Kosten kort geding: griffierecht, advocaat en deurwaarder

Advocaat rekent de kosten kort geding uit voor een cliënt

Gepubliceerd op 4 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 september 2026

De kosten van een kort geding bestaan uit drie posten: griffierecht, deurwaarderskosten en het honorarium van uw advocaat. Het griffierecht bij de rechtbank loopt in 2026 van € 341 voor een particulier tot € 10.487 voor een rechtspersoon met een vordering boven een miljoen euro; bij de kantonrechter blijft het tussen € 93 en € 1.504. De deurwaarder rekent voor de dagvaarding € 125,57. De advocaatkosten zijn de grootste en meest variabele post.

Kosten kort geding: de drie posten op een rij

Een kort geding is de spoedprocedure van artikel 254 Rv. De voorzieningenrechter behandelt een zaak alleen wanneer de eiser onverwijlde spoed aannemelijk maakt, en geeft een voorlopige voorziening: een ordemaatregel die geldt totdat de bodemrechter anders beslist. Die snelheid maakt de procedure aantrekkelijk, maar zij verandert niets aan de opbouw van de rekening.

Die opbouw is bij elke zaak hetzelfde. Het griffierecht is de wettelijk vastgestelde bijdrage aan de rechtbank en volgt uit de Wet griffierechten burgerlijke zaken. De deurwaarderskosten zijn de vergoeding voor het betekenen van de dagvaarding en staan in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders. De advocaatkosten zijn niet wettelijk genormeerd en hangen af van uurtarief en tijdsbesteding. Alleen de eerste twee posten kunt u vooraf tot op de euro nauwkeurig begroten.

Wat de rekening vervolgens bepaalt, is niet zozeer de procedure zelf als wel de voorbereiding: het uitzoeken van de feiten, het verzamelen en ordenen van bewijs en het opstellen van de dagvaarding. Over de vraag of die investering in uw geval verstandig is, leest u meer in ons artikel over kort geding versus bodemprocedure.

Opbouw van de kosten van een kort geding: griffierecht, deurwaarder en advocaat

Wat kost het griffierecht in 2026?

Het griffierecht is uw toegang tot de rechter: zonder betaling neemt de rechtbank de zaak niet in behandeling. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld en hangen af van twee dingen: wie de zaak aanbrengt en hoe hoog de vordering is. Een rechtspersoon betaalt aanzienlijk meer dan een natuurlijk persoon, en wie met een toevoeging procedeert valt in het laagste tarief.

Griffierecht bij de rechtbank

Voor een kort geding bij de voorzieningenrechter van de rechtbank gelden in 2026 de tarieven voor handelszaken, achtereenvolgens voor niet-natuurlijke personen, natuurlijke personen en on- of minvermogenden:

  • vordering van onbepaalde waarde: € 735, € 341 of € 93
  • vordering tot en met € 100.000: € 3.083, € 1.414 of € 93
  • vordering boven € 100.000 tot € 1.000.000: € 7.062, € 2.803 of € 93
  • vordering boven € 1.000.000: € 10.487, € 2.803 of € 93

Een vordering tot bijvoorbeeld nakoming, ontruiming of een verbod is een vordering van onbepaalde waarde. Vraagt u daarnaast een geldbedrag, dan bepaalt dat bedrag in welke klasse u valt. Het loont dus om vooraf scherp te formuleren wat u precies vordert.

Griffierecht bij de kantonrechter

Is de kantonrechter bevoegd, dan valt het griffierecht veel lager uit. Voor een niet-natuurlijke persoon loopt het van € 139 bij een vordering van onbepaalde waarde of tot € 500, via € 350, € 397, € 529 en € 559 in de tussenliggende klassen, tot € 1.504 boven € 12.500. Een natuurlijk persoon betaalt in dezelfde volgorde € 93, € 233 en € 265, en € 753 boven € 12.500. On- en minvermogenden betalen in alle klassen € 93.

De kantonrechter is op grond van artikel 93 Rv bevoegd bij vorderingen tot € 25.000, en ongeacht het bedrag bij arbeids-, huur-, consumentenkoop- en consumentenkredietzaken. Valt uw geschil daaronder, dan scheelt de keuze voor de kantonrechter al snel enkele duizenden euro aan griffierecht. De actuele bedragen staan in de tarieventabellen van de Rechtspraak voor civiele zaken en voor kantonzaken.

Griffierechttarieven 2026 voor een kort geding bij rechtbank en kantonrechter

Wanneer betaalt de gedaagde ook griffierecht?

Niet alleen de eiser krijgt een rekening van de rechtbank. Zodra de gedaagde in de procedure verschijnt om verweer te voeren, wordt ook hij griffierecht verschuldigd. Voor hem gelden dezelfde tarieftabellen, met hetzelfde onderscheid tussen rechtspersonen, natuurlijke personen en on- of minvermogenden.

Verschijnt de gedaagde helemaal niet, dan verleent de voorzieningenrechter verstek. De vordering wordt dan beoordeeld zonder dat er verweer tegenover staat, en zij wordt toegewezen tenzij zij de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Voor een gedaagde is wegblijven daarom zelden verstandig: het bespaart griffierecht, maar vergroot de kans op een veroordeling aanzienlijk, inclusief een kostenveroordeling.

Wat rekent de deurwaarder?

Een kort geding begint met een dagvaarding die door een gerechtsdeurwaarder wordt betekend. Zonder die betekening is de procedure niet rechtsgeldig aanhangig. De tarieven daarvoor zijn wettelijk vastgesteld in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders en worden jaarlijks per 1 januari geindexeerd.

Voor het exploot dat het geding inleidt, geldt sinds 1 januari 2026 een tarief van € 125,57. Daar komen btw en verschotten bij, en bij een kort geding vaak nog een tweede ambtshandeling, bijvoorbeeld de betekening van het vonnis. In verhouding tot het griffierecht en het advocaathonorarium is dit een bescheiden post, maar het is wel een post die u zelf moet voorschieten.

Waar hangen de advocaatkosten van af?

De advocaatkosten zijn niet gereguleerd en vormen doorgaans het grootste deel van de rekening. Zij worden bepaald door het uurtarief en door het aantal uren dat de zaak vergt. Dat aantal uren wordt in een kort geding vooral bepaald door de voorbereiding, want de zitting zelf duurt meestal niet langer dan een dagdeel.

Vier factoren verklaren de meeste verschillen. De feitelijke complexiteit weegt het zwaarst: een geschil over een onbetaalde factuur vergt minder uitzoekwerk dan een geschil over een concurrentiebeding, een licentie of een bestuursbesluit. Daarnaast telt de omvang van het dossier: hoe meer correspondentie en contractstukken moeten worden doorgenomen, hoe meer uren. Verder maakt het uit hoe de wederpartij zich opstelt, want een uitvoerige conclusie van antwoord vraagt om een uitvoerige reactie. Ten slotte speelt de vraag of naast het kort geding ook conservatoir beslag of een bodemprocedure moet worden voorbereid.

Vraag daarom altijd om een schriftelijke inschatting vooraf, met een onderscheid tussen voorbereiding, zitting en eventuele vervolgstappen. Een advocaat kan geen uitkomst garanderen, maar wel een realistische bandbreedte geven en aangeven bij welke gebeurtenissen die bandbreedte wordt overschreden.

Factoren die de advocaatkosten in een kort geding bepalen

Hoeveel van uw kosten krijgt u terug bij winst?

De rechter kan de verliezende partij op grond van artikel 237 Rv veroordelen in de proceskosten van de winnaar. Dat is een van de hardnekkigste misverstanden rond procederen: die veroordeling dekt zelden de werkelijke kosten. Het griffierecht en de deurwaarderskosten worden in beginsel volledig vergoed, maar voor het salaris van de advocaat hanteert de rechtspraak het liquidatietarief, een forfaitair bedrag dat losstaat van de daadwerkelijk bestede uren.

Dat forfaitaire bedrag wordt bepaald door het financiele belang van de zaak en het aantal proceshandelingen. In een kort geding gaat het om een beperkt aantal punten, zodat de vergoeding vrijwel altijd ver onder de werkelijke advocaatkosten blijft. Bij de kantonrechter geldt bovendien artikel 239 Rv, dat de vergoeding voor rechtsbijstand daar afzonderlijk regelt. Op de kostenveroordeling volgt op grond van artikel 237 Rv nog een bedrag aan nakosten voor de afwikkeling na het vonnis.

Er is een belangrijke uitzondering. In zaken over intellectuele eigendom kan de rechter op grond van artikel 1019h Rv de werkelijk gemaakte en redelijke proceskosten toewijzen. Buiten dat terrein kunt u alleen buitengerechtelijke kosten die u voor de procedure hebt gemaakt afzonderlijk vorderen, binnen de grenzen van artikel 6:96 BW. Hoe de rechter die afweging maakt, leggen wij uit in ons artikel over de proceskostenveroordeling.

Is een advocaat verplicht in een kort geding?

Dat hangt af van welke rechter de zaak behandelt. Voor een kort geding bij de voorzieningenrechter van de rechtbank geldt de procesvertegenwoordiging van artikel 79 Rv: de eiser moet zich door een advocaat laten bijstaan. Bij de kantonrechter mag u zelf procederen, ook in kort geding. Een gedaagde mag in beginsel in persoon verschijnen, maar heeft wel een advocaat nodig zodra hij bij de rechtbank een tegenvordering wil instellen.

Zelf procederen bespaart honorarium, maar niet vanzelf geld. Een kort geding kent korte termijnen, een strak omlijnde vraagstelling en weinig ruimte voor herstel: wat u op de zitting niet hebt aangevoerd of onderbouwd, telt niet mee. Een afgewezen vordering kost het griffierecht, de deurwaarderskosten en een kostenveroordeling, en zet uw onderhandelingspositie op achterstand. Wat het opstarten van zo een procedure praktisch inhoudt, leest u in ons artikel over de aanvraag van een kort geding.

Advocaat verplicht bij kort geding bij de rechtbank, niet bij de kantonrechter

Wanneer wegen de kosten op tegen het belang?

De kosten van een kort geding zijn zelden het echte vraagstuk; de verhouding tussen die kosten en het belang dat op het spel staat is dat wel. Gaat het om een dreigende ontruiming, een geblokkeerde levering, een uitgevoerd beslag of een verbod dat uw bedrijfsvoering stillegt, dan kan een procedure van enkele duizenden euro een veelvoud aan schade voorkomen. Gaat het om een betwiste factuur van een paar honderd euro, dan is de verhouding meestal zoek.

Weeg daarnaast de slagingskans mee. In kort geding beoordeelt de rechter voorlopig en zonder uitvoerige bewijslevering; een zaak die staat of valt met getuigen of een deskundigenbericht leent zich er slecht voor. Ook de verhaalbaarheid telt: een toewijzend vonnis tegen een partij zonder verhaalsmogelijkheden levert weinig op. Die afweging maakt u vooraf, niet achteraf; wij bespreken haar uitgebreider in ons artikel over de vraag wanneer procederen zin heeft.

Houd er ten slotte rekening mee dat het vonnis voorlopig is. De verliezer kan binnen vier weken hoger beroep instellen tegen een kortgedingvonnis, korter dan de gebruikelijke drie maanden in een bodemprocedure, en de bodemrechter kan later anders oordelen. Reken bij het begroten van uw kosten dus niet alleen op de eerste ronde.

Wat als u de kosten niet kunt dragen?

Voor wie een beperkt inkomen en vermogen heeft, bestaat gesubsidieerde rechtsbijstand: de zogenoemde toevoeging via de Raad voor Rechtsbijstand. De overheid vergoedt dan het grootste deel van het honorarium en u betaalt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Wie met een toevoeging procedeert, valt bovendien in het laagste griffierechttarief van € 93. Of u in aanmerking komt, hangt af van uw inkomen en vermogen in het peiljaar. Law More werkt niet op toevoegingsbasis.

Voor ondernemingen bestaat die route niet. Wel loont het na te gaan of een rechtsbijstandverzekering dekking biedt, of de wederpartij bereid is tot een regeling voordat de dagvaarding uitgaat, en of een minder ingrijpende voorziening hetzelfde resultaat bereikt. De informatie van de Rijksoverheid zet de hoofdlijnen van beide punten op een rij.

Veelgestelde vragen over de kosten van een kort geding

Kan ik een kort geding voeren zonder advocaat?

Bij de kantonrechter wel: daar mag u in persoon procederen. Bij de voorzieningenrechter van de rechtbank moet de eiser zich op grond van artikel 79 Rv door een advocaat laten bijstaan. Een gedaagde mag daar in persoon verschijnen, maar heeft een advocaat nodig voor een tegenvordering.

Wat kost een kort geding bij de rechtbank in 2026?

Het griffierecht bedraagt bij een vordering van onbepaalde waarde € 735 voor een rechtspersoon en € 341 voor een natuurlijk persoon, oplopend tot € 10.487 bij vorderingen boven een miljoen euro. Daar komen € 125,57 aan deurwaarderskosten en het advocaathonorarium bij.

Krijg ik mijn advocaatkosten terug als ik win?

Meestal maar deels. De rechter veroordeelt de verliezer op grond van artikel 237 Rv in de proceskosten, maar berekent het salaris van de advocaat volgens het forfaitaire liquidatietarief. Alleen in zaken over intellectuele eigendom kan op grond van artikel 1019h Rv de werkelijke kostenveroordeling volgen.

Wat als ik de proceskosten niet kan betalen?

Particulieren met een laag inkomen kunnen een toevoeging aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand en betalen dan een eigen bijdrage plus het verlaagde griffierecht van € 93. Voor ondernemingen bestaat die regeling niet.

Wie betaalt de kosten bij een schikking?

Dat bepalen partijen zelf; het is onderdeel van de onderhandeling. De meest gangbare afspraak is dat iedere partij de eigen kosten draagt. Leg die afspraak schriftelijk vast, samen met de vraag wie het al betaalde griffierecht draagt.

Hoe lang duurt het voordat ik een uitspraak heb?

Een kort geding wordt vaak binnen enkele weken behandeld en bij grote spoed sneller. De voorzieningenrechter doet doorgaans binnen twee weken na de zitting uitspraak, en kan bij bijzondere spoed volstaan met een kop-staartvonnis waarvan de motivering later volgt.

Uw zaak vooraf laten begroten

Wij zetten voor u op een rij welk griffierecht in uw situatie geldt, welke rechter bevoegd is en welke uren de zaak realistisch vergt, zodat u de kosten kunt afwegen tegen het belang voordat de dagvaarding uitgaat. Onze procesadvocaten in Eindhoven en Amsterdam voeren korte gedingen voor eisers en voor gedaagden. Neem gerust contact met ons op voor een inschatting.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.