Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
Meldt u uw kind schriftelijk aan bij een school, dan moet die school uw kind een passende onderwijsplek bieden: op de eigen school of op een andere school die uw kind toelaat. Die zorgplicht geldt niet als de school vol is, als u de grondslag van de school niet respecteert, en niet bij scholen voor cluster 1 en cluster 2.
Een ouder kan dus geen plek op een bepaalde school afdwingen, maar wel dat de school zich serieus inspant en een passend aanbod doet. In dit artikel leest u welke rechten u heeft en hoe u een geschil aanpakt.

Inhoudsopgave
Wat houdt de zorgplicht bij passend onderwijs in?
De zorgplicht betekent dat het schoolbestuur waar u uw kind aanmeldt, verantwoordelijk is voor een passende plek. Dat staat voor het basisonderwijs in artikel 40 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) en voor het voortgezet onderwijs in de Wet voortgezet onderwijs.
De school onderzoekt samen met u welke ondersteuning uw kind nodig heeft. Kan de school die zelf niet bieden, dan moet zij zorgen voor een plek op een andere gewone of speciale school die uw kind toelaat. De zorgplicht geldt ook als uw kind al op school zit en later extra ondersteuning nodig blijkt te hebben.
Elk schoolbestuur is aangesloten bij een regionaal samenwerkingsverband passend onderwijs. Dat verband verdeelt het geld voor extra ondersteuning en geeft toelaatbaarheidsverklaringen af.
Hoe en wanneer meldt u uw kind aan?
U meldt uw kind schriftelijk aan, minimaal tien weken voor het begin van het schooljaar. De zorgplicht gaat in op het moment van die schriftelijke aanmelding.
De school heeft zes weken om te beslissen over toelating en kan die termijn één keer met maximaal vier weken verlengen. Vertel bij de aanmelding of uw kind extra ondersteuning nodig heeft en lever de gegevens aan die de school vraagt. Wie meerdere scholen tegelijk aanmeldt, moet aangeven welke school de voorkeur heeft.
Wanneer geldt de zorgplicht niet?
De zorgplicht geldt niet in een aantal wettelijke uitzonderingen. De belangrijkste staan hieronder.
- De school is vol, en dat geldt voor alle leerlingen, niet alleen voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte.
- U weigert de grondslag van een bijzondere school, zoals een religieuze school, te respecteren.
- U wijst een passend aanbod van de school af; u zoekt dan zelf een andere school.
- Het gaat om een school voor cluster 1 (leerlingen met een visuele beperking) of cluster 2 (leerlingen die doof of slechthorend zijn of een taalontwikkelingsstoornis hebben). Deze scholen hebben een eigen toelatingsprocedure via een commissie van onderzoek.
- Het gaat om een particuliere school die niet door de overheid wordt bekostigd.

Welke ondersteuning kunt u als ouder vragen?
U kunt vragen dat de school de ondersteuning biedt die in haar schoolondersteuningsprofiel staat, en dat zij onderzoekt wat uw kind daarnaast nodig heeft. Een recht op een specifieke methode, begeleider of klassengrootte bestaat niet.
Heeft uw kind extra ondersteuning nodig, dan stelt de school een ontwikkelingsperspectief (OPP) op. Daarin staan het verwachte uitstroomniveau en de ondersteuning. Over het deel met de concrete ondersteuning, het handelingsdeel, heeft u instemmingsrecht. De school moet het OPP met u bespreken en ten minste één keer per jaar evalueren.
Wat is het verschil tussen speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs?
Het speciaal basisonderwijs (sbo) valt onder de WPO en is bedoeld voor kinderen die meer ondersteuning nodig hebben dan een gewone basisschool kan geven. Het speciaal onderwijs (so) valt onder de Wet op de expertisecentra en is ingedeeld in vier clusters.
| Cluster | Voor leerlingen met | Toelating via |
|---|---|---|
| Cluster 1 | een visuele beperking | commissie van onderzoek van de instelling |
| Cluster 2 | een auditieve beperking of een taal- of communicatiestoornis | commissie van onderzoek van de instelling |
| Cluster 3 | een verstandelijke of lichamelijke beperking of langdurige ziekte | toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband |
| Cluster 4 | psychiatrische of gedragsproblemen | toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband |
Voor het sbo en voor het so in cluster 3 en 4 is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) van het samenwerkingsverband nodig. Het samenwerkingsverband waar uw kind woont of waar zijn huidige school bij hoort, geeft die verklaring af.
Hoe maakt u bezwaar tegen een besluit over de toelaatbaarheidsverklaring?
Tegen een besluit van het samenwerkingsverband over een TLV maakt u bezwaar bij dat samenwerkingsverband, binnen zes weken na het besluit (artikel 6:7 Awb). Het samenwerkingsverband vraagt advies aan de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaringen.
Bent u het oneens met de beslissing op bezwaar, dan kunt u in beroep bij de bestuursrechter. Meer over bezwaar en beroep leest u in ons artikel over een goede bezwaarprocedure.
Wat doet u als de school weigert of uw kind wil verwijderen?
Begin met een gesprek met de school en het samenwerkingsverband. Komt u er niet uit, dan kunt u kosteloos een onderwijsconsulent inschakelen of de Geschillencommissie passend onderwijs vragen om een oordeel.

De Geschillencommissie passend onderwijs behandelt geschillen over weigering van toelating, verwijdering en het OPP. Het schoolbestuur moet binnen een korte termijn laten weten wat het met het oordeel doet en moet een afwijking motiveren.
Een school mag een leerling pas definitief verwijderen als zij een andere school heeft gevonden die de leerling wil toelaten (artikel 40 lid 11 WPO). Lukt dat aantoonbaar acht weken niet, dan kan de verwijdering toch doorgaan. Voor een bijzonder geval leest u ons artikel wat als een ouder het kind wil uitschrijven bij de school?
Wat kunnen wij voor u doen bij passend onderwijs en zorgplicht?
Onze bestuursrecht advocaat staat ouders bij in geschillen met scholen en samenwerkingsverbanden. Wij kunnen onder meer:
- nagaan of de school de zorgplicht van artikel 40 WPO is nagekomen en of een uitzondering terecht wordt ingeroepen;
- het ontwikkelingsperspectief beoordelen en u bijstaan in het overleg over het handelingsdeel;
- binnen zes weken bezwaar maken tegen een besluit over een toelaatbaarheidsverklaring en u bijstaan in beroep;
- een verzoek aan de Geschillencommissie passend onderwijs opstellen bij weigering of verwijdering;
- de correspondentie met school en samenwerkingsverband voeren als het overleg vastloopt.
Samengevat
- De zorgplicht ontstaat bij schriftelijke aanmelding, minimaal tien weken voor het schooljaar.
- De school beslist binnen zes weken, met één verlenging van maximaal vier weken.
- Geen zorgplicht bij een volle school, bij weigering van de grondslag en bij scholen voor cluster 1 en 2.
- Voor sbo en so cluster 3 en 4 is een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband nodig.
- Bij een geschil kunt u terecht bij een onderwijsconsulent, de Geschillencommissie passend onderwijs of, bij een TLV, via bezwaar en beroep.
Veelgestelde vragen
Kan ik een plek op de school van mijn keuze afdwingen?
Nee. De zorgplicht verplicht de school om een passende plek te bieden, maar dat kan ook op een andere school zijn. U kunt wel eisen dat de school zorgvuldig onderzoekt wat uw kind nodig heeft.
Wat gebeurt er als de school te laat beslist?
Na tien weken (zes weken plus de verlenging van vier) heeft uw kind recht op een tijdelijke plaatsing op de school waar u het heeft aangemeld, totdat er een passende plek is. Houd de datum van aanmelding daarom goed bij.
Heb ik inspraak in het ontwikkelingsperspectief?
Ja, u heeft instemmingsrecht op het handelingsdeel van het OPP. Over de rest van het OPP moet de school met u in overleg gaan.
Heeft een school voor cluster 1 of 2 ook zorgplicht?
Nee. Voor die scholen beslist een commissie van onderzoek van de instelling of uw kind wordt toegelaten.
Kost een onderwijsconsulent geld?
Nee, de onderwijsconsulenten zijn kosteloos voor ouders. Zij helpen bij problemen over toelating, verwijdering en thuiszitten.