Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een kort geding kiest u als u niet kunt wachten: de voorzieningenrechter geeft binnen enkele weken een voorlopige beslissing. Een bodemprocedure duurt maanden of langer, maar levert een definitief oordeel na volledig onderzoek. De belangrijkste uitzondering: zonder spoedeisend belang wordt een kort geding afgewezen, en een geldvordering wijst de voorzieningenrechter alleen terughoudend toe.
Hieronder leest u hoe beide procedures werken, welke criteria de keuze bepalen, welke termijnen en griffierechten gelden en hoe u een kort geding voorbereidt. Ook de spoedroutes in het huur-, arbeids-, familie- en bestuursrecht komen aan bod.
Inhoudsopgave
Kort geding en bodemprocedure naast elkaar

| Kort geding | Bodemprocedure | |
|---|---|---|
| Wettelijke basis | Art. 254-260 Rv | Gewone dagvaardingsprocedure in Rv |
| Toegangseis | Spoedeisend belang | Voldoende belang (art. 3:303 BW) |
| Rechter | Voorzieningenrechter | Kantonrechter of civiele kamer rechtbank |
| Bewijs | Summier, vooral stukken; vrijwel nooit getuigen | Volledig: getuigen, deskundigen, plaatsopneming |
| Uitkomst | Voorlopige voorziening, uitvoerbaar bij voorraad | Definitief vonnis met gezag van gewijsde |
| Gebondenheid bodemrechter | Nee (art. 257 Rv) | N.v.t. |
| Hoger beroep | Binnen vier weken (art. 339 lid 2 Rv) | Binnen drie maanden (art. 339 lid 1 Rv) |
| Doorlooptijd eerste aanleg | Enkele dagen tot enkele weken | Vaak een jaar, met bewijslevering langer |
Het kort geding is geregeld in de artikelen 254 tot en met 260 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De voorzieningenrechter kan in alle spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening bij voorraad treffen als dat, gelet op de belangen van partijen, nodig is. U vraagt bijvoorbeeld een gebod, een verbod of een voorschot op een betaling. Meer over het verloop leest u op onze pagina over de procedure in kort geding.
Een kortgedingvonnis is uitvoerbaar bij voorraad, maar heeft geen gezag van gewijsde: volgens artikel 257 Rv brengt het geen nadeel toe aan de hoofdzaak. De bodemprocedure is de gewone civiele procedure. De rechter onderzoekt de feiten volledig en beslist over alle vorderingen: schadevergoeding, ontbinding, een verklaring voor recht of nakoming. Het vonnis wordt onherroepelijk als niemand op tijd hoger beroep instelt.
Wanneer kiest u voor een kort geding?
Als u direct een maatregel nodig heeft, wachten op een bodemprocedure ernstige schade oplevert en de zaak eenvoudig genoeg is om op stukken en één zitting te beoordelen.
Spoedeisend belang: de toegangspoort
De voorzieningenrechter toetst eerst of van u in redelijkheid niet kan worden gevergd dat u de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Ontbreekt dat belang, dan wijst hij de vordering af, hoe sterk uw zaak inhoudelijk ook is. Denk aan een concurrent die uw merk zonder toestemming gebruikt, een oud-werknemer die vertrouwelijke informatie verspreidt, een werkgever die geen loon meer betaalt of een publicatie die uw privacy ernstig schendt.
Wacht zelf niet te lang: wie maanden stilzit, maakt spoed moeilijk aannemelijk. Meer over de afweging leest u in ons artikel over wanneer procederen zinvol is.
Een geldvordering in kort geding
Een geldvordering kan in kort geding worden toegewezen, maar de rechter is terughoudend. Hij kijkt of de vordering in een bodemprocedure zeer waarschijnlijk slaagt, en weegt het risico mee dat het bedrag later niet kan worden terugbetaald. Een gewone betalingsachterstand van een zakelijke debiteur is meestal niet genoeg. Voor een onbetaalde factuur is een incasso- of bodemprocedure vaak de betere weg.
Zo wees de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 13 september 2023 een vordering tot betaling van contractuele boetes af. Het was niet met grote waarschijnlijkheid zeker dat de bodemrechter die boetes volledig zou toewijzen, en spoed ontbrak. Ook een voorschot op schadevergoeding van € 5.000 werd afgewezen, omdat de schade niet concreet was onderbouwd (ECLI:NL:RBDHA:2023:13821).
Vreest u dat een debiteur vermogen wegsluist, dan vraagt u de voorzieningenrechter verlof voor conservatoir beslag (artikel 700 Rv). De eis in de hoofdzaak stelt u dan in binnen de termijn die de rechter in het verlof bepaalt; volgens artikel 700 lid 3 Rv is dat ten minste veertien dagen na het beslag.
Veel bewijs nodig? Dan meestal niet
In kort geding worden vrijwel nooit getuigen gehoord en zelden deskundigen benoemd. Het schriftelijke dossier en de zitting bepalen de uitkomst. Een duidelijke contractbreuk, een evidente inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht of een eenvoudig arbeidsgeschil past daarom goed. Lastige aansprakelijkheidsvragen, zaken met getuigen, technische geschillen en ingewikkelde contractuitleg horen in een bodemprocedure.
Wanneer kiest u voor een bodemprocedure?
Als u een definitieve en bindende beslissing wilt, als uw zaak bewijs met getuigen of deskundigen vraagt, of als er geen spoed is. Ook schadevergoeding die nog moet worden vastgesteld, hoort in een bodemprocedure. Het vonnis heeft gezag van gewijsde (artikel 236 Rv): partijen kunnen hetzelfde geschil niet opnieuw voorleggen.
Veel partijen beginnen met een kort geding en starten daarna een bodemprocedure, bijvoorbeeld als de verliezer het oordeel niet accepteert. Wat een procedure in grote lijnen inhoudt, leest u in ons artikel over een civiele procedure starten.
Een kort geding in vier stappen

1. Zittingsdatum aanvragen en dagvaarden
Uw advocaat vraagt bij de rechtbank een zittingsdatum aan, meestal met een concept van de dagvaarding. Partijen geven verhinderdata door. De voorzieningenrechter bepaalt de datum en de termijn waarbinnen moet worden gedagvaard; bij grote spoed is dat een kwestie van dagen. Daarna brengt de deurwaarder de dagvaarding uit. Die maakt duidelijk waarom u niet kunt wachten, welke schade dreigt en wat u precies vraagt.
Bij de rechtbank moet de eiser zich laten bijstaan door een advocaat; de gedaagde mag in kort geding zelf verschijnen (artikel 255 Rv). In zaken die tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoren, zoals arbeids- en huurzaken, is voor geen van beide partijen een advocaat verplicht.
2. De zitting bij de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter is één rechter die spoedzaken behandelt. Hij toetst eerst het spoedeisend belang en daarna globaal of de vordering in een bodemprocedure kans van slagen heeft. De gedaagde voert zijn verweer meestal mondeling, vaak aan de hand van een pleitnota, en kan vooraf stukken indienen. Vaak verkent de rechter ter zitting of partijen een regeling kunnen treffen.
3. Het vonnis en de dwangsom
Het vonnis volgt meestal binnen enkele weken na de zitting, vaak binnen twee weken. Het bevat een gebod, verbod, voorschot of afwijzing en is uitvoerbaar bij voorraad: u moet het naleven, ook als u in hoger beroep gaat. Naleving wordt meestal afgedwongen met een dwangsom per dag of per overtreding. Aan een veroordeling tot betaling van een geldsom kan geen dwangsom worden verbonden (artikel 611a lid 1 Rv).
Wie het vonnis ten uitvoer legt, doet dat op eigen risico. Wordt het later vernietigd, dan moet het ontvangene worden terugbetaald en kan de schade van de tenuitvoerlegging voor rekening van de executant komen.
4. Hoger beroep binnen vier weken
Tegen een kortgedingvonnis stelt u binnen vier weken hoger beroep in bij het gerechtshof (artikel 339 lid 2 Rv). Die termijn is fataal. Het hoger beroep schort de tenuitvoerlegging niet op. Veranderen de omstandigheden wezenlijk, dan kan in een nieuw kort geding om aanpassing of opheffing van de voorziening worden gevraagd.
In hoger beroep beoordeelt het hof uit zichzelf of er op het moment van zijn eigen beslissing nog spoedeisend belang is. Dat besliste de Hoge Raad op 25 oktober 2024. Is het spoedeisend belang inmiddels weg, dan moet het hof nog wel beoordelen of de voorziening in eerste aanleg terecht was toegewezen. Was dat zo, dan blijft een dwangsomveroordeling gelden voor de periode tot de uitspraak in hoger beroep (ECLI:NL:HR:2024:1541).
De bodemprocedure stap voor stap
- Dagvaarding. De advocaat van de eiser zet de feiten, gronden en vordering uiteen; de deurwaarder brengt haar uit. Bij een gedaagde in Nederland zit tussen dagvaarding en eerste roldatum ten minste een week (artikel 114 Rv). Verschijnt de gedaagde niet, dan kan de rechter verstek verlenen en de vordering toewijzen als die hem niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv).
- Conclusie van antwoord. De gedaagde reageert schriftelijk, eventueel met een eis in reconventie.
- Mondelinge behandeling. De rechter stelt vragen en verkent een schikking. Soms volgt eerst een schriftelijke ronde van repliek en dupliek.
- Bewijslevering. Betwist de gedaagde feiten, dan kan de rechter een partij opdragen die te bewijzen met stukken, getuigen, een deskundigenonderzoek of een plaatsopneming. Dat kan de procedure met maanden verlengen.
- Eindvonnis. Met motivering en meestal een proceskostenveroordeling. Die is forfaitair en dekt de werkelijke advocaatkosten zelden.
Tegen een eindvonnis staat hoger beroep open binnen drie maanden (artikel 339 lid 1 Rv), als het belang boven de appelgrens van € 1.750 ligt (artikel 332 Rv). Meer over de zitting leest u in ons artikel over de mondelinge behandeling.
Kantonrechter of civiele kamer?
Een kort geding behandelt de voorzieningenrechter. In een bodemprocedure hangt het af van bedrag en soort zaak. De kantonrechter behandelt volgens artikel 93 Rv geldvorderingen tot en met € 25.000, en ongeacht het bedrag onder meer arbeidszaken, huurzaken, consumentenkoop en consumentenkrediet. Daar mag u zelf procederen. Andere zaken gaan naar de civiele kamer van de rechtbank, waar een advocaat verplicht is. Handelszaken tussen ondernemingen boven € 25.000 komen dus daar terecht.
Wat kost het griffierecht in 2026?
Voor een kort geding en een bodemprocedure geldt hetzelfde griffierecht. Eiser en gedaagde betalen beide; bij de kantonrechter betaalt de gedaagde alleen als hij verschijnt. Een selectie van de tarieven per 1 januari 2026, volgens Rechtspraak.nl:
| Zaak (per 1 januari 2026) | Rechtspersoon | Natuurlijk persoon | Onvermogend |
|---|---|---|---|
| Rechtbank, onbepaalde waarde | € 735 | € 341 | € 93 |
| Rechtbank, tot € 100.000 | € 3.083 | € 1.414 | € 93 |
| Rechtbank, € 100.000 tot € 1.000.000 | € 7.062 | € 2.803 | € 93 |
| Kanton, onbepaald of tot en met € 500 | € 139 | € 93 | € 93 |
| Kanton, € 5.000 tot € 12.500 | € 559 | € 265 | € 93 |
| Kanton, meer dan € 12.500 | € 1.504 | € 753 | € 93 |
Volgt na een kort geding alsnog een bodemprocedure, dan betaalt u het griffierecht opnieuw.
Hoe lang duren beide procedures?
Een kort geding is vaak binnen vier tot acht weken na het aanvragen van een zittingsdatum afgerond; bij grote spoed kan de zitting binnen enkele dagen zijn. Een bodemprocedure duurt in eerste aanleg al snel een jaar, met bewijslevering of hoger beroep aanzienlijk langer. Bij de kantonrechter gaat het vaak sneller dan bij de civiele kamer. Meer daarover leest u in ons artikel over de duur van een rechtszaak.
Hoe bereidt u een kort geding voor?
In kort geding is het schriftelijke dossier het bewijs. Verzamel vooraf de correspondentie, de overeenkomst en algemene voorwaarden, de ingebrekestelling, foto’s of schermafdrukken met een zichtbare datum en waar mogelijk schriftelijke verklaringen van betrokkenen. Wat niet in het dossier zit, bestaat voor de rechter in feite niet.
Formuleer een vordering die uitvoerbaar is. Omschrijf een verbod zo dat een deurwaarder later kan vaststellen of het is overtreden. Een gebod zegt wat er moet gebeuren en binnen welke termijn. Vraag daarnaast een minder vergaande voorziening als alternatief, zodat de rechter kan kiezen.
Spoedroutes in huur-, arbeids- en familiezaken
In het huurrecht is ontruiming de klassieke inzet. De rechter is terughoudend, omdat ontruiming in feite onomkeerbaar is; een enkele betalingsachterstand is meestal niet genoeg. In het arbeidsrecht gaat het vaak om loon, wedertewerkstelling of schorsing van een concurrentiebeding. Een opzegging of ontbinding aantasten loopt niet via kort geding, maar via een verzoekschrift bij de kantonrechter, in de regel binnen twee maanden (artikel 7:686a lid 4 BW).
In familiezaken kan de rechtbank tijdens een echtscheidingsprocedure voorlopige voorzieningen treffen (artikel 821 Rv), bijvoorbeeld over het gebruik van de woning, de zorgregeling en een bijdrage in het levensonderhoud. Buiten een lopende echtscheiding blijft het kort geding het aangewezen middel, bijvoorbeeld bij een dreigende verhuizing met de kinderen of een geschil over een paspoort.
Tegen een overheidsbesluit: de voorlopige voorziening
Tegen een besluit van de overheid vraagt u geen kort geding, maar een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter. Volgens artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht moet dan al bezwaar of beroep tegen het besluit lopen. Wie dat vergeet, wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging, waarin een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit meeweegt. Loopt al beroep bij de rechtbank en leent de zaak zich ervoor, dan kan hij volgens artikel 8:86 Awb meteen uitspraak doen in de hoofdzaak.
Bewijs veiligstellen, mediation of arbitrage
Met voorlopige bewijsverrichtingen, zoals een voorlopig getuigenverhoor of deskundigenonderzoek, legt u bewijs vast voordat een procedure begint. Dat is zinvol als een getuige ernstig ziek is of naar het buitenland vertrekt, of als een situatie ter plaatse gaat veranderen. Meer daarover leest u in ons artikel over voorlopige bewijsverrichtingen en digitaal bewijs.
Bij mediation zoeken partijen met een neutrale mediator zelf een oplossing. Bij arbitrage beslist een arbiter bindend buiten de overheidsrechter om. Kijk eerst naar de geschillenregeling in uw contract: een geldig arbitragebeding kan de gang naar de gewone rechter blokkeren, al blijft een kort geding vaak mogelijk.
Zelf in kort geding gedagvaard: wat nu?
Neem de dagvaarding direct serieus: de zitting kan binnen enkele dagen of weken zijn. Wie niet verschijnt, loopt het risico dat de vordering bij verstek wordt toegewezen.
- Controleer of de eiser werkelijk spoedeisend belang heeft en of de vordering zich voor kort geding leent. Een ingewikkeld feitencomplex of een betwiste geldvordering is vaak een sterk verweer.
- Verzamel uw eigen stukken en laat zien waarom de gevraagde maatregel onevenredig zou zijn.
- Overweeg een tegenvordering in reconventie of een voorstel voor een regeling ter zitting.
- Na het vonnis heeft u vier weken voor hoger beroep; u kunt ook zelf een bodemprocedure starten.
Hoe Law & More procedeert in kort geding en bodemprocedure
- Wij toetsen of u spoedeisend belang heeft en of uw vordering past in kort geding of beter in een bodemprocedure.
- Wij vragen een zittingsdatum aan en stellen de dagvaarding op, met een uitvoerbaar gebod of verbod.
- Wij vragen zo nodig verlof voor conservatoir beslag (artikel 700 Rv) en stellen de eis in de hoofdzaak tijdig in.
- Wij voeren uw verweer als u zelf bent gedagvaard en bewaken de termijnen van artikel 339 Rv.
De keuze in vijf punten
- Een kort geding geeft binnen weken een voorlopige beslissing, maar alleen bij spoedeisend belang.
- Een bodemprocedure duurt langer, maar levert een definitief vonnis met volledige bewijslevering.
- Geldvorderingen worden in kort geding terughoudend toegewezen; bij wegsluizen is conservatoir beslag vaak de eerste stap.
- Hoger beroep: vier weken na een kortgedingvonnis, drie maanden na een eindvonnis.
- Het griffierecht is voor beide procedures gelijk en loopt in 2026 bij de rechtbank op tot € 10.487 voor een rechtspersoon.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.