Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement: wanneer u aansprakelijk bent en hoe u dat voorkomt

Bestuursvergadering met cijfers op tafel bij een discussie over onbehoorlijk bestuur

Gepubliceerd op 7 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Bij een faillissement is een bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor het tekort als hij zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is (artikel 2:248 BW). Zijn de administratie of de deponering van de jaarrekening niet op orde, dan staat onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat het een belangrijke oorzaak was; dat vermoeden kunt u alleen met concrete feiten weerleggen.

Daarnaast kunt u als bestuurder aansprakelijk zijn tegenover afzonderlijke schuldeisers, de vennootschap zelf en de Belastingdienst. Hieronder leest u welke risico’s er zijn en welke maatregelen u nu al kunt nemen.

Onbehoorlijk bestuur en een faillissement

Wat verandert er voor u als bestuurder bij een faillissement?

Met de faillietverklaring verliest de vennootschap het beheer over haar vermogen; de curator neemt het over (artikel 23 Faillissementswet). U blijft formeel bestuurder, maar u mag geen betalingen of overeenkomsten meer doen zonder de curator.

De rechtbank spreekt het faillissement uit als de vennootschap in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen en er ten minste twee schuldeisers zijn (artikel 1 Faillissementswet). De aanvraag kan komen van een schuldeiser, de vennootschap zelf of het Openbaar Ministerie. De curator onderzoekt daarna de oorzaken van het faillissement en de rol van het bestuur.

De wet verplicht een bestuurder nu niet om op een bepaald moment faillissement aan te vragen. Wie een kansloze onderneming toch doorzet en nieuwe schulden laat ontstaan, loopt wel het risico op aansprakelijkheid.

Actueel: op 30 maart 2026 is Richtlijn (EU) 2026/799 tot harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventierecht vastgesteld. Die richtlijn verplicht lidstaten onder meer een aanvraagplicht voor bestuurders van een insolvente rechtspersoon in te voeren. Nederland moet de richtlijn nog in de Faillissementswet omzetten; tot die tijd geldt de huidige regeling.

Wanneer bent u aansprakelijk voor het boedeltekort?

Als de curator aantoont dat u uw taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Kennelijk onbehoorlijk betekent dat geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo zou hebben gehandeld.

Alle bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de boedel (artikel 2:248 lid 1 BW). Dat geldt ook voor feitelijk beleidsbepalers en, onder voorwaarden, commissarissen. De regeling geldt voor de bv (artikel 2:248 BW) en de nv (artikel 2:138 BW), en via artikelen 2:50a en 2:300 BW ook voor verenigingen, coöperaties en stichtingen die vennootschapsbelasting betalen; zie ook aansprakelijkheid van een verenigingsbestuurder.

Welke rol spelen administratie en jaarrekening?

Een beslissende. Heeft het bestuur de administratieplicht van artikel 2:10 BW of de deponeringsplicht van artikel 2:394 BW niet nageleefd, dan staat onbehoorlijke taakvervulling vast en wordt vermoed dat die een belangrijke oorzaak van het faillissement is (artikel 2:248 lid 2 BW).

VerplichtingTermijn bij een bvGrondslag
Administratie bijhoudenDoorlopend: rechten en verplichtingen moeten op elk moment te kennen zijnArtikel 2:10 BW
Administratie bewarenZeven jaarArtikel 2:10 lid 3 BW
Jaarrekening opmakenBinnen vijf maanden na het boekjaar; de algemene vergadering kan met ten hoogste vijf maanden verlengenArtikel 2:210 BW
Jaarrekening deponerenBinnen acht dagen na vaststelling, en uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaarArtikel 2:394 BW
Terugkijkperiode curatorOnbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissementArtikel 2:248 lid 6 BW

Een onbelangrijk verzuim, zoals een deponering die enkele dagen te laat is, blijft buiten beschouwing (artikel 2:248 lid 2 BW). Hoe dat in de praktijk uitpakt, laat het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch zien in een uitspraak van 28 juni 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:2099). Een jaarrekening die ruim zeven maanden te laat was gedeponeerd, gold niet als onbelangrijk verzuim. Het bewijsvermoeden gold dus.

Kunt u het vermoeden weerleggen?

Ja, door aannemelijk te maken dat het faillissement door andere feiten of omstandigheden is veroorzaakt, zoals het wegvallen van een grote klant of een marktontwikkeling buiten uw invloed. Dat vraagt om stukken: notulen, prognoses, correspondentie met financiers.

In de zaak van het hof ‘s-Hertogenbosch lukte dat. De bestuurder maakte aannemelijk dat tegenvallende resultaten, schades en ziekteverzuim het faillissement hadden veroorzaakt. De curator had niet onderbouwd dat de transacties die hij verdacht vond een belangrijke oorzaak waren. Het hof wees de vorderingen van de curator af, ook die tegen de echtgenote als feitelijk medebeleidsbepaler.

Een individuele bestuurder kan zich daarnaast disculperen als hij bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling hem niet te verwijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden (artikel 2:248 lid 3 BW).

Over welke periode kijkt de curator terug?

De aansprakelijkheid geldt alleen voor onbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissement (artikel 2:248 BW). Ook een bestuurder die in die periode is afgetreden, kan dus nog worden aangesproken.

Een zakelijke professional zit aan een bureau met financiële documenten en een laptop, nadenkend over bestuurdersrisico's bij faillissement.

Welke andere aansprakelijkheidsrisico’s zijn er?

Naast artikel 2:248 BW zijn er vier routes waarlangs een bestuurder persoonlijk kan worden aangesproken. Meer uitleg vindt u bij bestuurdersaansprakelijkheid bij de bv en externe bestuurdersaansprakelijkheid.

  • Interne aansprakelijkheid tegenover de vennootschap bij een ernstig verwijt (artikel 2:9 BW); in faillissement stelt de curator die vordering in.
  • Externe aansprakelijkheid tegenover een schuldeiser uit onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW), bijvoorbeeld als u namens de vennootschap verplichtingen aangaat terwijl u weet dat zij die niet kan nakomen en geen verhaal biedt.
  • Aansprakelijkheid voor uitkeringen aan aandeelhouders terwijl u wist of had moeten voorzien dat de bv daarna haar opeisbare schulden niet meer kon betalen (artikel 2:216 lid 3 BW).
  • Aansprakelijkheid voor onbetaalde loonheffingen en omzetbelasting (artikel 36 Invorderingswet 1990).

Mag u schuldeisers selectief betalen?

Voorzichtig. Vóór het faillissement mag een bestuurder in beginsel kiezen welke schulden hij betaalt. Het betalen van uzelf, een groepsmaatschappij of een schuldeiser waarvoor u persoonlijk borg staat, kan wel onrechtmatig zijn tegenover de overige schuldeisers (artikel 6:162 BW).

De curator kan zulke betalingen bovendien vernietigen als de vennootschap en de ontvanger wisten dat andere schuldeisers erdoor werden benadeeld (artikelen 42 en 47 Faillissementswet). Leg daarom bij elke betaling in een crisisperiode vast waarom u die betaling doet.

Wat doet u bij een belastingschuld die u niet kunt betalen?

Meld de betalingsonmacht schriftelijk bij de Belastingdienst binnen twee weken nadat de belasting betaald had moeten zijn. Doet u dat niet, dan wordt vermoed dat het niet betalen aan u als bestuurder te wijten is (artikel 36 lid 3 Invorderingswet 1990).

De melding geldt voor loonheffingen, omzetbelasting en de premies werknemersverzekeringen, niet voor vennootschapsbelasting. Voor de fiscale kant verwijzen wij naar een fiscalist; wij beoordelen het aansprakelijkheidsrisico.

Kan de rechter u een bestuursverbod opleggen?

Ja. Op verzoek van de curator of het Openbaar Ministerie kan de rechter een civielrechtelijk bestuursverbod van ten hoogste vijf jaar opleggen, bijvoorbeeld bij aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW of bij herhaalde faillissementen (artikel 106a Faillissementswet).

Wat doet u als een faillissement dreigt?

Handel vroeg en leg alles vast. Hoe eerder u ingrijpt, hoe meer opties u heeft, van een betalingsregeling tot een akkoord of een doorstart.

  • Maak een actuele liquiditeitsprognose voor de komende dertien weken en bespreek die in een bestuursvergadering met notulen.
  • Ga geen nieuwe verplichtingen aan waarvan u weet of moet begrijpen dat de vennootschap ze niet kan nakomen.
  • Doe geen uitkeringen, terugbetalingen van leningen aan aandeelhouders of betalingen aan groepsmaatschappijen zonder zorgvuldige toets.
  • Meld betalingsonmacht tijdig bij de Belastingdienst.
  • Onderzoek de herstructureringsmogelijkheden: een buitengerechtelijk akkoord, een akkoord via de WHOA (artikel 369 en verder Faillissementswet, sinds 1 januari 2021) of surseance van betaling.

Is redding niet meer mogelijk, dan kan de vennootschap zelf haar faillissement aanvragen; lees meer over hoe een faillissementsaanvraag werkt. Bij een bv is daarvoor een besluit van de algemene vergadering nodig (artikel 2:246 BW).

Hoe beperkt u uw persoonlijke risico vooraf?

Met een sluitende administratie, tijdige deponering en vastgelegde besluiten. Een verzekering helpt daarnaast bij de kosten, maar vervangt geen zorgvuldig bestuur.

  • Leg een taakverdeling in het bestuur schriftelijk vast; die ontslaat u niet van uw collectieve verantwoordelijkheid, maar helpt bij disculpatie.
  • Meld een tegenstrijdig belang en neem dan niet deel aan de besluitvorming (artikel 2:239 lid 6 BW).
  • Controleer bij een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering of claims van de curator en de Belastingdienst gedekt zijn; opzet en fraude zijn meestal uitgesloten.

De keuze voor een bv of nv beschermt uw privévermogen alleen zolang u behoorlijk bestuurt. Bij een eenmanszaak of vennootschap onder firma bent u altijd met uw privévermogen aansprakelijk; zie ook de keuze van de ondernemingsvorm.

Zelftoets voor bestuurders

VraagWaarom het telt
Is de jaarrekening van elk van de laatste drie jaren tijdig gedeponeerd?Te late deponering levert het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW op
Kan uw administratie op elk moment de schulden en vorderingen tonen?Een gebrekkige administratie levert hetzelfde vermoeden op (artikel 2:10 BW)
Zijn uitkeringen getoetst aan artikel 2:216 BW en is die toets vastgelegd?Zonder vastgelegde toets is een uitkering moeilijk te verdedigen
Is betalingsonmacht binnen twee weken gemeld?Anders wordt uw schuld aan het niet betalen vermoed (artikel 36 Invorderingswet 1990)
Zijn betalingen in de laatste maanden vóór een faillissement te verantwoorden tegenover alle schuldeisers?Bevoordeling kan onrechtmatig zijn en door de curator worden vernietigd

Wat kunt u als schuldeiser doen tegen de bestuurder?

Een schuldeiser kan de bestuurder niet zelf op grond van artikel 2:248 BW aanspreken; dat doet alleen de curator. U kunt wel zelf een vordering uit onrechtmatige daad instellen als de bestuurder u persoonlijk heeft benadeeld.

  • Ga na of de bestuurder verplichtingen is aangegaan terwijl hij wist dat de vennootschap niet kon betalen.
  • Kijk of er kort vóór het faillissement vermogen is weggesluisd of andere schuldeisers zijn bevoordeeld.
  • Dien uw vordering in bij de curator en lees de openbare faillissementsverslagen.

Wat kunnen wij voor u doen bij bestuurdersrisico’s en faillissement?

Onze advocaten ondernemingsrecht staan bestuurders, aandeelhouders en schuldeisers bij.

  • Uw aansprakelijkheidsrisico beoordelen aan de hand van administratie, deponeringen en besluiten.
  • Besluitvorming in een crisisperiode begeleiden en vastleggen.
  • Herstructureringsopties onderzoeken, zoals een akkoord met schuldeisers of een WHOA-traject.
  • Reageren op vragen en een aansprakelijkstelling van de curator en onderhandelen over een schikking.
  • Procederen over bestuurdersaansprakelijkheid, als eiser of als verweerder.

Bestuurdersrisico’s in vijf punten

  • Bij faillissement bent u aansprakelijk voor het tekort als kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak was (artikel 2:248 BW).
  • Een gebrekkige administratie of te late deponering levert een wettelijk bewijsvermoeden tegen u op, maar dat vermoeden is weerlegbaar.
  • De curator kijkt terug op de drie jaar vóór het faillissement.
  • Ook uitkeringen, selectieve betalingen en onbetaalde loonheffingen of btw kunnen tot persoonlijke aansprakelijkheid leiden.
  • Vroeg ingrijpen, vastleggen en betalingsonmacht melden zijn de beste bescherming.

Veelgestelde vragen

Ben ik aansprakelijk als mijn medebestuurder de fout maakte?

In beginsel wel, want de aansprakelijkheid uit artikel 2:248 BW is hoofdelijk. U kunt zich alleen disculperen als u aantoont dat het u niet te verwijten is en dat u maatregelen heeft genomen om de gevolgen af te wenden.

Hoe lang na het faillissement kan de curator mij aanspreken?

De vordering verjaart volgens de gewone regels, in beginsel vijf jaar nadat de curator de schade en de aansprakelijke persoon kent (artikel 3:310 BW). Het onbehoorlijk bestuur zelf moet wel binnen de drie jaar vóór het faillissement liggen.

Kan de rechter het bedrag verlagen?

Ja. De rechter kan het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen als het hem bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling en de andere oorzaken van het faillissement (artikel 2:248 lid 4 BW). In de praktijk gebeurt dat niet vaak.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.