen het vermogen van de bv aanspreken.

Een rechtspersoon kan alleen niet zelf handelen. Het bestuur vertegenwoordigt haar. Als bestuurder bindt u daarom de bv en niet uzelf. Op die hoofdregel bestaan uitzonderingen als u ernstig tekortschiet. Dan kunt u naast de bv persoonlijk aansprakelijk zijn.

VormWie spreekt u aan?GrondslagWie bewijst wat?
InternDe vennootschap zelfArtikel 2:9 BWDe vennootschap bewijst het ernstig verwijt; u kunt zich disculperen
Extern in faillissementDe curator, namens alle schuldeisersArtikel 2:138 BW (nv) en 2:248 BW (bv)De curator bewijst kennelijk onbehoorlijk bestuur; bij een bewijsvermoeden verschuift het bewijsrisico naar u
Extern buiten faillissementEen individuele schuldeiserArtikel 6:162 BWDe schuldeiser bewijst dat u persoonlijk een ernstig verwijt treft

Wanneer is de bestuurder aansprakelijk na een faillissement?

Gaat een bv failliet, dan benoemt de rechtbank een curator. De curator onderzoekt of het bestuur verantwoordelijk is voor het tekort. Hij kan de bestuurders aanspreken als twee voorwaarden zijn vervuld (artikel 2:248 lid 1 BW):

  • het bestuur heeft zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld, en
  • het is aannemelijk dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

Kennelijk onbehoorlijk betekent: geen redelijk denkend bestuurder zou onder dezelfde omstandigheden zo hebben gehandeld. Dat is een hoge drempel. Een verkeerde zakelijke inschatting is nog geen kennelijk onbehoorlijk bestuur. Voorbeelden die de rechtspraak wel als zodanig ziet:

  • meewerken aan transacties die schuldeisers benadelen (paulianeuze transacties, artikel 42 Faillissementswet);
  • vermogen aan de vennootschap onttrekken zonder rechtvaardiging;
  • dividend uitkeren terwijl u weet of behoort te voorzien dat de bv daarna haar schulden niet meer kan betalen (zie ook artikel 2:216 lid 3 BW);
  • grote leveringen of leningen aangaan zonder zekerheid van de wederpartij;
  • nieuwe verplichtingen aangaan terwijl u weet dat de bv die niet kan nakomen.

Is aan de voorwaarden voldaan, dan is elke bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de boedel. Hoofdelijk betekent dat de curator het hele bedrag op één bestuurder kan verhalen. Die bestuurder kan daarna zijn medebestuurders aanspreken voor hun deel. De rechter kan het bedrag wel verminderen als het onredelijk hoog is in verhouding tot de ernst van het verwijt (artikel 2:248 lid 4 BW).

Het bewijsvermoeden bij een slechte administratie of een te late jaarrekening

De curator moet in beginsel zelf bewijzen dat het bestuur kennelijk onbehoorlijk handelde. De wet helpt hem in twee gevallen (artikel 2:248 lid 2 BW). Heeft het bestuur geen behoorlijke administratie gevoerd (artikel 2:10 BW), of de jaarrekening niet op tijd gedeponeerd (artikel 2:394 BW), dan staat het onbehoorlijk bestuur vast. Bovendien wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

U kunt dat vermoeden weerleggen. U moet dan aannemelijk maken dat andere feiten het faillissement hebben veroorzaakt, bijvoorbeeld het wegvallen van een grote klant of een marktcrisis. De rechter stelt daaraan hoge eisen. Een onbelangrijk verzuim, zoals een paar dagen te laat deponeren, blijft wel buiten beschouwing.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 16 april 2024 dat voor het vermoeden de termijn van twaalf maanden na afloop van het boekjaar beslissend is, en niet de termijn van acht dagen na vaststelling van de jaarrekening (ECLI:NL:GHARL:2024:2564). De bestuurders hadden binnen twaalf maanden gedeponeerd. Ook een dividenduitkering in strijd met de statuten leverde in die zaak geen persoonlijk ernstig verwijt op, omdat een liquiditeitstekort op dat moment niet te voorzien was. De vorderingen van de curator werden afgewezen.

Disculpatie: hoe ontsnapt u als individuele bestuurder?

Een bestuurder is niet aansprakelijk als hij bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is én dat hij niet nalatig was in het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden (artikel 2:248 lid 3 BW). De bewijslast ligt dus bij u, niet bij de curator. Dat volgt rechtstreeks uit de tekst van de wet.

Alleen protesteren is meestal niet genoeg. U moet laten zien dat u actief heeft geprobeerd de schade te voorkomen: waarschuwen, besluiten tegenhouden, de aandeelhouders of commissarissen inschakelen en zo nodig aftreden. Schriftelijke vastlegging is daarom belangrijk.

De periode van drie jaar en de feitelijk beleidsbepaler

De curator kan alleen onbehoorlijk bestuur aanvoeren uit de periode van drie jaar vóór de faillietverklaring (artikel 2:248 lid 6 BW). Wat eerder gebeurde, valt buiten deze grondslag.

De aansprakelijkheid geldt niet alleen voor de formele bestuurder. Ook wie het beleid feitelijk heeft bepaald of mede heeft bepaald alsof hij bestuurder was, valt eronder (artikel 2:248 lid 7 BW). Denk aan een grootaandeelhouder of financier die in de praktijk de beslissingen neemt. Voor de nv geldt hetzelfde via artikel 2:138 BW.

Wanneer is de bestuurder aansprakelijk buiten faillissement?

Een individuele schuldeiser kan u ook aanspreken zonder dat de bv failliet is. De grondslag is dan onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Het verschil met de faillissementsroute: daar treedt alleen de curator op, hier procedeert de schuldeiser zelf en voor zijn eigen schade.

De maatstaf is streng. De schuldeiser moet aantonen dat u persoonlijk een voldoende ernstig verwijt treft. In de rechtspraak zijn twee hoofdsituaties ontwikkeld.

Verplichtingen aangaan die de bv niet kan nakomen (Beklamel)

In het Beklamel-arrest van 6 oktober 1989 aanvaardde de Hoge Raad als maatstaf of de bestuurder bij het sluiten van de overeenkomst wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de vennootschap niet binnen redelijke termijn zou kunnen betalen en geen verhaal zou bieden (ECLI:NL:HR:1989:AB9521). Een bestuurder die dan toch bestelt, kan persoonlijk de schade van de leverancier moeten vergoeden.

Frustratie van verhaal

De tweede situatie: u laat de bv haar verplichtingen niet nakomen, of zorgt ervoor dat de schuldeiser zijn vordering niet meer kan verhalen. Bijvoorbeeld door bezittingen weg te sluizen of door bewust alleen andere schuldeisers te betalen. Ook dan moet u hebben geweten of redelijkerwijs hebben moeten begrijpen dat de bv haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden.

De Hoge Raad bevestigde die maatstaf op 8 december 2006 in een zaak van de Ontvanger van de Belastingdienst tegen een directeur-grootaandeelhouder (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758). De ontvanger verweet de directeur dat belastingaangiften niet of niet tijdig waren gedaan. Het hof vond dat de ontvanger onvoldoende had gesteld om te concluderen dat de directeur wist of moest begrijpen dat de vennootschappen niet zouden betalen. De Hoge Raad liet dat oordeel in stand. De zaak laat zien hoe zwaar de stelplicht van de schuldeiser is.

Wanneer is de bestuurder intern aansprakelijk?

Naast de externe aansprakelijkheid bestaat interne aansprakelijkheid. Dan spreekt de vennootschap zelf u aan, omdat u uw taak niet behoorlijk heeft vervuld (artikel 2:9 BW). U bent aansprakelijk als u een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Of een verwijt ernstig is, hangt af van alle omstandigheden. De Hoge Raad noemde in het arrest Staleman/Van de Ven van 10 januari 1997 onder meer (ECLI:NL:HR:1997:ZC2243):

  • de aard van de activiteiten en de risico’s die daaruit voortvloeien;
  • de taakverdeling binnen het bestuur;
  • eventuele richtlijnen voor het bestuur;
  • de gegevens waarover de bestuurder beschikte of had moeten beschikken;
  • het inzicht en de zorgvuldigheid die van een bestuurder mogen worden verwacht.

Op 26 april 2024 herhaalde de Hoge Raad dat dit de maatstaf is, en dat medebestuurders in beginsel hoofdelijk aansprakelijk zijn (ECLI:NL:HR:2024:681). Een bestuurder kan zich tegen zo’n vordering niet beroepen op de klachtplicht van artikel 6:89 BW. De vennootschap hoeft dus niet snel na ontdekking te protesteren om haar vordering te behouden.

Handelingen die doorgaans onbehoorlijk bestuur opleveren:

  • middelen van de vennootschap gebruiken alsof het privévermogen is;
  • privébelangen of belangen van anderen laten voorgaan op het belang van de vennootschap;
  • de vennootschap onbevoegd aan derden binden;
  • onnodig grote financiële risico’s nemen zonder behoorlijke voorbereiding;
  • de gebruikelijke verzekeringen niet afsluiten.

Beschermt een taakverdeling binnen het bestuur u?

Niet automatisch. Een taakverdeling weegt mee, maar u kunt zich niet verschuilen achter het feit dat een ander portefeuillehouder was. Sommige taken, zoals de financiën, raken het hele bestuur. Van u wordt verwacht dat u zich laat informeren en doorvraagt. Onwetendheid is in beginsel geen excuus.

Is de bestuurder van een bestuurder-bv ook aansprakelijk?

Ja. Ook een rechtspersoon kan bestuurder zijn, bijvoorbeeld een holding. Is die holding als bestuurder aansprakelijk, dan rust die aansprakelijkheid hoofdelijk ook op de natuurlijke personen die op dat moment bestuurder van de holding waren (artikel 2:11 BW).

Op 17 februari 2017 besliste de Hoge Raad dat artikel 2:11 BW geldt in alle gevallen waarin een rechtspersoon als bestuurder op grond van de wet aansprakelijk is, dus ook bij onrechtmatige daad (ECLI:NL:HR:2017:275). De schuldeiser hoeft niet te bewijzen dat ook de natuurlijke bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft. Die bestuurder kan zich wel verweren door te stellen en zo nodig te bewijzen dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Beschermt décharge u tegen aansprakelijkheid?

Alleen gedeeltelijk. Met décharge keurt de algemene vergadering het gevoerde bestuur over een boekjaar goed. Dat werkt alleen tegenover de vennootschap zelf. Een curator of schuldeiser kunt u er niet mee tegenhouden. De vaststelling van de jaarrekening geeft bovendien op zichzelf geen décharge; die moet apart worden verleend.

Décharge dekt ook alleen wat de aandeelhouders wisten. In Staleman/Van de Ven oordeelde de Hoge Raad dat décharge niet verder reikt dan wat uit de jaarrekening blijkt of vóór de vaststelling aan de algemene vergadering is meegedeeld. Wat een aandeelhouder buiten de vergadering hoorde, telt niet mee.

Hoe beperkt u het risico als bestuurder?

U kunt het risico niet uitsluiten, wel flink beperken. De belangrijkste maatregelen volgen uit de regels hierboven.

  • Voer een behoorlijke administratie en deponeer de jaarrekening binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar (artikel 2:394 BW). Zo voorkomt u het bewijsvermoeden.
  • Leg bezwaren tegen bestuursbesluiten vast in de notulen of per e-mail aan medebestuurders.
  • Bestel niets namens de bv als u weet dat de bv niet kan betalen.
  • Betaal in financieel zware tijd niet bewust uzelf of verbonden partijen vóór andere schuldeisers.
  • Controleer of uw bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O-polis) de kosten van verweer dekt. Opzet en grove schuld zijn meestal uitgesloten.

Wat doet u als schuldeiser die een bestuurder wil aanspreken?

Als schuldeiser bepaalt u eerst of de bv failliet is. Dat bepaalt de route.

  • Is de bv failliet, dan kan alleen de curator een vordering op grond van artikel 2:248 BW instellen. U dient uw vordering in bij de curator.
  • Is de bv niet failliet, dan moet u zelf het ernstig verwijt aantonen. Bewaar stukken waaruit blijkt wat de bestuurder wist toen hij de overeenkomst sloot.
  • Controleer in het handelsregister wie bestuurder is, ook als dat een holding is (artikel 2:11 BW).

Wat wij doen bij externe bestuurdersaansprakelijkheid

  • Wij toetsen een aansprakelijkstelling door een curator of schuldeiser aan de artikelen 2:138, 2:248 en 6:162 BW.
  • Wij bouwen het verweer tegen een bewijsvermoeden op, met stukken over de werkelijke oorzaak van het faillissement.
  • Wij onderbouwen een beroep op disculpatie met notulen, e-mails en andere vastlegging.
  • Wij stellen namens een schuldeiser een bestuurder aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad.

In het kort

  • Na een faillissement kan alleen de curator u aanspreken; buiten faillissement kan elke benadeelde schuldeiser dat.
  • Een slechte administratie of een te late jaarrekening laat het bewijsrisico naar u verschuiven.
  • De drempel is hoog: kennelijk onbehoorlijk bestuur of een persoonlijk ernstig verwijt.
  • Een holding als tussenschakel helpt niet: artikel 2:11 BW legt de aansprakelijkheid door.

Veelgestelde vragen

Helpt aftreden om aansprakelijkheid te voorkomen?

Aftreden neemt aansprakelijkheid voor uw eerdere handelen niet weg. Heeft u gewaarschuwd en wordt u niet gehoord, dan kan aftreden wel bijdragen aan een geslaagd beroep op disculpatie voor wat daarna gebeurt.

Ben ik aansprakelijk voor beleid van vóór mijn benoeming?

U bent in beginsel alleen aansprakelijk voor uw eigen taakvervulling vanaf uw benoeming. Zet u een lopend beleid voort terwijl u wist of moest weten dat het tot problemen leidt, dan kan dat wel als eigen onbehoorlijk bestuur meewegen.

Kan een stille financier of grootaandeelhouder aansprakelijk zijn?

Ja, als hij het beleid feitelijk heeft bepaald alsof hij bestuurder was. Artikel 2:248 lid 7 BW stelt hem dan voor de faillissementsaansprakelijkheid gelijk aan een bestuurder.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.