Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026
Op identiteitsfraude staat een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar of een geldboete van de vijfde categorie. Dat volgt uit artikel 231b van het Wetboek van Strafrecht. In de praktijk komt daar bijna altijd een tweede delict bij, zoals oplichting of witwassen, en dat bepaalt uiteindelijk de hoogte van de straf.
Inhoudsopgave
Wat is identiteitsfraude volgens de wet?
De wet spreekt niet van identiteitsfraude, maar van misbruik van identificerende persoonsgegevens van een ander. Artikel 231b Sr stelt strafbaar wie die gegevens opzettelijk en wederrechtelijk gebruikt om een identiteit te verhullen of te misbruiken, waardoor nadeel kan ontstaan.
Uit die omschrijving volgen vier eisen. Het gebruik moet opzettelijk en wederrechtelijk zijn. Het moet gaan om gegevens waarmee iemand kan worden geïdentificeerd, zoals een naam met een geboortedatum, een burgerservicenummer, een rekeningnummer of inloggegevens. Er moet een oogmerk zijn om een identiteit te verhullen of te misbruiken. En uit het gebruik moet enig nadeel kunnen ontstaan.
Wie alleen een verzonnen naam gebruikt, valt niet onder deze bepaling. Er is dan geen ander wiens gegevens worden misbruikt. Zodra u zich voordoet als een bestaand persoon, ligt dat anders. Biometrische gegevens, zoals een vingerafdruk of gezichtsopname, zijn uitgezonderd van artikel 231b Sr. Daarvoor gelden aparte bepalingen in dezelfde titel van het Wetboek van Strafrecht, over valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken.
Welke straf staat er op identiteitsfraude?
Het wettelijk maximum is vijf jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Een geldboete van de vijfde categorie bedraagt sinds 1 januari 2026 ten hoogste € 110.000 (artikel 23 Sr). Dat maximum is een bovengrens en geen richtlijn.
De rechter bepaalt de straf binnen die grens. Hij kijkt daarbij naar de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte. Bij een op zichzelf staand geval wordt het maximum zelden benaderd. Wat de straf omhoog drijft, is de combinatie met andere delicten, het aantal benadeelden, de duur van de fraude en de mate van organisatie.
Bij een eerste feit met beperkte schade komt een taakstraf of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf in beeld. Vaak legt de rechter daarnaast een schadevergoedingsmaatregel op, volgens artikel 36f Sr. Vaste strafmaten per schadebedrag bestaan niet. Tabellen die suggereren dat een bepaald bedrag automatisch tot een bepaald aantal maanden leidt, geven een verkeerd beeld. De rechter is niet aan zulke schema’s gebonden en weegt het geheel.
Wanneer kan er nadeel ontstaan?
Het nadeel moet kunnen ontstaan voor de persoon wiens gegevens worden misbruikt. Nadeel voor willekeurige derden is niet genoeg.
Dat oordeelde de Hoge Raad op 26 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1698). Het nadeel hoeft zich niet werkelijk te hebben voorgedaan; de mogelijkheid volstaat. Het kan financieel zijn, maar ook bestaan uit reputatieschade of uit vervuiling van registers waarin de gegevens van het slachtoffer staan.
Juist die laatste vorm maakt identiteitsfraude hardnekkig. Een slachtoffer kan jaren later nog te maken krijgen met een registratie die niet van hem is, bijvoorbeeld een lening of een abonnement op zijn naam.
Welke andere strafbare feiten spelen vaak mee?
Identiteitsfraude is zelden het enige verwijt. Meestal volgt de vervolging ook voor oplichting, witwassen of valsheid in geschrift.
Wie met andermans gegevens bestellingen plaatst of goederen verkoopt die niet worden geleverd, wordt vervolgd voor oplichting (artikel 326 Sr). Wie het geld daarna doorsluist of contant opneemt, krijgt witwassen erbij (artikelen 420bis tot en met 420quater Sr). Wordt er een document vervalst, dan komt valsheid in geschrift (artikel 225 Sr) in beeld, en bij reisdocumenten artikel 231 Sr.
Digitale varianten hebben hun eigen bepalingen. Inbreken in een account of systeem is computervredebreuk (artikel 138ab Sr). Het verspreiden van persoonsgegevens om iemand vrees aan te jagen of te intimideren, valt sinds 1 januari 2024 onder artikel 285d Sr. Elk feit heeft een eigen maximum. Bij samenloop kan de rechter tot een hogere straf komen dan het maximum van één afzonderlijk delict.
Voor de verdediging is het onderscheid belangrijk, omdat de bestanddelen sterk verschillen. Wij leggen dat uit in onze artikelen over diefstal, verduistering en oplichting en over een verdenking van witwassen.
Waarin verschilt identiteitsfraude van oplichting?
Bij oplichting draait het om het afhandig maken van geld of goederen. Bij identiteitsfraude draait het om het gebruik van gegevens van een bestaand persoon, ook als daarmee niets is verkregen.
Oplichting (artikel 326 Sr) vereist dat iemand wordt bewogen tot afgifte van een goed of geld, door een samenweefsel van verdichtsels, een valse naam of een valse hoedanigheid. Voor artikel 231b Sr is niet vereist dat iemand werkelijk schade heeft geleden; de mogelijkheid van nadeel volstaat. Voor oplichting moet wel een afgifte worden vastgesteld, en moet blijken dat het slachtoffer daartoe is bewogen door de gebruikte middelen.
Een verdenking kan dus op het ene punt standhouden en op het andere sneuvelen. Hoe oplichting in de praktijk wordt herkend en aangepakt, beschrijven wij in onze uitleg over oplichting in Nederland.
Wat bepaalt de hoogte van de straf?
De rechter kijkt eerst naar de ernst van het feit en daarna naar uw persoonlijke omstandigheden. Ook uw houding tijdens het proces en het vergoeden van schade tellen mee.
Bij de ernst gaat het om vragen als: hoeveel personen zijn benadeeld, hoe lang liep het, welke schade is er geleden en hoe planmatig ging het? Een eenmalige bestelling op andermans naam is iets anders dan een operatie van maanden met tientallen gedupeerden, ook al gaat het om hetzelfde wetsartikel.
Eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten wegen zwaar. Een blanco strafblad, een stabiele werk- en woonsituatie en hulpverlening kunnen juist matigend werken. Openheid van zaken en het daadwerkelijk vergoeden van schade worden meegewogen, al bestaat er geen recht op strafkorting.
Ten slotte weegt de rechter of een taakstraf of een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden meer effect heeft dan detentie. Bij fraudedelicten valt de keuze vaak op een combinatie: een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht, naast een schadevergoedingsmaatregel voor de benadeelden.
Hoe pakt dat uit in een echte zaak?
Een uitspraak van de rechtbank Rotterdam laat zien dat de identiteitsfraude vaak het middel is, terwijl oplichting en witwassen het strafbeeld bepalen. De verdachte kreeg achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk.
In die zaak van 28 juli 2020 benaderde de verdachte via advertentiesites en sociale media kopers als verkoopster. Zij gebruikte de foto en de identiteitskaart van een andere vrouw om vertrouwen te wekken, en incasseerde de betalingen zonder te leveren (ECLI:NL:RBROT:2020:6724).
De rechtbank paste naast artikel 231b Sr ook artikel 326 Sr en de witwasbepalingen toe. Het voorwaardelijke deel kreeg een proeftijd van twee jaar, met bijzondere voorwaarden zoals reclasseringsbegeleiding. Daarnaast legde de rechtbank een contactverbod op als vrijheidsbeperkende maatregel en moest de verdachte schadevergoeding betalen aan de benadeelden.
Wat geldt er voor minderjarige verdachten?
Is de verdachte jonger dan achttien, dan geldt het jeugdstrafrecht. Dat kent eigen sancties en lagere maxima, en legt de nadruk op gedragsverandering in plaats van vergelding.
Veelgebruikte sancties zijn de taakstraf, een leerproject en een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden. Voor jongvolwassenen tussen achttien en drieëntwintig jaar kan de rechter het jeugdstrafrecht toepassen als de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden daartoe aanleiding geven (artikel 77c Sr).
Het lenen of doorgeven van een identiteitsbewijs, bijvoorbeeld om ergens binnen te komen of iets te bestellen, wordt door jongeren vaak onderschat. Toch kan het onder de strafbepalingen vallen.
Wat doet u als u wordt verdacht van identiteitsfraude?
Schakel vóór het eerste verhoor een advocaat in. U heeft recht op bijstand van een advocaat voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor.
Van dat recht wordt in fraudezaken te vaak afgezien. Verklaringen uit de eerste uren sturen het hele dossier, en wat eenmaal op papier staat, krijgt u er zelden weer uit. Let daarom op het volgende:
- u bent niet verplicht te antwoorden; zwijgen mag niet als bewijs tegen u worden gebruikt;
- vraag welke verdenking er precies ligt en op welke artikelen die is gebaseerd;
- bewaar alles wat uw lezing ondersteunt, zoals berichten, transacties en inloggegevens;
- laat het dossier toetsen aan de eisen van artikel 231b Sr, vooral het oogmerk en het mogelijke nadeel.
Het verweer richt zich zelden op de vraag óf de gegevens zijn gebruikt. Meestal gaat het om de vraag door wie en met welk oogmerk. Bij gedeelde apparaten, gehackte accounts of een rol als katvanger is dat een reële discussie, die met digitaal bewijs moet worden gevoerd.
Wat doet u als u slachtoffer bent?
Doe aangifte bij de politie en meld het misbruik bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten. Dat meldpunt helpt bij het herstellen van onjuiste registraties.
Het meldpunt (CMI) valt onder de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens. Na uw melding neemt het CMI contact met u op en schakelt het zo nodig een ketenpartner in, zoals de Belastingdienst, de politie of de RDW. U meldt via rvig.nl/cmi. Een melding bij het CMI vervangt de aangifte bij de politie niet.
Waarschuw uw bank direct bij verdachte transacties en laat vastleggen wanneer u het misbruik heeft gemeld. Dat moment is belangrijk voor de vraag wie de schade draagt. Verzamel bewijs voordat het verdwijnt: schermafbeeldingen van advertenties en berichten, transactieoverzichten, e-mails en gegevens van de tegenpartij.
In het strafproces kunt u zich als benadeelde partij voegen om uw schade vergoed te krijgen. Hoe de aangifte verloopt, beschrijven wij in ons artikel over aangifte doen bij de politie. De positie van slachtoffers van digitale delicten staat in ons artikel over rechten van slachtoffers van cyberaanvallen.
Wat doet u bij betalingen, facturen of registraties op uw naam?
Is er van uw rekening betaald zonder uw toestemming, dan moet de bank die betaling in beginsel direct terugboeken (artikel 7:528 BW). Het eigen risico dat de bank u mag aanrekenen, is beperkt tot een klein bedrag (artikel 7:529 lid 1 BW). Dat geldt niet als u frauduleus, opzettelijk of met grove nalatigheid heeft gehandeld, bijvoorbeeld door uw inlogcodes af te geven. Meld verdachte transacties daarom zo snel mogelijk.
Krijgt u facturen, incassobrieven of een BKR-registratie voor een overeenkomst die u niet heeft gesloten? Betwist die dan schriftelijk en vraag om het contract of de aanvraag waarop de vordering berust. Wie betaling vordert, moet bewijzen dat de overeenkomst met u is gesloten. Onjuiste registraties kunt u op grond van de AVG laten corrigeren of verwijderen. Is uw paspoort of identiteitskaart gestolen of kwijt, meld dat dan bij de gemeente, zodat het document ongeldig wordt verklaard.
Hoe beperkt u het risico op misbruik van uw gegevens?
Deel kopieën van uw identiteitsbewijs alleen als het echt nodig is, en beveilig uw belangrijkste accounts goed. Dat beperkt het risico en versterkt uw positie als het toch misgaat.
Streep op een kopie het burgerservicenummer door en noteer voor wie en waarvoor die bedoeld is. Gebruik voor elk account een eigen wachtwoord en zet tweestapsverificatie aan bij uw bank, uw e-mail en uw overheidsaccounts. Controleer regelmatig uw rekeningafschriften en reageer direct op berichten over een aanvraag die u niet heeft gedaan.
Wie snel meldt, beperkt de schade en laat zien dat hij zorgvuldig heeft gehandeld. Dat weegt mee in de discussie met een bank of schuldeiser over wie de schade draagt. Bij misbruik via een webwinkel of advertentiesite is snelheid extra belangrijk, zoals wij toelichten in ons artikel over internetoplichting.
Wat kunnen wij voor u doen bij identiteitsfraude?
Wij staan verdachten en slachtoffers van identiteitsfraude bij.
- Wij toetsen of de verdenking voldoet aan alle eisen van artikel 231b Sr, zoals opzet, het oogmerk om een identiteit te misbruiken en mogelijk nadeel.
- Wij staan u bij vanaf het eerste politieverhoor en bespreken vooraf of u een verklaring aflegt.
- Wij analyseren het digitale bewijs: wie gebruikte welk account en wie ontving welke betaling.
- Wij voeren verweer tegen samenhangende verdenkingen, zoals oplichting (artikel 326 Sr) of witwassen.
- Wij helpen slachtoffers met een vordering als benadeelde partij in het strafproces.
- Wij gaan na of uw bank een niet-toegestane betaling moet terugboeken (artikel 7:528 BW).
Samengevat
- Op identiteitsfraude staat maximaal vijf jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie (artikel 231b Sr).
- Nadeel moet kunnen ontstaan voor degene wiens gegevens zijn gebruikt; werkelijke schade is niet nodig.
- Oplichting, witwassen of valsheid in geschrift spelen bijna altijd mee en bepalen vaak de straf.
- Bij een eerste feit met beperkte schade volgt vaak een taakstraf of deels voorwaardelijke straf, met schadevergoeding.
- Als slachtoffer doet u aangifte, meldt u het bij het Centraal Meldpunt en waarschuwt u direct uw bank.
Veelgestelde vragen
Krijgt u altijd een gevangenisstraf voor identiteitsfraude?
Nee. Het wettelijk maximum is vijf jaar, maar bij een eerste feit met beperkte schade legt de rechter regelmatig een taakstraf of een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op. Vaak gebeurt dat samen met een schadevergoedingsmaatregel.
Is het strafbaar om het identiteitsbewijs van iemand anders te lenen?
Dat kan strafbaar zijn. Gebruikt u de gegevens van een ander om uw eigen identiteit te verhullen en kan daaruit nadeel voor die ander ontstaan, dan komt artikel 231b Sr in beeld. Bij een vervalst reisdocument gelden bovendien de bepalingen over valsheid in geschrift.
Wat als uw gegevens zijn gebruikt zonder dat u het wist?
Dan bent u slachtoffer en geen verdachte. Doe aangifte, meld het bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten en laat onjuiste registraties corrigeren. Spreekt een schuldeiser u toch aan, laat dan vastleggen dat u de verplichting niet bent aangegaan.
Blijft identiteitsfraude op uw strafblad staan?
Een onherroepelijke veroordeling wordt opgenomen in de justitiële documentatie. Justis betrekt die registratie bij een aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG). Daarbij kijkt Justis vooral of het feit relevant is voor de functie. Bij financiële functies en vertrouwensfuncties weegt een fraudedelict zwaar.
Kunt u na een veroordeling nog een paspoort krijgen?
Een veroordeling voor identiteitsfraude leidt niet vanzelf tot weigering van een paspoort. Weigering of vervallenverklaring kan alleen in de gevallen die de Paspoortwet noemt, bijvoorbeeld bij een signalering in het register paspoortsignaleringen. Weet u dat er een signalering loopt, laat dan eerst beoordelen wat uw positie is.
Waar draait een fraudezaak in de praktijk om?
Fraudezaken worden gewonnen of verloren op het digitale dossier: wie gebruikte welk account, wie ontving welke betaling en welk oogmerk blijkt daaruit? De strafrechtadvocaten van Law & More in Eindhoven en Amsterdam toetsen de verdenking aan artikel 231b Sr, staan u bij vanaf het eerste verhoor en voeren waar nodig verweer over het bewijs. Ook slachtoffers staan wij bij, onder meer bij de vordering als benadeelde partij.