Opheffing van conservatoir beslag: wanneer kan het?

Hand met stempel op documenten

Gepubliceerd op 28 december 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026

Opheffing van conservatoir beslag vraagt u in kort geding op grond van artikel 705 Rv. De rechter heft op als summierlijk blijkt dat de vordering ondeugdelijk is, als het beslag onnodig is of als u voldoende zekerheid stelt; bij twijfel over de vordering blijft het beslag meestal liggen.

Stel: u ontvangt plotseling bericht dat op uw bankrekening, auto of zelfs uw woning beslag is gelegd. Een schuldeiser claimt dat u hem geld verschuldigd bent en heeft via de rechter toestemming gekregen om uw bezittingen ‘vast te zetten’ als zekerheid. Dit heet conservatoir beslag – een krachtig juridisch instrument dat schuldeisers beschermt tegen het risico dat hun debiteuren hun bezittingen laten verdwijnen voordat een rechter uitspraak heeft gedaan.

Maar wat als dat beslag onterecht is gelegd? Wat als de vordering waarvoor beslag is gelegd helemaal niet klopt, of als het beslag zwaarder is dan nodig?

Conservatoir beslag kan verstrekkende gevolgen hebben. Een geblokkeerde bankrekening kan ervoor zorgen dat u uw huur of hypotheek niet kunt betalen. Beslag op bedrijfsmiddelen kan uw onderneming stilleggen. En beslag op een woning kan grote emotionele impact hebben. Daarom is het cruciaal om te weten wanneer en hoe u zich kunt verweren tegen onterecht of disproportioneel beslag.

1. Wat is conservatoir beslag?

Conservatoir beslag is een voorlopig beslag dat een schuldeiser met verlof van de rechter legt, nog voordat over de vordering is beslist. Het voorkomt dat de debiteur zijn bezittingen intussen laat verdwijnen.

Waarvoor dient conservatoir beslag?

Conservatoir beslag is een voorlopige voorziening die een schuldeiser in staat stelt om alvast beslag te leggen op goederen van zijn debiteur, nog voordat er een definitieve uitspraak is over de vordering. Het doel is om te voorkomen dat de debiteur zijn bezittingen verkoopt, wegschenkt of anderszins onbereikbaar maakt voor verhaal.

Voorbeeld: Leverancier A heeft facturen uitstaan bij afnemer B voor € 50.000. A vreest dat B financieel in zwaar weer zit en zijn bedrijfsinventaris binnenkort zal verkopen. A kan dan via de voorzieningenrechter verlof vragen om conservatoir beslag te leggen op de inventaris van B. Als de rechter dit verlof verleent, wordt de inventaris ‘bevroren’ totdat de zaak over de vordering definitief is beslist.

Wat is het risico van conservatoir beslag?

Hoewel conservatoir beslag een legitiem rechtsmiddel is, bestaat het risico op misbruik. Een schuldeiser kan beslag laten leggen op basis van een vordering die later ongegrond blijkt. Of het beslag is veel groter dan nodig voor de hoogte van de vordering. In zulke gevallen kan de beslagene ernstige schade lijden: een geblokkeerde bankrekening, onmogelijkheid om zaken te doen, reputatieschade.

Daarom heeft de wetgever waarborgen ingebouwd: de beslagene kan naar de rechter stappen en vragen om opheffing van het beslag. Die mogelijkheid bespreken we in deze blog.

2. Op welke gronden heft de rechter het beslag op?

Artikel 705 lid 2 Rv noemt vier gronden: een vormverzuim, een ondeugdelijke vordering, een onnodig beslag en voldoende zekerheid voor een geldvordering. U hoeft maar één grond aannemelijk te maken.

De kern van de opheffing van conservatoir beslag staat in artikel 705 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Dit artikel is het juridische kompas voor iedereen die te maken heeft met de vraag of een beslag moet blijven bestaan of opgeheven moet worden.

Artikel 705 lid 1 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter het beslag kan opheffen op vordering van elke belanghebbende. Dit betekent dat niet alleen de beslagene zelf, maar ook derden die belang hebben bij opheffing (bijvoorbeeld een derde-beslagene bij wie het beslag is gelegd) een opheffingsverzoek kunnen indienen.

Lid 2 van artikel 705 Rv somt vervolgens vier specifieke gronden op waarop opheffing kan worden uitgesproken. Laten we deze vier gronden uitgebreid bespreken.

2.1 Vormverzuim: als de procedure niet deugt

De eerste opheffingsgrond betreft vormverzuimen bij het leggen van het beslag. Het conservatoire beslag kent strikte vormvereisten, en als daaraan niet is voldaan, kan dat leiden tot nietigheid.

Belangrijke vormvereisten zijn:

  • De beslaglegger moet vooraf verlof van de voorzieningenrechter hebben verkregen (tenzij het gaat om beslag krachtens een authentieke of voor tenuitvoerlegging vatbare titel)
  • In de verlofbeschikking moeten de wettelijk voorgeschreven elementen staan, zoals de aard van de vordering en het bedrag
  • De beslagexploot (het proces-verbaal van beslaglegging) moet aan bepaalde vormvereisten voldoen
  • Bij sommige vormen van beslag geldt dat binnen een bepaalde termijn de hoofdzaak aanhangig moet worden gemaakt

Voorbeeld ter illustratie: De beslaglegger legt beslag zonder voorafgaand verlof van de rechter, terwijl hij geen authentieke of executoriale titel heeft. Of: in de verlofbeschikking wordt de grondslag van de vordering niet duidelijk omschreven. In beide gevallen is sprake van een vormverzuim dat kan leiden tot opheffing van het beslag.

Let op: Niet elk vormverzuim leidt automatisch tot opheffing. Het moet gaan om verzuim van voorschriften die zijn gegeven op straffe van nietigheid. De wet geeft aan welke vormvereisten zo essentieel zijn dat schending ervan tot nietigheid leidt.

2.2 Ondeugdelijkheid van de vordering: is de claim terecht?

De tweede en wellicht meest voorkomende grond voor opheffing is de ondeugdelijkheid van de onderliggende vordering. Als de vordering waarvoor beslag is gelegd niet deugt, heeft het beslag geen bestaansrecht.

Maar let op: de lat ligt hoog. De wet spreekt over summierlijk blijken van ondeugdelijkheid. Dit betekent dat het bij een eerste, globale beoordeling al duidelijk moet zijn dat de vordering geen stand zal houden. De rechter doet geen volledig onderzoek naar de vordering – dat gebeurt in de bodemprocedure – maar beoordeelt of de vordering evident onhoudbaar is.

Wanneer is een vordering summierlijk ondeugdelijk?

  • De vordering is al verjaard
  • De vordering is al eerder volledig voldaan (en dat is eenvoudig aan te tonen)
  • Er is evident geen juridische grondslag voor de vordering
  • De beslaglegger baseert zijn vordering op feiten die hij zelf al heeft erkend als onjuist

Voorbeeld ter illustratie: Een schuldeiser legt beslag voor een vordering van € 100.000 uit hoofde van een gestelde overeenkomst. De beslagene toont echter aan dat er nooit een overeenkomst is gesloten en dat de schuldeiser dit in eerdere correspondentie zelf heeft erkend. In zo’n geval kan de rechter summierlijk oordelen dat de vordering ondeugdelijk is.

De jurisprudentie maakt duidelijk dat twijfel in het voordeel van de beslaglegger moet worden uitgelegd. Als er nog vragen zijn die pas in de bodemprocedure kunnen worden beantwoord, wordt het beslag in beginsel gehandhaafd (zie onder meer ECLI:NL:RBROT:2019:1824).

2.3 Onnodigheid van het beslag: is het proportioneel?

De derde grond betreft de onnodigheid van het beslag. Ook als de vordering op zichzelf wel degelijk zou kunnen bestaan, kan het beslag toch worden opgeheven als het onnodig is.

Wanneer is beslag onnodig?

  • De beslagene heeft voldoende ander verhaalbaar vermogen dat makkelijk toegankelijk is voor de beslaglegger
  • Het beslagen bedrag is veel hoger dan de vordering (disproportionaliteit)
  • Er is beslag gelegd op goederen die essentieel zijn voor de bedrijfsvoering van de beslagene, terwijl er andere verhaalsmogelijkheden zijn
  • De beslaglegger heeft inmiddels al andere zekerheid verkregen die voldoende is

Voorbeeld ter illustratie: Een schuldeiser legt voor een vordering van € 20.000 beslag op een woning ter waarde van € 400.000, terwijl de beslagene ook een bankrekening heeft met een saldo van € 50.000 waarop eveneens beslag gelegd had kunnen worden. De rechter kan oordelen dat het beslag op de woning onnodig is, omdat verhaal op de bankrekening ruimschoots voldoende zekerheid biedt.

2.4 Zekerheidstelling: een alternatief voor opheffing

De vierde grond is specifiek van toepassing bij geldvorderingen: de beslagene kan het beslag laten opheffen door voldoende zekerheid te stellen voor het bedrag van de vordering.

Wat is voldoende zekerheid?

Voldoende zekerheid betekent dat de beslaglegger gegarandeerd verhaal heeft als zijn vordering uiteindelijk wordt toegewezen. Voorbeelden van geschikte zekerheidstelling zijn:

  • Storting van het bedrag (plus rente en kosten) in depot bij de rechtbank of een notaris
  • Een bankgarantie
  • Een borgtocht van een kredietwaardige borg
  • Verpanding van liquide effecten of spaargelden

3. Wat moet u als beslagene stellen en bewijzen?

Een cruciaal uitgangspunt bij opheffing van conservatoir beslag is dat de beslagene de stelplicht en bewijslast draagt. Dit betekent dat het aan de beslagene is om feiten en omstandigheden aan te voeren die opheffing rechtvaardigen, en om deze aannemelijk te maken.

Wat betekent dit in de praktijk?

De beslagene kan niet volstaan met het simpelweg betwisten van de vordering of het beslag. Hij zal met concrete argumenten en, waar mogelijk, bewijsstukken moeten komen. De Hoge Raad heeft dit uitgangspunt herhaaldelijk bevestigd (zie onder meer ECLI:NL:HR:2015:1074 en ECLI:NL:HR:2021:273).

Voorbeelden van goede onderbouwing:

  • Bij een beroep op vormverzuim: wijzen op het concrete gebrek in de verlofbeschikking of het beslagexploot, met verwijzing naar de relevante wetsartikelen
  • Bij een beroep op ondeugdelijkheid: bewijsstukken overleggen waaruit blijkt dat de vordering is voldaan, verjaard, of anderszins ongegrond
  • Bij een beroep op onnodigheid: aantonen dat er andere verhaalsmogelijkheden zijn, of dat het beslag disproportioneel zwaar is
  • Bij zekerheidstelling: een concreet aanbod doen met onderbouwing waarom deze zekerheid voldoende is

4. Hoe weegt de rechter de belangen af?

Bij vrijwel elke opheffingsprocedure speelt de belangenafweging een cruciale rol. De rechter moet afwegen of het belang van de beslaglegger bij behoud van het beslag zwaarder weegt dan het belang van de beslagene bij opheffing.

Wanneer weegt het belang van de beslaglegger zwaar?

De beslaglegger heeft er belang bij dat het beslag gehandhaafd blijft om zijn verhaalszekerheid te waarborgen. Dit belang is met name groot als:

  • Er aanwijzingen zijn dat de beslagene zijn vermogen aan het verhaal tracht te onttrekken
  • De beslagene weinig ander verhaalbaar vermogen heeft
  • Er risico bestaat dat het vermogen van de beslagene snel in waarde daalt
  • De vordering nog moet worden vastgesteld in een bodemprocedure die nog jaren kan duren

Wanneer weegt het belang van de beslagene zwaar?

De beslagene heeft er belang bij dat het beslag wordt opgeheven, omdat het beslag hem hindert in zijn dagelijks leven of bedrijfsvoering. Dit belang is met name groot als:

  • Het beslag de beslagene in ernstige financiële problemen brengt
  • Het beslag de bedrijfsvoering ernstig belemmert of zelfs onmogelijk maakt
  • Het beslag ligt op iets wat de beslagene nodig heeft om te leven, zoals de eigen woning
  • Het beslag tot reputatieschade leidt
  • De waarde van de beslagen goederen onevenredig is ten opzichte van de vordering

5. Welke uitgangspunten volgen uit de rechtspraak?

De rechter geeft in een opheffingszaak alleen een voorlopig oordeel, en bij twijfel over de vordering laat hij het beslag meestal liggen.

De wet geeft het kader, maar de invulling daarvan gebeurt in de rechtspraak. Hieronder bespreken we enkele belangrijke jurisprudentiële uitgangspunten die in de loop der tijd zijn ontwikkeld.

5.1 Het voorlopige karakter van het oordeel

Een opheffingsprocedure is een kort geding, oftewel een spoedprocedure. De rechter doet daarin geen definitieve uitspraak over de vraag of de vordering bestaat – dat gebeurt in de bodemprocedure. De rechter beoordeelt slechts summierlijk of de vordering zo evident ondeugdelijk is dat het beslag moet worden opgeheven.

Dit uitgangspunt heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd in zijn uitspraak van 23 april 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:3510). Het hof overwoog dat in een opheffingsprocedure geen volledig onderzoek naar de vordering plaatsvindt, maar slechts een voorlopig oordeel wordt gegeven over de vraag of de vordering evident ongegrond is.

5.2 Afwijzing in eerste aanleg is geen automatische opheffingsgrond

Een opvallend en voor de praktijk relevant uitgangspunt is dat de afwijzing van een vordering in eerste aanleg niet automatisch leidt tot opheffing van het conservatoire beslag. Dit heeft de Hoge Raad uitgemaakt in zijn arrest van 17 april 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1074).

Zolang er een rechtsmiddel (hoger beroep of cassatie) openstaat tegen de afwijzing, blijft de mogelijkheid bestaan dat de vordering in een hogere instantie alsnog wordt toegewezen. Het beslag behoudt dan zijn waarborgfunctie voor het geval de beslaglegger in hoger beroep of cassatie alsnog in het gelijk wordt gesteld.

Dit uitgangspunt werd recent nog eens bevestigd door de Rechtbank Midden-Nederland in haar vonnis van 17 september 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:4461).

5.3 Terughoudendheid bij twijfel over de vordering

Als de rechter twijfelt over de deugdelijkheid van de vordering – bijvoorbeeld omdat beide partijen plausibele argumenten naar voren brengen – zal hij in beginsel terughoudend zijn met opheffing van het beslag. Deze terughoudendheid volgt uit de waarborgfunctie van het beslag.

De Rechtbank Rotterdam formuleerde dit uitgangspunt helder in haar vonnis van 13 maart 2019 (ECLI:NL:RBROT:2019:1824): wanneer niet summierlijk van de ondeugdelijkheid van de vordering blijkt, moet de rechter terughoudend zijn met opheffing.

6. Hoe vraagt u opheffing aan?

U laat een dagvaarding in kort geding uitbrengen aan de beslaglegger en vordert daarin opheffing van het beslag.

De zaak wordt behandeld door de voorzieningenrechter, meestal binnen enkele weken.

Bevoegde rechter: De voorzieningenrechter die het verlof tot het beslag heeft gegeven, is bevoegd (artikel 705 lid 1 Rv). Daarnaast blijft de gewone rechter bevoegd.

Spoedeisendheid: In kort geding geldt als voorwaarde dat er een spoedeisend belang is. Bij conservatoir beslag is dit spoedeisend belang meestal aanwezig.

7. Hoe bereidt u een opheffingsvordering voor?

Onderbouw elke grond met stukken en maak de belangenafweging concreet. De tips hieronder helpen daarbij.

Tip 1: Reageer snel, maar overhaast u niet

Conservatoir beslag kan grote gevolgen hebben, dus het is begrijpelijk dat u snel wilt reageren. Maar neem wel de tijd om uw zaak goed voor te bereiden. Een slecht onderbouwd opheffingsverzoek kan contraproductief zijn.

Tip 2: Onderbouw uw verzoek grondig

U draagt de stelplicht en bewijslast. Dit betekent dat louter stellen onvoldoende is – u moet uw stellingen aannemelijk maken met concrete feiten en bewijsstukken.

Tip 3: Maak de belangenafweging concreet

De rechter zal altijd een belangenafweging maken. Help de rechter door deze afweging concreet te maken in uw onderbouwing. Leg niet alleen uit dat het beslag u schade oplevert, maar becijfer die schade.

Tip 4: Overweeg zekerheidstelling als alternatief

Bij geldvorderingen kan zekerheidstelling een effectieve route zijn. Door het gevorderde bedrag in depot te storten of een bankgarantie te stellen, neemt u de voornaamste zorg van de beslaglegger weg.

8. Welke bijzondere regels gelden?

Naast de algemene regels van artikel 705 Rv zijn er enkele bijzondere situaties waar specifieke regels gelden.

8.1 Echtscheiding en geregistreerd partnerschap

Bij echtscheiding of ontbinding van een geregistreerd partnerschap gelden bijzondere regels voor conservatoir beslag. Deze staan in artikel 770b Rv.

Dit artikel biedt de mogelijkheid om tijdens de echtscheidingsprocedure beslag te laten leggen op goederen van de andere echtgenoot, ter verzekering van de uitkering bij vermogensrechtelijke afwikkeling.

8.2 Beslag door de Belastingdienst

Conservatoir beslag door de Belastingdienst (op grond van de Invorderingswet) kent enkele bijzonderheden. De Belastingdienst heeft ruimere bevoegdheden dan een gewone schuldeiser en hoeft in veel gevallen geen voorafgaand verlof te vragen.

Voor opheffing van fiscaal beslag gelden in beginsel dezelfde wettelijke gronden, maar de rechter houdt rekening met het publieke belang van belastinginning.

Waar let u als beslagene op?

  • Controleer de verlofbeschikking: wie gaf het verlof, en staan de vordering en het bedrag erin?
  • Controleer of de beslaglegger de hoofdzaak heeft ingesteld binnen de termijn uit de verlofbeschikking, die ten minste veertien dagen na het beslag is (artikel 700 lid 3 Rv). Is dat niet gebeurd, dan is het beslag nietig.
  • Verzamel stukken waaruit blijkt dat de vordering is betaald, verjaard of ongegrond is.
  • Breng andere verhaalsmogelijkheden in kaart, of bereid een aanbod tot zekerheid voor, zoals een bankgarantie of depot.

Waar let u als beslaglegger op?

  • Leg in het verzoek om verlof de vordering volledig voor, ook de verweren van de schuldenaar die u kent.
  • Stel de eis in de hoofdzaak in binnen de termijn uit de verlofbeschikking (artikel 700 lid 3 Rv).
  • Leg niet meer beslag dan nodig is voor de vordering met rente en kosten.
  • Houd er rekening mee dat u de schade van de schuldenaar moet vergoeden als het beslag achteraf onterecht blijkt.

Wat kunnen wij voor u doen bij opheffing van conservatoir beslag?

Ligt er beslag op uw rekening, voorraad of woning, dan kunnen wij snel handelen:

  • Wij controleren de verlofbeschikking en het beslagexploot op vormverzuimen en toetsen de termijn voor de hoofdzaak (artikel 700 lid 3 Rv).
  • Wij beoordelen of de vordering summierlijk ondeugdelijk is of het beslag onnodig, en verzamelen de stukken die dat aantonen.
  • Wij laten een dagvaarding in kort geding uitbrengen en vorderen opheffing bij de voorzieningenrechter (artikel 705 Rv).
  • Wij onderhandelen met de beslaglegger over vrijwillige opheffing tegen zekerheid, zoals een bankgarantie of depot.
  • Wij beoordelen of u schadevergoeding kunt vorderen voor een onterecht gelegd beslag.

Samengevat

  • Opheffing van conservatoir beslag vordert u in kort geding bij de voorzieningenrechter die het verlof gaf (artikel 705 lid 1 Rv).
  • Artikel 705 lid 2 Rv noemt vier gronden: vormverzuim, ondeugdelijke vordering, onnodig beslag en voldoende zekerheid.
  • De rechter oordeelt alleen summierlijk; bij twijfel over de vordering blijft het beslag meestal liggen.
  • U draagt als beslagene de stelplicht en moet uw gronden met stukken aannemelijk maken.
  • Afwijzing van de vordering in eerste aanleg leidt niet automatisch tot opheffing zolang hoger beroep openstaat.

Bronvermelding

Wetgeving

  • Artikel 705 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – Opheffing van conservatoir beslag
  • Artikel 770b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – Conservatoir beslag bij echtscheiding

Jurisprudentie

  • Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1074
  • Hoge Raad 26 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:273
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3510
  • Rechtbank Midden-Nederland 17 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4461
  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 december 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:6455
  • Rechtbank Rotterdam 13 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1824

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.