Gepubliceerd op 11 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
De ondernemingsraad (OR) kan naar de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam als de ondernemer een adviesplichtig besluit neemt dat afwijkt van het advies van de OR of waarover geen advies is gevraagd. Dat moet binnen een maand gebeuren (artikel 26 Wet op de ondernemingsraden, WOR); bij geschillen over instemming of naleving van de WOR is niet de Ondernemingskamer maar de kantonrechter bevoegd.
In dit artikel leest u wanneer de gang naar de Ondernemingskamer zinvol is, hoe de procedure verloopt, wat de Ondernemingskamer kan beslissen en wie de kosten betaalt. Ook leest u wat de rol is van de centrale ondernemingsraad en wat er gebeurt als een cao het onderwerp al regelt.
Inhoudsopgave
Wanneer kan de OR naar de Ondernemingskamer?
De OR kan beroep instellen tegen een besluit waarover hij op grond van artikel 25 WOR advies moest geven. Het gaat dan om een besluit dat niet in overeenstemming is met het advies, of om een besluit waarover helemaal geen advies is gevraagd.
Artikel 25 WOR noemt onder meer de overdracht van zeggenschap over de onderneming, de sluiting of inkrimping van de onderneming of een belangrijk onderdeel ervan, een belangrijke wijziging in de organisatie en een belangrijke investering. Bij een reorganisatie speelt dit adviesrecht bijna altijd een rol. Meer daarover leest u in ons artikel over bescherming bij reorganisaties.
Welke termijnen moet de OR in acht nemen?
Het beroep moet binnen een maand worden ingesteld nadat de ondernemer het besluit aan de OR heeft meegedeeld (artikel 26 lid 2 WOR). Heeft de ondernemer het besluit niet meegedeeld, dan loopt de maand vanaf het moment dat de OR bekend werd met de uitvoering ervan.
Wijkt het besluit af van het advies, dan moet de ondernemer de uitvoering een maand opschorten (artikel 25 lid 6 WOR). Die opschortingstermijn geeft de OR tijd om te beslissen over een beroep. Is de maand verstreken zonder beroep, dan mag de ondernemer het besluit uitvoeren en is de weg naar de Ondernemingskamer in principe dicht.
Waarop toetst de Ondernemingskamer het besluit?
De Ondernemingskamer beoordeelt alleen of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen (artikel 26 lid 4 WOR). Dat is een terughoudende toets: de Ondernemingskamer stelt haar eigen oordeel over het besluit niet in de plaats van dat van de ondernemer.
In de praktijk kijkt de Ondernemingskamer vooral naar de procedure. Heeft de ondernemer de OR tijdig en volledig geïnformeerd? Is het advies gevraagd op een moment dat het nog wezenlijk invloed kon hebben? En heeft de ondernemer uitgelegd waarom hij van het advies afwijkt? Een besluit dat inhoudelijk verdedigbaar is, kan toch onredelijk zijn als de OR te laat of onvolledig is betrokken.
Hoe verloopt de procedure bij de Ondernemingskamer?
De OR dient via een advocaat een verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer in Amsterdam. De Ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed (artikel 26 lid 5 WOR).
- De OR neemt een besluit om beroep in te stellen en informeert de ondernemer vooraf over de kosten.
- De advocaat dient binnen de termijn van een maand het verzoekschrift in.
- De ondernemer kan schriftelijk reageren met een verweerschrift.
- Er volgt een mondelinge behandeling, waarin beide partijen hun standpunt toelichten.
- De Ondernemingskamer doet een beschikking. Daartegen staat alleen beroep in cassatie bij de Hoge Raad open.
Hoe een zitting in het algemeen verloopt, leest u in ons artikel over de mondelinge behandeling.
Wat kan de Ondernemingskamer beslissen?
Vindt de Ondernemingskamer het beroep gegrond, dan verklaart zij dat de ondernemer niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. Op verzoek van de OR kan zij ook voorzieningen treffen.
Die voorzieningen staan in artikel 26 lid 5 WOR. De Ondernemingskamer kan de ondernemer verplichten het besluit geheel of gedeeltelijk in te trekken en de gevolgen ervan ongedaan te maken. Ook kan zij de ondernemer verbieden om handelingen te verrichten ter uitvoering van het besluit. Wordt het beroep ongegrond verklaard, dan mag de ondernemer het besluit uitvoeren.
Wat geldt als de ondernemer geen instemming vraagt?
Voor besluiten over personeelsregelingen, zoals een arbeids- en rusttijdenregeling, een beoordelingssysteem of een regeling over personeelsvolgsystemen, heeft de ondernemer instemming van de OR nodig (artikel 27 WOR). Een besluit zonder instemming is nietig als de OR binnen een maand schriftelijk een beroep op de nietigheid doet bij de ondernemer (artikel 27 lid 5 WOR).
Die maand loopt vanaf de mededeling van het besluit of, als die ontbreekt, vanaf het moment dat de OR merkte dat het besluit werd uitgevoerd. Doet de OR niets, dan blijft het besluit geldig. Weigert de OR instemming, dan kan de ondernemer de kantonrechter om vervangende toestemming vragen (artikel 27 lid 4 WOR). Geschillen over instemming gaan dus naar de kantonrechter, niet naar de Ondernemingskamer.
Wat als een cao het onderwerp al regelt?
Het instemmingsrecht geldt niet voor zover het onderwerp al inhoudelijk in een cao is geregeld (artikel 27 lid 3 WOR). Laat de cao ruimte voor eigen invulling, dan heeft de OR voor die invulling wel instemmingsrecht.
Kijk daarom eerst in de cao voordat de OR een beroep op nietigheid doet. Een cao die algemeen verbindend is verklaard, geldt ook voor werkgevers die niet bij de cao-partijen zijn aangesloten. Meer daarover leest u in ons artikel over een algemeen verbindend verklaarde cao.
Welke rol spelen de COR en de DOR?
Heeft een ondernemer meerdere ondernemingsraden, dan kan of moet hij een centrale ondernemingsraad (COR) of groepsondernemingsraad (GOR) instellen (artikel 33 WOR). Een besluit dat alle of de meeste ondernemingen raakt, valt onder de bevoegdheid van de COR of GOR en niet van de lokale OR’s (artikel 35 WOR).
Gaat het om zo’n gezamenlijk besluit, dan is de COR of GOR de partij die advies geeft en die beroep bij de Ondernemingskamer kan instellen. Een departementale ondernemingsraad (DOR) is een raad voor een onderdeel van een onderneming; zijn bevoegdheden gelden alleen voor dat onderdeel. Wie het verkeerde orgaan inschakelt, loopt het risico dat de Ondernemingskamer het beroep niet-ontvankelijk verklaart.
Wie betaalt de kosten van de procedure?
De ondernemer draagt de kosten die redelijkerwijs nodig zijn voor de taak van de OR (artikel 22 lid 1 WOR). De kosten van een procedure komen alleen voor rekening van de ondernemer als hij vooraf over die kosten is geïnformeerd (artikel 22 lid 2 WOR).
Stuur de ondernemer daarom voordat de procedure begint een begroting van de advocaatkosten. Hetzelfde geldt voor een deskundige die de OR inschakelt, zoals een financieel adviseur (artikel 16 WOR). De OR kan zelf geen enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer starten; dat recht hebben onder meer aandeelhouders en, onder voorwaarden, vakbonden. Meer daarover leest u over de enquêteprocedure.
Waar let u als ondernemingsraad op?
- Noteer de datum van de mededeling van het besluit: de beroepstermijn is een maand.
- Controleer of het besluit adviesplichtig is (artikel 25 WOR) of instemmingsplichtig (artikel 27 WOR).
- Meld de te maken advocaatkosten vooraf schriftelijk bij de ondernemer (artikel 22 lid 2 WOR).
- Controleer of het onderwerp bij de OR, de COR of de GOR hoort.
- Doe bij een besluit zonder instemming binnen een maand schriftelijk een beroep op nietigheid.
Waar let u als ondernemer op?
- Vraag advies op een moment dat het advies nog wezenlijke invloed op het besluit kan hebben.
- Verstrek de OR alle informatie die nodig is voor een goed advies.
- Motiveer schriftelijk waarom u van het advies afwijkt.
- Schort de uitvoering een maand op als het besluit afwijkt van het advies (artikel 25 lid 6 WOR).
- Controleer in de cao of een onderwerp daar al inhoudelijk is geregeld voordat u instemming vraagt.
Wat kunnen wij voor u doen bij een geschil tussen OR en ondernemer?
Onze arbeidsrechtadvocaten staan ondernemingsraden en ondernemers bij in medezeggenschapsgeschillen.
- Wij beoordelen of een besluit adviesplichtig of instemmingsplichtig is en welk orgaan bevoegd is.
- Wij stellen voor de OR de kostenmelding op grond van artikel 22 lid 2 WOR op.
- Wij dienen binnen de termijn van een maand het verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer, of voeren daar verweer voor de ondernemer.
- Wij stellen een schriftelijk beroep op nietigheid op of vragen voor de ondernemer vervangende toestemming bij de kantonrechter.
- Wij begeleiden het overleg tussen OR en ondernemer, zodat een procedure soms niet nodig is.
Samengevat
- De OR kan binnen een maand naar de Ondernemingskamer tegen een adviesplichtig besluit dat afwijkt van zijn advies.
- De Ondernemingskamer toetst alleen of de ondernemer in redelijkheid tot het besluit kon komen.
- Een besluit zonder instemming is nietig als de OR binnen een maand schriftelijk een beroep op nietigheid doet; geschillen daarover gaan naar de kantonrechter.
- Gezamenlijke onderwerpen horen bij de COR of GOR.
- De ondernemer betaalt de procedure alleen als hij vooraf over de kosten is geïnformeerd.
Veelgestelde vragen
Hoe lang heeft de OR om naar de Ondernemingskamer te gaan?
De OR heeft een maand na de mededeling van het besluit. Is het besluit niet meegedeeld, dan loopt de maand vanaf het moment dat de OR van de uitvoering hoorde.
Kan de Ondernemingskamer een reorganisatie terugdraaien?
Ja, op verzoek van de OR kan zij de ondernemer verplichten het besluit in te trekken en de gevolgen ongedaan te maken. Dat gebeurt alleen als het besluit kennelijk onredelijk was.
Moet de OR een advocaat inschakelen?
Ja, het verzoekschrift bij de Ondernemingskamer moet door een advocaat worden ingediend. Meld de kosten vooraf bij de ondernemer, anders hoeft die ze niet te betalen.
Kan de ondernemer in beroep tegen de beschikking?
Tegen een beschikking van de Ondernemingskamer staat alleen beroep in cassatie open bij de Hoge Raad. Hoger beroep is er niet.