Gepubliceerd op 3 januari 2026 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
Voor de metaverse bestaat geen aparte wet: op uw activiteiten in virtuele werelden gelden de bestaande Nederlandse en Europese regels, zoals de AVG, het auteurs- en merkenrecht, het contractenrecht en het consumentenrecht. De uitzondering zit in de toepassing: bij grensoverschrijdende, anonieme transacties is vaak onduidelijk welke rechter bevoegd is en welk recht geldt, en daar moet u vooraf zelf afspraken over maken.
Hieronder leest u welke rechtsgebieden het zwaarst wegen, waar de bestaande regels knellen en welke stappen u als onderneming vóór de start zet.
Inhoudsopgave
Welke rechtsgebieden gelden in de metaverse?
Vrijwel alle rechtsgebieden die in de fysieke wereld gelden, zijn ook in de metaverse van toepassing. De metaverse is geen wetteloze ruimte, maar een omgeving waarin bestaande regels op een nieuwe manier moeten worden toegepast.
Voor ondernemingen verschuift daardoor de risicoanalyse. Activiteiten die in de fysieke wereld duidelijk geregeld zijn, krijgen in een virtuele omgeving een andere dimensie. De belangrijkste rechtsgebieden zijn:
- privacyrecht: de verwerking van persoonsgegevens, waaronder bewegings-, stem- en oogbewegingsdata, valt onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG);
- intellectueel eigendom: wie heeft de rechten op een virtueel kledingstuk, een digitaal kunstwerk of een virtueel gebouw, en hoe beschermt u uw merk;
- contractenrecht: wanneer is een afspraak in een virtuele omgeving of via een smart contract bindend;
- consumentenrecht: welke regels gelden als u virtuele goederen aan consumenten verkoopt;
- ondernemingsrecht en financieel toezicht: hoe richt u uw activiteiten in en wanneer valt u onder regels voor crypto-activa of het tegengaan van witwassen.
Deze gebieden grijpen in elkaar. Een virtuele winkel waarin u digitale kleding tegen crypto verkoopt aan consumenten in meerdere landen, raakt tegelijk aan privacy, merkenrecht, consumentenrecht, financieel toezicht en internationaal privaatrecht. Een goede strategie kijkt daarom verder dan de technologie.
Welk recht geldt en welke rechter is bevoegd?
Dat hangt af van wie de partijen zijn, waar zij wonen of gevestigd zijn en wat zij hebben afgesproken. Voor consumenten gelden beschermende regels die niet opzij kunnen worden gezet.
De grensoverschrijdende en vaak anonieme aard van de metaverse maakt deze vraag lastig. Een Nederlandse gebruiker die een virtueel object koopt van een aanbieder in een ander land, op een platform dat in Ierland is gevestigd en servers in de Verenigde Staten gebruikt: welke rechter mag daarover oordelen? Binnen de Europese Unie bepaalt de Brussel I bis-verordening welke rechter bevoegd is, en de Rome I-verordening welk recht op een overeenkomst van toepassing is. Partijen kunnen in hun contract een rechtskeuze en een forumkeuze maken. Tussen ondernemingen is dat meestal ook de verstandigste route.
Voor consumenten liggen de regels anders. Richt een onderneming haar activiteiten op consumenten in Nederland, dan mag de consument in de regel procederen bij de rechter van zijn eigen woonplaats. Een rechtskeuze in de algemene voorwaarden mag de consument bovendien niet de bescherming ontnemen van de dwingende regels van het land waar hij woont. Een platform dat in zijn voorwaarden een buitenlands recht en een buitenlandse rechter kiest, kan zich daar tegenover Nederlandse consumenten dus niet altijd volledig op beroepen.
Ook met een geldige keuze blijft handhaving een praktisch probleem. U moet de wederpartij kunnen identificeren en een uitspraak moet kunnen worden uitgevoerd in het land waar die partij of haar vermogen zich bevindt. Achter een anonieme avatar is dat vaak lastig.
Welke AVG-regels gelden voor data in de metaverse?
De AVG geldt onverkort. Omdat metaverse-toepassingen vaak veel meer en gevoeliger gegevens verzamelen dan een website, zijn de risico’s groter en zijn de eisen in de praktijk strenger.
Waar een website cookies en klikgedrag registreert, kunnen VR- en AR-toepassingen oogbewegingen, stempatronen, lichaamshoudingen en bewegingen van een avatar vastleggen. Die gegevens kunnen iets zeggen over de interesses, emoties en soms de gezondheid van de gebruiker. Biometrische gegevens zijn volgens artikel 9 AVG bijzondere persoonsgegevens als zij worden verwerkt om iemand uniek te identificeren. Het verwerken van zulke gegevens is in beginsel verboden, tenzij een wettelijke uitzondering geldt, zoals uitdrukkelijke toestemming. Worden bewegingsdata niet voor identificatie gebruikt, dan zijn het meestal gewone persoonsgegevens, maar ook dan gelden de volgende beginselen:
- doelbinding: voor welk concreet doel verzamelt u oogbewegingen, en blijft u binnen dat doel;
- dataminimalisatie: hebt u continu stemdata nodig, of alleen tijdens een actieve spraakopdracht;
- transparantie: weet de gebruiker welke gegevens u verzamelt, met wie u ze deelt en waarom.
Toestemming is in een immersieve omgeving extra lastig. Zij moet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig zijn, en voor bijzondere persoonsgegevens uitdrukkelijk. Een enkele “accepteer”-knop aan het begin van een VR-ervaring voldoet daar zelden aan. Een privacyverklaring die diep in menu’s verstopt zit, is evenmin voldoende. Informatie moet op een begrijpelijke manier en op het juiste moment in de virtuele omgeving zelf worden gegeven.
Wanneer is een DPIA verplicht?
Een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) is verplicht als een verwerking waarschijnlijk een hoog risico voor betrokkenen oplevert (artikel 35 AVG). Bij metaverse-projecten is dat al snel het geval.
Denk aan de grootschalige verwerking van gedragsgegevens, het stelselmatig volgen van gebruikers, het inzetten van nieuwe technologie en de verwerking van biometrische gegevens. Met een DPIA brengt u de risico’s systematisch in kaart, beoordeelt u ze en legt u vast welke maatregelen u neemt. Blijft er na die maatregelen een hoog risico over, dan moet u vooraf de Autoriteit Persoonsgegevens raadplegen. Het niet uitvoeren van een verplichte DPIA is zelf al een overtreding.
De Autoriteit Persoonsgegevens kan boetes opleggen. Voor de zwaarste overtredingen, zoals een verwerking zonder geldige grondslag of het schenden van de rechten van betrokkenen, bedraagt het maximum 20 miljoen euro of 4 procent van de wereldwijde jaaromzet, als dat hoger is (artikel 83 AVG). Voor andere overtredingen, zoals het ontbreken van een verplichte DPIA, ligt het maximum op 10 miljoen euro of 2 procent. Daarnaast lopen ondernemingen reputatieschade op als gebruikers het gevoel krijgen dat zij worden bespied.
Hoe beschermt u uw digitale creaties?
Via het auteursrecht en het merkenrecht, die ook in virtuele werelden gelden. Het auteursrecht ontstaat vanzelf; een merk moet u registreren, en dan wel voor de juiste klassen van waren en diensten.
Wanneer rust er auteursrecht op avatars, skins en virtuele gebouwen?
Zodra het ontwerp een eigen, oorspronkelijk karakter heeft. Registratie is niet nodig, maar u moet wel kunnen aantonen dat u de rechthebbende bent.
Het auteursrecht beschermt werken met een eigen, oorspronkelijk karakter die het persoonlijk stempel van de maker dragen. Dat kan gelden voor een uniek ontworpen avatar, een virtueel kledingstuk of een skin, een origineel virtueel gebouw of een virtuele ruimte, en de software waarmee die zijn gemaakt. Het recht ontstaat zodra het werk is gemaakt; registratie is niet nodig.
Leg wel vast wie de rechthebbende is. Maakt een werknemer het ontwerp in dienst, dan is de werkgever volgens artikel 7 van de Auteurswet in beginsel de maker. Maakt een freelancer of bureau het, dan blijft het auteursrecht bij die maker, tenzij het bij akte aan u is overgedragen (artikel 2 Auteurswet). Documenteer daarnaast het ontwerpproces, bijvoorbeeld met gedateerde schetsen en bestanden. Dat versterkt uw bewijspositie als iemand anders later stelt de maker te zijn.
Hoe beschermt u uw merk bij virtuele goederen?
Door uw merk ook in te schrijven voor de klassen van virtuele goederen en diensten, zoals klasse 9, 35 en 41. Een registratie voor alleen fysieke producten beschermt in de virtuele wereld vaak onvoldoende.
Uw merknaam en logo zijn in de virtuele wereld even waardevol als in de fysieke. Iemand die zonder toestemming virtuele kleding met uw logo verkoopt of een virtuele winkel opent die sprekend op de uwe lijkt, kan uw merk verwateren en u omzet kosten.
Een merkregistratie beschermt in beginsel alleen voor de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven. Het EU-merkenbureau (EUIPO) deelt downloadbare virtuele goederen in klasse 9 in. Diensten die daarmee samenhangen, zoals de verkoop van virtuele goederen of online entertainment, vallen in klassen als 35 en 41. Controleer of uw bestaande registraties die klassen omvatten en vul ze zo nodig aan. Bekende merken kunnen soms ook buiten hun eigen klassen optreden, maar een gerichte registratie is de sterkste bescherming.
Wat koopt u eigenlijk met een NFT?
Een NFT is een uniek digitaal token op een blockchain dat de herkomst en het bezit van dat token vastlegt. Het is geen bewijs van eigendom van het onderliggende kunstwerk en geeft u niet automatisch het auteursrecht.
Het digitale bestand zelf, zoals een afbeelding of muziek, staat vaak ergens anders opgeslagen. Wat u met de NFT mag doen, hangt af van de licentievoorwaarden die eraan zijn gekoppeld. Het auteursrecht blijft bij de maker, tenzij het bij akte is overgedragen. Een koper die een NFT commercieel wil gebruiken, bijvoorbeeld op merchandise, heeft daarvoor een licentie nodig. Lees daarom altijd de voorwaarden van de uitgifte en de werking van het bijbehorende smart contract.
Hoe treedt u op tegen anonieme inbreukmakers?
Meld de inbreuk eerst bij het platform via het meldsysteem dat de Digitaledienstenverordening verplicht stelt. Levert dat niets op, dan kunt u de rechter vragen het platform de gegevens van de inbreukmaker te laten afgeven.
De grootste uitdaging is handhaving. Een sommatiebrief is moeilijk te versturen als u alleen een anonieme avatarnaam hebt. Daarom spelen de platforms een sleutelrol.
Sinds 17 februari 2024 geldt de Europese Digitaledienstenverordening (DSA) volledig. Aanbieders van hostingdiensten, waaronder online platforms, moeten een systeem hebben waarmee u illegale inhoud kunt melden, zoals inbreuk op uw auteurs- of merkrecht. Handelt een platform na een voldoende onderbouwde melding niet, dan kan het zijn vrijstelling van aansprakelijkheid verliezen. Gebruik dat meldsysteem als eerste stap. Leidt dat tot niets, dan kunt u de rechter vragen het platform te bevelen de identificerende gegevens van de inbreukmaker af te geven, als de inbreuk voldoende aannemelijk is en er geen minder ingrijpende mogelijkheid is om die gegevens te krijgen.
Zijn smart contracts juridisch bindend?
Een smart contract kan een geldige overeenkomst vastleggen of uitvoeren, omdat het Nederlandse contractenrecht in beginsel vormvrij is. De code is wel niet het hele contract: de wet, de redelijkheid en billijkheid en de bedoeling van partijen blijven gelden.
Een smart contract is een computerprogramma op een blockchain dat automatisch een actie uitvoert zodra aan vooraf ingestelde voorwaarden is voldaan. Als gebeurtenis X plaatsvindt, volgt actie Y. Een tussenpersoon, zoals een bank of een escrowdienst, is daarvoor niet nodig. Transacties verlopen daardoor snel, bijvoorbeeld bij de verkoop van een virtueel stuk grond.
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW). Activeren twee partijen bewust een smart contract, dan kan daaruit wilsovereenstemming blijken over de voorwaarden die in de code zijn vastgelegd. Maar de juridische verhouding gaat verder dan de code. De inhoud van een overeenkomst wordt mede bepaald door de wet, de gewoonte en de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW). De code kan die regels niet uitschakelen; zij kan alleen feitelijk iets uitvoeren.
Wat als de code iets anders doet dan bedoeld?
Een fout in de code kan onomkeerbare gevolgen hebben, zoals het verlies van digitale bezittingen. Op de blockchain is er geen “ongedaan maken”-knop. Juridisch kan de benadeelde partij wel stappen zetten. Heeft de code een betaling uitgevoerd waarvoor geen rechtsgrond bestond, dan kan hij die als onverschuldigde betaling terugvorderen (artikel 6:203 BW). Heeft de ontwikkelaar een tekortkoming gepleegd of onrechtmatig gehandeld, dan kan hij aansprakelijk zijn. De uitdaging is praktisch: de wederpartij identificeren en een uitspraak ten uitvoer leggen.
Leg daarom naast de code een gewone, leesbare overeenkomst vast waarin staat wat partijen bedoelen, wat er gebeurt bij een fout in de code, welk recht geldt en welke rechter bevoegd is. Meer hierover leest u in ons artikel over de juridische afdwingbaarheid van smart contracts. Een afspraak die mondeling in een virtuele vergaderruimte wordt gemaakt, is overigens net zo bindend als een mondelinge afspraak aan tafel. Bevestig zo’n afspraak altijd per e-mail, omdat u haar anders moeilijk kunt bewijzen.
Wie is aansprakelijk als het misgaat?
Dat hangt af van de situatie. Meestal gaat het om het platform, de gebruiker of de maker van een digitaal object, en vaak spelen de gebruiksvoorwaarden van het platform een beslissende rol.
Het platform bouwt en beheert de virtuele wereld. Zijn aansprakelijkheid komt in beeld bij gebrekkige beveiliging, een fout in de code of een tekortkoming in de dienstverlening, bijvoorbeeld als een account wordt overgenomen door een beveiligingslek. De gebruiker is in beginsel zelf verantwoordelijk voor wat zijn avatar doet. Brengt hij met zijn avatar een ander schade toe, bijvoorbeeld door oplichting of door het verspreiden van inbreukmakende content, dan kan dat een onrechtmatige daad zijn (artikel 6:162 BW). De maker van een digitaal object kan aansprakelijk zijn als zijn creatie gebrekkig is en daardoor schade veroorzaakt, of als hij inbreuk maakt op de rechten van een ander.
Platforms proberen hun aansprakelijkheid in de gebruiksvoorwaarden zo veel mogelijk uit te sluiten. Tussen ondernemingen is dat binnen grenzen toegestaan, al werkt een exoneratie niet bij opzet of bewuste roekeloosheid. Tegenover consumenten gelden strengere regels. Een beding dat de consument onredelijk benadeelt, is vernietigbaar (artikel 6:233 BW), en de wet noemt bedingen die tegenover consumenten in elk geval of vermoedelijk onredelijk bezwarend zijn (artikel 6:236 en 6:237 BW).
Welke regels gelden bij verkoop aan consumenten?
Verkoopt u virtuele goederen of diensten aan consumenten, dan gelden de regels voor overeenkomsten op afstand. Dat betekent informatieplichten en, in beginsel, een herroepingsrecht.
Voor digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, zoals een virtueel kledingstuk, kan het herroepingsrecht vervallen als de consument uitdrukkelijk heeft ingestemd met directe levering en heeft verklaard dat hij daardoor zijn herroepingsrecht verliest. Die toestemming moet u op de juiste manier vragen en bevestigen. Daarnaast moet digitale inhoud voldoen aan de overeenkomst: zij moet de eigenschappen hebben die de consument mocht verwachten. Wordt een virtueel object ontoegankelijk doordat een platform stopt, dan rijst de vraag wie daarvoor instaat. Regel dat in uw voorwaarden en wees open over de afhankelijkheid van het platform.
Let ook op de regels over oneerlijke handelspraktijken (artikel 6:193a en volgende BW). Reclame in een virtuele omgeving moet herkenbaar zijn als reclame, ook als die wordt gebracht door een avatar of een influencer. Een virtuele “schaarste” die niet bestaat, of een prijs waarin verplichte kosten ontbreken, kan misleidend zijn. De Autoriteit Consument & Markt houdt hierop toezicht en kan boetes opleggen. Richt u zich op kinderen en jongeren, dan gelden extra strenge normen.
Wanneer valt u onder regels voor crypto en witwassen?
Als u diensten verleent met crypto-activa, zoals het bewaren, wisselen of verhandelen ervan voor anderen, hebt u in de Europese Unie in beginsel een vergunning nodig onder de MiCA-verordening. Daarnaast gelden de regels ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering.
De Verordening (EU) 2023/1114 over markten in crypto-activa (MiCA) is sinds 30 december 2024 volledig van toepassing. Aanbieders van cryptoactivadiensten hebben een vergunning nodig; in Nederland verleent de AFM die. Unieke, niet-vervangbare tokens, zoals een NFT van één enkel kunstwerk, vallen in beginsel buiten MiCA. Wordt een NFT in een grote serie of in fracties uitgegeven, dan kan dat anders liggen. De beoordeling hangt af van de feitelijke eigenschappen van het token, niet van de naam.
Faciliteert uw onderneming transacties met digitale activa, ga dan na of u onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) valt. Is dat zo, dan moet u cliëntenonderzoek doen, ongebruikelijke transacties melden en uw processen daarop inrichten. Ook als u formeel niet onder de Wwft valt, is een zorgvuldige identificatie van zakelijke wederpartijen verstandig. Transacties met crypto-activa en de verkoop van NFT’s hebben bovendien fiscale gevolgen. Laat die beoordelen door een fiscalist; Law & More adviseert over de juridische kant.
Is virtueel land of een virtueel object juridisch eigendom?
Niet in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Eigendom in strikte zin bestaat alleen op zaken, en zaken zijn stoffelijke objecten (artikel 3:2 BW). Een virtueel perceel is dat niet.
Wat u in werkelijkheid hebt, is meestal een contractueel recht tegenover het platform, soms gekoppeld aan een token op een blockchain. De inhoud van dat recht hangt af van de gebruiksvoorwaarden. Stopt het platform of wijzigt het zijn voorwaarden, dan kan uw “bezit” in waarde dalen of verdwijnen. In het strafrecht heeft de Hoge Raad in 2012 wel aangenomen dat virtuele voorwerpen in een online spel een goed kunnen zijn dat kan worden gestolen. Dat zegt iets over de waarde die het recht aan virtuele objecten toekent, maar het maakt ze nog geen eigendom in civielrechtelijke zin.
Dat heeft gevolgen voor de financiering. Virtueel land als onderpand voor een lening is in theorie denkbaar, bijvoorbeeld via een pandrecht op een overdraagbaar vermogensrecht, maar het stuit in de praktijk op problemen. Hoe wint een bank het onderpand uit als de lening niet wordt terugbetaald? En hoe stelt zij de waarde vast van een object waarvan de prijs sterk schommelt en waarvan het bestaan afhangt van de voorwaarden van een platform? Traditionele financiers zijn daarom terughoudend.
Kunt u een DAO als rechtsvorm gebruiken?
Het Nederlandse recht kent de decentrale autonome organisatie (DAO) niet als eigen rechtsvorm. Wie via een DAO samenwerkt zonder dat er een rechtspersoon achter staat, loopt het risico persoonlijk te worden aangesproken.
Een DAO is een organisatie waarvan de regels in smart contracts zijn vastgelegd en waarin leden via tokens stemmen. Zonder rechtspersoon kan een rechter de samenwerking kwalificeren als een personenvennootschap of een andere vorm van samenwerking, met aansprakelijkheid van de deelnemers voor schulden van de groep. Wilt u zakelijk actief zijn in de metaverse, zet dan een rechtspersoon in, zoals een bv of een stichting, en leg de verhouding tot de DAO-structuur vast. Meer over de keuze van een rechtsvorm leest u op onze pagina over ondernemingsrecht.
Hoe worden geschillen in de metaverse opgelost?
Via de gewone rechter, arbitrage of de klachtenprocedures van platforms. Nieuwe vormen, zoals on-chain arbitrage, bestaan, maar hun afdwingbaarheid is nog onzeker.
De traditionele rechtspraak is niet altijd snel genoeg voor de metaverse. Daarom worden alternatieve vormen van geschillenbeslechting populairder. Bij on-chain arbitrage beslist een arbiter binnen de blockchainomgeving en voert een smart contract de uitspraak direct uit, bijvoorbeeld door digitale activa over te dragen. Sommige gemeenschappen laten leden via een DAO stemmen over conflicten. Deze methoden zijn innovatief, maar roepen nieuwe vragen op. Voldoet de procedure aan de eisen die de wet aan arbitrage stelt, zoals onafhankelijkheid en hoor en wederhoor? En kan een Nederlandse rechter een uitspraak erkennen als een partij weigert mee te werken? Voor zakelijke afspraken is een gewone arbitrage- of forumkeuze in een leesbaar contract voorlopig de veiligste route.
Checklist: welke stappen zet u vóór de start?
Begin met een risicoanalyse en leg de juridische basis vast voordat u investeert. Deze stappen helpen u de belangrijkste risico’s te beperken.
Wat regelt u ter voorbereiding?
- Voer een DPIA uit en breng in kaart welke persoonsgegevens u verwerkt, met welk doel en op welke grondslag.
- Lees de gebruiksvoorwaarden van het platform: wie heeft de rechten op data en content, welke aansprakelijkheidsbeperkingen gelden en wat gebeurt er als het platform stopt.
- Stel intern beleid op voor medewerkers over gedrag in de metaverse, het delen van bedrijfsinformatie en contact met klanten.
Hoe legt u uw intellectueel eigendom vast?
- Controleer of uw merkregistraties de klassen voor virtuele goederen en diensten omvatten en vul ze zo nodig aan.
- Laat auteursrechten op ontwerpen van freelancers en bureaus bij akte aan u overdragen en documenteer het ontwerpproces.
- Leg in de voorwaarden van uw NFT’s of virtuele producten vast welke gebruiksrechten de koper krijgt.
Wat regelt u in contracten en financiën?
- Leg naast elk smart contract een leesbare overeenkomst vast, met een rechtskeuze en een forumkeuze.
- Pas uw algemene voorwaarden aan voor consumenten: informatieplichten, herroepingsrecht bij digitale inhoud en de gevolgen van het stoppen van een platform.
- Ga na of uw activiteiten onder MiCA of de Wwft vallen, en laat de fiscale gevolgen beoordelen door een fiscalist.
Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Een modemerk dat virtuele kleding wil verkopen in een populaire virtuele wereld, kan het volgende tegenkomen. Het merk is alleen ingeschreven voor fysieke kleding, zodat een kopieerder in de virtuele wereld stelt dat er geen merkinbreuk is. De ontwerpen zijn gemaakt door een extern bureau zonder overdrachtsakte, zodat het merk niet zelf kan optreden tegen namaak. En de verkoop verloopt via een smart contract zonder leesbare voorwaarden, zodat bij een programmeerfout onduidelijk is wie de schade draagt. Met een aanvullende merkregistratie, een overdrachtsakte en een eenvoudige set voorwaarden waren deze problemen vooraf te voorkomen geweest.
Voor achtergrond bij de AVG kunt u de tekst van de verordening op EUR-Lex raadplegen.
Wat kunnen wij voor u doen bij juridische vragen over de metaverse?
Wij helpen ondernemingen die in virtuele werelden actief worden of dat van plan zijn. Meer over ons werk leest u op onze pagina over ondernemingsrecht.
- Wij lezen de gebruiksvoorwaarden van het platform en wijzen u op de bepalingen over rechten op content, aansprakelijkheid en het stoppen van het platform.
- Wij beoordelen of een DPIA verplicht is (artikel 35 AVG) en op welke grondslag u bewegings-, stem- en oogbewegingsdata mag verwerken.
- Wij stellen overdrachtsakten op voor auteursrechten van freelancers en bureaus (artikel 2 Auteurswet) en controleren of uw merkregistraties de juiste klassen omvatten.
- Wij schrijven een leesbare overeenkomst naast uw smart contract, met een rechtskeuze en een forumkeuze.
- Wij passen uw algemene voorwaarden aan voor verkoop aan consumenten, inclusief informatieplichten en het herroepingsrecht bij digitale inhoud.
- Wij melden inbreuken bij platforms onder de Digitaledienstenverordening en vorderen zo nodig bij de rechter afgifte van de gegevens van de inbreukmaker.
Samengevat
- Voor de metaverse bestaat geen aparte wet; de AVG, het auteurs- en merkenrecht, het contractenrecht en het consumentenrecht gelden gewoon.
- Bij de verwerking van bewegings-, stem- en oogbewegingsdata is een DPIA vaak verplicht; biometrische gegevens voor identificatie zijn bijzondere persoonsgegevens.
- Auteursrecht ontstaat vanzelf, maar een merk moet u registreren voor de klassen van virtuele goederen en diensten; een NFT geeft geen auteursrecht.
- Een smart contract kan een geldige overeenkomst uitvoeren, maar de wet en de redelijkheid en billijkheid blijven gelden; leg daarom ook een leesbaar contract vast.
- Crypto-diensten vallen onder MiCA en de Wwft; virtueel land is geen eigendom in de zin van het Burgerlijk Wetboek.
Veelgestelde vragen
Wat doet u als uw avatar door een ander wordt gekopieerd?
Een zelf ontworpen avatar met een eigen, oorspronkelijk karakter is auteursrechtelijk beschermd. U kunt dan optreden tegen degene die hem kopieert, net als bij het kopiëren van een foto of een tekening.
Meld de inbreuk eerst via het meldsysteem van het platform; onder de Digitaledienstenverordening moeten platforms zo’n systeem hebben. Helpt dat niet, dan kunt u een sommatie sturen of de rechter vragen het platform te bevelen de gegevens van de inbreukmaker af te geven.
Kunt u virtuele grond als onderpand gebruiken voor een lening?
In theorie is dat denkbaar via een pandrecht op een overdraagbaar recht, maar in de praktijk is het lastig. Virtuele grond is geen eigendom in de zin van het Burgerlijk Wetboek; u hebt een recht tegenover het platform, waarvan de inhoud afhangt van de gebruiksvoorwaarden.
Daarnaast schommelt de waarde sterk en is onduidelijk hoe een bank het onderpand kan uitwinnen. Traditionele financiers zijn daarom terughoudend.
Wie is aansprakelijk als een smart contract een fout bevat?
Dat hangt af van de situatie. Heeft de ontwikkelaar een aantoonbare fout gemaakt, dan kan hij aansprakelijk zijn op grond van een tekortkoming of een onrechtmatige daad. Heeft de code een betaling uitgevoerd zonder rechtsgrond, dan kunt u die als onverschuldigd terugvorderen.
Wie een smart contract gebruikt zonder de code te laten controleren, draagt ook zelf een deel van het risico. Soms heeft het platform een zorgplicht, al proberen platforms die in hun voorwaarden uit te sluiten. In de praktijk is het identificeren van de verantwoordelijke vaak het grootste obstakel.
Is een mondelinge afspraak in een virtuele vergaderruimte rechtsgeldig?
Ja. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, ongeacht de vorm. Een afspraak in een virtuele vergaderruimte is daarom net zo bindend als een mondelinge afspraak in de fysieke wereld.
De uitdaging is het bewijs. Bevestig afspraken die u in een virtuele omgeving maakt daarom altijd schriftelijk, bijvoorbeeld per e-mail.
Law & More adviseert ondernemingen over privacy, intellectueel eigendom, contracten en aansprakelijkheid bij digitale innovaties. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.
