Verkeersongeval met letsel of dood: waar hangt de straf voor de verdachte van af?

Handen aan het stuur op een lege weg: waar begint roekeloosheid?

Gepubliceerd op 31 mei 2026 · Laatst bijgewerkt op 23 oktober 2026

Veroorzaakt u door uw schuld een verkeersongeval waarbij iemand overlijdt of zwaar gewond raakt, dan pleegt u een misdrijf (art. 6 Wegenverkeerswet 1994, WVW). De straf hangt vooral af van de mate van schuld (gewone schuld of roekeloosheid), van het gevolg en van verzwarende omstandigheden zoals rijden onder invloed; de wettelijke maxima lopen van anderhalf jaar tot negen jaar gevangenisstraf.

De straf die de rechter werkelijk oplegt, ligt meestal ver onder het maximum. Persoonlijke omstandigheden, uw gedrag na het ongeval en de vraag of een taakstraf mogelijk is, maken veel uit. Hieronder leest u hoe de rechter tot een straf komt.

Wanneer is een verkeersongeval een misdrijf?

Zodra het ongeval aan uw schuld te wijten is en een ander daardoor overlijdt of letsel oploopt dat tot tijdelijke ziekte of verhindering van de normale bezigheden leidt. Dan is art. 6 WVW van toepassing en is het geen gewone verkeersovertreding meer.

Een veroordeling voor een misdrijf komt in uw justitiële documentatie en kan gevolgen hebben voor een Verklaring Omtrent het Gedrag. Meer daarover leest u in ons artikel over het strafblad en de justitiële documentatie. Is er alleen materiële schade, dan is art. 6 WVW niet van toepassing; wel kan gevaarzetting strafbaar zijn volgens art. 5 WVW.

Wat is het verschil tussen schuld en roekeloosheid?

Schuld betekent dat u aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend heeft gereden; een kleine, kortstondige onoplettendheid is daarvoor niet altijd genoeg. Roekeloosheid is de zwaarste vorm: u heeft zeer onvoorzichtig gehandeld en daarmee welbewust onaanvaardbare risico’s genomen.

De Hoge Raad stelt hoge eisen aan het bewijs van roekeloosheid en verlangt dat de rechter die kwalificatie goed motiveert. Of er sprake is van schuld of roekeloosheid, hangt af van het geheel van gedragingen, zoals de snelheid, de verkeerssituatie, afleiding door de telefoon, alcohol en de duur van het gevaarlijke rijgedrag.

Welke straffen zijn er maximaal mogelijk?

De maxima staan in art. 175 lid 1 en 2 WVW. Reed u onder invloed (art. 8 WVW) of voldeed u na het ongeval niet aan een bevel tot een blaastest of bloedonderzoek (art. 163 WVW), dan kunnen zij met de helft worden verhoogd (art. 175 lid 3 WVW). Valt uw rijgedrag ook onder zeer gevaarlijk rijgedrag (art. 5a lid 1 WVW), dan is volgens art. 175 lid 2 WVW in elk geval sprake van roekeloosheid.

SituatieMaximale gevangenisstrafMet verhogingsgrond
Letsel door schuld1 jaar en 6 maanden2 jaar en 3 maanden
Dood door schuld3 jaar4 jaar en 6 maanden
Letsel door roekeloosheid3 jaar4 jaar en 6 maanden
Dood door roekeloosheid6 jaar9 jaar

Daarnaast kan de rechter de bestuurder van een motorrijtuig een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen van ten hoogste vijf jaar (art. 179 lid 1 WVW). Pleegt u het feit binnen vijf jaar na het einde van een eerdere rijontzegging voor zo’n feit, dan kan dat tot tien jaar oplopen (art. 179 lid 4 WVW).

Verlaten kruising in de schemering met een rood verkeerslicht dat weerspiegelt in het natte wegdek, sobere sfeer bij een blog over straffen na een verkeersongeval.

Is gevaarlijk rijden zonder ongeval ook strafbaar?

Ja. Zeer gevaarlijk rijgedrag is een zelfstandig misdrijf (art. 5a WVW): u schendt opzettelijk en in ernstige mate verkeersregels, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar letsel ontstaat. Daarvoor geldt een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar en een rijontzegging.

Maakt het voertuig of het slachtoffer uit?

Art. 6 WVW geldt voor iedere verkeersdeelnemer, dus ook voor een fietser. Ook het verbod op rijden onder invloed (art. 8 WVW) geldt voor bestuurders van elk voertuig, inclusief de fiets.

In de praktijk weegt het voertuig wel mee: van een bestuurder van een zwaar en snel voertuig, zoals een vrachtwagen, wordt meer zorg verwacht. Voor de strafmaat telt vooral het gevolg; omdat voetgangers en fietsers kwetsbaar zijn, leidt een aanrijding met hen eerder tot zwaar letsel of de dood.

De schadevergoeding aan het slachtoffer, onder meer op grond van art. 185 WVW, is een afzonderlijk civiel traject. Dit artikel gaat alleen over de strafzaak.

Kan het ook met een taakstraf?

Vaak wel, behalve als het taakstrafverbod van art. 22b Wetboek van Strafrecht (Sr) geldt. Ook dan blijft een taakstraf mogelijk, mits de rechter daarnaast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf oplegt.

Wanneer geldt het taakstrafverbod?

Een taakstraf zonder onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is volgens art. 22b Sr uitgesloten bij een misdrijf waarop zes jaar gevangenisstraf of meer staat en dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft veroorzaakt. Bij verkeersongevallen gaat het dan vooral om dood door roekeloosheid; bij dood of letsel door gewone schuld ligt het maximum lager en geldt dit onderdeel niet.

Het verbod geldt ook bij herhaling: als u in de vijf jaar vóór het feit voor een soortgelijk misdrijf een taakstraf heeft gekregen en die volledig heeft verricht, of als de vervangende hechtenis is bevolen. Was die eerdere taakstraf op de pleegdatum nog niet afgerond, dan is het verbod niet van toepassing. Controleer dat in het dossier.

Hoe combineert de rechter een taakstraf met celstraf?

Geldt het verbod, dan kan de rechter een taakstraf opleggen naast een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een volledig voorwaardelijke gevangenisstraf is daarvoor niet genoeg, en het onvoorwaardelijke deel mag in combinatie met een taakstraf niet langer zijn dan zes maanden (art. 9 lid 4 Sr).

Een voorbeeld ter illustratie: een gevangenisstraf van 91 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met 120 uur taakstraf en een rijontzegging. Er resteert dan één dag onvoorwaardelijk, en daarmee blijft de combinatie binnen de wet. Meer over de werkstraf leest u in ons artikel over het systeem van taakstraffen.

Welke persoonlijke omstandigheden wegen mee?

De rechter moet bij de straf rekening houden met de persoon van de verdachte (art. 359 lid 5 Sv). Denk aan een blanco strafblad, werk en gezin, gezondheid en de vraag of een onvoorwaardelijke celstraf onevenredig hard zou uitpakken.

Ook uw gedrag na het ongeval telt: hulp verlenen, openheid en oprechte spijt wegen in uw voordeel. Doorrijden na een ongeval is daarentegen een zelfstandig strafbaar feit (art. 7 WVW) en weegt zwaar. Voert de verdediging een onderbouwd strafmaatverweer, dan moet de rechter in het vonnis uitleggen waarom hij daarvan afwijkt (art. 359 lid 2 Sv).

Hoe zwaar weegt de rijontzegging?

Voor wie de auto nodig heeft voor werk of zorg, is een rijontzegging van enkele jaren vaak de zwaarste straf. Een rijontzegging kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd; dat is in de strafmaatdiscussie een belangrijk punt.

Wat doet u als u verdachte bent?

  • Verleen hulp en blijf ter plaatse; vertrekken is strafbaar volgens art. 7 WVW.
  • Werk mee aan een blaastest of bloedonderzoek; weigeren is strafbaar en verhoogt het strafmaximum.
  • U hoeft geen verklaring af te leggen over het ongeval (art. 29 Sv) en heeft recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor.
  • Bewaar gegevens die uw rijgedrag kunnen toelichten, zoals routegegevens en getuigen.

Wat kunnen wij voor u doen bij een strafzaak na een verkeersongeval?

  • U voorbereiden op en bijstaan bij het politieverhoor.
  • Het dossier beoordelen, inclusief het rapport van de verkeersongevallenanalyse.
  • Verweer voeren tegen de kwalificatie schuld of roekeloosheid.
  • Toetsen of het taakstrafverbod geldt en een onderbouwd strafmaatverweer voeren.
  • Pleiten voor een (deels) voorwaardelijke rijontzegging, als advocaat strafrecht.

Samengevat

  • Een ongeval met letsel of dood door uw schuld is een misdrijf (art. 6 WVW).
  • De maxima lopen van 1,5 jaar (letsel, schuld) tot 9 jaar (dood, roekeloos, met verhogingsgrond).
  • Een rijontzegging kan tot vijf jaar duren, bij herhaling tot tien jaar.
  • Het taakstrafverbod geldt vooral bij dood door roekeloosheid en bij herhaling.
  • Persoonlijke omstandigheden en gedrag na het ongeval wegen zwaar mee.

Veelgestelde vragen

Moet ik altijd de gevangenis in?

Nee. Bij gewone schuld en een blanco strafblad volgt vaak een taakstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een rijontzegging. Lange onvoorwaardelijke straffen komen vooral voor bij roekeloosheid in combinatie met alcohol of drugs.

Telt het als ik op de fiets reed?

Ja. Art. 6 en art. 8 WVW gelden ook voor fietsers. Een rijontzegging kan alleen worden opgelegd aan de bestuurder van een motorrijtuig (art. 179 WVW), dus niet aan iemand die fietste.

Kan ik mijn rijbewijs direct kwijtraken?

Ja. De politie kan uw rijbewijs bij bepaalde feiten direct invorderen (art. 164 WVW), bijvoorbeeld bij een hoog alcoholgehalte. Het OM beslist daarna binnen tien dagen over teruggave of inhouding.

Moet ik bij de politie een verklaring afleggen?

Nee, u heeft zwijgrecht. Omdat de eerste verklaring veel invloed heeft op de kwalificatie schuld of roekeloosheid, is het verstandig vooraf met een advocaat te overleggen.

Lees ook: doorrijden na een ongeval (art. 7 WVW).

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.