Gepubliceerd op 30 juli 2026 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Een zakelijke samenwerking die jarenlang op mondelinge afspraken draait, is juridisch een duurovereenkomst, en die mag u niet zomaar van de ene op de andere dag beëindigen. Een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd is in beginsel wel opzegbaar, maar de redelijkheid en billijkheid kunnen een opzegtermijn, een zwaarwegende reden of een vergoeding vereisen; wie dat negeert, kan schadevergoeding moeten betalen.
Dat blijkt ook uit een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 22 oktober 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:6129) over een Nederlandse leverancier van artikelen en foto’s voor een tijdschrift over klassieke auto’s en een Zwitserse uitgeverij. Na veertien jaar samenwerking beëindigde de uitgeverij de relatie telefonisch en zonder opzegtermijn. De rechtbank oordeelde dat een opzegtermijn van twaalf maanden redelijk was geweest en kende een vergoeding toe. Hieronder leest u wat die uitspraak betekent en welke regels gelden bij het opzeggen van een mondelinge duurovereenkomst.
Inhoudsopgave
Wat is een mondelinge duurovereenkomst?
Een duurovereenkomst is een overeenkomst waarbij partijen over een langere periode steeds opnieuw prestaties leveren. Zij hoeft niet op papier te staan: een overeenkomst is in beginsel vormvrij (artikel 3:37 BW) en kan ook blijken uit de manier waarop partijen jarenlang samenwerken.
Denk aan een vaste leverancier die elke maand producten levert, een freelancer die al jaren structureel opdrachten krijgt, of een distributeur die zonder contract de producten van een fabrikant verkoopt. Is er geen einddatum afgesproken, dan gaat het om een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Of er sprake is van één doorlopende duurovereenkomst of van een reeks losse opdrachten, hangt af van alle omstandigheden. De rechter kijkt onder meer naar de duur van de samenwerking, de regelmaat van de prestaties, de vraag of de kern van de afspraken gelijk bleef, eventuele exclusiviteit en de mate waarin partijen op elkaar waren aangewezen. Losse bestellingen zonder verwachting van vervolg zijn meestal geen duurovereenkomst. Een patroon dat jaren hetzelfde blijft, wel.
Wat speelde er in de zaak bij de Rechtbank Midden-Nederland?
Een Zwitserse uitgeverij stopte na veertien jaar telefonisch en zonder opzegtermijn met een Nederlandse leverancier van artikelen en foto’s. De leverancier vond dat onregelmatig en vorderde een vergoeding.
Sinds 2010 leverde de Nederlandse onderneming tegen betaling artikelen en foto’s aan de Zwitserse uitgeverij, die het materiaal gebruikte in haar eigen tijdschrift. Aanvankelijk deed de Nederlandse partij ook opmaakwerk. Later bestond de samenwerking vooral uit het periodiek aanleveren van redactioneel materiaal tegen een vaste vergoeding per editie.
Eind 2023 ontstond een persoonlijk conflict tussen de betrokken vertegenwoordigers. Kort daarna liet de uitgeverij telefonisch weten geen materiaal meer nodig te hebben. De Nederlandse onderneming stelde dat de samenwerking daarmee zonder opzegtermijn was beëindigd en vorderde een vergoeding. Daarnaast stelde zij dat de uitgeverij eerder aangeleverd materiaal zonder toestemming opnieuw gebruikte op haar website.
De rechtbank kwalificeerde de samenwerking als een mondelinge duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarbij woog mee dat de samenwerking ongeveer veertien jaar had geduurd, dat de prestaties periodiek werden verricht, dat de kern van de afspraken lange tijd gelijk was gebleven en dat de uitgeverij per editie betaalde. Een schriftelijk contract was daarvoor niet nodig.
Mag u een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd opzeggen?
Ja, in beginsel wel, ook als er geen opzeggingsregeling is afgesproken. Dat is vaste rechtspraak van de Hoge Raad. Maar de redelijkheid en billijkheid kunnen eisen stellen aan de manier waarop u opzegt.
Afhankelijk van de omstandigheden kan de opzeggende partij verplicht zijn om een voldoende lange opzegtermijn in acht te nemen, om een zwaarwegende reden voor de opzegging te hebben, of om een vergoeding aan te bieden. Soms is een combinatie nodig. Welke eis geldt, hangt af van het geval. Belangrijke factoren zijn de duur van de samenwerking, de mate waarin de wederpartij afhankelijk is geworden, de investeringen die zij met het oog op de samenwerking heeft gedaan, de reden voor de opzegging en de gevolgen van de beëindiging voor de wederpartij.
Neemt de opzeggende partij geen redelijke opzegtermijn in acht, dan spreken juristen van een onregelmatige opzegging. De wederpartij kan dan schadevergoeding vorderen, meestal ter hoogte van wat zij tijdens een redelijke opzegtermijn zou hebben verdiend. In sommige gevallen vraagt de wederpartij in kort geding om voortzetting van de samenwerking tot het einde van een redelijke termijn.
Waarom kreeg de leverancier een vergoeding over twaalf maanden?
Omdat de rechtbank de onmiddellijke beëindiging na veertien jaar samenwerking onaanvaardbaar vond. De uitgeverij had niet gewaarschuwd, geen termijn gegeven en geen vergoeding aangeboden.
De rechtbank stelde een redelijke opzegtermijn van twaalf maanden vast. De vergoeding werd berekend op de inkomsten die de leverancier in die periode naar verwachting zou hebben ontvangen: zes edities van 2.000 Zwitserse frank, omgerekend ruim 12.500 euro. Dat laat zien hoe de rechter in de praktijk rekent: niet met een abstract bedrag, maar met de concrete omzet die de wederpartij tijdens de opzegtermijn misliep.
Twaalf maanden is geen vaste norm. Bij een kortere samenwerking of een minder afhankelijke wederpartij kan een veel kortere termijn volstaan. Bij een zeer langdurige relatie waarin de wederpartij grote investeringen heeft gedaan, kan de termijn ook langer zijn. Voor bepaalde overeenkomsten geeft de wet zelf een regeling. Bij een agentuurovereenkomst bedraagt de opzegtermijn volgens artikel 7:437 BW bijvoorbeeld ten minste vier maanden, oplopend tot zes maanden na zes jaar.
Welke rechter en welk recht golden in deze zaak?
De Nederlandse rechter was bevoegd, en op de opzegging was Nederlands recht van toepassing. Op de auteursrechtelijke vorderingen paste de rechtbank Zwitsers recht toe.
Omdat de uitgeverij in Zwitserland was gevestigd, beoordeelde de rechtbank de bevoegdheid aan de hand van het Verdrag van Lugano. De uitgeverij verscheen in de procedure zonder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter te betwisten. Volgens artikel 24 van het verdrag wordt de rechter daardoor bevoegd. Dat betekent niet dat de Nederlandse rechter in elke zaak tegen een Zwitserse onderneming bevoegd is. De bevoegdheid moet steeds aan de hand van de internationale regels en de omstandigheden worden beoordeeld.
Voor het toepasselijk recht maakte de rechtbank een onderscheid. De vordering over de beëindiging was contractueel. Daarop is de Rome I-verordening van toepassing. Partijen hadden geen rechtskeuze gemaakt, zodat het recht gold van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie verricht haar gewone verblijfplaats heeft. Dat was de Nederlandse leverancier van het redactionele materiaal, dus gold Nederlands recht. De auteursrechtelijke vorderingen waren niet contractueel. Daarvoor geldt het recht van het land waarvoor bescherming wordt gevraagd. Omdat het ging om een Zwitserse website en een tijdschrift voor de Zwitserse markt, was dat Zwitsers recht.
Waarom werden de auteursrechtelijke vorderingen afgewezen?
Omdat de uitgeverij tijdens de fictieve opzegtermijn voor het materiaal bleef betalen, en omdat de leverancier lang geen bezwaar had gemaakt tegen het digitale gebruik van oudere edities.
Het gebruik van het materiaal in de periode die overeenkwam met de redelijke opzegtermijn, kon niet als ongeoorloofd worden aangemerkt: daarvoor werd immers betaald. Ook het digitaal aanbieden van oudere edities leidde niet tot toewijzing. De leverancier wist al langere tijd dat dit gebeurde en had daar destijds niet tegen geprotesteerd. De overeenkomst bevatte bovendien geen verbod op digitaal hergebruik.
Dat betekent niet dat langdurig stilzitten altijd tot toestemming of rechtsverlies leidt. Dat hangt af van de omstandigheden, zoals de bekendheid met het gebruik, de duur ervan en de vraag of de wederpartij erop mocht vertrouwen dat er geen bezwaar meer zou komen. De proceskosten werden gecompenseerd: beide partijen droegen hun eigen kosten.
Wat betekent dit voor uw eigen samenwerking?
Een langdurige samenwerking zonder contract kan dezelfde verplichtingen opleveren als een schriftelijke overeenkomst. Wie wil beëindigen, moet daarom nadenken over de wijze van opzeggen; wie wordt opgezegd, moet zijn positie snel laten beoordelen.
Hoe zegt u een langdurige samenwerking zorgvuldig op?
Door een redelijke opzegtermijn te geven of een vergoeding aan te bieden, en de opzegging schriftelijk vast te leggen. Hoe lang die termijn moet zijn, hangt af van de duur en de afhankelijkheid.
Breng eerst in kaart hoe lang de samenwerking duurt, hoeveel de wederpartij van u afhankelijk is en welke investeringen zij heeft gedaan. Kies op basis daarvan een redelijke opzegtermijn, of bied een vergoeding aan als u sneller wilt stoppen. Leg de opzegging schriftelijk vast, met de reden en de datum van het einde. Is er een zwaarwegende reden, zoals een ernstige tekortkoming van de wederpartij, beschrijf die dan concreet. Een persoonlijk conflict alleen is meestal geen reden om een langdurige samenwerking zonder termijn te beëindigen.
Wat doet u als u onverwacht bent opgezegd?
Reageer direct en schriftelijk. Stel dat u de opzegging onregelmatig vindt, vraag om een redelijke opzegtermijn of een vergoeding en verzamel bewijs van de samenwerking: facturen, e-mails, bankafschriften en overzichten van de omzet per jaar. Die stukken bepalen later de hoogte van een schadevergoeding. Blijf zo nodig beschikbaar om te leveren, zodat de wederpartij niet kan stellen dat u zelf bent gestopt. Bij een grote afhankelijkheid kan een kort geding om voortzetting tijdens een overgangsperiode een optie zijn.
Hoe voorkomt u zo’n geschil?
Leg afspraken over duur en beëindiging vast, ook als de samenwerking goed loopt. Een kort contract voorkomt niet elk geschil, maar maakt wel duidelijk wat partijen van elkaar mogen verwachten.
- leg afspraken over duur en opzegging schriftelijk vast;
- neem een duidelijke opzegtermijn op, eventueel oplopend met de duur van de samenwerking;
- bepaal wat er gebeurt met vooruitbetaalde of nog te leveren prestaties;
- leg vast of materiaal na het einde nog mag worden gebruikt, ook digitaal en in archieven;
- maak tijdig en schriftelijk bezwaar tegen gebruik waarmee u het niet eens bent;
- kies bij internationale samenwerking zelf het toepasselijke recht en de bevoegde rechter.
Wilt u meer weten over het vastleggen van zakelijke afspraken, lees dan ook ons artikel over zakendoen met een vriend en onze pagina over ondernemingsrecht.
Waar let u op als u de samenwerking opzegt?
- Hoe lang loopt de samenwerking al, en hoeveel van de omzet van de wederpartij komt van u?
- Welke opzegtermijn is redelijk, en geldt er een wettelijke minimumtermijn, zoals bij een agentuur (artikel 7:437 BW)?
- Staat de opzegging schriftelijk vast, met de reden en de datum waarop de samenwerking eindigt?
- Mag de wederpartij na het einde nog materiaal, merken of klantgegevens gebruiken?
Waar let u op als de samenwerking wordt opgezegd?
- Protesteert u direct en schriftelijk tegen een opzegging zonder of met een te korte termijn?
- Heeft u facturen, e-mails en omzetoverzichten per jaar verzameld als bewijs van de samenwerking?
- Heeft u in kaart gebracht welke investeringen u voor deze samenwerking heeft gedaan?
- Biedt u aan om door te leveren tijdens een redelijke opzegtermijn, zodat u niet zelf als stopper wordt gezien?
Wat kunnen wij voor u doen bij het opzeggen van een duurovereenkomst?
Bij een geschil over het beëindigen van een samenwerking helpen wij opzeggende en opgezegde ondernemers. Meer over ons werk leest u op onze pagina over ondernemingsrecht.
- Wij beoordelen of uw samenwerking juridisch een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd is, ook als er geen schriftelijk contract is (artikel 3:37 BW).
- Wij bepalen welke opzegtermijn in uw situatie redelijk is en of een wettelijke regeling geldt, zoals artikel 7:437 BW voor agenten.
- Wij rekenen de schade na op basis van de omzet die tijdens een redelijke opzegtermijn is misgelopen.
- Wij stellen de opzeggingsbrief of het protest tegen een onregelmatige opzegging op en voeren de onderhandelingen over een vergoeding.
- Wij beoordelen bij een buitenlandse wederpartij welke rechter bevoegd is en welk recht geldt, bijvoorbeeld onder de Rome I-verordening.
- Wij starten zo nodig een kort geding om voortzetting van de samenwerking tijdens een overgangsperiode te vorderen.
Samengevat
- Een samenwerking die jarenlang volgens een vast patroon verloopt, kan zonder contract een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn.
- Zo’n overeenkomst is in beginsel opzegbaar, maar de redelijkheid en billijkheid kunnen een opzegtermijn, een zwaarwegende reden of een vergoeding vereisen.
- In de zaak van de Rechtbank Midden-Nederland leidde een beëindiging zonder termijn na veertien jaar tot een vergoeding over twaalf maanden.
- Bij internationale samenwerking bepalen verdragen en Europese verordeningen welke rechter bevoegd is en welk recht geldt.
- Leg duur, opzegging en gebruik van materiaal na het einde vooraf vast.
Veelgestelde vragen
Kan een mondelinge afspraak een duurovereenkomst zijn?
Ja. Een overeenkomst hoeft niet schriftelijk te zijn vastgelegd. Als partijen gedurende langere tijd regelmatig prestaties uitwisselen, kan uit hun gedrag een duurovereenkomst blijken. Of dat zo is, hangt af van de duur van de samenwerking, de regelmaat van de prestaties, eventuele exclusiviteit en de mate waarin partijen op elkaar waren aangewezen.
Kan een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd zomaar worden opgezegd?
In beginsel kan zo’n overeenkomst worden opgezegd, ook zonder opzeggingsregeling. De opzegging moet wel voldoen aan de eisen van redelijkheid en billijkheid. Afhankelijk van de omstandigheden is een opzegtermijn, een zwaarwegende reden of een vergoeding nodig. Na een lange samenwerking ligt een onmiddellijke beëindiging zonder overgangsperiode niet voor de hand.
Moet een opzegging schriftelijk gebeuren?
Niet altijd. Een opzegging is in beginsel vormvrij, tenzij partijen een bepaalde vorm hebben afgesproken. Een mondelinge mededeling kan dus volstaan als zij duidelijk is en de wederpartij bereikt. Een schriftelijke opzegging is wel verstandig, omdat die discussie over de inhoud, het moment en de reikwijdte voorkomt.
Welke rechter is bevoegd bij een geschil met een buitenlandse partij?
Dat hangt af van de vestigingsplaats van partijen, een eventuele forumkeuze en de internationale regels die gelden. Bij een partij uit Zwitserland kan het Verdrag van Lugano van toepassing zijn. Een gedaagde kan de bevoegdheid van de rechter ook aanvaarden door te verschijnen zonder die bevoegdheid te betwisten. Dat moet per zaak worden beoordeeld.
Welk recht geldt als partijen in verschillende landen zijn gevestigd?
Voor contractuele vorderingen gelden meestal de regels van de Rome I-verordening. Zonder rechtskeuze is bij veel overeenkomsten het recht van toepassing van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie verricht haar gewone verblijfplaats heeft. Voor auteursrechtelijke vorderingen geldt in beginsel het recht van het land waarvoor bescherming wordt gevraagd.
Mag materiaal na het einde van de samenwerking nog worden gebruikt?
Dat hangt af van de afspraken en de omstandigheden. In deze zaak speelde mee dat tijdens de periode die overeenkwam met de redelijke opzegtermijn voor het gebruik werd betaald, en dat de leverancier al lang wist van het digitale gebruik van oudere edities zonder daartegen bezwaar te maken. Maak daarom afspraken over hergebruik, digitale publicatie, archivering en gebruik na beëindiging.
Law & More adviseert ondernemers bij het beëindigen van langdurige samenwerkingen en voert procedures over onregelmatige opzegging, ook met buitenlandse partijen. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.