Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Een kort geding kiest u als u niet kunt wachten: de voorzieningenrechter geeft binnen enkele weken een voorlopige beslissing. Een bodemprocedure duurt maanden en soms langer, maar levert een definitief oordeel na volledig onderzoek. De belangrijkste uitzondering: zonder spoedeisend belang wordt een kort geding afgewezen, en een geldvordering wijst de voorzieningenrechter alleen met terughoudendheid toe.
Hieronder leest u hoe beide procedures werken, welke criteria de keuze bepalen, welke termijnen gelden en hoe u een kort geding goed voorbereidt. Ook de spoedroutes in het huur-, arbeids-, familie- en bestuursrecht komen aan bod.
Inhoudsopgave
Wat is het verschil tussen een kort geding en een bodemprocedure?
Een kort geding levert snel een voorlopige voorziening op; een bodemprocedure levert een definitief vonnis over het hele geschil. De procedures verschillen verder in duur, bewijsmogelijkheden en de rechter die beslist.

Het kort geding is geregeld in de artikelen 254 tot en met 260 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De voorzieningenrechter kan in alle spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening bij voorraad treffen als dat, gelet op de belangen van partijen, nodig is. U vraagt bijvoorbeeld een gebod, een verbod of een voorschot op een betaling. Meer over het verloop leest u op onze pagina over de procedure in kort geding.
Een kortgedingvonnis is uitvoerbaar bij voorraad, maar de bodemrechter is er niet aan gebonden. Het vonnis heeft geen gezag van gewijsde. Wie het geschil definitief beslecht wil zien, kan daarna of in plaats daarvan een bodemprocedure starten.
De bodemprocedure is de gewone civiele procedure. De rechter onderzoekt de feiten volledig, kan getuigen horen en deskundigen benoemen, en beslist over alle vorderingen: schadevergoeding, ontbinding, een verklaring voor recht of nakoming. Het vonnis is bindend voor partijen en wordt onherroepelijk als niemand hoger beroep instelt.
Wanneer kiest u voor een kort geding?
Kies voor een kort geding als u direct een maatregel nodig heeft en wachten op een bodemprocedure ernstige schade oplevert. De zaak moet bovendien eenvoudig genoeg zijn om op basis van stukken en één zitting te beoordelen.
Waarom is spoedeisend belang doorslaggevend?
Spoedeisend belang is de toegangspoort tot het kort geding. De voorzieningenrechter toetst eerst of van u in redelijkheid niet kan worden gevergd dat u de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Ontbreekt dat belang, dan wijst hij de vordering af, hoe sterk uw zaak inhoudelijk ook is.
Voorbeelden zijn een concurrent die uw merk zonder toestemming gebruikt, een oud-werknemer die vertrouwelijke informatie verspreidt, een werkgever die het loon niet meer betaalt, of een publicatie die uw privacy ernstig schendt. Wacht zelf niet te lang: wie maanden stilzit, maakt het moeilijk om spoed aannemelijk te maken. Meer over de afweging leest u in ons artikel over wanneer procederen zinvol is.
Kunt u een geldvordering in kort geding instellen?
Een geldvordering kan in kort geding worden toegewezen, maar de rechter is terughoudend. Hij kijkt of de vordering in een bodemprocedure zeer waarschijnlijk zal slagen, en weegt het risico mee dat het bedrag later niet kan worden terugbetaald.
Een gewone betalingsachterstand van een zakelijke debiteur is daarom meestal niet genoeg. Voor een onbetaalde factuur is een incassoprocedure of een bodemprocedure vaak de betere weg. Vreest u dat een debiteur vermogen wegsluist, dan kunt u de voorzieningenrechter om verlof voor conservatoir beslag vragen (artikel 700 Rv). De eis in de hoofdzaak moet u dan instellen binnen de termijn die de rechter in het verlof bepaalt, in de praktijk vaak veertien dagen na het beslag.
Is uw zaak geschikt voor kort geding als er veel bewijs nodig is?
Meestal niet: een kort geding past alleen bij zaken die op basis van stukken en één zitting te beoordelen zijn. In een kort geding worden vrijwel nooit getuigen gehoord en zelden deskundigen benoemd. Het schriftelijke dossier en de zitting bepalen de uitkomst.
Een duidelijke contractbreuk, een evidente inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht of een eenvoudig arbeidsgeschil past daarom goed in kort geding. Lastige aansprakelijkheidsvragen, zaken waarin getuigen nodig zijn, technische geschillen en ingewikkelde uitleg van contracten horen in een bodemprocedure.
Wanneer kiest u voor een bodemprocedure?
Kies voor een bodemprocedure als u een definitieve en bindende beslissing wilt, als uw zaak bewijs met getuigen of deskundigen vraagt, of als er geen spoed is. Ook schadevergoeding die nog moet worden vastgesteld, hoort in een bodemprocedure.
Een bodemprocedure kost meer tijd en meer werk, maar geeft zekerheid. Het vonnis heeft gezag van gewijsde: partijen kunnen hetzelfde geschil niet opnieuw aan de rechter voorleggen. Veel partijen beginnen met een kort geding en starten daarna een bodemprocedure, bijvoorbeeld als de verliezer van het kort geding het oordeel niet accepteert. Wat de start van een procedure inhoudt, leest u in ons artikel over een civiele procedure starten.
Hoe verloopt een kort geding?
Een kort geding begint met een dagvaarding voor een zitting die de voorzieningenrechter vaststelt. Na de mondelinge behandeling volgt meestal binnen enkele weken, vaak binnen twee weken, een vonnis dat direct uitvoerbaar is.

Hoe komt u aan een zittingsdatum en een dagvaarding?
Uw advocaat vraagt bij de rechtbank een zittingsdatum aan, meestal met een concept van de dagvaarding. Partijen geven hun verhinderdata door. De voorzieningenrechter bepaalt de datum en de termijn waarbinnen moet worden gedagvaard; bij grote spoed kan dat een kwestie van dagen zijn. Daarna brengt de deurwaarder de dagvaarding uit.
De dagvaarding maakt duidelijk waarom u niet kunt wachten, welke schade dreigt en wat u precies van de rechter vraagt. De gedaagde voert zijn verweer in de regel mondeling op de zitting, vaak aan de hand van een pleitnota, en kan vooraf stukken indienen.
Bij de rechtbank moet de eiser zich laten bijstaan door een advocaat. De gedaagde mag in kort geding zelf verschijnen. In zaken die tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoren, zoals arbeids- en huurzaken, is voor geen van beide partijen een advocaat verplicht.
Wat gebeurt er op de zitting bij de voorzieningenrechter?
De voorzieningenrechter is één rechter die spoedzaken behandelt. Op de zitting toetst hij eerst het spoedeisend belang en daarna, globaal, of de vordering in een bodemprocedure kans van slagen heeft.
Beide partijen lichten hun standpunt toe en de rechter stelt vragen. Het bewijs wordt summier beoordeeld. Vaak probeert de rechter ter zitting ook of partijen een regeling kunnen treffen.
Wat bepaalt het kortgedingvonnis?
Het vonnis bevat een gebod, een verbod, een voorschot of een afwijzing. Het is uitvoerbaar bij voorraad: u moet het naleven, ook als u het er niet mee eens bent en in hoger beroep gaat.
Naleving wordt meestal afgedwongen met een dwangsom per dag of per overtreding. Aan een veroordeling tot betaling van een geldsom kan geen dwangsom worden verbonden (artikel 611a Rv). Het voorlopige karakter heeft een keerzijde: wie het vonnis ten uitvoer legt, doet dat op eigen risico. Wordt het later vernietigd, dan moet het ontvangene worden terugbetaald en kan de schade van de tenuitvoerlegging voor rekening van de executant komen.
Wanneer kunt u in hoger beroep na een kort geding?
Tegen een kortgedingvonnis kunt u binnen vier weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof (artikel 339 lid 2 Rv). Die termijn is fataal.
Het hoger beroep schort de tenuitvoerlegging niet op. Het hof beoordeelt de zaak opnieuw en kan ook nieuwe feiten meewegen. Veranderen de omstandigheden wezenlijk, dan kan in een nieuw kort geding om aanpassing of opheffing van de voorziening worden gevraagd.
Hoe verloopt een bodemprocedure?
Een bodemprocedure begint met een dagvaarding, gevolgd door een conclusie van antwoord en meestal een mondelinge behandeling. Waar nodig volgt bewijslevering, en de zaak eindigt met een eindvonnis.
Wat staat er in de dagvaarding?
De advocaat van de eiser stelt de dagvaarding op met de feiten, de juridische gronden en de vordering. De deurwaarder brengt haar uit. Tussen de dagvaarding en de eerste roldatum moet bij een gedaagde in Nederland ten minste een week zitten; voor gedaagden in het buitenland gelden langere termijnen.
Verschijnt de gedaagde niet, terwijl de dagvaarding correct is uitgebracht, dan kan de rechter verstek verlenen en de vordering toewijzen als die hem niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Hoe verlopen de schriftelijke en de mondelinge fase?
De gedaagde antwoordt met een conclusie van antwoord. Daarna volgt meestal een mondelinge behandeling waarin de rechter vragen stelt en de mogelijkheid van een schikking verkent. Soms laat de rechter eerst nog een schriftelijke ronde van repliek en dupliek toe. Hoe een procedure er in grote lijnen uitziet, leest u in ons artikel over het verloop van een rechtszaak, en wat er op de zitting gebeurt in ons artikel over de mondelinge behandeling.
Hoe verloopt de bewijslevering?
Betwist de gedaagde feiten waarop de eiser zich beroept, dan kan de rechter een partij opdragen die feiten te bewijzen. Dat gebeurt met schriftelijke stukken, getuigenverhoren, een deskundigenonderzoek of een plaatsopneming.
Getuigen verklaren onder ede of belofte. Bij technische of specialistische vragen kan de rechter een onafhankelijke deskundige benoemen, op wiens rapport partijen mogen reageren. Bewijslevering kan de procedure met maanden verlengen.
Wat staat er in het eindvonnis en wanneer kunt u in hoger beroep?
Het eindvonnis bevat de beslissing en de motivering, en meestal een veroordeling van de verliezer in de proceskosten. Dat is een forfaitaire vergoeding, geen volledige vergoeding van de advocaatkosten.
Tegen een eindvonnis staat hoger beroep open binnen drie maanden na de uitspraak (artikel 339 lid 1 Rv), mits het belang van de zaak boven de appelgrens van 1.750 euro ligt. Het hof behandelt de zaak dan opnieuw. Stelt niemand op tijd hoger beroep in, dan wordt het vonnis onherroepelijk.
Welke rechter behandelt uw zaak?
Een kort geding behandelt de voorzieningenrechter. In een bodemprocedure hangt het af van het bedrag en het soort zaak of de kantonrechter of de civiele kamer van de rechtbank bevoegd is.
De kantonrechter behandelt volgens artikel 93 Rv geldvorderingen tot en met 25.000 euro, en daarnaast ongeacht het bedrag onder meer arbeidszaken, huurzaken, consumentenkoop en consumentenkrediet. Bij de kantonrechter mag u zelf procederen. Andere zaken gaan naar de civiele kamer van de rechtbank, waar een advocaat verplicht is. Handelszaken tussen ondernemingen boven dat bedrag komen daar dus terecht.
De kantonrechter werkt in de regel met eenvoudigere procedureregels. Tegen vonnissen van beide rechters staat, boven de appelgrens, hoger beroep open bij het gerechtshof.
Hoe lang duren beide procedures?
Een kort geding is vaak binnen vier tot acht weken na het aanvragen van een zittingsdatum afgerond. Een bodemprocedure duurt in eerste aanleg al snel een jaar, en met bewijslevering of hoger beroep aanzienlijk langer.
De doorlooptijden verschillen per rechtbank en per zaak. Bij grote spoed kan een kort geding binnen enkele dagen worden behandeld. Een bodemprocedure bij de kantonrechter is vaak sneller dan bij de civiele kamer. Door de kortere duur en de beperktere voorbereiding is een kort geding meestal ook minder kostbaar. Houd er rekening mee dat na een kort geding alsnog een bodemprocedure kan volgen. Meer over de duur en over manieren om die te beperken leest u in ons artikel over de duur van een rechtszaak.
Hoe bereidt u een kort geding voor?
Zorg dat het dossier compleet is en formuleer een vordering die uitvoerbaar is. In kort geding is het schriftelijke dossier het bewijs.
Verzamel vooraf de correspondentie, de overeenkomst en de algemene voorwaarden, de ingebrekestelling, foto’s of schermafdrukken met een zichtbare datum en, waar mogelijk, schriftelijke verklaringen van betrokkenen. Wat niet in het dossier zit, bestaat voor de rechter in feite niet.
Omschrijf een verbod zo dat een deurwaarder later kan vaststellen of het is overtreden. Een gebod moet zeggen wat er moet gebeuren en binnen welke termijn. Vraag subsidiair een minder vergaande voorziening, zodat de rechter een alternatief heeft.
Welke spoedprocedures gelden in het huur-, arbeids- en familierecht?
In deze rechtsgebieden gelden eigen accenten, en soms is niet het kort geding maar een andere procedure de juiste weg.
In het huurrecht is ontruiming de klassieke inzet. De rechter is daarbij terughoudend, omdat ontruiming in feite onomkeerbaar is; een enkele betalingsachterstand is meestal niet genoeg. In het arbeidsrecht gaat het vaak om loon, wedertewerkstelling of de schorsing van een concurrentiebeding. Een opzegging of ontbinding aantasten loopt niet via kort geding, maar via een verzoekschrift bij de kantonrechter, in de regel binnen twee maanden (artikel 7:686a lid 4 BW).
In familiezaken kan de rechtbank tijdens een echtscheidingsprocedure voorlopige voorzieningen treffen, bijvoorbeeld over het gebruik van de woning, de zorgregeling en een bijdrage in het levensonderhoud. Buiten een lopende echtscheiding blijft het kort geding het aangewezen middel, bijvoorbeeld bij een dreigende verhuizing met de kinderen of een geschil over een paspoort.
Hoe vraagt u een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter?
Tegen een besluit van de overheid vraagt u geen kort geding, maar een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter. Volgens artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht moet dan al bezwaar of beroep tegen het besluit aanhangig zijn.
Wie dat vergeet, wordt niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging, waarin een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit meeweegt. Loopt al beroep bij de rechtbank en leent de zaak zich daarvoor, dan kan hij volgens artikel 8:86 Awb meteen uitspraak doen in de hoofdzaak.
Welke andere mogelijkheden zijn er?
Naast kort geding en bodemprocedure kunt u vooraf bewijs veiligstellen, of het geschil buiten de rechter om oplossen met mediation of arbitrage.
Met voorlopige bewijsverrichtingen, zoals een voorlopig getuigenverhoor of een voorlopig deskundigenonderzoek, legt u bewijs vast voordat een procedure begint. Dat is zinvol als een getuige hoogbejaard of ernstig ziek is, naar het buitenland vertrekt, of als een situatie ter plaatse gaat veranderen. Ook helpt het om de kansen van een procedure in te schatten. Meer daarover leest u in ons artikel over voorlopige bewijsverrichtingen en digitaal bewijs.
Bij mediation zoeken partijen met een neutrale mediator zelf een oplossing. Dat is vaak sneller en kan de relatie sparen. Bij arbitrage beslist een arbiter bindend buiten de overheidsrechter om; dat komt vooral voor als een overeenkomst of branchevoorwaarden daarin voorzien. Kijk daarom eerst naar de geschillenregeling in uw contract, want een geldig arbitragebeding kan de gang naar de gewone rechter blokkeren. Een kort geding blijft ook dan vaak mogelijk.
Wat doet u als u zelf in kort geding wordt gedagvaard?
Neem de dagvaarding direct serieus: de zitting kan binnen enkele dagen of weken zijn, en uw verweer moet dan klaar liggen. Wie niet verschijnt, loopt het risico dat de vordering bij verstek wordt toegewezen.
Controleer eerst of de eiser werkelijk een spoedeisend belang heeft en of de vordering zich wel leent voor kort geding. Een ingewikkeld feitencomplex of een betwiste geldvordering is vaak een sterk verweer. Verzamel daarna uw eigen stukken en zorg dat u kunt laten zien waarom de gevraagde maatregel onevenredig zou zijn. Denk ook na over een tegenvordering in reconventie, of over een voorstel voor een regeling ter zitting. Na het vonnis heeft u vier weken voor hoger beroep, en u kunt zelf een bodemprocedure starten om een definitief oordeel te krijgen.
Wat kunnen wij voor u doen bij een kort geding of bodemprocedure?
Wij helpen u de juiste route te kiezen en voeren de procedure voor u, als eiser of als gedaagde.
- Wij toetsen of u een spoedeisend belang heeft en of uw vordering past in kort geding of beter in een bodemprocedure.
- Wij vragen een zittingsdatum aan en stellen de dagvaarding op, met een uitvoerbaar gebod of verbod en een subsidiaire vordering.
- Wij vragen zo nodig verlof voor conservatoir beslag (artikel 700 Rv) en stellen de eis in de hoofdzaak in binnen de termijn die de rechter bepaalt.
- Wij voeren uw verweer als u zelf bent gedagvaard en beoordelen of een eis in reconventie zinvol is.
- Wij bewaken de termijnen voor hoger beroep: vier weken na een kortgedingvonnis en drie maanden na een eindvonnis (artikel 339 Rv).
Samengevat
- Een kort geding geeft binnen weken een voorlopige beslissing, maar alleen als u een spoedeisend belang heeft.
- Een bodemprocedure duurt langer, maar levert een definitief vonnis met volledige bewijslevering.
- Geldvorderingen wijst de voorzieningenrechter terughoudend toe; bij een risico op wegsluizen is conservatoir beslag vaak de betere eerste stap.
- Hoger beroep kan binnen vier weken tegen een kortgedingvonnis en binnen drie maanden tegen een eindvonnis.
- Tegen een overheidsbesluit vraagt u een voorlopige voorziening, en dan moet al bezwaar of beroep lopen.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen een kort geding en een bodemprocedure?
Een kort geding is een spoedprocedure waarin de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treft. U moet een spoedeisend belang hebben, en de rechter beoordeelt het bewijs summier.
Een bodemprocedure behandelt het hele geschil, met ruimte voor getuigen en deskundigen. Het vonnis is bindend en wordt onherroepelijk als niemand op tijd hoger beroep instelt.
Hoe snel kunt u een uitspraak verwachten in een kort geding?
In een kort geding volgt het vonnis meestal binnen enkele weken na de zitting, vaak binnen twee weken. De zitting zelf kan bij grote spoed al na enkele dagen plaatsvinden.
Een bodemprocedure duurt in eerste aanleg vaak een jaar of langer, afhankelijk van de rechtbank, de bewijslevering en de opstelling van partijen.
Welke zaken zijn geschikt voor een kort geding?
Typische voorbeelden zijn een werkgever die het loon niet betaalt, een inbreuk op een merk of auteursrecht, een dreigende publicatie die uw privacy schendt, of een geschil over een paspoort of verhuizing met kinderen.
Ook wie een dreigende executie of beslaglegging wil tegenhouden, kan zich tot de voorzieningenrechter wenden. Steeds gaat het om situaties die geen uitstel verdragen en die op basis van de stukken te beoordelen zijn.
Aan welke voorwaarden moet u voldoen om een bodemprocedure te starten?
U moet voldoende belang hebben bij uw vordering (artikel 3:303 BW) en een vordering die op een juridische grondslag rust, zoals een overeenkomst of een onrechtmatige daad. Bij de rechtbank heeft u een advocaat nodig; bij de kantonrechter niet.
Een voorafgaande schikkingspoging is geen wettelijke voorwaarde. De rechter verwacht wel dat u de wederpartij eerst in de gelegenheid stelt om na te komen, bijvoorbeeld met een sommatie of ingebrekestelling.
Zijn de uitspraken van een kort geding definitief of voorlopig?
Een kortgedingvonnis is voorlopig. Het is direct uitvoerbaar, maar de bodemrechter is er niet aan gebonden en kan anders beslissen.
Start niemand een bodemprocedure, dan blijft de voorziening in de praktijk gewoon gelden. Veel geschillen eindigen daarom na het kort geding, vaak met een regeling tussen partijen.
Hoe beïnvloedt de keuze de kosten en de duur van de procedure?
Een kort geding is door de korte doorlooptijd en de beperkte voorbereiding meestal minder kostbaar dan een bodemprocedure. Volgt daarna alsnog een bodemprocedure, dan komen die kosten erbij.
Een bodemprocedure vraagt meer processtukken, soms bewijslevering en extra zittingen. De verliezer wordt meestal veroordeeld in de proceskosten, maar dat is een vaste vergoeding die de werkelijke kosten zelden volledig dekt.
Law & More procedeert in kort geding en in bodemprocedures voor ondernemers en particulieren, en helpt u vooraf de juiste route te kiezen. Meer over onze werkzaamheden leest u op de pagina over civiel recht.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.