Identiteitsfraude straf: welke straf staat op identiteitsfraude?

Paspoort, rijbewijs en zorgverzekeringskaart.

Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 15 september 2026

Op identiteitsfraude staat een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Dat volgt uit artikel 231b van het Wetboek van Strafrecht, dat het opzettelijk en wederrechtelijk gebruiken van identificerende persoonsgegevens van een ander strafbaar stelt. In de praktijk komt daar bijna altijd een tweede delict bij, zoals oplichting of witwassen, en dat bepaalt uiteindelijk de straf.

Wat is identiteitsfraude volgens de wet?

De wet spreekt niet van identiteitsfraude maar van misbruik van identificerende persoonsgegevens. Artikel 231b Sr stelt strafbaar: hij die opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

Uit die formulering volgen vier bestanddelen. Het gebruik moet opzettelijk en wederrechtelijk zijn. Het moet gaan om gegevens waarmee iemand kan worden geïdentificeerd, zoals een naam in combinatie met een geboortedatum, een burgerservicenummer, een rekeningnummer of inloggegevens. Er moet een oogmerk zijn om een identiteit te verhelen of te misbruiken. En uit het gebruik moet nadeel kunnen ontstaan.

Wie enkel een verzonnen naam gebruikt, valt hier niet onder: er is dan geen ander wiens gegevens worden misbruikt. Zodra u zich voordoet als een bestaand persoon, ligt dat anders. Biometrische gegevens zijn uitdrukkelijk uitgezonderd van artikel 231b Sr; daarvoor gelden aparte bepalingen in dezelfde titel van het Wetboek van Strafrecht over valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken.

Verdachte van identiteitsfraude tegenover de rechter: welke straf staat op artikel 231b Sr

Welke straf staat er op identiteitsfraude?

Het wettelijk maximum van artikel 231b Sr is vijf jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Dat maximum is een bovengrens, geen richtlijn: de rechter bepaalt de straf binnen die grens aan de hand van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon van de verdachte.

In de praktijk wordt dat maximum zelden benaderd voor een op zichzelf staand geval. Wat de straf omhoog drijft is de combinatie met andere delicten, het aantal benadeelden, de duur van de fraude en de mate van organisatie. Bij een eerste feit met beperkte schade komt een taakstraf of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf in beeld, vaak samen met een schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f Sr.

Concrete strafmaten per schadebedrag bestaan niet. Tabellen die suggereren dat een bepaald schadebedrag automatisch tot een bepaald aantal maanden leidt, geven een verkeerd beeld van de Nederlandse straftoemeting. De rechter is niet aan zulke schema’s gebonden en weegt het geheel.

Wanneer kan er nadeel ontstaan?

Het bestanddeel enig nadeel is in de rechtspraak uitgewerkt. De Hoge Raad oordeelde op 26 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1698) dat het bij artikel 231b Sr gaat om nadeel dat kan ontstaan voor degene wiens identificerende persoonsgegevens worden misbruikt, en niet om nadeel voor willekeurige derden.

Dat nadeel hoeft zich niet te hebben verwezenlijkt; de mogelijkheid volstaat. Het kan financieel zijn, maar ook bestaan uit reputatieschade of uit vervuiling van registers en bestanden waarin de gegevens van het slachtoffer voorkomen. Juist die laatste vorm maakt identiteitsfraude zo hardnekkig: een slachtoffer kan jaren later nog worden geconfronteerd met een registratie die niet van hem is.

Welke andere strafbare feiten spelen bijna altijd mee?

Identiteitsfraude is zelden het enige verwijt. Wie met andermans gegevens bestellingen plaatst of goederen verkoopt die niet worden geleverd, wordt vervolgd voor oplichting (artikel 326 Sr). Wie het geld daarna doorsluist of contant opneemt, krijgt witwassen erbij (de artikelen 420bis tot en met 420quater Sr). Wordt er een document vervalst, dan komt valsheid in geschrift (artikel 225 Sr) in beeld, en bij reisdocumenten artikel 231 Sr.

Digitale varianten hebben hun eigen bepalingen. Inbreken in een account of systeem is computervredebreuk (artikel 138ab Sr). Het openbaar maken van persoonsgegevens om iemand vrees aan te jagen of te intimideren valt sinds 1 januari 2024 onder artikel 285d Sr. Elk van die feiten heeft een eigen maximum, en bij samenloop kan de rechter tot een hogere straf komen dan het maximum van één van de afzonderlijke delicten.

Voor de verdediging is het onderscheid tussen deze delicten belangrijk, omdat de bestanddelen sterk verschillen. Waar het verschil precies zit, leggen wij uit in onze artikelen over diefstal, verduistering en oplichting en over een verdenking van witwassen.

Wat bepaalt de hoogte van de straf?

De rechter kijkt eerst naar de ernst van het feit. Hoeveel personen zijn benadeeld, hoe lang liep het, welke schade is er geleden en hoe planmatig ging het? Het verschil tussen een eenmalige bestelling op andermans naam en een maandenlange operatie met tientallen gedupeerden is groot, ook binnen hetzelfde wetsartikel.

Daarna komen de persoonlijke omstandigheden: eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten wegen zwaar, terwijl een blanco strafblad, een stabiele werk- en woonsituatie en aantoonbare hulpverlening juist matigend kunnen werken. Ook de proceshouding telt mee. Openheid van zaken en het daadwerkelijk vergoeden van schade worden meegewogen, al bestaat er geen recht op strafkorting.

Ten slotte weegt de rechter of een taakstraf of een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden meer effect heeft dan detentie. Bij fraudedelicten wordt vaak gekozen voor een combinatie: een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht, naast een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelden.

Hoe pakt dat uit in een echte zaak?

Een voorbeeld uit de gepubliceerde rechtspraak maakt het concreet. De rechtbank Rotterdam behandelde op 28 juli 2020 een zaak waarin de verdachte via advertentiesites en sociale media kopers benaderde als verkoopster, daarbij de foto en de identiteitskaart van een ander gebruikte om vertrouwen te wekken, en de betalingen incasseerde zonder te leveren (ECLI:NL:RBROT:2020:6724).

De rechtbank paste naast artikel 231b Sr ook artikel 326 Sr en de witwasbepalingen toe, en legde een gevangenisstraf van achttien maanden op waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast volgden een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel en schadevergoeding aan de benadeelden. De zaak laat zien hoe de identiteitsfraude zelf vooral het middel is, terwijl de oplichting en het witwassen het strafbeeld bepalen.

Wat geldt er voor minderjarige verdachten?

Is de verdachte jonger dan achttien, dan geldt het jeugdstrafrecht. Dat kent eigen sancties en eigen maxima, die aanzienlijk lager liggen dan in het volwassenenstrafrecht, en het legt de nadruk op gedragsverandering in plaats van vergelding. Veelgebruikte modaliteiten zijn de taakstraf, een leerproject en een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden.

Voor jongvolwassenen tussen achttien en drieëntwintig kan de rechter het jeugdstrafrecht toepassen wanneer de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het lenen of doorgeven van een identiteitsbewijs, bijvoorbeeld om ergens binnen te komen of iets te bestellen, wordt door jongeren vaak onderschat, terwijl het wel degelijk onder de strafbepalingen kan vallen.

Wat doet u als u wordt verdacht van identiteitsfraude?

Roep vóór het eerste verhoor een advocaat in. U heeft recht op bijstand van een raadsman voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor, en van dat recht wordt in fraudezaken te vaak afgezien. Verklaringen die in de eerste uren worden afgelegd, sturen het hele dossier, en wat er eenmaal staat, krijgt u er zelden meer uit.

Denk daarbij aan het volgende:

  • u bent niet verplicht te antwoorden; zwijgen mag niet als bewijs tegen u worden gebruikt;
  • vraag welke verdenking er precies ligt en op welke artikelen die is gebaseerd;
  • bewaar alles wat uw lezing ondersteunt, zoals berichten, transacties en inloggegevens;
  • laat het dossier beoordelen op de bestanddelen van artikel 231b Sr, in het bijzonder het oogmerk en het mogelijke nadeel.

Verweer richt zich in deze zaken zelden op de vraag óf de gegevens zijn gebruikt, en meestal op de vraag door wie en met welk oogmerk. Bij gedeelde apparaten, gehackte accounts of een rol als katvanger is dat een reële discussie die met digitaal bewijs moet worden gevoerd.

Wat doet u als u slachtoffer bent?

Doe aangifte bij de politie en meld het misbruik daarnaast bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten, dat helpt bij het herstellen van onjuiste registraties. Waarschuw uw bank direct bij verdachte transacties en laat vastleggen vanaf welk moment u het misbruik heeft gemeld; dat moment is bepalend voor de vraag wie de schade draagt.

Verzamel bewijs voordat het verdwijnt: schermafbeeldingen van advertenties en berichten, transactieoverzichten, e-mails en gegevens van de tegenpartij. In het strafproces kunt u zich als benadeelde partij voegen om uw schade vergoed te krijgen. Hoe de aangifte in de praktijk verloopt, beschrijven wij in ons artikel over aangifte doen bij de politie, en de positie van slachtoffers van digitale delicten in ons artikel over rechten van slachtoffers van cyberaanvallen.

Is er van uw rekening betaald zonder dat u daarvoor toestemming gaf, dan moet de bank die niet-toegestane betaling in beginsel direct terugboeken (artikel 7:529 BW). Het eigen risico dat de bank u mag aanrekenen, is beperkt tot een klein bedrag, tenzij u frauduleus of met opzet of grove nalatigheid hebt gehandeld, bijvoorbeeld door uw inlogcodes af te geven. Meld de transacties daarom zo snel mogelijk: hoe later u meldt, hoe groter de discussie over wie de schade draagt.

Krijgt u facturen, incassobrieven of een registratie bij het BKR voor een overeenkomst die u niet hebt gesloten, betwist die dan schriftelijk en vraag om het contract of de aanvraag waarop de vordering berust. Wie betaling vordert, moet bewijzen dat de overeenkomst met u is gesloten. Onjuiste registraties kunt u op grond van de AVG laten corrigeren of verwijderen. Is uw paspoort of identiteitskaart gestolen of kwijt, meld dat dan bij de gemeente, zodat het document ongeldig wordt verklaard.

Waarin verschilt identiteitsfraude van oplichting?

Oplichting en identiteitsfraude worden vaak door elkaar gebruikt, maar het zijn verschillende delicten met verschillende bestanddelen. Oplichting (artikel 326 Sr) draait om het bewegen van een ander tot afgifte van een goed of geld door een samenweefsel van verdichtsels, een valse naam of een valse hoedanigheid. Identiteitsfraude draait om het gebruik van gegevens van een bestaand persoon, ongeacht of daarmee iets is afgetroggeld.

Dat verschil heeft praktische gevolgen. Voor artikel 231b Sr is niet vereist dat iemand daadwerkelijk schade heeft geleden; de mogelijkheid van nadeel volstaat. Voor oplichting moet er wel een afgifte zijn, en moet worden vastgesteld dat het slachtoffer daartoe is bewogen door de gebruikte oplichtingsmiddelen. Een verdenking kan dus op het ene punt standhouden en op het andere sneuvelen. Hoe oplichting in de praktijk wordt herkend en aangepakt, beschrijven wij in onze gids over oplichting in Nederland.

Hoe beperkt u het risico op misbruik van uw gegevens?

Preventie is geen juridische verplichting, maar zij bepaalt wel hoe sterk u staat als het misgaat. Deel kopieën van uw identiteitsbewijs alleen wanneer dat echt nodig is, streep het burgerservicenummer door en noteer op de kopie voor wie en waarvoor die bedoeld is. Gebruik voor elk account een eigen wachtwoord en zet tweestapsverificatie aan bij uw bank, uw e-mail en uw overheidsaccounts.

Controleer daarnaast periodiek uw rekeningafschriften en reageer direct op berichten over een aanvraag die u niet heeft gedaan. Wie snel meldt, beperkt niet alleen de schade maar bewijst ook dat hij zorgvuldig heeft gehandeld; dat weegt mee in de discussie met een bank of een schuldeiser over wie de schade draagt. Bij misbruik dat via een webwinkel of advertentiesite loopt, is snelheid extra belangrijk, zoals wij toelichten in ons artikel over internetoplichting.

Veelgestelde vragen

Krijgt u altijd een gevangenisstraf voor identiteitsfraude?

Nee. Het wettelijk maximum is vijf jaar, maar bij een eerste feit met beperkte schade legt de rechter regelmatig een taakstraf of een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op, vaak in combinatie met een schadevergoedingsmaatregel.

Is het strafbaar om een identiteitsbewijs van iemand anders te lenen?

Dat kan strafbaar zijn. Zodra u de identificerende gegevens van een ander gebruikt om uw eigen identiteit te verhullen en daaruit nadeel voor die ander kan ontstaan, komt artikel 231b Sr in beeld. Gaat het om een vervalst reisdocument, dan gelden bovendien de bepalingen over valsheid met geschriften.

Wat als mijn gegevens zijn gebruikt zonder dat ik dat wist?

Dan bent u slachtoffer en geen verdachte. Doe aangifte, meld het bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten en laat onjuiste registraties corrigeren. Wordt u toch aangesproken door een schuldeiser, laat dan vastleggen dat de verplichting niet door u is aangegaan.

Blijft identiteitsfraude op mijn strafblad staan?

Een onherroepelijke veroordeling wordt opgenomen in de justitiële documentatie. Justis betrekt die registratie bij een aanvraag om een verklaring omtrent het gedrag, waarbij vooral wordt gekeken of het feit relevant is voor de functie die u wilt vervullen. Bij financiële en vertrouwensfuncties weegt een fraudedelict zwaar.

Kan ik na een veroordeling nog een paspoort krijgen?

Een veroordeling voor identiteitsfraude leidt niet zonder meer tot weigering van een paspoort. Weigering of vervallenverklaring is alleen aan de orde in de gevallen die de Paspoortwet noemt, bijvoorbeeld bij een signalering in het register paspoortsignaleringen. Vraagt u een reisdocument aan terwijl u weet dat er een signalering loopt, laat dan eerst juridisch beoordelen wat uw positie is.

Bijstand bij een verdenking van identiteitsfraude

Fraudezaken worden gewonnen of verloren op het digitale dossier: op de vraag wie welk account gebruikte, wie welke betaling ontving en welk oogmerk daaruit blijkt. De strafrechtadvocaten van Law & More in Eindhoven en Amsterdam beoordelen de verdenking aan de bestanddelen van artikel 231b Sr, staan u bij vanaf het eerste verhoor en voeren waar nodig verweer over het gebruikte bewijs. Ook slachtoffers staan wij bij, onder meer bij de vordering als benadeelde partij.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.