Gepubliceerd op 21 januari 2026 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026
In elke strafzaak beantwoordt de rechter eerst vier formele vragen (artikel 348 Wetboek van Strafvordering) en daarna vier inhoudelijke vragen (artikel 350 Sv). Welke antwoorden hij kan geven, hangt af van het dossier; verdediging, Openbaar Ministerie en slachtoffer kunnen met onderzoekswensen invloed uitoefenen op wat daarin komt, maar de beslissing over die wensen ligt bij de officier van justitie, de rechter-commissaris of de zittingsrechter.
Inhoudsopgave
Welke vragen moet de rechter in elke strafzaak beantwoorden?
Eerst de formele vragen over de dagvaarding, de bevoegdheid, de ontvankelijkheid van het OM en een eventuele schorsing. Pas als die de weg vrijmaken, volgen de vragen over bewijs, strafbaarheid en straf.
Wat zijn de vier formele voorvragen?
- Is de dagvaarding geldig? Weet de verdachte waartegen hij zich moet verdedigen?
- Is deze rechter bevoegd, gelet op de plaats en de aard van het feit?
- Is het OM ontvankelijk, of is het vervolgingsrecht verloren, bijvoorbeeld door verjaring of een ernstig vormverzuim?
- Is er reden om de vervolging te schorsen, bijvoorbeeld omdat de verdachte door een psychische stoornis het proces niet kan volgen?
Wat zijn de vier materiële hoofdvragen?
- Is het feit wettig en overtuigend bewezen (artikelen 338 en 339 Sv)?
- Levert het bewezenverklaarde een strafbaar feit op?
- Is de verdachte strafbaar, of is er een strafuitsluitingsgrond zoals noodweer of ontoerekeningsvatbaarheid?
- Welke straf of maatregel past, gelet op het feit en de persoon van de verdachte?
Hoe kan de verdediging om onderzoek vragen?
Met onderzoekswensen: verzoeken om getuigen te horen, een deskundige te benoemen of ander onderzoek te doen. Afhankelijk van de fase dient de verdediging die in bij de officier van justitie, de rechter-commissaris of de zittingsrechter.
- Rechter-commissaris: tijdens het vooronderzoek kan de verdediging de rechter-commissaris om onderzoekshandelingen vragen (artikel 182 Sv).
- Deskundigen: de verdediging kan de officier vragen een deskundige te benoemen of aanvullend of tegenonderzoek te laten doen; bij een weigering kan zij zich tot de rechter-commissaris wenden (artikelen 150a en 150b Sv).
- Getuigen voor de zitting: de verdachte kan de officier vragen getuigen en deskundigen op te roepen (artikel 263 Sv). Is de dagvaarding minstens veertien dagen voor de zitting betekend, dan geeft hij hen uiterlijk tien dagen voor de zitting op (artikel 263 lid 2 Sv). In hoger beroep geldt een vergelijkbare regeling (artikel 414 Sv).
Wanneer wordt een verzoek toegewezen?
Een tijdig gedaan verzoek om getuigen te horen mag alleen worden afgewezen als de verdachte daardoor redelijkerwijs niet in zijn verdediging wordt geschaad. Dat is het verdedigingsbelang, uitgewerkt door de Hoge Raad op 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015.
De verdediging moet per getuige motiveren waarom het verhoor van belang is voor een van de beslissingen uit de artikelen 348 en 350 Sv. Wil zij een deskundige met een belastend rapport horen, dan moet zij aangeven welke onderdelen van het rapport zij betwist en waarom een verhoor de beste manier van toetsing is (HR 18 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1711).
Welke verzoeken passen bij welk strijdpunt?
In verkeerszaken is het causaal verband vaak het strijdpunt. Dan ligt een verzoek om een verkeersongevallenanalyse, een reconstructie, het uitlezen van voertuiggegevens of het opvragen van camerabeelden voor de hand.
Zo’n verzoek wordt niet altijd toegewezen. De rechtbank Rotterdam verklaarde op 14 augustus 2019 een bezwaar tegen de weigering van de rechter-commissaris om een onafhankelijke deskundige te benoemen in een verkeerszaak ongegrond (ECLI:NL:RBROT:2019:7166). En de Hoge Raad liet op 15 januari 2008 de afwijzing van een verzoek om een snelheidsreconstructie in stand in een zaak waarin een automobilist op een politieagent inreed (ECLI:NL:HR:2008:BA7888).
Welke rol heeft het Openbaar Ministerie?
Het OM leidt het opsporingsonderzoek en kan de rechter-commissaris vorderen onderzoekshandelingen te verrichten (artikel 181 Sv). De officier kan getuigen en deskundigen oproepen (artikelen 260 en 263 Sv) en deskundigen benoemen (artikel 150 Sv).
De officier is niet alleen vervolger, maar ook magistraat. Hij moet daarom ook ontlastend materiaal aan het dossier toevoegen. Lees meer over bewijs verzamelen in strafzaken.
Mag het OM verzoeken van de verdediging weigeren?
Ja, maar dan staat een volgende stap open. Bij deskundigenonderzoek kan de verdediging naar de rechter-commissaris (artikel 150b Sv); een getuige die de officier weigert op te roepen, kan de verdediging op de zitting opnieuw opgeven, waarna de zittingsrechter beslist.
Wat als de onderzoekswensen botsen?
Dan beslist in het vooronderzoek de rechter-commissaris en op de zitting de rechter. Die kijkt naar het belang van de verdediging en de waarheidsvinding, en kan bijvoorbeeld een onafhankelijke derde deskundige benoemen.
Welke invloed heeft het slachtoffer?
Het slachtoffer is geen procespartij zoals het OM of de verdachte, maar heeft eigen rechten. Het kan stukken laten toevoegen, heeft in veel zaken spreekrecht en kan zich voegen als benadeelde partij.
Hoe laat het slachtoffer stukken aan het dossier toevoegen?
Via een verzoek aan de officier van justitie (artikel 51b lid 2 Sv). De officier kan dat alleen weigeren als de stukken niet als processtukken gelden of als bepaalde belangen zich ertegen verzetten, zoals het belang van het onderzoek; daarvoor heeft hij een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris nodig en hij informeert het slachtoffer schriftelijk (artikel 51b leden 3 en 4 Sv).
Wat doet het spreekrecht voor het onderzoek?
Het spreekrecht (artikel 51e Sv) is bedoeld om de gevolgen van het feit te verwoorden. Noemt het slachtoffer daarbij feiten die voor het bewijs relevant zijn, dan kan de rechter aanleiding zien voor nader onderzoek of het horen van het slachtoffer als getuige.
Een vordering tot schadevergoeding kan het slachtoffer als benadeelde partij in het strafproces indienen (artikel 51f Sv). Gaat die over letselschade, dan verwijzen wij dat deel naar een letselschadespecialist.
Waar let u als verdachte op?
- Dien onderzoekswensen zo vroeg mogelijk in, bij voorkeur bij de rechter-commissaris.
- Geef getuigen uiterlijk tien dagen voor de zitting op bij de officier.
- Motiveer per getuige of deskundige waarom het onderzoek nodig is.
- Formuleer concrete vragen voor een deskundige.
- Leg een weigering direct voor aan de rechter-commissaris of de zittingsrechter.
Waar let u als slachtoffer op?
- Vraag om toevoeging van ontbrekende stukken via artikel 51b Sv.
- Meld tijdig of u gebruik wilt maken van het spreekrecht.
- Onderbouw een vordering als benadeelde partij met stukken.
- Blijf bij het spreekrecht bij de feiten en de gevolgen.
Wat kunnen wij voor u doen bij onderzoekswensen in een strafzaak?
- Het dossier beoordelen op leemtes in het onderzoek.
- Onderzoekswensen en getuigenverzoeken opstellen en motiveren.
- Deskundigen selecteren en vragen voor hen formuleren.
- Termijnen voor het opgeven van getuigen bewaken.
- U bijstaan bij de rechter-commissaris en op de zitting, als advocaat strafrecht.
Samengevat
- De rechter beantwoordt eerst vier formele vragen (artikel 348 Sv) en dan vier materiële vragen (artikel 350 Sv).
- De verdediging kan onderzoek vragen bij de officier, de rechter-commissaris en de zittingsrechter.
- Een tijdig getuigenverzoek wordt getoetst aan het verdedigingsbelang en moet per getuige worden gemotiveerd.
- Het OM moet als magistraat ook ontlastend materiaal toevoegen.
- Het slachtoffer kan stukken laten toevoegen; een weigering vraagt een machtiging van de rechter-commissaris.
Veelgestelde vragen
Kan de verdediging deskundigenonderzoek afdwingen?
Niet eenzijdig. De officier kan een verzoek afwijzen, maar de verdediging kan dan de rechter-commissaris vragen het onderzoek alsnog te laten doen (artikel 150b Sv).
Wat als ik mijn getuigen te laat opgeef?
Dan kunt u het verzoek op de zitting doen, maar de rechter beoordeelt het dan strenger: hij wijst toe als hij het horen noodzakelijk vindt.
Welke onderzoekswensen werken in een verkeerszaak met letsel of dood?
Vooral onderzoek naar het causaal verband, zoals een snelheidsberekening, een zichtbaarheidsanalyse of onderzoek naar technische gebreken. Zonder causaal verband tussen de verkeersfout en het gevolg volgt geen veroordeling voor artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.
Toetst de rechter-commissaris het verzoek van het slachtoffer?
Nee, hij toetst de voorgenomen weigering van de officier. Zonder zijn schriftelijke machtiging mag de officier het toevoegen van stukken niet weigeren (artikel 51b lid 4 Sv).
