OR naar de Ondernemingskamer: wanneer het kan, de termijn en de procedure

Een groep zakelijke professionals bespreekt documenten rond een vergadertafel in een modern kantoor.

Gepubliceerd op 11 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

De ondernemingsraad (OR) kan naar de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam als de ondernemer een adviesplichtig besluit neemt dat afwijkt van het advies van de OR of waarover geen advies is gevraagd. Dat moet binnen een maand gebeuren (artikel 26 Wet op de ondernemingsraden, WOR); bij geschillen over instemming of naleving van de WOR is niet de Ondernemingskamer maar de kantonrechter bevoegd.

In dit artikel leest u wanneer de gang naar de Ondernemingskamer zinvol is, hoe de procedure verloopt, hoe de Ondernemingskamer in 2026 in twee zaken oordeelde en wie de kosten betaalt.

Een groep zakelijke professionals in een vergaderruimte die een formele bespreking voeren rondom een tafel met laptops en documenten.

Ondernemingskamer of kantonrechter: wie is bevoegd?

Welke rechter de OR moet hebben, hangt af van het recht dat in het geding is.

GeschilRechterTermijn
Adviesplichtig besluit (artikel 25 WOR) wijkt af van het advies, of er is geen advies gevraagdOndernemingskamer, gerechtshof AmsterdamBeroep binnen een maand (artikel 26 WOR)
Regeling zonder instemming (artikel 27 WOR)Eerst schriftelijk beroep op nietigheid bij de ondernemer; daarna kantonrechterBinnen een maand (artikel 27 lid 5 WOR)
OR weigert instemmingKantonrechter, op verzoek van de ondernemer (vervangende toestemming)Geen wettelijke termijn
Naleving van de WOR in het algemeenKantonrechter (artikel 36 WOR)Afhankelijk van het geschil

Welke besluiten kan de OR aanvechten?

De OR kan beroep instellen tegen een besluit waarover hij op grond van artikel 25 WOR advies moest geven. Het gaat dan om een besluit dat niet in overeenstemming is met het advies, of om een besluit waarover helemaal geen advies is gevraagd.

Artikel 25 WOR noemt onder meer de overdracht van zeggenschap over de onderneming, de sluiting of inkrimping van de onderneming of een belangrijk onderdeel ervan, een belangrijke wijziging in de organisatie en een belangrijke investering. Bij een reorganisatie speelt dit adviesrecht bijna altijd een rol. Meer daarover leest u in ons artikel over bescherming bij reorganisaties.

De termijn van een maand

Het beroep moet binnen een maand worden ingesteld nadat de ondernemer het besluit aan de OR heeft meegedeeld (artikel 26 lid 2 WOR). Heeft de ondernemer het besluit niet meegedeeld, dan loopt de maand vanaf het moment dat de OR bekend werd met de uitvoering ervan.

Wijkt het besluit af van het advies, dan moet de ondernemer de uitvoering een maand opschorten (artikel 25 lid 6 WOR). Die maand geeft de OR tijd om over een beroep te beslissen. Is de maand verstreken zonder beroep, dan mag de ondernemer het besluit uitvoeren en is de weg naar de Ondernemingskamer in principe dicht.

Weigert de ondernemer advies te vragen, dan begint de termijn volgens de Ondernemingskamer pas te lopen als duidelijk is dat er geen advies komt. Dat oordeelde zij op 6 mei 2026 in de zaak van DecatNS, hieronder besproken.

Waarop toetst de Ondernemingskamer het besluit?

De Ondernemingskamer beoordeelt alleen of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen (artikel 26 lid 4 WOR). Dat is een terughoudende toets: de Ondernemingskamer stelt haar eigen oordeel over het besluit niet in de plaats van dat van de ondernemer.

In de praktijk kijkt de Ondernemingskamer vooral naar het verloop van het medezeggenschapstraject. Heeft de ondernemer de OR tijdig en volledig geïnformeerd? Is het advies gevraagd op een moment dat het nog wezenlijk invloed kon hebben? En heeft de ondernemer uitgelegd waarom hij van het advies afwijkt?

Twee beschikkingen uit 2026

De twee zaken laten zien dat een gebrek in het traject niet altijd tot vernietiging leidt, maar het overslaan van de adviesaanvraag wel.

GfK, 26 februari 2026DecatNS, 6 mei 2026
BesluitDrie business units samengevoegd, drie functies vervallenReorganisatie van een team binnen de digitale organisatie
Wat ging er mis?Adviesaanvraag summier, zonder financiële onderbouwing; informatie pas na het advies verstrektGeen advies gevraagd, ook niet nadat de OR erom vroeg
OordeelTraject verliep stroef en de ondernemer schoot tekort, maar kon in redelijkheid tot het besluit komenBesluit was adviesplichtig (artikel 25 lid 1 onder d en e WOR); niet in redelijkheid genomen
UitkomstVerzoeken van de OR afgewezenBesluit intrekken, gevolgen zo veel mogelijk ongedaan maken, verbod op uitvoering
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2026:575ECLI:NL:GHAMS:2026:1232

Hoe verloopt de procedure bij de Ondernemingskamer?

De OR dient via een advocaat een verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer in Amsterdam. De wet schrijft voor dat de Ondernemingskamer het verzoek met de meeste spoed behandelt.

  • Stap 1. De OR besluit beroep in te stellen en informeert de ondernemer vooraf over de kosten.
  • Stap 2. De advocaat dient binnen de termijn van een maand het verzoekschrift in.
  • Stap 3. De ondernemer reageert schriftelijk met een verweerschrift.
  • Stap 4. Er volgt een mondelinge behandeling, waarin beide partijen hun standpunt toelichten.
  • Stap 5. De Ondernemingskamer doet een beschikking. Daartegen staat alleen beroep in cassatie bij de Hoge Raad open.

Hoe een zitting in het algemeen verloopt, leest u in ons artikel over de mondelinge behandeling.

Een zakelijke vergadering met diverse professionals die rond een tafel zitten en overleggen in een modern kantoor.

Wat kan de Ondernemingskamer beslissen?

Vindt de Ondernemingskamer het beroep gegrond, dan verklaart zij dat de ondernemer niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. Op verzoek van de OR kan zij ook voorzieningen treffen (artikel 26 lid 5 WOR).

De Ondernemingskamer kan de ondernemer verplichten het besluit geheel of gedeeltelijk in te trekken en de gevolgen ervan ongedaan te maken. Ook kan zij de ondernemer verbieden handelingen te verrichten ter uitvoering van het besluit. In de zaak van DecatNS gebeurde precies dat. Wordt het beroep ongegrond verklaard, zoals bij GfK, dan mag de ondernemer het besluit uitvoeren.

Instemming en cao: de kantonrechter, niet de Ondernemingskamer

Voor personeelsregelingen, zoals een arbeids- en rusttijdenregeling of een beoordelingssysteem, heeft de ondernemer instemming van de OR nodig (artikel 27 WOR). Een besluit zonder instemming is nietig als de OR binnen een maand schriftelijk een beroep op de nietigheid doet bij de ondernemer (artikel 27 lid 5 WOR). Weigert de OR instemming, dan kan de ondernemer de kantonrechter om vervangende toestemming vragen (artikel 27 lid 4 WOR).

Het instemmingsrecht geldt niet voor zover het onderwerp al inhoudelijk in een cao is geregeld (artikel 27 lid 3 WOR). Kijk daarom eerst in de cao voordat de OR een beroep op nietigheid doet. Een cao die algemeen verbindend is verklaard, geldt ook voor werkgevers die niet bij de cao-partijen zijn aangesloten. Meer daarover leest u in ons artikel over een algemeen verbindend verklaarde cao.

OR, COR of GOR: wie stelt het beroep in?

Heeft een ondernemer meerdere ondernemingsraden, dan kan of moet hij een centrale ondernemingsraad (COR) of groepsondernemingsraad (GOR) instellen (artikel 33 WOR). Een besluit dat alle of de meeste ondernemingen raakt, valt onder de bevoegdheid van de COR of GOR en niet van de lokale ondernemingsraden.

Gaat het om zo’n gezamenlijk besluit, dan is de COR of GOR de partij die advies geeft en die beroep bij de Ondernemingskamer kan instellen. Een onderdeelcommissie of raad voor een onderdeel heeft alleen bevoegdheden voor dat onderdeel. Wie het verkeerde orgaan inschakelt, loopt het risico dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Wie betaalt de kosten van de procedure?

De ondernemer draagt de kosten die redelijkerwijs nodig zijn voor de taak van de OR (artikel 22 lid 1 WOR). De kosten van een procedure komen alleen voor rekening van de ondernemer als hij vooraf over die kosten is geïnformeerd (artikel 22 lid 2 WOR).

Stuur de ondernemer daarom voordat de procedure begint een begroting van de advocaatkosten. Hetzelfde geldt voor een deskundige die de OR inschakelt, zoals een financieel adviseur (artikel 16 WOR). De OR kan zelf geen enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer starten; dat recht hebben onder meer aandeelhouders en, onder voorwaarden, vakbonden. Meer daarover leest u over de enquêteprocedure.

Voorkomen of voorbereiden: de aandachtspunten

Voor de ondernemingsraad

  • Noteer de datum van de mededeling van het besluit: de beroepstermijn is een maand.
  • Controleer of het besluit adviesplichtig is (artikel 25 WOR) of instemmingsplichtig (artikel 27 WOR).
  • Vraag om de financiële onderbouwing als die ontbreekt, en leg dat schriftelijk vast: in de GfK-zaak woog dat mee.
  • Meld de te maken advocaatkosten vooraf schriftelijk bij de ondernemer (artikel 22 lid 2 WOR).

Voor de ondernemer

  • Vraag advies op een moment dat het nog wezenlijke invloed op het besluit kan hebben, ook binnen een internationaal concern.
  • Geef de OR bij de adviesaanvraag alle informatie, inclusief de financiële onderbouwing (artikel 25 lid 3 WOR).
  • Motiveer schriftelijk waarom u van het advies afwijkt.
  • Schort de uitvoering een maand op als het besluit afwijkt van het advies (artikel 25 lid 6 WOR).

Hoe wij helpen bij een geschil tussen OR en ondernemer

Onze arbeidsrechtadvocaten staan ondernemingsraden en ondernemers bij in medezeggenschapsgeschillen.

  • Wij beoordelen of een besluit adviesplichtig of instemmingsplichtig is en welk orgaan bevoegd is.
  • Wij stellen voor de OR de kostenmelding op grond van artikel 22 lid 2 WOR op.
  • Wij dienen binnen de termijn het verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer, of voeren daar verweer voor de ondernemer.
  • Wij stellen een beroep op nietigheid op of vragen voor de ondernemer vervangende toestemming bij de kantonrechter.

Veelgestelde vragen

Moet de OR een advocaat inschakelen?

Ja, het verzoekschrift bij de Ondernemingskamer moet door een advocaat worden ingediend. Meld de kosten vooraf bij de ondernemer, anders hoeft die ze niet te betalen.

Wat als de ondernemer al begonnen is met de uitvoering?

Dan kan de Ondernemingskamer de ondernemer verplichten de gevolgen van het besluit zo veel mogelijk ongedaan te maken (artikel 26 lid 5 WOR). Hoe verder de uitvoering is, hoe lastiger dat in de praktijk wordt.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.